Wegdromen met muziek

Er hangt een mooie jurk in de etalage en ik loop de winkel in. Binnen zijn er nog meer feestelijke kledingstukken te zien. Uitgaanskleding die ik associeer met nachten doorgaan en vertier. Gedachten doemen op door een lied op dat achtergrond klinkt. Het nummer vangt mijn aandacht, neemt de regie en sleept me mee. Dat overkomt mij wel vaker met muziek.

Zonder nog iets te zien, blijf ik rond dralen, net zolang totdat het nummer afgelopen is. Ik ken de melodie wel, maar de titel helaas niet. Daarom prent ik een fragment uit het refrein in mijn brein:

‘Sugar, how you get so fly?’

‘Sugar, how you get so fly?’ Wat een rare zin. Toch zit er duidelijk een ‘f’’ in. Even later verheldert Google alles. En de videoclip? Die is heel puberaal en cliché-achtig, maar ook herkenbaar en best wel grappig. Moet je gewoon ff zien. 😉

Ontspannen de operatiekamer in

Bij die binnenoogpretjes van vorige week heb ik jullie op het verkeerde been gezet. Een heerlijk droog stukje over een medische ingreep; zo werd het getypeerd. Wat ik er niet bij heb verteld, is dat ik ternauwernood een aanval van hyperventilatie heb onderdrukt. Beter gezegd: zelfs dat is niet gelukt. De hele behandeling duurde hooguit een minuut en ik heb de injectie met het gas in mijn oog niet eens gezien of gevoeld. Maar het idée, terwijl je volledig aan anderen mensen overgeleverd bent.

Dus toen ik gisteren weer voor controle in het ziekenhuis was, en bleek dat mijn oog toch moest worden geopereerd, en de oogarts meteen een opdracht tot reserveren gaf, en ik bij de balie te horen kreeg: ‘Er is misschien vanmiddag een plekje vrij, maar met zekerheid kunt u morgen om 8.30 uur worden geopereerd.’, toen voelde ik direct weer een paniekvlaag door mijn lichaam gaan. Zo een die acuut misselijk maakt. [Rustig blijven ademhalen nu. Kalm nou.] Ik zei: ‘Doe die van morgen maar.’

Ik ken mezelf, want ik heb al eerder een paar bijna-paniekaanvallen gehad. Een keer in Sevilla, toen ik dacht dat er een inbreker op het balkon van mijn hotelkamer stond. En een keer toen het water van de badkamer recht door het plafond van mijn woonkamer naar beneden kwam. De resterende voorvallen heb ik verdrongen, want in geen van die situaties reageerde ik adequaat. Dus God mocht weten wat ik zou doen als ik in de operatiekamer door een paniekaanval zou worden overmand.

Trouwens, zo’n oogarts wil liever ook geen gedoe. Die staat daar met zijn operatieteam klaar en dan doet een patiënt ineens raar. Maar om een narcose vraag je in tijden van corona ook niet zomaar. Daar zijn wachtlijsten voor. En ‘iedereen’ ondergaat zo’n operatie gewoon bij volle bewustzijn. Bovendien is het lopendebandwerk, dus waar maak je nou zo’n heisa van. Dat hield ik mezelf voor.

Van ellende heb ik een hele avond lang aan alle ontspanningsoefeningen gedacht, die ik ooit heb geleerd. Ogen sluiten, naar je ademhaling luisteren, je van je hele lichaam gewaar worden en alles goed vinden. Dus geen oordelen vellen. Maar op de operatietafel moet je je ogen juist open houden en als ik aan andere dingen denk, hou ik ze niet stil.

Daarna heb ik aan de meest ontspannen momenten in mijn leven gedacht. Op het strand van een tropisch eiland mijn haren wassen in een enorme regenbui. Op een warme rots liggen in een Australische rivier terwijl het lauwwarme water langs mijn lichaam stroomde. De ultieme stilte in de krater van de Pico del Teide, toen ik nog geen tinnitus had. Op een bankje genieten van de eerste warme voorjaarszon. De rustgevende muziekjes die je in elk zweverig toeristenwinkeltje op Bali hoort. Enzovoort. Maar daaraan denken in een operatiekamer hou ik nog geen drie seconden vol.

Daarna kwam er een andere gedachte in mij op. Want waarom zou je zo’n ingreep met hartkloppingen en gierende zenuwen moeten doorstaan? Daar bestaan toch kalmerende middelen voor. Half Nederland is aan de pijnstillers, kalmerende middelen, drugs en alcohol. Dan mag je bij uitzondering toch ook wel eens een pilletje slikken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb oxazepam gekregen en daarna werd ik al gauw kalm.

Echt, dat calvinistische gedoe is nergens goed voor. Bij de eerstvolgende oogoperatie vraag ik er weer om.

Hou dat ongevraagde advies maar

Een van de vrijwilligers voor werkzoekenden twijfelt al jaren welke kant zij op wil met haar carrière. Het lijkt voortdurend alsof zij om advies verlegen zit door de weifelende manier waarop zij praat. Dus is er altijd wel iemand die haar voorziet van goedbedoelde raad. Alleen dat is niet de bedoeling. ‘Advies is als een klap in mijn gezicht’. Zo ervaart zij dat. Ze beseft nauwelijks hoezeer haar houding bij anderen de behoefte oproept om advies te geven.

Ongevraagd advies geven is een riskante bezigheid. Toegegeven; ik maak mij er soms ook schuldig aan. Het wordt je vaak niet in dank afgenomen. Op de ontvanger komt het namelijk al gauw dominant, betuttelend en bemoeizuchtig over.

Zelf zit ik evenmin te wachten op ongevraagd advies. Toch denken anderen kennelijk dat ik daar behoefte aan heb. Een goede verstaander zou aan mijn toon of vertelstijl best kunnen afleiden dat advies onwenselijk is. Dan wil ik slechts mijn verhaal kwijt, meer niet. Maar veel raadgevers beginnen eerder met praten dan met luisteren, vandaar.

Ben jij ook zo iemand die ongevraagd advies wil geven? Vraag jezelf dan eerst af waarom je dat wil. Want wat zijn je achterliggende beweeg-redenen? Wil je de ander werkelijk helpen? Of wil je jezelf bewijzen? Wil je de ander afhankelijk maken? Voel je je soms superieur? Zie je de ander wel staan? Misschien wil je die ander vooral corrigeren op basis van je eigen normen en waarden. Deze zouden weleens kunnen afwijken van wat de adviesontvanger belangrijk vindt.

En als je beslist advies wil geven, vraag jezelf dan ook eerst af of je goed hebt geluisterd naar de ander. Klopt het wat je denkt dat je begrepen hebt? Verifieer dit gewoon. Want voordat je het weet, ontstaat er een misverstand.

En als je dan toch per sé advies moet geven, weet dan dat de ander volledig vrij is om het advies naast zich neer te leggen. Want die ander heeft helemaal niet om jouw advies gevraagd. En het gaat tenslotte om zijn of haar eigen leven.

Voor de goede orde: ik heb niemand gedwongen om tot hier te lezen. Daarom volgt hier mijn welgemeende raad over advies geven. 😉

Wees oprecht belangstellend. Luister. Leef je in. Begin niet gelijk over jezelf. (Nee, ook niet met voorbeelden uit je eigen leven.) Toon begrip en vel geen oordeel. En tot besluit: check of de ander advies wenst. Dan help je iemand echt.

Zo zonde van de tijd

Uiterwaard Ewijk wandeltocht

We ontmoeten elkaar in 2015 voor het eerst tijdens een wandeling. Ik woon hier dan zes maanden. Haar huis staat op dat moment al jaren te koop. De woningmarkt zit op slot en de verkoop schiet niet op. Deze situatie beheerst haar. Want de verkoop hangt samen met haar scheiding. Ze wil weg daar. Weg van die plek met al die herinneringen.

Daarna zien we elkaar regelmatig en praten we steevast over onze woonsituaties. Ik ben blij dat ik hier terecht ben gekomen. Zij wacht nog steeds. Jaren later volgt de doorbraak en verhuist ook zij eindelijk.

Onlangs sprak ik haar weer. Het was tijdens die wandeling in de uiterwaard bij Ewijk. Daar woonde zij tot voor kort vlakbij. Nu blikt ze terug. 7 ½ jaar. Zéven-en-een-half-jaar. Zo lang heeft haar leven gevoelsmatig stilgestaan. Zo lang heeft het geduurd voordat zij weer verder kon gaan, dankzij de verkoop van haar woning.

Ik ken dergelijke fases. Wachttoestanden of voortslepende situaties waarin maar geen verbetering komt. Intussen verstrijkt de tijd. Leef-tijd. Wat kan je er aan doen? Soms is er geen ontkomen aan.

Zijn we al emotioneel volwassen?

Het valt mij op hoe sommige volwassenen zich als kinderen kunnen gedragen. Typerende kenmerken zijn: geen verantwoordelijkheid willen nemen, egocentrisme en weinig relativeringsvermogen. Al tijden zoek ik naar verklaringen en nu wijst Henk50 op een prachtig begrip: ego-transcendentie.

Volwassenheid houdt in dat je jezelf en je eigen belang kan overstijgen. Als je dat stadium bereikt, bereik je wijsheid. Henk wijst op Judith Viorst, een psychoanalytica die meent dat veel ouderen daarin niet slagen. ‘Ze kunnen vervelend, praatziek, egocentrisch en klaagziek zijn. De wereld draait om hen.’ Maar: ‘Tegelijkertijd kunnen mensen ook veranderen.’, schrijft hij. En dat is waar het mij hier om gaat.

Praat je over ouderen, dan denk ik aan de generatie van mijn vader en moeder. Geboren in de jaren dertig of veertig hebben ze wel of niet bewust de oorlog meegemaakt. Daarna volgden de wederopbouw en de bekrompen jaren vijftig, de revolutionaire jaren zestig en de alternatieve jaren zeventig. In de jaren tachtig werd het bestaan geleidelijk aan zakelijker. De rest is bekend.

Je kan je afvragen hoe de huidige ouderen zijn opgevoed. Want de gezinnen waren groot, sociale zekerheid ontbrak en het leven was hard. Dat doet iets met mensen. En in hun jeugd was er nog weinig wetenschappelijke kennis van pedagogie. Hoe anders is dat nu. Zelfs al maakt een kind geen goede start, dan is er psychosociale begeleiding voorhanden.

Er komen er nu relatief veel boeken op de markt van veertigers en vijftigers die ‘afrekenen’ met hun ouders. Mijn generatie heeft kennelijk iets te verwerken. Niet alles is goed gegaan en daarvan zijn we ons zeer bewust. Want we zien wat opvoeding tegenwoordig inhoudt. Een aantal van ons heeft wel anders meegemaakt. Menige ondermijnende gedachte en blokkade valt rechtstreeks te herleiden naar onze jeugdjaren.

Bij de oudere generatie zullen vast ook de nodige ondermijnende gedachten leven en blokkades bestaan. Alleen was het rond hun vijftigste minder gebruikelijk om naar een coach of psycholoog te gaan. Hoger opgeleiden deden dat misschien. Maar de rest? Die vond waarschijnlijk dat je je niet moest aanstellen. Ze zijn wel flink geweest, maar hebben minder aandacht besteed aan hun persoonlijke ontwikkeling. Hierdoor kan het gebeuren dat ouderen zogezegd vervelend worden en verzuren.

Volgens mijn buurman (die van de rioolperikelen) is mijn roodbladige boom ‘maar lelijk, want er komen geen bloemen in.’ Zijn vrouw had een voorkeur voor bloemen en hij baalt dat ik een andere boom heb gekapt. Ligt het aan zijn beperkte mentale blikveld, of ligt het aan zijn gezichtsvermogen? Ik zou toch zweren dat dit hierboven bloemetjes zijn.

Voor hem komt ‘De kracht van kwetsbaarheid’ van Brené Brown wellicht te laat. Maar andere volwassenen fleuren misschien nog op als ze een spelletje Omdenken doen.

Kleine meevallers geven een rijk gevoel

Geld maakt niet gelukkig; geluk schuilt in kleine dingen. Dat zeggen ze tenminste. Toch droom ik al jaren van een klapper in de Staatsloterij, want geld maakt het leven wel degelijk aangenaam. Deze week had ik enkele meevallers. Het begon op maandag. Die dag had ik een vroege afspraak bij de huisarts.

De wekker gaat en het eerste wat ik doe, is hem met een onhandige zwaai kapot gooien. Fijn. Goed begin. Hij is al vaker uit elkaar gevallen en tot nu toe kon ik hem steeds maken. Deze keer ziet het er ernstiger uit. De digitale cijfers verschijnen slechts half in beeld. Maar zodra ik de batterij eruit haal en terug stop, werkt hij weer. Echt, deze wekker is onverwoestbaar.

Die afspraak bij de huisarts zit mij trouwens dwars. Ze is nogal streng en kordaat, terwijl ik een vaag pijntje heb. Ik had hiervoor al eens eerder een afspraak gemaakt, toen het pijntje verdween. Nadat ik had afgezegd, kwam het pijntje prompt weer terug. Dus maakte ik een nieuwe afspraak. Maar nu is dat vage pijntje opnieuw weg!

Ik moet wat verzinnen. Je kan toch moeilijk ’s morgens om 08.00 uur een afspraak voor 08.20 uur afbellen. Gelukkig heb ik altijd reservekwaaltjes. Ongemakjes die de huisarts vast als aanstellerij beschouwt. Zo’n reservekwaaltje komt nu goed van pas. Ze gaat er nog wat aan doen ook. Kijk, dan voel ik opluchting.

Een ander soort verlichting ervaar ik wanneer ik overtollige spullen wegdoe. Zo bewaar ik al jaren een oud toiletkastje. Deze woning had al een compleet ingerichte badkamer, dus staat het oude kastje in de schuur. Ik wil het kwijt. Maar zonder auto kan ik het moeilijk naar het afvalstation brengen. Zojuist verscheen er een vrachtwagen in de straat om bouwafval op te halen. Ik er naar toe en nu ben ik eindelijk van dat oude kastje af.

Regelmatig voel ik me rijker worden wanneer ik spullen weg kan doen. Waarschijnlijk komt dat door de wetenschap dat er genoeg over blijft.

2019 wijst de weg vanzelf wel

Plannen heeft geen zin. Deze conclusie trek ik na een terugblik op 2018.

  • 3 januari. Onverwachts voltooid verleden in Brabant.
  • Hoogwater in Rijn, Waal en IJssel. Medio april is het 29 graden.
  • Met de warmte komen tien soorten vlinders en ander vliegend spul naar mijn tuin. Zelfs koninginnenpages.
  • Hittegolf na hittegolf. Droogte en laagwater. Veel sproeien en verder kalm aan doen.
  • Neven en nichten reünie. Voor het eerst in 55 jaar samen. Kort voor de dertigste sterfdag van onze oma. Zelf eindelijk terug naar Schaijk, waar jeugdsentiment en familieverleden samenvallen.
  • Nazomer in overvloed. Kilo’s druiven uit de tuin en zakken vol tamme kastanjes. Wie had na alle droogte daar nog op gerekend?
  • Tientallen wandelingen in gezelschap; honderden ommetjes door uiterwaard en bos.
  • Wel zestig soorten zwammen en paddenstoelen ontdekt en op de foto gezet. Terwijl het volgens kenners een slecht jaar voor schimmels was.
  • Totaal 302 logjes geschreven in 2018. Verder niks nuttigs gedaan.

Nuttig. Het nuttige kan toch zo desastreus zijn.
Pas twee keer in mijn hele leven heb ik me volledig in een dans laten gaan.
Totaal naturel, tijdens een concert en dans l’etranger.
Er ligt geen plan meer. 2019 wijst de weg vanzelf wel.

Suspirium – Tom Yorke. Het allermooiste wat 2018 heeft voortgebracht.