Over hoe mannen denken

Op een zondagmiddag geven mijn buren verderop een borrel. Wij, hun buren en aanverwanten uit twee huizenblokken, zitten bij elkaar. Sommigen van ons wonen hier pas kort en ontmoeten anderen voor het eerst. Er klinkt gezellig geroezemoes in de woonkamer. Terwijl diverse gesprekken gaande zijn, begint een oudere vader over de zorg voor kinderen. ‘Nou’, concludeert hij, ‘een kwartiertje plezier en dan zit je er de rest van je leven aan vast.’ ‘Wat?’ antwoordt een jongere vader meteen, ‘Vijf minuten, meer is het niet.’ Een paar seconden lang valt iedereen stil; daarna begint het geroezemoes weer.

Kijk, zoiets fascineert mij. Want dit is een gemêleerd gezelschap. Jong en oud, hoog- en laagopgeleid, ieder uit een ander deel van het land. En die twee kennen elkaar niet. Dan is het afwachten hoe zulke opmerkingen vallen. Als ze bij het voetbalveld hadden gestaan, was het vast anders gegaan. Maar hier zitten (voor zover ik weet) keurig nette vrouwen bij. Of in elk geval mensen die voorlopig de schijn ophouden.

Ik probeer mij voor te stellen hoe deze mannen denken. Die ene van dat kwartiertje plezier is een levensgenieter. Hem zie ik wel met een biertje in de hand sappige café-verhalen vertellen. Die ander is een pas gescheiden man met een nieuwe vriendin. Hij lijkt mij meer van de wijnproeverijen op een bescheiden chateau in Frankrijk. Zonder twijfel is hij hoger opgeleid. Toch trapt hij er vol in.

Oh, ik begrijp wel hoe zoiets gaat. Die café-ganger is woont hier al jaren, terwijl die chateau-man als passant toevallig in de buurt is. Dus die met het biertje van het kwartiertje staat op vertrouwde grond. Hij kent iedereen en alle buren kennen hem. Hij is gewoon zichzelf en zegt wat hij zeggen wil. Hij is het mannetje hier. (Een sympathieke vent, trouwens, ik mag hem wel.) En die wijnman mag dan nieuw zijn, hij gaat echt niet voor hem onder doen. Dus die gaat eroverheen. Hij is nóg sneller.

Nou, gefeliciteerd ermee. Zou hij het zich gerealiseerd hebben, in die seconden durende stilte? Dat less niet more is, in dit geval. Of zou hij alleen maar gedacht hebben: ‘Parbleu, dit soort praatjes hoort niet bij wat men van mij verwacht hier.’ Of zou hij gedacht hebben: ‘Hoe moet H. dit nu vinden? Die hier net is komen wonen en waarvan iedereen dit nu over haar seksleven weet.’ Of zag hij zich ineens met zichzelf geconfronteerd? Dat hij ondanks zijn amoureuze escapades helemaal niet zo’n Latin Lover is. Omdat het maar vijf minuten duurde per keer. Shit.

Eerlijk gezegd volg ik nog steeds amper hoe mannen denken. Ik snap wel dat ze stoer willen zijn en graag over techniek praten. Over telelenzen en computers, en over de levels die ze met games gehaald hebben. Ook weet ik dat de breedste en luidruchtigste gasten meestal de kleinste hartjes hebben. Maar verder begrijp ik er nog altijd weinig van. Daarom lees ik graag blogs van mannen. Misschien dat ik er nog wat van kan leren.

PS1: Voor de heren is er op dezelfde site ook een rubriek over hoe vrouwen denken.

PS2: Kijk, dìt vond ik een leuke man (toen-ie jong was en zijn vrouw nog niet verlaten had.)

Foto: screen shot uit Mad Max II, The Road Warrior, 1981.

Het weer als terminator

Was het in deel 1 van The Terminator? Die filmscène, waarin Linda Hamilton als Sarah Connor en moeder het rasterhek van de speeltuin vast klauwt. Ze staat erbuiten en roept wanhopig waarschuwingen naar de nietsvermoedend doorspelende kinderen. Niemand lijkt haar te horen. Terwijl op de achtergrond het licht geel verkleurt en de lucht in een alles verzengende vuurbal verandert. Ook later in de filmserie gelooft niemand haar. Ik heb het gevoel dat we in het moment verkeren waarop de mensen in de speeltuin verrast opkijken wanneer het onheil al te dicht is genaderd.

Tja, sorry. Ik zag met eigen ogen de eerste sporen al in 1988, tijdens mijn motorreis door Australië. Dat land had voor de komst van de Engelsen in 1788 ook grote droge gebieden. Maar de verwoestijning was toen beslist veel minder dramatisch dan nu. Het was evenmin de eerste keer dat hele wouden op desastreuze schaal werden gerooid. Binnen de Romeinse invloedssfeer ging tot in het Nabije Oosten al een flink areaal tegen de grond. Om niet meer terug te groeien, want daarvoor wordt de regio te intensief bewoond. Op latere reizen volgden andere landen, waar de destructie dag en nacht doorgaat. Ethiopië bijvoorbeeld. En Madagaskar in 2003. Als het ergens 5 voor 12 is, dan daar wel.

Ik heb er moeite mee om ook hier de sporen te zien. Dat is het vervelende als je van mondiale ontwikkelingen op de hoogte bent. Niet dat alle hoop meteen verloren is. We kunnen de gevolgen voor een paar komende generaties uitstellen. Verder vooruit kijk ik liever niet.

Maar wat is dan ‘stoer’? (2)

Het blijft maar in mijn hoofd rondzingen, dus is het nog niet klaar. Die definitie van ‘stoer’ in mijn oude Dikke Van Dale is deels achterhaald. Stoerheid kan zitten in uitstraling, karakter en daden. Bij zowel mannen als vrouwen. Hoe meer kenmerken iemand vertoont, hoe stoerder hij is. Uiterlijke verschijnselen alleen, daar prik je zo doorheen. Als ik een top-5 maak van wat ik bijzonder stoer vind, wordt snel duidelijk hoe het zit. Daar gaan we.

  1. Kinderen baren en ze vervolgens twintig jaar lang een goede start in hun leven geven.
  2. Een onderneming beginnen met minimaal tien man personeel. En die langdurig rendabel maken, zelfs als de economie tegenzit.
  3. Je eigen pad kiezen en volgen, wat er ook gebeurt. Niet zeuren, zelf doen. Maar als je iets echt niet zelf kan, een ander gewoon om hulp vragen.
  4. Fouten onder ogen komen en erkennen ten overstaan van degene die er last van heeft. Het weer goedmaken, voor zover dat kan.
  5. Ook iemand waar je de pest aan hebt als volwaardig mens blijven zien en benaderen.

Tja, daar sta je dan met je leren jasje en je stoere laarzen. Al kunnen ware stoerheid en uiterlijkheden best samengaan. Denk maar aan Mad Max, zoals hij werd vertolkt door Mel Gibson in The Road Warrior. Stoerder dan zo kom je ze zelden tegen, zelfs in Australië. Waarom anders denk je dat ik vijf keer naar dat land toe ben gegaan?

En nog is het laatste woord niet gezegd over stoerheid.

Mad Max: Fury Road, een recensie

De nieuwste Mad Max is als vanouds mind blowing. Ga deze film zien als je van auto’s, roadmovies en fenomenale over the top races houdt. Ook in deel vier denderen de overweldigende scenes in razend tempo voort. Verwacht geen uitgebreid verhaal. Aan de post-apocalyptische wereld van Mad Max maakt regisseur George Miller weinig woorden vuil. En waarom zou hij? Alles draait om actie in deze driedimensionale uitvoering.

En toch. ‘Ook een actiefilm kan kunst zijn. Mad Max is een doorlopende achtervolging, een ballet van vuur en staal.’, volgens NRC-recensent Coen van Zwol. Vertel mij wat.

Gelaagdheid
Mad Max is slechts ogenschijnlijk oppervlakkig vertier. Elk deel heeft diepere lagen en zit vol uitgewerkte details. Die details komen in moordend tempo voorbij, maar kenmerken de hoge kwaliteit. Je ziet dat pas als je de film meerdere malen bekijkt of stilzet. Gelaagdheid zit verscholen in wat deze film representeert: de Australische outback, facetten van menselijke relaties en een afspiegeling van onze maatschappij. Woody Allen filmt een dialoog van twintig minuten waar George Miller dezelfde lading geeft aan een terloops gebaar. Hij biedt kijkers ruimte voor eigen inlevingsvermogen en fantasie. Dat is juist bijzonder subtiel.

Vooruitziende blik
Mad Max films hebben voorspellende waarde. Dat heeft George Miller al bewezen met deel twee: The Road Warrior uit 1982. Daarin zie je wat er kan gebeuren als de strijd om cruciale grondstoffen echt losbarst. Je hoeft slechts te denken aan hoe wij mensen ons bij schaarste gedragen. In dat deel gaat het om olie. De Golfoorlog brak in 1990 uit. Ik zie nog de beelden van zwartgeblakerde, verwrongen en uitgebrande wrakken langs een stoffige woestijnweg in Irak.

Creativiteit
Sommige scenes vind ik ronduit geniaal. Zoals die in Fury Road, waarin de motor van de truck met brandstof wordt ‘beademd’. Maar hoe inventief ook, vaak borduurt George voort op wat al bestaat. In dit deel loopt de truck op een gegeven moment vast in een moeras. Het lijkt de enige plek waar nog een teken van leven is. Vreemde wezens op steltachtige benen en krassende kraaien. Een ongenaakbare dode boom met uitgestrekte takken in een desolaat landschap. Duh. Erfenisje van Salvador Dali.

Rode draden in het verhaal
Geraffineerde details kenmerken de sequentie in Mad Max films. Denk aan zijn jas. Of aan het kleine zilveren muziekdoosje met draaihengsel in deel twee en vier. Ook het fragment one man one bullet is er weer. En kijk eens goed naar die motorrijder met indringende blik en woeste haren uit deel één. Hij, acteur Hugh Keays-Byrne, keert onherkenbaar terug als cultleider Immortan Joe in deel vier.

Een hoop onzin?
In de vroege jaren tachtig hadden Mad Max films nog geen cultstatus. Dat blijkt wel uit het relaas van Australische actrice Joy Smithers. Zij maakt na ruim 35 jaar eindelijk haar entree als een verwante van Imperator Furiosa. In 1979 hadden Joy’s ouders haar als minderjarige verboden om de rol van Max’ vrouw te vertolken. ‘They just thought I might get run over. From a normal working class family who doesn’t have a lot to do with the entertainment industry, they just thought it was a lot of rubbish.’ (http://www.dailytelegraph.com.au)

De beste roadmovie ooit
Voor mij zal The Road Warrior de beste roadmovie ooit blijven. De briljante, zenuw- slopende achtervolgingsscènes maken nog altijd een verpletterende indruk. De adrenaline spat eraf en wordt versterkt door opzwepende theatrale muziek. Mad Max’ wereld werd bevolkt door zonderlinge types in bizarre voertuigen. Het was zuurstokroze eighties schoudervullingen meets kinky SM meets outrageously punk. Bovendien was Mel Gibson toen nog woest aantrekkelijk. En dan was er de heerlijk gestoorde rauwe Australische humor. Mad Max was iets nieuws en vreemd origineel.

Een typisch Australische film
Mad Max is onlosmakelijk verbonden met Australië. Alles zit erin. Het magnifieke uitgestrekte landschap als decor. De afgelegen eilandmentaliteit die leidt tot opmerkelijke creativiteit. De moeizame start van een strafkolonie en hoe dat nakomelingen van gevangenen en vroege kolonisten heeft gevormd. Het ruwe bestaan in de desolate Outback vereist onverbiddelijk zelfredzaamheid. Dat zie je in elke film terug. Net als de hilarische situaties bij lokale drag car races. Want het moet wel leuk blijven natuurlijk. (What a lovely day!)

Aanmerkingen
Is er dan niets wat ik minder vind? Ja, toch wel. Mad Max moet het vooral van de spectaculaire achtervolgingen hebben. Deel drie, Mad Max Beyond Thunderdome vond ik te glad Amerikaans. En in Fury Road komt Tom Hardy als de nieuwe Max onvoldoende uit de verf. Zijn metalen masker had veel eerder in het verhaal af gemogen. Ik had meer van de mimiek in zijn gezicht willen zien. Waar Mel onderhuidse humor meekreeg, moet Tom het doen met een zuinig mondje. Jammer, want volgens andere beelden heeft hij de juiste uitstraling wel.

Zoveel jaar later
De eerste Mad Max films verschenen in een ander tijdperk. Begin jaren tachtig heerste nog de zondagsrust in het dorp waar ik woonde. Ik vermoed dat die spectaculaire films uit het onbekende droomland menigeen overrompelde. En vergis je niet, vanwege de Koude Oorlog was een apocalyptische dreiging reëel.

De manier waarop ik nu naar Mad Max kijk, is onvergelijkbaar met 35 jaar geleden. Intussen heb ik zelf 35 jaar roadmovie doorleefd. Ik word al wat grijs. Maar de aantrekkingskracht van deze lone rider blijft.

De beste film ooit

Tijdens een etentje vraagt iemand welke film ik de beste vind die ooit is gemaakt. Hm …, tja …, goh. Mijn geheugen laat mij hopeloos in de steek. Sommige films lieten zeker een verpletterende indruk achter. Toch ben ik in de loop der jaren veel details kwijtgeraakt. Mijn tafelgenoten kunnen zo een analyse geven van hun favoriete films. Ze kennen de naam van elk personage. Daar zit ik dan als echte filmliefhebber, met mijn mond vol tanden.

Er schiet mij overigens wel direct een film te binnen, maar of dat nu de beste is? Wat als je toevallig van roadmovies houdt of ‘iets’ met de filmlocatie hebt? Dan draait het eigenlijk meer om persoonlijke smaak dan om kwaliteit. Natuurlijk ben ik gevoelig voor knappe acteurs, technische hoogstandjes, meeslepende verhalen en fraaie plaatjes. Alleen kijkt de jury voor de Oscars vast met andere ogen naar films dan ik.

Die vraag over de beste film blijft hardnekkig hangen. Dagenlang zoek ik in de krochten van mijn fragmentarische geheugen naar een antwoord. Veel films trek ik uit de vergetelheid dankzij internet. Het voorlopige resultaat is een lijst van zo’n 65 prachtexemplaren. En nog is die niet compleet. Onder meer omdat vrijwel alle titels  van arthouse films uit ‘obscure’ landen ontbreken.

Vervolgens ontstaat er een dilemma wanneer ik de beste film bovenaan wil zetten. Want aan de top is het dringen geblazen. Bovendien zijn bepaalde films zo ontzettend fout, dat ze binnen hun genre absoluut geniaal zijn. (En wie denkt er dat ik niet van trash hou?) Ik kies zeven categorieën en kom tot de volgende indeling: roadmovies, avontuur/historie, intermenselijke relaties, aangrijpend, fijn/humor, uber trash actie, en jeugdfilms.

Maar om één ding kan ik niet heen. Films verbeelden vaak veel meer dan wat ze ons laten zien. Ze stimuleren fantasie en scheppen zo een nieuw verhaal dat voor iedereen anders is. Kan je daar een waardeoordeel aan koppelen?

Ik besluit dat het weinig uitmaakt welke film ‘de beste’ is. Interessanter vind ik wat een film met ons doet. Mijn lijst laat ik vooralsnog aan jullie verbeelding over. Wil je vertellen welke film voor jou een bijzondere betekenis heeft en waarom? Dan hoor ik het graag.

A desert road from Vegas to nowhere
Some place better than where you’ve been
A coffee machine that needs some fixing
In a little cafe …
Calling You, Jevetta Steele, Bagdad Cafe.

1983 Australië 1985 INXS 1986

Deze week begint de jaarlijkse Top 2000 op radio 2. Dat belooft voor iedereen a trip down memory lane. Als ik een nummer hoor uit 1983, volgt er een kettingreactie. 1983 David Bowie – Let’s dance, met een herkenbare videoclip uit Australië. 1983 is ook Glyfada en een ontmoeting met een Griekse halfgod uit Adelaide.

1983, september. Bij ons is het crisis met hoge werkloosheid, haat en nijd tussen de VS en de USSR, plus zure regen. En daar komen nog 48 kruisraketten bij. In 1983 vertelt de Grieks-Australische halfgod over zijn land. Schitterende natuur, schone lucht, relaxte mensen, ruimte en werk genoeg voor iedereen. En de zon schijnt altijd. Het lijkt verdorie wel het beloofde land.

Wat wist ik toen van Australië? Ik zag een wereldbol met op die plek een zwart gat. Mad Max met Mel Gibson was er opgenomen. Ik dacht dat de skippybal ervandaan kwam. Misschien door Skippy de kangoeroe. Dat was het zo’n beetje. Maar het zaadje was geplant en Oz liet mij niet meer los. Helaas was Australië wel een beetje prijzig om naartoe te reizen. Een vliegticket kostte toen al drie karige maandsalarissen.

1985. Live Aid met vanuit Australië een allereerste blik op een live concert van INXS. Wow, dat klinkt goed!

1986, februari. Ik krijg een nieuwe baan, de crisis is voorbij en ik ga ineens duizend gulden per maand meer verdienen. Als ik aan mijn eerste werkdag begin, is mijn chef er niet vanwege zes weken vakantie in Nieuw-Zeeland. Oké. Het duurt ongeveer één seconde om na te denken en dan is mijn reis naar Australië een feit.

1986, 29 september. Ik ben op rondreis door de oostelijke helft van Australië. Elke dag ergens anders; vandaag in Melbourne, morgen naar Adelaide. En wat lees ik ’s avonds in de krant? 29 & 30 September, INXS, Apollo Stadium Adelaide! Hoe kom ik nog aan een kaartje? Er volgt een half slapeloze nacht en een hele dag in de bus naar Adelaide, 933 kilometer verderop. Ik krijg leuk gezelschap van iemand uit Singapore en een architect uit Perth. Hij doet onderweg voor mij navraag, maar het concert is uitverkocht. Daar laat ik mij toch zeker niet door tegenhouden. Dus ik ga na aankomst ’s avonds gelijk van het busstation naar het hotel, spullen droppen, en hop een taxi in naar het Apollo Stadium buiten het centrum. Met hartkloppingen, dat wel. Blijkt er in Australië helemaal geen zwarte handel in kaartjes te zijn. Krijg nou wat. Maar ik heb een engeltje bij me. Want één van de stoere jongens die ik aanspreek, blijkt een roadie te zijn. En hij geeft mij een backstage kaart, waarmee ik ook het hele concert kan zien.

Ja, laat die Top 2000 maar komen, dat wordt weer volop dagdromen.

Heb jij in de jaren tachtig ook zoiets bijzonders meegemaakt down under? Laat het mij weten. Ik kijk uit naar jouw verhaal.