‘Niemand luistert’, zegt zij

We wandelen in de Millingerwaard en zij is wat jonger dan de rest. Aanvankelijk loopt ze op met andere mensen in de groep. Vervolgens blijft ze als een zwaan-kleef-aan bij mij. Ze houdt halt terwijl ik een aantal foto’s maak. En ze wacht als ik een stukje achterop raak. Overal waar we tijdens de pauzes stoppen, duikt zij aan dezelfde tafel op. Oh, ze is best vriendelijk, maar wel graag aan het woord. Wanneer ik zelf ergens over begin, praat zij al gauw door mij heen.

Zou het liggen aan mijn zachte stem? Sommige mensen horen nu eenmaal slecht. Dat kan komen door het vele rumoer waaraan stadsbewoners worden blootgesteld.

‘Veel mensen in deze groep luisteren niet.’, zegt ze op een gegeven moment. Opmerkelijk, maar terecht.

Wat hier gebeurt, is inderdaad extreem. Deze keer heeft zeker de helft van de wandelaars een ‘gehoorprobleem’. Alsof niemand de ander nog hoort, waardoor iedereen in het luchtledige praat. In het buitenland ervaar ik dit zelden zo, hoe rumoerig het daar ook kan zijn.

Hallo hallo …

Als de zoon van de buurman

Hoe zou het zijn, als je kind bent van ouders die zich niet geliefd maken bij de buren? Je moeder is inmiddels overleden. Zij stond bekend als een moeilijke vrouw. Dat was ze al voordat ze steeds meer ging mankeren. En je vader is nu hoog bejaard. Hij kan botte uitspraken doen en star reageren. Dat zeg je zelf.

Hoe zou het zijn, als zoon van ouders die met jou en je zussen nauwelijks contact onderhouden? Je vader belt enkel wanneer hij je nodig heeft. Je spreekt hem verder alleen indien je hem zelf belt. Nooit zal hij uit zichzelf vragen hoe het met je gaat. Het lijkt hem niet te interesseren. Een van je zussen ziet hij nooit. Wel kwam je jongste zus enige tijd wat vaker bij hem logeren. Maar dat was omdat zij hier tijdelijk studeerde.

Je bent een man van begin vijftig. Samen met je zoon werk je in je vaders’ tuin wanneer de buurvrouw naar je toe komt. Je kent haar niet en ze vraagt of je familie bent van haar buurman. Want in de vijf jaar dat zij hier woont, heeft zij jullie hier nog nooit gezien. Je bevestigt de onderlinge verwantschap.

Waarna de buurvrouw vraagt of je vader over haar verteld heeft. Je hebt inderdaad iets vernomen over problemen met de riolering. Je ziet hoe gespannen zij is, maar ook dat ze met je wil praten. Ze begint over de erfgrens en over wat er volgens haar mis is.

Zou je zo vaker worden benaderd, als je ouders het bij anderen verpest hebben? Zouden sommigen je er persoonlijk op aankijken? Zou je je er opgelaten door voelen, in het bijzijn van je zoon? Zou je koel blijven? Zou je tegen opmerkingen ingaan? Of zou je ze bevestigen, mits zaken kloppen en er rustig over wordt gesproken?

Zou je je voor je ouders schamen? [‘Is mijn vader lastig?’, vroeg hij later aan mij, toen de spanning eenmaal was verdwenen.]

Of ervaar je opluchting, als je eindelijk met de buurvrouw over de situatie kan praten? Omdat je als enige van de kinderen verantwoordelijkheid voelt voor je vader. En omdat er direct herkenning ontstaat, wanneer je open en eerlijk bent.

Jij en je zussen hadden gehoopt dat vader zich als weduwnaar vrijer zou gedragen. Want de laatste jaren van haar leven moest hij vooral voor moeder zorgen. Maar hij onderneemt niets. De wil is er niet meer.

[‘Het zal waarschijnlijk niet lang meer duren.’, zegt de zoon zachtjes, zodat de vader het binnen niet kan horen.]

Hou dat ongevraagde advies maar

Een van de vrijwilligers voor werkzoekenden twijfelt al jaren welke kant zij op wil met haar carrière. Het lijkt voortdurend alsof zij om advies verlegen zit door de weifelende manier waarop zij praat. Dus is er altijd wel iemand die haar voorziet van goedbedoelde raad. Alleen dat is niet de bedoeling. ‘Advies is als een klap in mijn gezicht’. Zo ervaart zij dat. Ze beseft nauwelijks hoezeer haar houding bij anderen de behoefte oproept om advies te geven.

Ongevraagd advies geven is een riskante bezigheid. Toegegeven; ik maak mij er soms ook schuldig aan. Het wordt je vaak niet in dank afgenomen. Op de ontvanger komt het namelijk al gauw dominant, betuttelend en bemoeizuchtig over.

Zelf zit ik evenmin te wachten op ongevraagd advies. Toch denken anderen kennelijk dat ik daar behoefte aan heb. Een goede verstaander zou aan mijn toon of vertelstijl best kunnen afleiden dat advies onwenselijk is. Dan wil ik slechts mijn verhaal kwijt, meer niet. Maar veel raadgevers beginnen eerder met praten dan met luisteren, vandaar.

Ben jij ook zo iemand die ongevraagd advies wil geven? Vraag jezelf dan eerst af waarom je dat wil. Want wat zijn je achterliggende beweeg-redenen? Wil je de ander werkelijk helpen? Of wil je jezelf bewijzen? Wil je de ander afhankelijk maken? Voel je je soms superieur? Zie je de ander wel staan? Misschien wil je die ander vooral corrigeren op basis van je eigen normen en waarden. Deze zouden weleens kunnen afwijken van wat de adviesontvanger belangrijk vindt.

En als je beslist advies wil geven, vraag jezelf dan ook eerst af of je goed hebt geluisterd naar de ander. Klopt het wat je denkt dat je begrepen hebt? Verifieer dit gewoon. Want voordat je het weet, ontstaat er een misverstand.

En als je dan toch per sé advies moet geven, weet dan dat de ander volledig vrij is om het advies naast zich neer te leggen. Want die ander heeft helemaal niet om jouw advies gevraagd. En het gaat tenslotte om zijn of haar eigen leven.

Voor de goede orde: ik heb niemand gedwongen om tot hier te lezen. Daarom volgt hier mijn welgemeende raad over advies geven. 😉

Wees oprecht belangstellend. Luister. Leef je in. Begin niet gelijk over jezelf. (Nee, ook niet met voorbeelden uit je eigen leven.) Toon begrip en vel geen oordeel. En tot besluit: check of de ander advies wenst. Dan help je iemand echt.

Levenslessen: (5) Blijf open en nieuwsgierig

Aan sommige levenslessen moet je een leven lang blijven werken. Ik tenminste wel. Zoals deze, in mijn persoonlijke serie belangrijkste levenslessen:

Levensles 5. Blijf open en nieuwsgierig

Ga een gesprek in met open vizier. Luister zonder (voor)oordeel. Luister met aandacht en oprechte belangstelling. Vanuit nieuwsgierigheid. Wees stil en hoor de ander. Vraag door. Vraag waarom. Vraag door op dat waarom; zo vaak als nodig is. Net zo lang tot je bij de kern komt. Om te leren en te begrijpen.

Wanneer je je open opstelt en nieuwsgierig bent, maak je jezelf kwetsbaar. Daardoor ontstaat er ruimte voor verbinding en inzicht.

Niet dat mij dat altijd lukt, hoor. Maar ik blijf het proberen, omdat ik niet wil vastroesten qua denkbeelden. Een flexibele en nieuwsgierige geest ervaart meer diepgang en plezier in het leven.

Streekgeluiden uit vroeger tijden

Sinds ik in de buurt van Arnhem woon, voel ik mij soms net een allochtoon. Zodra ik mijn mond open doe, horen de mensen hier meteen dat ik van elders kom. Omgekeerd is het voor mij gissen waar zij precies vandaan komen. Het Ernhems herken ik nu wel. Maar in Gelderland en Twente worden tal van dialecten gesproken. Die verschillen van dorp tot dorp. Vooral tijdens wandelingen op het platteland hoor ik van alles en nog wat.

Ook in onze straat spreken meerdere buren dialect. Zoals de schilder, die ik voor een klusje wil benaderen. Daar moet ik mij wel op voorbereiden, want een gesprek met hem is topsport. Hij praat snel en houdt van grootspraak. Omdat ik hem moeilijk versta, duurt het een paar seconden voordat ik besef wat hij bedoelt. Zijn woorden leggen een heel parcours af door mijn hersenen. Ergens onderweg gaat er dan een luikje van herkenning open. Pas daarna kan ik reageren. Tegen die tijd is hij al bij het volgende onderwerp.

Deze week gaf taalwetenschapper Marc van Oostendorp een lezing over streektalen en dialecten. Hij verwacht niet dat ze gauw zullen verdwijnen, maar wel dat ze vervlakken. Taal is continu in beweging, bijvoorbeeld doordat mensen uit verschillende regio’s woorden van elkaar over nemen. Streektalen en dialecten beschouwen we echter steeds bewuster als onderdeel van onze identiteit. Dit zie je terug in de groeiende waardering voor lokale muziek. Zo functioneert dialect eveneens als een soort Geuzentaal.

Herman Finkers is overigens een geval apart. Hij heeft van huis uit ABN geleerd, omdat zijn ouders dachten dat hij daardoor betere kansen zou krijgen. De teksten voor zijn optredens schrijft hij eerst op in het Nederlands. Vervolgens zet hij alles om in het Twents dat zijn oma sprak. Van Herman wordt dit geaccepteerd, maar westerlingen zouden dit niet moeten proberen. Zo gevoelig liggen taalkwesties wel.

De website van het Meertens Instituut bevat een goudmijn aan geluidsopnamen van streektalen en dialecten uit onder meer Nederland, België en Frankrijk. Alleen al van Leiden staan er zeventig gesprekken op uit de jaren zeventig. Vaak komen ouderen aan het woord, die over het leven van vroeger vertellen. Op de achtergrond hoor je vogeltjes zingen en kopjes rinkelen terwijl de mensen om tafel zitten.

Bij mij roepen de opnamen vooral nostalgische herinneringen op. In die tijd kon je nog spontaan bij buren, vrienden en familie langsgaan en een bakkie doen. Aan het Leids merk ik hoe de manier van praten in de afgelopen vijftig jaar is veranderd. Zelfs hoor ik dat de geïnterviewden beschaafder praten dan normaal. Er zitten tenslotte ‘deftige’ onderzoekers van de universiteit in de huiskamer.

De Dialectenbank is ideaal voor wie buiten zijn geboorteregio woont en af en toe iets vertrouwds wil horen.

Levenslessen rond het jaaruiteinde

Op kerstavond zitten we aan de feestelijk gedekte tafel. Zes mensen samen, waarvan er vier elkaar niet of nauwelijks kennen. We zijn vrienden van een gastvrij paar. Aan gespreksstof is geen gebrek. Toch heeft de gastheer voor de zekerheid een speldoosje naast zich liggen. Het zit vol kaarten met prikkelende vragen. Zodra het even stil is, trekt hij een kaart. En wel deze: ‘Wat is de belangrijkste les in jouw leven?

Een week later spookt die vraag nog steeds rond in mijn hoofd. In deze periode van terugblikken en bezinning kan je het houden bij oppervlakkige feiten. Zo van: dit was het plan, dat heb ik gedaan. Check. Mooi hoor. Maar wat heb je daaraan?

Waarom schrijven we over onze ervaringen en gedachten? Waarom willen we dat ze worden gelezen door anderen? Wat is hier nieuw aan? Van de oude Grieken en Romeinen tot aan Bredero en Shakespeare. Zij zijn ons allemaal voorgegaan. Alle belangrijke levenslessen hebben zij al neergepend. Wat voegen wij nog toe aan hun woorden?

Ik denk dat we worden aangespoord door de tijdgeest. De menselijke aard blijft door de eeuwen heen vrijwel onveranderlijk. Maar wij zoeken naar manieren om met actuele situaties om te gaan. Onze leefomstandigheden zijn door intensieve globalisering en digitalisering aanzienlijk veranderd. We staan wereldwijd met alles en iedereen in verbinding. In onzekere tijden kan dat juist ons gevoel van saamhorigheid ondermijnen. Het knusse imago van vroeger lijkt verder weg dan ooit.

Als ik dit bijna voorbije jaar in één woord moet typeren, dan is het dit: miscommunicatie. Moedwillig of onbewust; uit machtsbesef, angst of onmacht. Miscommunicatie is van alle tijden. Maar met de huidige middelen kunnen de gevolgen wel veel verder reiken.

Aan ons de taak om aandachtiger te luisteren. Om vaker vragen te stellen. Om situaties beter te ontrafelen. Zodat we achterliggende beweegredenen kunnen zien voor wat ze zijn. En dan …

Misschien schuilt daarin het begin van een levensles. Welke belangrijke levensles wil jij voor 2020 doorgeven?

Een telefoontje maakt het verschil

Is het echt zo’n groot probleem? In het ergste geval ben ik duizend euro kwijt en wordt dit een heel gedoe. Op een mooie decemberdag bestel ik bij Expert een nieuwe wasmachine. Via de website van deze witgoedketen plan ik gelijk de levering en plaatsing. Kort daarna belt de winkelier. Of het twee dagen later mag. Dat mag. Meneer benadrukt dat ik langer garantie krijg, als ik de machine bij de producent registreer.

Deze wasmachine is bij uitstek geschikt voor op een houten vloer. Daar heb ik dit merk speciaal voor uitgezocht. In de week voor kerst zal het apparaat worden gebracht en een timmerman maakt dan een klus af. Bij elkaar stemt dit tevreden.

Op woensdagochtend komen de bezorgers. Oude machine naar beneden; nieuwe machine naar zolder. Ik loop gelijk met hen mee naar boven, om te volgen wat ze doen. Mijn splinternieuwe wasmachine komt op een houten vloer te staan, met daaroverheen harde, vaste vloerbedekking.

Wat opvalt, is dat de monteur geen waterpas gebruikt en niets met de pootjes doet. Dus vraag ik of de wasmachine zo stabiel staat. Hij pakt hem aan de bovenkant beet, maakt een schuddende beweging zonder dat het apparaat zich verroert, en zegt dat hij vast staat. Oké. De monteur start een reinigingsprogramma en vertrekt met zijn maat.

Zodra ze weg zijn, leg ik een knikker op het apparaat. De knikker blijft rustig liggen. Ook neem ik de gebruikshandleiding door. Ergens staat iets over pootjes instellen en dan een schroef tegen de onderkant van de machine vastdraaien. Dit ter voorkoming van trillingen. Maar terwijl de machine zijn programma afdraait, is het aangenaam stil. Hij werkt en ik vul op de website het registratieformulier in.

Bij de eerste wasbeurt gaat alles goed, tot hij begint te centrifugeren. Dan maakt hij kabaal en schudt flink heen en weer. Het schudden is aanzienlijk erger dan bij mijn oude wasmachine. Niet normaal meer. Gelukkig staat het apparaat op stroeve vloerbedekking en verschuift hij niet. Maar alles trilt. Ik kan zelfs voelen hoe de plafondplaten van de ondergelegen badkamer vibreren. Het is tamelijk beangstigend.

En het benauwt mij steeds meer. Niet alleen vanwege de vloer, maar ook vanwege potentieel gedoe met de fabrikant en de winkelier. Zij gaan vast naar elkaar wijzen, of zeggen dat het wel aan mijn vloer zal liggen.

Wie moet ik trouwens bellen? De e-mail komt uit ’s-Heerenberg. Op de meegestuurde factuur staat Rheden als filiaal, waar ik de machine ook besteld. De man die mij belde, deed dat vanuit Doetinchem. En de monteur komt van de winkel in Dieren. Of moet ik contact opnemen met het hoofdkantoor van de importeur?

Op vrijdagochtend bel ik het nummer in Doetinchem. Het is op dat moment topdrukte in de winkel. Ik vertel over mijn bevindingen en vraag wat daaraan gaat worden gedaan. De medewerker luistert met een half oor.

En jawel: ‘Als u stoeptegels onder de machine legt, vermindert dat de trilling.’ Plus, nadat ik vertel dat ik vrees voor schade aan mijn vloer: ‘U kunt de machine intussen best gebruiken; een beetje trilling is normaal.’ Extra complicerend is dat ik nergens anders in huis een wasmachine kwijt kan. Hij moet dus wel op die houten vloer staan.

Maar meneer zal overleg plegen en mij spoedig terugbellen, wat hij inderdaad doet. Hij meldt dat hij een mailtje naar de importeur heeft gestuurd. (Dus nu is het gepingpong begonnen. Want het is toch de monteur van de winkelier die de wasmachine heeft geïnstalleerd?) ‘Het komt goed’, zegt hij.

Voor de zekerheid bel ik een kwartier later of hij een cc-tje kan sturen. Helaas, het betrof het webformulier van de importeur. ‘Dat komt wel goed.’ Zou het? Ik ben alles behalve gerust dat mijn klacht correct is verwoord, en vul ook zelf dat formulier in. Intussen is de importeur die vrijdagmiddag telefonisch onbereikbaar. Zo ga ik gespannen het weekend in.

De onrust verergert helemaal, als blijkt dat ruilen of retourneren bij de winkelier niet langer mogelijk is. Want, instinker: zodra je een apparaat voor garantie bij de producent hebt geregistreerd, neemt de winkelier hem niet meer terug. Is dat gangbaar? Dit had ik totaal niet verwacht.

Afijn, vandaag sprak ik eindelijk een medewerkster van de importeur. Echt, wat kan één zo’n gesprek een verschil maken. Deze medewerkster toonde begrip en luisterde beter naar mijn verhaal. Ze bevestigde meteen dat de pootjes van een nieuwe wasmachine moeten worden afgesteld. En zij snapte hoe vervelend het is als je van de één naar de ander wordt gestuurd. Over een week komt de monteur. Als de machine inderdaad onzorgvuldig is geplaatst, stuurt de importeur de rekening naar de winkelier.

Nu maar hopen dat het goedkomt.