Over man/vrouw-prestaties gesproken

Geef drie voorbeelden van iets wat niet is gelukt in je leven. Dat vroeg Elizabeth Day aan succesvolle mensen. Zij is auteur van het boek Durf te falen. Volgens haar kijken mannen wezenlijk anders naar het concept ‘falen’ dan vrouwen.

Vrijwel alle vrouwen ‘zeiden ze dat ze zo veel mislukkingen hadden gekend dat ze geen idee hadden hoe ze die tot de vereiste drie moesten terugbrengen.’ De meeste (maar zeker niet alle) mannen daarentegen ‘antwoordden dat ze zich afvroegen of ze wel echt ergens in mislukt waren en dat ze wellicht niet helemaal de juiste gast voor haar podcast waren.’ (Artikel Succes met falen, VPRO-gids # 4.)

Vrouwen wijten mislukkingen vaak aan zichzelf, terwijl mannen sneller wijzen naar anderen of omstandigheden. Ook kunnen vrouwen falen doordat zij zich onvoldoende profileren. Vroeger was bescheidenheid een vrouwelijke deugd; nu is dat een probleem. Je moet zichtbaar maken wat je presteert, anders worden je daden over het hoofd gezien.

Sommige mannen gaan nog een stap verder. Die beweren al dat ze wat presteren voordat ze ook maar iets hebben gedaan.

Aan die mannen heb je ook niks

Maandagochtend. Ik heb een afspraak met de klusser die hier vorig jaar al kwam. Vandaag gaan we de nieuwe wasmachine op zolder verplaatsen. Dan komt het apparaat precies boven twee draagbalken te staan, die (hopelijk) wèl in de stenen muur verankerd zijn. Nu staat de wasmachine namelijk op een zwevend vloerdeel. De trillingen gaan bij het centrifugeren dwars door mijn hele huis heen. Hier tob ik al weken mee.

Het is nogal een gepuzzel om de beste plek te vinden. De meeste draagbalken gaan schuil tussen vloerbedekking, planken en verlaagde plafonds. Wel is er een schuine steunbalk zichtbaar nabij het zolderdak. Die balk loopt door boven de trap. Staand in het trapgat kan ik opmeten waar een vloerdraagbalk op de overloop zich bevindt ten opzichte van die schuine balk. Eerst recht naar beneden en dan vier centimeter naar links tot de rand van de vloerbalk. De vloerbalk is zes centimeter breed. Ongeveer zestig centimeter verderop zit de volgende draagbalk.

Kortom, ik popel om de wasmachine te verplaatsen, in de hoop dat er dan minder trilling ontstaat. Vandaag dus. Echter, wie er ook komt, niet meneer de klusser. Het is weer zover. Hij is van goede wil, maar met afspraken totaal onberekenbaar. Deze keer is hij verkouden en moet hij veel hoesten. Ach gossie toch. Zeggen kerels daar nu ook al voor af?!

Oh, wat frustreert mij dit toch weer. Want wie anders kan ik nu vragen? Moet ik voor hulp naar de lokale witgoedboer gaan? Moet ik soms de timmerman bellen die hier onlangs een deur ophing? Of moet ik gelijk maar een loodgieter inschakelen en de aansluitingen in de keuken gereed laten maken? Al is het uitermate onhandig wanneer de wasmachine daar moet staan. Ik baal zo van de hele situatie dat ik er depressief van word. En vervolgens word ik nog beroerder van mijn moedeloze gevoel.

‘Nou,’ denk ik, ‘dan ga ik het zelf wel doen!’ (Nou ja, even doen …) De wasmachine weegt 75 kilo en hij staat met rubber pootjes op stroeve vloerbedekking. Ik gooi er mijn volle 56 kilo tegenaan, maar hij verroert geen vin. Dan maar slim zijn. Tenslotte heb ik al eerder hele kasten versleept op stukken karton. Deze keer blijkt laminaat het beste transportmiddel.

Eerst wurm ik twee planken onder de pootjes. Daarna zet ik mij schrap en duw ik uit alle macht, diagonaal tegen de wasmachine hangend. Het enige wat er gebeurt, is dat ik uit mijn pantoffels glij. Dus schop ik mijn pantoffels opzij om op sokken verder te gaan. Waarna ik ook uit mijn sokken glij. Dan maar helemaal naar beneden lopen, schoenen met rubber zolen aandoen, en verder duwen. Eindelijk komt er beweging in. Ik duw en sjor net zo lang tot de wasmachine op het juiste aantal centimeters van de schuine balk af staat. Tadáa!

Ach, wat heb je ook eigenlijk aan mannen?

Contactadvertentie tussen de gevonden voorwerpen

In de dagelijkse feed van onze buurtapp verschijnt een enigszins ongebruikelijk bericht. Meestal staan hier gevonden voorwerpen en spullen te koop of gratis af te halen. Plus oproepjes voor klussers of gezamenlijke maaltijden en aankondigingen van culturele evenementen. Deze keer gaat het om een contactadvertentie. Een man met foto, (‘Ik ben een mooie jongen’), zoekt 50+ vrouwen voor een seksuele relatie. ‘Reacties graag via privé-bericht.’

Dat laatste is jammer, want ik ben nieuwsgierig. Naar hoe hierop wordt gereageerd, bedoel ik. Zal zijn contactadvertentie wel goed vallen? Zijn adres duidt op iemand met een ernstige lichamelijke of meervoudige handicap. De contactadvertentie is zichtbaar in zeventien buurten, maar vooralsnog blijft het ogenschijnlijk stil. Is dan niemand geïnteresseerd? Of houden mijn buren de adem in? Een dag later staan er achttien reacties onder zijn bericht.

Een kleine analyse. De eersten die reageren zijn zonder uitzondering boze mannen. ‘Het lijkt me duidelijk dat … niet voor sex advertentie,s is. Haal je oproep aub weg. Op de site van novamora kan je terecht voor je sexoproep.’ Goh, Novamora. Zo lees je nog eens wat, meneer De Moraalridder.

De man van de contactadvertentie reageert beheerst en de boze meneer gaat aan de organisatie van de buurtapp vragen of de oproep kan worden gewist. ‘Ik heb hier geen behoefde aan. Ook kinderen kijken hier naar de oproepen of advertentie ,s.’ Dat de boze meneer hier geen behoefde aan heeft, is duidelijk. Hij heeft trouwens wel een serieus probleem met spelling en interpunctie. Dit in tegenstelling tot de adverteerder. Die is zelfs bereid om zijn advertentie te controleren op aanstootgevende bewoordingen.

Na deze schriftelijke schermutseling tussen heren onderling, stromen de reacties van dames binnen. Aanvankelijk zijn die wisselend van aard. Totdat een vrouw (50-) onder andere dit schrijft: ‘waarom mag een mens wel vragen om iemand die hem/haar helpt met klussen of tuinwerkzaamheden en niet voor lichamelijk contact…? Is ook een legitieme en wezenlijke menselijke behoefte hoor, kom op mensen het is bijna 2020… ;).’ Zij krijgt wel twintig digitale bossen bloemen, hartjes en andere bedankjes.

Een paar uur geleden schreef een vrouw (die te jong is voor de doelgroep) nog dit: ‘Hi N. Dapper van je dat je zo eerlijk bent. Ik hoop dat je zoekt wat je wilt. Het is in nette woorden beschreven. Jammer dat mensen er stom, grappig of negatief op reageren.’ Hier ben ik het helemaal mee eens. Opvallend is dat zij ‘Ik hoop dat je zoekt wat je wilt.’ heeft geschreven. Dat vraag ik mij namelijk eveneens af.

De klokkenluider staat in de kou

Vanavond komt om 23:05 uur 2Doc: Never Whistle Alone over klokkenluiders op NPO2. Begin dit jaar trok ik zelf aan de bel over een onrechtmatige situatie. ‘De meeste klokkenluiders die hij sprak onderschatten de emotionele impact die hun aangifte zou hebben, zegt Ferrari’, (de regisseur), in een interview voor de VPRO Gids. ‘Het is heel vreemd,’ zei een klokkenluider, ‘alsof je wordt aangevallen, en op een gegeven moment heb je zoiets van: wow, was het dan mijn fout? Je krijgt iets van spijt, gaat aan jezelf twijfelen, je voelt je schuldig.’

Ferrari sprak twintig klokkenluiders en ziet een aantal overeenkomsten. Ten eerste: ‘Wat meespeelt is dat de rechter ze in hun gelijk bevestigt. Dat is ontzettend belangrijk voor ze, dat iemand officieel zegt: je had gelijk, je was geen idioot. Ten tweede: ‘Het zijn echte professionals […] Ze zoeken eerst grondig uit hoe het in elkaar zit voor ze aangifte doen. […] Ze willen zeker zijn dat ze het bij het juiste eind hebben.’ Ten derde: ‘Bij al die klokkenluiders die ik sprak bleek het ontzettend belangrijk om anderen erbij te betrekken, voor emotionele steun, voor advies op strategisch gebied als het gaat om wetskennis.’ Dat laatste is zeker belangrijk, want de kans is groot dat klokkenluiders binnen hun eigen kring als verraders worden gezien. Ferrari benoemt ook waarom ze desondanks aan de bel trekken: ‘Ze zijn consciëntieus, geven echt om hun werk. In hun eigen ogen hebben ze geen keuze.’

Ik herken vrijwel alles in deze uitspraken. Dit gaat over de strijd met mijn liegende en bedriegende buurman. Degene die eerst een officieel bouwvoorschrift heeft genegeerd en vervolgens zijn buren voor duizenden euro’s wilde laten opdraaien toen daardoor de gezamenlijke riolering kapot ging. Er ligt nu een nieuwe riolering. Toch is van een goede afloop concreet en gevoelsmatig geen sprake. Details laat ik achterwege, maar één punt uit bovenstaande citaten wil ik wel belichten.

Don’t shoot the messenger. Ofwel, verwijt de boodschapper niet datgene, wat door toedoen van jouwzelf of van derden misgaat.

Toch was dit de houding van de buurman. In plaats van zijn eigen daden en houding onder ogen te komen, ging buurman vol in de slachtofferrol. Slim van hem. Als je hoogbejaard en fysiek zwak bent, heb je de goedgelovigen al snel op je hand. Zo snel, dat ze geen moeite meer doen om te verifiëren of het wel klopt wat je beweert. Ook mensen die uit hoofde van hun functie echt beter zouden moeten weten, trappen daar in. Ik ben hier driemaal mee geconfronteerd. In één geval heb ik een ambtenaar binnen een uur tijd als een blad aan de boom van houding zien veranderen. Het bleek dat buurman valse lasterpraat niet schuwde. (En ja, daarvan kan ik schriftelijk bewijs overleggen.)

Ook was er duidelijk sprake van framing. Denk aan beeldvorming in de trant van ‘dat mens dat niet zo moeilijk moet doen’, of ‘dat vijandige kreng van hiernaast’ tegen ‘die arme hulpbehoevende oudere man’, of ‘die man die toch zo vriendelijk is’. Toen ik tegen de zwaar getatoeëerde meneer van de rioolservice vertelde in welke bewoordingen de buurman ongetwijfeld tegen hem over mij had staan uitvaren, moest zelfs hij blozen. Dat had ik dus goed geraden.

Nogmaals: don’t shoot the messenger. Maar mannen als de buurman kunnen geen fouten erkennen. En ‘verliezen’ van een vrouw is voor hen al helemaal ondenkbaar. Dus gaan ze wild om zich heen slaan als je hen nood-gedwongen confronteert. Want dan voelen ze zich bedreigd. Met als gevolg dat ze zelf gaan dreigen.

Heb ik mij, zoals in het citaat, aangevallen gevoeld? Jazeker, nota bene door de vrijwillig werkende juriste van de buurman. Mijn achting voor de plaatselijke rechtswinkel is dan ook tot het absolute nulpunt gedaald. Want waarom zo vijandig doen tegen iemand die aantoonbaar ernstig door haar buurman wordt benadeeld? (Ik moet toch eens uitzoeken of de rechtswinkel gemeentesubsidie krijgt.) Maar goed, ik heb wel vaker bedenkingen bij mensen die zich als ‘hulpverlener’ voordoen.

Het leven is geen rozentuin

’s Avonds ligt er bij thuiskomst een verkeerd bezorgde envelop tussen de post. Het huisnummer klopt, maar het adres is twee straten verderop. Morgen breng ik dit wel even naar het juiste adres, denk ik en leg het poststuk weg.

Zondagmiddag. Het is rustig buiten. Ik wandel door de straat met vrijstaande huizen en groene tuinen. Plots klinkt uit één van die huizen driftig gekrijs. Het blijft even stil terwijl ik het pand nader. Alle ramen zijn dicht. ‘You are always leaving me!’, roept een vrouw nu met schrille stem, hevig teleurgesteld en geagiteerd. Een andere persoon hoor ik niet.

Mijn ontspannen zondagmiddagstemming slaat in één klap om. Ik voel me bijna onpasselijk. Er doemen herinneringen op aan een andere huiselijke strijd, waarvan ik de geluiden jaren geleden in Kenia overhoorde, vanuit een flat driehoog in ons appartementencomplex. Dat ging om een gewelddadig conflict tussen een man en een vrouw. In werkelijkheid klinkt fysiek geweld veel naarder dan in een film. Misselijkmakend zelfs. Echt sickening.

Nog twee huisnummers; dan bereik ik het adres.

Op de stoep zit een weldoorvoede kater bij het tuinhek, die klagelijk begint te miauwen zodra ik nader. Ben je buitengesloten, soms? Ik open het hek en loop naar de deur. Hoopvol wandelt het dier naast mij mee, kennelijk verwachtend dat de voordeur open zal gaan. Maar ik duw de envelop in de brievenbus en keer om.

Een onzichtbare vrouw, een onzichtbare ander en een kater. Alle drie ongelukkig. Ook ik voel me nu bezwaard. Het duurt wel een paar honderd meter vooraleer ik een afschuddende beweging maak, diep adem haal en de omgeving weer in mij opneem. Daarna gaat het weer, een beetje.

Was het een geheime rendez-vous?

Het gebeurt op een landgoed in de buurt. Regendruppels glinsteren op de donkere grond van een kale akker. De beuken aan de overkant zijn in nevelen gehuld. Het is stil vandaag. De lucht is grauw en het druilt zacht. Langs een slingerend pad heeft een ploeg sierlijke lijnen in de aarde getrokken. Dat pad wordt aan weerszijden omzoomd door eiken. Ze staan nog vol met kleurend blad.

Ik stap tussen een dubbele rij beuken uit en loop naar de rand van de akker. Daar neem ik foto’s van de diepe voren. Een stuk verderop, tussen de eiken langs diezelfde akker, wandelt een jonge man met een grote hond het frame van mijn camera binnen. Hij draagt een baseball pet en lijkt wat te dollen met zijn hond. Zulke types kom je hier als wandelaar weinig tegen. Direct bekruipt mij de gedachte dat ik geen foto’s met hem in beeld moet nemen. Ik voel mij in zijn plaats betrapt.

Daarom wend ik mij af en poseer nadrukkelijker richting de akker. Even later keert hij om. Apart. Want die plek is halverwege het een en het ander. Het is onlogisch om op dat punt terug te gaan. Tenzij hij vindt dat hij genoeg heeft gewandeld. Er is tenslotte een parkeerplaats verderop. Unheimisch is de situatie niet. En toch. Het is wel heel erg stil vandaag. De mist dempt alle geluiden.

Nu wandel ik zelf op het pad tussen de eiken langs de akker, daar waar de man zojuist liep met zijn hond. Het ligt op mijn route naar huis.

Dan komt een jonge vrouw met een rode jas mij tegemoet. We groeten elkaar vriendelijk in het voorbijgaan. Ze kijkt mij met een brede glimlach aan en ik glimlach terug. Haar kleding is veel vrouwelijker dan wandelaars gewoonlijk dragen. Later zal ik mij afvragen wat voor schoenen ze droeg. Had ze leren laarsjes met hakken aan? Waren ze zwart?

Intussen bereik ik tussen de eiken de laatste bocht voor de parkeerplaats. Er staat daar slechts één zwarte auto geparkeerd, vlak naast het pad. Het is een grote Amerikaan die sterk lijkt op een Dodge RAM. Wanneer ik op het pad langszij kom, start iemand de zwaar ronkende motor. De bestuurder draagt een baseball pet. Ik zie zijn gezicht niet goed, maar het is die man.

Hij kijkt naar het dashboard of stopt iets in een kastje. Ik weet niet of hij heeft gezien dat ik naderbij kom. Het parkeerterrein is verder helemaal verlaten. Wij zijn de enigen hier, samen met de hond en de auto. Vlakbij zijn honderden mensen begraven. De auto maakt een diep ronkend geluid. Ik hou van dat geluid, maar de situatie is onduidelijk.

Ik moet voor de man langs, terwijl hij daar langer met zijn auto stationair blijft staan dan ik verwacht. Heeft hij mij foto’s zien nemen? Is er iets verdachts voorgevallen? Even flitst een sinistere gedachte door mijn hoofd: ‘Heeft hij mij opgewacht?’

Nog slechts anderhalve meter ben ik nu bij zijn motorkap vandaan. Ineens trekt hij op en slaat loom rechtsaf. Langzaam rijdt hij voor mij uit. Mogelijk ziet hij mij zijn auto nastaren, via de spiegel door de achteruit. Op die achterruit hou ik mijn ogen strak gericht, terwijl mijn mond woorden vormt die hij niet kan horen.

Wilde hij juist in zijn auto worden opgemerkt, of zag hij mij niet?
Zag ik te veel? Was ik dan getuige van de sporen van een rendez-vous die verborgen moest blijven?

Bijna volleerd als bouwvakker (v)

Het is nu wel zo’n beetje klaar met de klussen in huis. Koop je een nieuwbouw appartement, dan heb je de eerste twintig jaar weinig onderhoud. Koop je een oud arbeidershuis, dan blijf je bezig. Dat vertelden mijn buren toen ik hier kwam wonen. Ze hebben gelijk gekregen. Het liep een beetje anders dan verwacht. De afgelopen jaren heb ik mij soms afgevraagd waar ik aan was begonnen. Toch ben ik vooral veel wijzer geworden.

Zo zijn er allerlei raadsels opgehelderd over hoe dit huis is gebouwd. Ik weet nu wat er onder het laminaat ligt en wat er achter de voorzetwanden schuilt. Ook is bekend waar de leidingen lopen, zo ongeveer dan. Boren blijft een risico, want opeenvolgende eigenaren hebben alle woonlagen naar eigen inzicht aangepast. Daar zijn nauwelijks bouwtekeningen van.

Voorheen had ik zelden met bouwvakkers te maken. Nu ben ik op dat gebied een ervaringsexpert. (Hoor ik ergens een diepe zucht?) Ik wil daarom meer zelf kunnen. Schuren, verven, timmeren, zagen, boren, schroeven uitdraaien, gaten dichten, kitrandjes maken en plinten aanbrengen lukt al aardig. Vandaag ben ik voor het eerst via mijn nieuwe ladder op het dak van de schuur geklommen. Alles om minder afhankelijk te zijn en om geld te besparen.

Zou er specifiek behoefte bestaan aan meedenkende, klantvriendelijke, creatieve, vakkundige, communicatief vaardige vrouwelijke bouwvakkers die ook nog eens afspraken nakomen? Zo ja, dan begin ik voor mezelf.