De zeven diehards en de zeven watjes

Vandaag werd weer eens duidelijk hoezeer het Nederlandse volk is gedegenereerd. We gingen namelijk wandelen en volgens Buienradar zou het een beetje gaan regenen. Er was inderdaad een beetje motregen, gevolgd door een beetje meer regen en een beetje minder regen, enkele bijna droge minuten en daarna weer langdurige motregen. We zouden met zijn veertienen op pad gaan. Uiteindelijk kwamen er slechts zeven wandelaars opdagen. Belachelijk toch?

Wie zijn nu de zeven diehards? Allereerst de kaartlezer en zijn vriendin. Verder is er een Friezin. Friezen zijn stijfkoppen die zich niet laten weerhouden. Nummer vier is een ouwe taaie. Da’s een vrouw op leeftijd die altijd pruttelt en achteraan loopt, maar wel volhoudt. Ook wandelen twee ex-militairen mee, een man en een vrouw. Zij zeuren nooit en blijven opgewekt in weer en wind. En vanzelfsprekend ben ik er bij.

Ik weet ook wie de zeven anderen zijn, ze staan op een lijst. De watjes. Die spelbrekers. Dat zooitje losers. Die kwezels zonder karakter. Die weekdieren zonder ruggengraat. Bah. Als ze maar niet denken dat ze ooit nog bij mij hoeven komen met verhalen over hun zogenaamde ‘wandelexpedities’. Want ik onthoud alles. Stelletje afvalligen.

Overigens hebben we genoten van koffie met taart bij de open haard van een monumentale herberg in Bronkhorst. Het was er heerlijk warm en na de wandeling smaakte alles extra lekker. Wat jammer toch dat die zeven dat nu hebben moeten missen.

Bloggen over gevoelige onderwerpen

Zijn er gevoelige onderwerpen die je op een blog beter kan mijden? Of kan je gerust over alles schrijven? Dit vraagstuk duikt steevast op voordat ik gedachten publiceer over hete hangijzers en specifieke groepen. Op Raam Open blijven enkele privé-onderwerpen taboe. Maar verder passeert hier werkelijk alles de revue. Dus zelfs uiterst gevoelige of controversiële onderwerpen die makkelijk tot felle reacties kunnen leiden. En hoewel ik soms zeer stevige opvattingen uit, gaat het vrijwel altijd goed.

Waarom lukt dit op Raam Open wel, terwijl het elders razendsnel uit de hand kan lopen? De verklaring is eenvoudig.

  1. Raam Open heeft een klein lezerspubliek en dat vind ik prima.
  2. Ik mijd ongenuanceerde bloggers, zodat zij evenmin via mijn gravatar naar dit blog worden gelokt.
  3. Bij delicate onderwerpen doe ik extra mijn best om evenwichtig en op feiten gebaseerd te schrijven.
  4. Er gelden reactieregels en die worden gehandhaafd.

Zoals de radiopresentator uit het vorige logje over confrontaties rekening houdt met haar luisterpubliek, zo hou ik rekening met de gevarieerde groep volgers van Raam Open. Ik probeer zelfs met de hele wereld rekening te houden. Dat lijkt een grote uitdaging, maar het werkt in praktijk eenvoudig. Namelijk: benader je blog als een wetenschappelijke of een journalistieke publicatie. Als je daarin slechts één kant van een verhaal belicht, of de feiten niet checkt, wordt je werk afgeserveerd. En terecht. Daarom komen deze ethische regels voor journalistiek van pas.

Wat voor logjes geldt, gaat evengoed op voor reacties van lezers. De reactie van de één, kan zeer kwetsend zijn voor de ander. Dat is voor mij een extra reden om publiekelijk in te grijpen. Iedereen mag zich welkom voelen op Raam Open, ongeacht geloof, aard of afkomst. En voor iedereen moet dit blog een veilige plek zijn om te reageren. Vandaar dat ik soms dwingend op de reactieregels wijs.

Mijn weerzin tegen ongefundeerde of ongenuanceerde meningen heeft een duistere oorsprong. Je hoeft ook in onze tijd niet ver te zoeken om te zien hoeveel kwaad vooroordelen en ongenuanceerde vijandbeelden kunnen aanrichten. Dictators, volksmenners en totalitaire regimes gebruiken ze om onnadenkende mensen als marionetten tegen ‘de ander’ op te zetten.

Dus ben je geen dictator van beroep en schrijf je toch: ‘Die vuile asielzoekers pikken onze woningen in.’, Alle homo’s weg.’, ‘Iedere Marokkaan is crimineel.’, of ‘Bij elke religie draait alles om macht.’, dan bestaat de kans dat ik aan je sociale intelligentie ga twijfelen.

Toch heb ik zelf uitgesproken meningen over specifieke asielzoekers. Daarbij heb ik pittige opvattingen over Afrikanen, wanneer zij mij als mzungu wegzetten. Verder denk ik aan van alles bij het woord ‘Marokkanen’, zoals ik dat ook bij ‘Nederlanders’ doe. Homo’s kwamen hier onlangs nog ter sprake. Zij mogen blijven. En het geloof? Nou, breek me de bek niet open over sommige machthebbers en wantoestanden. Mijn meningen staan al jaren op internet. Gewoon op Raam Open.

Maar over delicate onderwerpen schrijf ik dus wel zo feitelijk en evenwichtig mogelijk. Dat maakt het hele verschil. En deze aanpak heeft nog een voordeel. Want als je grondig vooronderzoek doet en groepen als geheel respectvol behandelt, kan geen mens je argumentatie weerleggen.

Komt er dan nooit wat ongenuanceerds op Raam Open? Oh jazeker. Bijvoorbeeld als ik schrijf over persoonlijke belevenissen en mijn grote liefde voor Ticketmaster. Grrr.

Toch niet helemaal zen

Onderweg van A naar B dwalen mijn gedachten af. Ik ben toch een beetje uit mijn doen. Wederom. Je zou verwachten dat je op zekere leeftijd weet hoe je met mensen en situaties moet omgaan. Ik helemaal. Want voor een heroriëntatie op mijn loopbaan heb ik tientallen trainingen en workshops gevolgd. Ik heb zelfs een heel persoonlijk-balanstraject achter de rug. Daarbij wordt je een spiegel voorgehouden en mentaal doorgelicht. En je moet flink aan de slag met jezelf.

Als je ergens moeite mee hebt, kijk je eerst naar hoe dat komt. Bij jezelf, niet bij die ander. Oh, ik heb mezelf al tot vervelens toe doorgelicht. Ik heb zo veel lijntjes terug gevolgd naar de bron. Al jaren komt er nauwelijks nog iets nieuws tevoorschijn.

Als kind van mijn generatie heb ik geoefend met hoe het ook anders kan. Hoe het anders moet. We leven tenslotte in een meritocratie. Dus doe je aan omdenken, aan mindfulness, aan denken in kansen, en zo voorts. Eveneens tot vervelens toe. Maar sommige aspecten kán ik niet veranderen. Of slechts met de allergrootste moeite.

Soms zie ik wel een glimp doorschemeren van hoe het ook zou kunnen gaan. In relaties of in situaties. Een glimp van hoe het soms zelfs heel even is. En dat zou de rest van de tijd mogen voortduren. Maar het duurt nooit lang.

Dus moet ik weer op mezelf inpraten. Onderscheid maken tussen wat binnen mijn invloedssfeer ligt en wat niet. En hoe ik ermee om kan gaan, als het erbuiten ligt. Meestal kost mij dat anderhalve dag. Nog een paar uurtjes, dan gaat wel het weer.

Afrekening in de horeca

Je hoort mensen wel klagen over de hoge prijzen in de horeca. Vergeleken met Duitsland betaal je hier inderdaad flink voor een cappuccino. Al sinds mijn eerste baan bij een accountantskantoor weet ik dat cafés een zeer royale winstmarge hanteren op koffie en thee. Tenminste, als je puur naar de ingrediënten kijkt en een paar centen rekent voor energie. Waar je de klagers echter nooit over hoort, zijn de wanbetalers. Degenen die per ongeluk de rekening vergeten en weglopen omdat ze de bus moeten halen. Of zo.

Ik maak het regelmatig mee tijdens wandelingen in groepsverband. Zo’n groep is een allegaartje dat op een georganiseerde tocht intekent. Vaak verzamelen we bij een café of restaurant. Onderweg en na afloop volgt er doorgaans nog meer horeca. Jarenlang was het gangbaar om de bon te vragen en het geld op tafel bijeen te leggen. Soms ontbrak er dan een bedrag. Wat sowieso raar was, want diverse mensen hadden er ook al fooi bij gedaan. Maar dan legden we allemaal, of een persoon afzonderlijk, geld bij en dan was dat ook weer klaar.

Trouwens, ooit zal ik hier misschien nog in alle geuren en kleuren een tafereel beschrijven van een drie kwartier durende uiterst gênante heisa over welgeteld ƒ 0,25 in een restaurant op Malta in september 1993, in Valletta om precies te zijn, met bij hoge uitzondering de persoonsnaam er bij van die ene troela uit Utrecht, die ons zelfs de volgende ochtend in de hotellobby met haar berekeningen opwachtte, waar ze kennelijk de hele nacht mee bezig was geweest, en er toen alwéér over begon, maar nu even niet.

Oké, waar waren we gebleven?

De laatste jaren is het gangbaar geworden om allemaal apart af te rekenen. Zelfs als we met zijn vijftienen zijn. Nu hebben wij Nederlanders (vooral de Hollanders onder ons) een vrij slechte reputatie als je kijkt naar uitdrukkingen in de Engelse taal met ‘Dutch’ erin. Dat komt natuurlijk omdat wij eeuwenlang de grootste rivalen waren van de Britten op het koloniale wereldtoneel. Maar toch, dat apart afrekenen in restaurants is echt wel een dingetje. Ik ben er geen fan van.

Als je maar vaak genoeg meemaakt dat er een tekort is, of dat de serveerster naar de tafel komt om te zeggen dat er nog een cappuccino en appeltaart met slagroom ‘open staan’, dan leer je vanzelf om wie het gaat. In Zundert gebeurde het, en in Hoevelaken. En daar op die kersenboerderij aan het water bij Utrecht. En later opnieuw, in een bezoekerscentrum bij Veenendaal. Dat is H. dus, uit Amsterdam. Ja jongen, we weten het wel. Maar ik doe net alsof ik niets in de gaten heb en roep in de groep, terwijl hij zijn jas al aantrekt, ‘Hebben we allemaal afgerekend?’ ‘O ja,’ zegt hij dan, ‘bijna vergeten.’, en dan gaat hij toch maar betalen.

Vind maar eens een fijn wandelmaatje

Je mag denken dat het vinden van een levenspartner een hele uitdaging is; met wandelmaatjes luistert het evengoed nauw. Onlangs ontving ik een afzegging. Hier zit ik mee, want gelijkgestemde wandelmaatjes zijn dun gezaaid.

Om met praktische zaken te beginnen: Waar gaan we wandelen? Hoe lang mag de reistijd naar het startpunt duren? Willen we even grote afstanden en wandelen we in hetzelfde tempo? Wie is de kaartlezer en wie doet de planning? Vinden we het leuk om regelmatig te pauzeren bij horeca? Of hebben we haast en moeten we door?

Nu komen we op een cruciaal punt, namelijk bij wie we zelf zijn. En bij het soort persoon dat we als ideaal wandelmaatje zien. Trouwens, waar gaan we het onderweg over hebben? Delen we vergelijkbare interesses? Zijn er onderwerpen die spanningen opleveren? En willen we eigenlijk wel steeds praten, of graag zwijgend van het landschap genieten? Ook belangrijk: hoe inventief en stressbestendig zijn we als we verdwalen?

Het kan op talloze manieren fout gaan. Ik heb daarom mijn twijfels bij wandeldatingsites. Die bestaan. Bij gebrek aan zelfkennis doen mensen zich vaak anders voor dan ze zijn. Dan merk je tijdens een ontmoeting pas echt met wie je te maken hebt.

Liever ontmoet ik wandelaars spontaan in groepen. Alleen gaat de drukte van die wandelgroepen mij langzaamaan tegenstaan. Het maatje van de afzegging ken ik al jaren van zulke wandelingen. We waren net met zijn tweeën aan een route begonnen. Maar zij vindt het een-op-een wandelen te intensief. Terwijl ik in haar juist iemand had gevonden die af en toe ook stil kan zijn.

Goed alleen kunnen zijn

Onderweg naar kerst-met-familie was het gisteren rustig in de coupé. Hier en daar zaten wat mensen samen of alleen. Maar de meeste tweezitsbankjes in de trein waren leeg. Daarom viel het direct op, toen een man ging zitten bij een jong paar. Ineens werd het krap. Het stelletje hield op met praten toen hij neerplofte. Ze zaten verder gedrieën zwijgend tegenover elkaar.

Zou hij zich generen voor het feit dat hij op Eerste Kerstdag alleen was? Had hij zo’n behoefte aan de nabijheid van mensen, dat hij bij dat stelletje plaatsnam? Want elders was toch plek zat. Het paartje bleef zwijgen en wisselde ook geen woord met hem. Daar zaten ze dan. Soms is gezelschap pijnlijker dan alleen zijn.

Persoonlijk kan ik heel goed alleen zijn. Zo goed zelfs, dat ik mezelf soms de deur uit schop om mensen te ontmoeten. Vooral zonder werk is het makkelijk om in je eigen kringetje te blijven. Is er ook geen huisgenoot, dan moet je voor menselijk contact meestal naar buiten. Het gebeurt regelmatig dat ik een uitstapje plan en toch liever thuis blijf. Want daar heb ik het namelijk prima naar mijn zin.

Sommige mensen vliegen al tegen de muren op als ze één dag per week niemand zien. Bij mij is het andersom. Na een hele dag vol gesprekken en gezelschap heb ik het gehad. Dan wil ik alleen zijn. Mijn hoofd leegmaken. De vele indrukken verwerken en het gewoel laten wegzakken.

Ik vraag me weleens af of het beter is om meer mensen te leren kennen. Want met elke levensfase en verandering van interesses komen er nieuwe contacten bij, maar vallen er geleidelijk ook wat af. Dat is een natuurlijk proces. Hoeveel mensen heb je minimaal nodig om een zinvol leven te leiden? Of gaat het toch vooral om de kwaliteit van de relaties zelf?

Moeten we ons in dit sociale-mediatijdperk schamen wanneer we het goed redden met relatief weinig mensen om ons heen?