Bijvangst

Nu ik voor mijn onderzoek met feiten uit het verleden bezig ben, gaat het gebeuren uit het heden langs mij heen. Ik registreer het en daar blijft het bij. Er wordt al genoeg over gezegd.

En passant lees ik over zo veel bizarre voorvallen, dat fantasie niet langer nodig is. Een alledaags oorlogsdagboek is voldoende. Oorlog haalt het mooiste en het slechtste in mensen naar boven. De verhalen over de belevenissen van gewone mensen zijn veelzeggend genoeg.

Het zijn de feitelijke situaties, vermeld met weinig woorden en emoties, die de beste aanwijzingen herbergen en tot nadenken aanzetten. En het is deze bijvangst, die het meeste toevoegt.

Introverte, hooggevoelige kunstenaar

‘Hoe is dat in je naar boven gekomen?’, vraagt de mild-geïnteresseerde, half-verveelde, semi-elitaire mevrouw aan de kunstenaar. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin terwijl ze luistert naar zijn verhaal. Een aantal kunstenaars in een verzamelgebouw houdt open dag. Wanneer ik de gang in loop en een atelier betreed, sta ik ineens oog in oog met iemand uit het dorp. Iemand die zichzelf ‘kunstenaar’ noemt.

In het atelier wil de kunstenaar (v) graag met mij praten. Zij wil dat altijd wanneer wij elkaar toevallig ontmoeten. Zij meent dat wij een aantal raakvlakken hebben, en misschien is dat wel zo. Bij elke ontmoeting doet zij steevast een toenaderingspoging. Als we het ergens over hebben, wil zij daar altijd nog eens een keer uitgebreid over verder praten. Dat komt er nooit van, want zelf heb ik die behoefte minder. Hoe komt dat?, zo vraag ik mij af. Ze is best aardig, dus waarom hou ik het steeds af?

Behalve als ‘kunstenaar’, bestempelt zij zichzelf ook als ‘hooggevoelig’. In mij herkent zij iets vergelijkbaars. Voor mensen die willen weten of ze ‘hooggevoelig’ zijn, bestaat er een test met veertig vragen. Jaren geleden heb ik die test eens gedaan. Ik scoorde 39 uit 40; dus zou je zeggen dat ik ‘hooggevoelig’ ben. Maar ‘hooggevoeligheid’ wordt wetenschappelijk niet erkend en die test bevat veel open deuren. Zoals: ‘Schrik je hevig van plotselinge, harde geluiden?

Wellicht heb ik minder behoefte aan nader contact, omdat zij dit verschil in behoeften niet aanvoelt, ondanks haar ‘hooggevoeligheid’.

Nu even iets anders. Vroeger keek ik erg uit naar de zomer, maar sinds een jaar of tien waardeer ik de winter meer. Wintertijd is een periode van knus binnen zitten, ingetogenheid, rust en inkeer. Terwijl de zomer voor uitbundigheid staat, en buiten veel leven in de brouwerij. Anders gezegd: winter is voor de introverten en de zomer voor de extraverten. Daarom verwachtte ik iets herkenbaars te lezen in een log over dit verschil bij liefhebbers van deze seizoenen.

De auteur schaart zichzelf nadrukkelijk onder de introverten. Mij ontging de inhoud bij het lezen van haar log echter, hoewel ik introverte trekjes heb. Ik werd nogal afgeleid door een stuk of vijftien schreeuwerige, bewegende, flitsende en pop-uppende reclames op haar site. Zou dit op een reële vorm van hooggevoeligheid wijzen?

Een zoethoudertje over begrenzing

Wanneer het op een blog wat stiller wordt, weet je nooit of dat voor even is, of dat het een teken is van het begin van het eind. Zowel als volger als als blogger vraag je je dat soms af.

De reden voor de stilte hier, is dat ik lekker bezig ben met het loopgraven-onderzoek. Al is het veel meer omvattend dan dat. Toen ik vorig jaar samen met een buurman naar een kenner ging bij het Arnhemse Erfgoedcentrum, vertelde de buurman aan die medewerker waar het mij om ging. De man was professioneel genoeg om zijn persoonlijke gedachten te verbloemen. Maar toch meende ik een zweempje van meewarigheid op zijn gezicht te bespeuren.

Misschien is het typisch mannen eigen om zo’n onderwerp gelijk groots aan te pakken. Hij liet dan ook meteen de naam van een megabouwwerk vallen. De Duitse versie van de Chinese Muur, zeg maar. ‘Nee, nee’, zei ik toen, ‘voorlopig gaat het mij alleen om die loopgraven bij ons in de achtertuinen.’ Daarop reikte hij mij een artikel aan uit een plaatselijk historisch tijdschrift, waarin ik wellicht een paar aanknopingspunten kon vinden. Eerlijk gezegd denk ik dat hij dacht dat het daar wel bij zou blijven.

Grappig.

Hij zou eens moeten weten.

Dus toen ik een paar maanden later voor nadere informatie terug kwam, begon er op zijn gelaat al wat meer besef door te schemeren. Nog steeds was het mij vooral om de plaatselijke loopgraven te doen. Plus nog wat graafwerk in de omgeving. Want ja, dat megaproject uit die oorlogsperiode, zo kenmerkend voor een evenzeer nogal megalomane man, was toch wel een beetje veel van het goede. Dat vond ik ook. Daar moest ik mij dus maar niet aan wagen. Dacht ik toen.

Toch is dat moeilijk te doen. Ik bedoel, hoe strak ik het ook afbaken en hoe zeer ik het ook binnen de perken wil houden; sluipenderwijs komt er steeds weer een stukje bij. Alleen die ene gebeurtenis nog. Alleen dat opmerkelijke zijspoortje nog. Alleen die ene plaats er nog bij. Al die deelonderwerpjes zijn relevant en ze dragen bij aan een completer verhaal.

Maar echt, het gaat alleen om dat traject langs de Rijn. Daar blijft het bij.

Nou ja, nu ben ik dus toch over een grens heen gegaan. De Duitse wel te verstaan. Maar verder ga ik niet. Echt niet. Alleen dat ene gebiedje mag er nog bij. Gewoon, omdat het zo toepasselijk is en omdat aan het de Liemers grenst. Oh, had ik dat al verteld: de Liemers valt nu ook binnen mijn onderzoeksterrein. En niet alleen het stukje langs de Rijn …

Afijn, u begrijpt dat het hier voorlopig nog wat stiller dan normaal zal zijn. Van fotografie komt evenmin veel terecht. Maar een plaatje van een ontluikend beukenlaantje kan altijd tussendoor.

De troost van Prediker

Bij de uitvaart van prins Philip werd een prachtige tekst voorgelezen uit Ecclesiastes. Ecclesiastes is het boek Prediker uit het Oude Testament. Veel mensen stappen nu sneller naar een coach, dan dat ze raad zoeken in dat boek. Maar ik kan de Bijbel in bepaalde situaties best aanbevelen. Neem nu dat boek Prediker. Daar staan veel wijze woorden in. Ik zou zeggen: lees het eens als je wat melancholiek bent.

Deze week was ik nogal caught off-balance, so to speak. Het kwam door een relatief onbelangrijke gebeurtenis. Iemand anders zou er misschien zijn schouders over ophalen en gewoon weer doorgaan. Ik niet. Deze keer in elk geval. Het gaf mij een gevoel van verslagenheid. Van verlies. Alsof alles fout gaat en ik nooit meer eens iets win. En als dat eenmaal begint, dan komen gelijk al die andere voorvallen uit het verleden voorbij, in een lange rij. Dat is wel de pest van ouder worden: hoe meer levenservaring je hebt, hoe meer er op zulke momenten ook weer boven komt.

Veel mensen putten troost uit hun geloof. Maar troost kan evengoed komen uit onverwachte hoek. Namelijk uit onderzoek. Vandaag lees ik het boek De Polen van Driel, van George F. Cholewczynski. Dit gaat over de Polen die samen met de geallieerden tegen de Duitsers vochten in de slag om Arnhem. En dan vooral over generaal-majoor Stanislaw Sosabowski. Het is een boek waar je in het begin even doorheen moet, maar dan krijg je ook wat. Ik lees het bewust, omdat elk verhaal meerdere kanten heeft. En deze man leefde niet in de makkelijkste tijd van zijn landsgeschiedenis.

Het is een verhaal van onverwachte wendingen; van agressie en verraad. Van trots, machteloosheid en verlies. Van bizarre situaties waarin ieder van ons kan belanden en die je doen afvragen welke keuzes je zelf in zo’n geval maakt. Als – dan. Daarover gaat het boek Prediker ook.

Vanwege mijn reizigersverleden beschouw ik het Britse koningshuis een beetje als het mijne. De uitvaartdienst van Prins Philip vond ik waardig en mooi. [En nee, ik hoef niet te weten wat een ander hiervan vond.] Je kon gelijk zien waar bepaalde scenes uit The Lord of the Rings op zijn gebaseerd. Terwijl ik naar deze plechtige uitvaart keek, kwam er weer een hele serie beelden langs uit het verleden. Beelden van landen in de Commonwealth, en andere die ooit Brits zijn geweest.

De oude Britten en ik delen een stukje geschiedenis, hoe klein ook. Daarom raakte deze tekst uit Prediker mij zo:

Ecclesiasticus 43. 11-26.

‘Look at the rainbow and praise its Maker; it shines with a supreme beauty, rounding the sky with its gleaming arc, a bow bent by the hands of the Most High. His command speeds the snow storm and sends the swift lightning to execute his sentence. To that end the storehouses are opened, and the clouds fly out like birds. By his mighty power the clouds are piled up and the hailstones broken small. The crash of his thunder makes the earth writhe, and, when he appears, an earthquake shakes the hills. At his will the south wind blows, the squall from the north and the hurricane.

He scatters the snow-flakes like birds alighting; they settle like a swarm of locusts. The eye is dazzled by their beautiful whiteness, and as they fall the mind is entranced. He spreads frost on the earth like salt, and icicles form like pointed stakes. A cold blast from the north, and ice grows hard on the water, settling on every pool, as though the water were putting on a breastplate. He consumes the hills, scorches the wilderness, and withers the grass like fire.

Cloudy weather quickly puts all to rights, and dew brings welcome relief after heat. By the power of his thought he tamed the deep and planted it with islands. Those who sail the sea tell stories of its dangers, which astonish all who hear them; in it are strange and wonderful creatures, all kinds of living things and huge sea-monsters. By his own action he achieves his end, and by his word all things are held together.’

In een woord: plagiaat

Voor onderzoekers is het een uitdaging om nog origineel werk te leveren. Er zijn veel meer onderzoekers dan voorheen en internet heeft de wereld kleiner gemaakt. Daarom kan iedereen overal dezelfde bronnen raadplegen. Wetenschappers zitten voortdurend in de stress uit vrees dat hun werk kan worden gescoopt. Dan heeft iemand hetzelfde ontdekt en daar eerder over gepubliceerd dan zij.

Nu ik weer onderzoek verricht, ervaar ik eenzelfde soort stress. Stel dat een ander op hetzelfde onderwerp duikt, dan is dat echt niet leuk. Ik heb mij er zelfs al mentaal op voorbereid. Sterker: toen ik op dit onderwerp kwam en daarna iemand om informatie vroeg, ging die persoon er bijna mee aan de haal. Daar kon ik een stokje voor steken, maar het scheelde een haar. In elk geval gaat mijn project toch wel door.

Wat ik alleen niet had verwacht, is dat iemand exact dezelfde naam voor een website zou gaan gebruiken als ik. Dat is nu gebeurd, hoewel mijn website al vijf jaar op internet staat en zeer goed vindbaar is.

Hoe noem je nu zoiets? Kom, hoe heet dat toch? Jatwerk? … Plagiaat?
Weet iemand raad?

Een uitvaart via livestream

Scene 1. De ceremonie moet nog beginnen. De camera draait al, maar er is nog geen geluid. Het beeld wordt gevuld door een sobere ruimte met pastelkleurige stoelen op een stenen vloer. De hele achterwand is voorzien van glas. Voor de open tuindeuren ligt de overledene in het midden op een baar. Bloemen omringen haar. Buiten zie ik de zonovergoten akker van een natuurbegraafplaats. Af en toe passeren er wandelaars.

Geen van de aanwezigen beseft dat hun bewegingen worden gadegeslagen door ogen die zij zelf niet zien. Wat er in de volgende scenes gebeurt, is tegelijk gewoon en uiterst intiem.

De ruimte met de overledene, alleen.
De ruimte met de overledene en de uitvaartleidster wachtend in een hoek. Jasje over stoel.
De ruimte met de overledene en een dochter die slenterend met iemand belt.
De ruimte met de overledene en dezelfde dochter, die nu een familielid omhelst.
De ruimte met de overledene, alleen.

De ruimte met de overledene en een man die door de tuindeuren naar binnen stapt.
De ruimte met de overledene, verder niemand in beeld.
De ruimte met de overledene, haar kleinkinderen ravotten op de achtergrond.
De ruimte met de overledene, de andere dochter en de uitvaartleidster, ieder apart.
De ruimte met de overledene, weer even alleen.

De ruimte met de overledene. Een man loopt naar binnen, zakt op zijn knieën en voeten bij haar hoofd neer en blijft in stilte verzonken zitten. Een tweede man verschijnt ten tonele. Hij loopt naar haar andere zijde en blijft ook in gedachten staan bij de overledene.

Dan is het moment voorbij. Meer mensen druppelen binnen. De uitvaartceremonie zal zo zoetjesaan wel beginnen.