De deuren van de kerk

Terugkijkend, was de fascinatie vergelijkbaar met wat je ervaart wanneer je maandenlang een vakantie in een ander land voorbereidt, met plattegronden en reisgidsen, met treintijden en mee te brengen benodigdheden, en historische verhalen leest over gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld, en dan eindelijk de plaats van bestemming bereikt.

Fascinatie, bij die eerste blik op het gebouw en omringende terrein van de Sint-Andreas kerk in Groessen, na lezing van dat oude dagboek, over wat een man tientallen jaren geleden in dat dorp heeft meegemaakt.

Terugkijkend zal ook mijn hang naar nostalgie hebben opgespeeld. Dat weemoedige verlangen naar vroeger tijden en plaatsen, zoals het ergens ooit is geweest. Of alleen in mijn verbeelding, want de werkelijkheid wijkt meestal af.

Er moet iets van herkenning zijn geweest. Zo’n kerk in het hart van een dorp, aan een plein met een café, een pastorie en een replica van de oude waterpomp. Daar waar van oudsher, en immer nog, de gemeenschap bij speciale gebeurtenissen samenkomt. Waren het fragmenten van herkenning uit de televisieserie Dagboek van een herdershond?

Ik ben hier nooit eerder geweest en de beelden uit de serie vervaagden lang geleden. Maar die eerste aanblik van die eeuwenoude vrijstaande kerk. Daar, met dat knisperende grind op de grond. Met die ruime, groene tuin en dat lage stenen muurtje eromheen. Het geheel heeft een magisch beeld in mijn splinternieuwe herinnering gevormd.

Misschien doen de beelden mij denken aan de Zuidbuurtsekerk, of was het iets van het Warmondse Groot Seminarie. Dan heeft mijn geheugen deze beelden met vleugjes vakantieherinnering gecombineerd. Herinneringen uit Frankrijk vooral, want dat land is katholiek.

Wat ik precies aan het geheel het mooiste vind, weet ik nog niet. In tastbaar opzicht: de deuren misschien.

Afgeleid door de kerk

Soms loop je naar een andere kamer toe en ben je daar vergeten wat je er ook alweer kwam doen. Deze week overkwam mij iets dergelijks in een overtreffende vorm.

Ik wil een bezoek brengen aan Groessen om daar een bepaald gebouw te zien. Dus neem ik met de trein naar Duiven en wandel via een fietspad verder. Bij de afslag naar het dorp tref ik een ANWB-informatiebordje aan. Laat daar nu juist een nostalgische afbeelding van het betreffende gebouw op staan. Links van het bordje loopt de spoorlijn Arnhem – Winterswijk. Rechts liggen velden en akkers te dommelen in de zon. Verderop tekent het silhouet van het dorp zich af tegen de felblauwe lucht. Het is een klassieker: zo’n verzameling huizen en bomen met prominent in het midden een kerkgebouw met spitse toren.

In Groessen zelf trekt de kerk van de Heilige Andreas direct mijn aandacht. Het gebouw is eeuwenoud en voorzien van prachtige deuren. Het staat centraal aan het dorpsplein in een ruime tuin.

Daarna wandel ik langs kwekerijen naar de Loowaard toe en verder over de dijk bij de uiterwaard tot voorbij het plaatsje Loo. Met het pontje over de Rijn eindigt de tocht in Huissen en dan wordt het tijd om naar huis te gaan.

Pas thuis dringt tot mij door wat ik heb gedaan. Ik ben helemaal aan het te bezichtigen pand voorbij gegaan!

Een zoethoudertje over begrenzing

Wanneer het op een blog wat stiller wordt, weet je nooit of dat voor even is, of dat het een teken is van het begin van het eind. Zowel als volger als als blogger vraag je je dat soms af.

De reden voor de stilte hier, is dat ik lekker met het onderzoek bezig ben. Al is het veel meer omvattend dan dat. Toen ik vorig jaar samen met een buurman naar een kenner ging bij het Erfgoedcentrum, vertelde de buurman aan die medewerker waar het mij om ging. De man was professioneel genoeg om zijn persoonlijke gedachten te verbloemen. Maar toch meende ik een zweempje van meewarigheid op zijn gezicht te bespeuren.

Misschien is het typisch mannen eigen om zo’n onderwerp gelijk groots aan te pakken. Hij liet dan ook meteen de naam van een megabouwwerk vallen. De Duitse versie van de Chinese Muur, zeg maar. ‘Nee, nee’, zei ik toen, ‘voorlopig gaat het mij alleen om die loopgraven bij ons in de achtertuinen.’ Daarop reikte hij mij een artikel aan uit een plaatselijk historisch tijdschrift, waarin ik wellicht een paar aanknopingspunten kon vinden. Eerlijk gezegd denk ik dat hij dacht dat het daar wel bij zou blijven.

Grappig.

Hij zou eens moeten weten.

Dus toen ik een paar maanden later voor nadere informatie terug kwam, begon er op zijn gelaat al wat meer besef door te schemeren. Nog steeds was het mij vooral om de plaatselijke linie te doen. Plus nog wat graafwerk in de omgeving. Want ja, dat megaproject uit die oorlogsperiode, zo kenmerkend voor een evenzeer nogal megalomane man, was toch wel een beetje veel van het goede. Dat vond ik ook. Daar moest ik mij dus maar niet aan wagen. Dacht ik toen.

Toch is dat moeilijk te doen. Ik bedoel, hoe strak ik het ook afbaken en hoe zeer ik het ook binnen de perken wil houden; sluipenderwijs komt er steeds weer een stukje bij. Alleen die ene gebeurtenis nog. Alleen dat opmerkelijke zijspoortje nog. Alleen die ene plaats er nog bij. Al die deelonderwerpjes zijn relevant en ze dragen bij aan een completer verhaal.

Maar echt, het gaat alleen om dat traject langs de Rijn. Daar blijft het bij.

Nou ja, nu ben ik dus toch over een grens heen gegaan. De Duitse wel te verstaan. Maar verder ga ik niet. Echt niet. Alleen dat ene gebiedje mag er nog bij. Gewoon, omdat het zo toepasselijk is en omdat aan het de Liemers grenst. Oh, had ik dat al verteld: de Liemers valt nu ook binnen mijn onderzoeksterrein. En niet alleen het stukje langs de Rijn …

Afijn, u begrijpt dat het hier voorlopig nog wat stiller dan normaal zal zijn. Van fotografie komt evenmin veel terecht. Maar een plaatje van een ontluikend beukenlaantje kan altijd tussendoor.

Het Tolhuys in het land van Cleef

Circa 25 jaar geleden stuitte ik in Leiden op een voorouder die afkomstig was van ‘het Tolhuys in het land van Cleef’. Dat klonk best mysterieus. Zijn herkomst sprak dan ook meteen tot mijn verbeelding. De jongeman in kwestie was een bakkersknecht, geboren rond 1700. Van lieverlee werd duidelijk waar hij precies vandaan kwam. Want zijn zus vond eveneens een partner in Leiden en zij kwam uit ‘Lobith aan ’t Tolhuijs onder Pruijsen’. Lobith dus, waar vroeger een tolhuis stond.

Sinds die eerste vondst heeft een bezoek aan Lobith altijd op mijn verlanglijst gestaan. Maar ja, hoe gaat zoiets? Je maakt eens een reis rond de wereld. Daarna overwinter je een keer in Zuid-Frankrijk. Vervolgens ga je een halfjaar voor werk naar Kenia. En tussendoor bezoek je landen in Azië en Europa. Voordat je het weet, is er een kwart eeuw voorbij gegaan. Maar Lobith? Ach nou ja, dat is vlakbij en dat blijft daar nog wel even staan.

Na mijn verhuizing in 2015 naar een dorp bij Arnhem kwam ik al dichter in de buurt. Zo waren er een boottocht naar Fort Pannerden en een wandeling in de Millingerwaard. Dat zijn twee locaties in de buurt van Lobith aan de overzijde van de rivier. Ook kwam ik net over de grens in Elten en bij Aerdt  onder Oud-Zevenaar. Maar Lobith bleef een plaats die vooral in mijn gedachten bestond en dan verandert zo’n plaats uit de geschiedenis al snel in een mythologisch oord.

Afijn, Lobith dus, op 2 maart 2021. Ik trof er welgeteld twee bouwwerken aan die daar al in de tijd van mijn voorouders stonden: het gereformeerde kerkje en de schipperspoort. Dat poortje is het allerlaatste overgebleven restje Tolhuis. Gelukkig hebben we het schilderij uit 1672 nog.

Op verkenning in voorouderlijk gebied

Via de familiewebsite ontvang ik een bericht van een onbekende man. Hij schrijft dat we een voorouderlijke familie delen. En hij heeft nog drie oudere generaties ontdekt. Ons voorgeslacht leefde 300 jaar geleden in De Liemers en mijn nieuwsgierigheid is direct gewekt.

In de jaren negentig woonde ik in Leiden en daar bezocht ik wekelijks het archief. Ik vond er toen een huwelijksregistratie uit 1725 van een ‘jongeman van ’t Tolhuys int Land van Cleef’. Bedoeld werd de landsheerlijke burcht bij Lobith. Daar waar Lodewijk XIV in rampjaar 1672 de Rijn overstak. Sindsdien staat die regio hoog op mijn verlanglijst als wandelgebied.

In februari 2019 kwam ik er voor het eerst in de buurt. Onze wandelroute liep vanuit Zevenaar richting de oude Rijnstrangen en onderweg passeerden we Herwen. Ik moet de kerktoren hebben gezien. Een paar maanden later maakte ik een boottochtje naar Fort Pannerden. Onwetend dat er ook in Herwen en Pannerden voorouderlijke sporen en wortels liggen.

Al zijn het wel hele kleine worteltjes, want waar hebben we het over? Mijn voorvader uit het Tolhuis bij Lobith behoort tot de negende generatie. Dus even rekenen: twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders, enzovoort. Dan komen we bij generatie negen uit op 512 voorouders.

Nou ja, er wonen nog altijd nazaten daar. Ik ga binnenkort toch mooi op verkenning op mijn nieuw ontdekte voorouderlijke territoir.

Rietlandschap in de Achterhoek, of de Liemers

Dit jaar staat de Achterhoek op mijn wandelprogramma. De Achterhoek is ruwweg het gebied ten oosten van Zutphen en Arnhem tot de Duitse grens. Ik beschouw het als één van de laatste mooie regio’s van Nederland waar nog veel te ontdekken valt. Je moet er alleen wel snel bij zijn.

Deze week ging de rondwandeling van Zevenaar langs Oude Rijnstrangen naar het Pannerdensch kanaal. In deze streek (feitelijk: de Liemers) liggen uitgestrekte rietvelden en graslanden waar duizenden ganzen en zeldzame vogels broeden.

Op een moeraslandje hoorde iemand een plons en zag ik een beverspoor. Te herkennen aan een modderig pad dat tussen het riet naar het water leidt. ’s Avonds meldde een nieuwsbericht dat de bever zijn territorium uitbreidt in Gelderland.

Ik ken dergelijk rietland uit Zuid-Holland en had dit niet in het oosten verwacht. Het oogt vertrouwd en tegelijk anders. Bijvoorbeeld door de kleur van de aarde en de vorm van de naburige stallen. Zelfs de kracht van de wind bovenop een dijk voelt zachter en warmer. Alles lijkt milder, terwijl het hier harder vriest. En de vliegtuigen ontbreken. Soms hoor je enkel het kalme getuf van een onzichtbaar vrachtschip verderop, dat zich een weg baant door een kromming van het land. Alleen de geur van gierwagens is overal hetzelfde. De boeren hadden het er druk mee.

Juist zij bezorgen mij een gevoel van urgentie. Want daar gaan ze weer, met hun te zware machines over de kwetsbare bodem. Het grasland naast de Oude Rijnstrangen is nu al te droog en de grondwaterstand te laag. Bovendien wordt de A15 verlengd. Die snelweg komt straks precies in dit gebied over het Pannerdensch kanaal heen. Need I say more? Ga dat zien, voordat de rust voorgoed verdwenen is.