Complimenten voor Natalie Righton

Als vaste abonnee wil ik Natalie Righton, journaliste voor de Volkskrant complimenteren. Natalie is de vrouw die Halbe Zijlstra ten val heeft gebracht. De beste man, die zichzelf geschikt vond als minister van buitenlandse zaken, gedroeg zich als was in haar handen. Dacht hij nou werkelijk dat hij op kon tegen het intellect en raffinement van een vrouw die buitenlandcorrespondent is geweest in Afghanistan?

Er zijn maar weinig mensen voor wie ik zoveel respect heb als vrouwen die zich weten te handhaven in een dergelijke oorlogssituatie. Het is een slangenkuil waar belangen en posities continu veranderen. Waar je doorlopend op scherp moet staan. Omdat je nooit weet waar het gevaar vandaan komt en wie je echt kan vertrouwen. En Natalie heeft dat gedaan.

Mijn reizen en verblijfsperioden in het buitenland waren meestal in veilige, hoewel soms erg ongemakkelijke landen. Ik durf te stellen dat ik de mores in het buitenland beter ken dan Halbe Zijlstra. Lees je het beruchte interview met hem in de Volkskrant, dan besef je direct dat hij een speeltje voor de haaien zou worden. Alsof buitenlandse politiek kinderspel is. Meneer werd verblind door zijn overschot aan zelfvertrouwen. Hij ook al.

De Volkskrant biedt overigens evengoed een podium aan mensen met een tegengeluid. Zoals gisteren, toen het debat over Zijlstra nog moest beginnen. Gevraagd of Zijlstra kan aanblijven, zegt Mark Rutte: ‘Ik vind hem geloofwaardig, omdat de inhoud van het verhaal niet ter discussie staat.’ Jaap de Hoop Scheffer sluit zich bij de premier aan. Frits Bolkestein meent dat dit ‘geen politieke consequenties hoeft te hebben’. Hij is een buitengewoon bekwaam minister, alleen past dit helaas niet in dat beeld.’ En Wouter de Winther van De Telegraaf ten slotte: ‘De grootste leugenfabriek staat nog altijd in Rusland.’ Wouter kan dat weten. Je haalt de rotte appels er zo uit.

En nu wordt Sigrid Kaag dan eindelijk naar voren geschoven. Het werd eens een keer tijd, zeg. Want als er nog iemand is voor wie ik heilig ontzag heb, dan is zij dat wel. Ze heeft jarenlang vanuit Beiroet in het Midden Oosten gewerkt. En Libanon is een bolwerk van intriges. Een video over haar diplomatieke benadering staat nog ergens op internet.

Goh, al dit goede nieuws op een voor mij zo legendarische dag. 13 februari 1988. Toen ik rond 02.00 uur ’s nachts aankwam op het vliegveld van Perth, Australië, en daar iemand uit een christelijke wijk van datzelfde Beiroet weerzag.

Ravage

We wandelen in een klein groepje over fraaie bospaden van en naar station Wolfheze via het Bilderberghotel, Heveadorp, kasteel Doorwerth en de Wodanseiken. We, dat zijn vandaag een mevrouw op leeftijd, twee bekenden, ik en de kaartlezeres. Die oudere mevrouw heb ik niet eerder ontmoet. Ze komt uit Amsterdam en heeft een licht getinte huid. Qua uiterlijk en uitspraak kan ik haar niet direct plaatsen.

We gaan op pad. Bij de eerste stop valt mij iets aan haar gedrag op dat zeer vertrouwd voelt. Ze zorgt ervoor dat iedereen prettig zit en biedt ons allemaal wat van haar meegebrachte eten aan. Tijdens het wandelen is ze stil. Maar zodra we zitten, praat ze aan één stuk door. En ergens in haar verhaal dropt ze een zinnetje over haar afkomst. Ze is opgegroeid op Curaçao en haar ouders komen uit Libanon. Aha. Libanon. Gelijk zie ik allerlei beelden van het dagelijkse leven daar voor me. En ik weet het onmiddellijk zeker: in haar schuilt een heel verhaal.

Normaal zou ik terloops een praatje daarover aanknopen. Haar spraakwaterval heeft echter iets weg van een opgeworpen wal. De route is al voor het grootste deel gelopen, wanneer we met zijn vijven op een bankje neerstrijken, met uitzicht op de Wodanseiken. Zij neemt weer het woord. Of liever, ze neemt ons gesprek totaal over en wij krijgen de rol van toehoorder. Wil ik nog wat over haar te weten komen, dan moet ik niet lang meer wachten. Als ze even naar adem hapt, wring ik mij ertussen. ‘Ben je zelf weleens in Libanon geweest?’, vraag ik. ‘Nee’, zegt zij, opvallend kortaf. Het is even stil. ‘Vind je het moeilijk om daar naartoe te gaan?’, probeer ik nog.

Ze gaat plots weer staan. ‘Ja, gaan we nou op de filosofische toer? Kom zeg, daar begin ik niet aan.’ ‘Oké’, zeg ik. Daarna kijken we eindelijk allemaal zwijgend in een soort gespannen rust om ons heen. Voor ons ligt de droge spreng geflankeerd door grillige eiken. Sommigen zijn wel 400 tot 500 jaar oud. ‘Eigenlijk is dit wel een filosofisch plekje.’, zegt onze kaartlezeres. ‘Wie weet wie hier allemaal hebben gelopen.’ Laat dat maar aan mijn fantasie over. ‘Nou,’ zeg ik, ‘misschien wel het Spaanse leger (tachtigjarige oorlog), of Napoleon en vast ook Maarten van Rossum (de veldheer uit de 16de eeuw).’

‘Ik zag hem pas nog.’ zegt die mevrouw meteen. Wat moeten we hier nu mee? We wachten allemaal zwijgend af. Waarna zij direct weer de gespreksruimte voor zichzelf claimt. ‘Hij was laatst in Carré waar hij aan cabaret deed en ik heb hem toen ook gelijk gesproken en ik vind hem enig, sommige anderen niet hoor, maar ik mag hem wel, hij kan zo lekker door blijven kletsen en je moet tegenwoordig zo opletten, het is helemaal geen probleem hoor, die drukte in Amsterdam en met al die toeristen heb ik ook geen moeite, maar je moet wel erg uitkijken, want wat er toch allemaal aan de deur komt bij ons, nou ik doe niet zomaar open, want elke keer heb je van die rare figuren en ik kijk altijd naar SBS9 je weet wel dat programma CIA investigations daar heb ik wel honderd afleveringen van gezien nou wat je daar allemaal  ziet dan gebeurt er wat in die parken in Amerika of hoe heet dat daar van die reservaten en pas geleden was ik bij mijn schoonheidsspecialiste en tegen haar zei ik dat ze pas dus nog lieten zien dat er een vrouw met een paar kinderen in een motelkamer zat en toen werd er aangebeld en toen stond er zo’n monteur voor de deur die zei dat hij door de receptie was gestuurd en hij moest daar iets aan de waterleiding doen of zo en nou dat werd toch een ravage, ja ravage, je weet wel met verkrachting en moord en ze waren allemaal dood nou ik let wel op hoor wanneer ik op de kinderen van Barbara pas, daar komen ook steeds allerlei figuren het stond pas nog in de Telegraaf nou ja het is ook in hartje Amsterdam op de Prinsengracht en dan pas ik op de kinderen en laatst stond er een man en die zei dat hij zo’n aandrang had maar ik liet hem mooi niet binnen en toen zeiden die mensen, zij is namelijk neuroloog, dat het best wel kan kloppen dat hij zo nodig moest, maar ja ik laat hem echt niet binnen ik zat daar met die drie kinderen en er was ook een man bij mij ik woon vlak bij de Munttoren en die stond heel energiek te doen en hij wilde iets verkopen in zo’n klein zakje en ik zei wat wil je dan verkopen ja zei hij dan moet ik eerst even binnenkomen maar dat wou ik niet dus zei ik nogmaals wat wil je dan verkopen nou hij kwam echt niet voorbij de deur en normaal lees ik trouwens het Parool o ja die man met die aandrang zag ik kort daarna gewoon op de fiets terwijl hij zei dat hij van ver buiten de stad kwam helemaal uit Amstelveen of zo, maar dan kom je toch niet op de fiets ik vertrouwde het niet en voor dat je het weet gaat het mis en pasgeleden zat ik daar binnen en toen kwam er ineens een vrouw door de deur met een reservesleutel daar hadden ze mij niets over verteld, ja het zijn advocaten weet je die mensen hebben het ontzettend druk en dan zijn ze daar mee bezig maar ze zouden een briefje voor mij moeten achterlaten zodat ik het weet en het was trouwens zo’n Braziliaanse die een paar uurtjes kwam schoonmaken daar, normaal is het een andere vrouw en die komt altijd op donderdag nou ik kijk wel uit om mensen binnen te laten voordat je het weet wordt het zo’n ravage, je weet wel. Oh we gaan weer, trouwens die vrouw kon kletsen zeg, sommige mensen gaan maar door nou even mijn spullen pakken dan kunnen we weer.’

‘Ja,’ zeg ik ‘sommige mensen blijven maar praten’ en zonder elkaar aan te durven kijken lopen we allemaal in veelbetekenende stilte weer zwijgend verder.

Een zionist als zomergast

Eindelijk: Thomas Erdbrink voelt in VPRO Zomergasten Dyab Abou Jahjah aan de tand. Na een rustig begin vraagt Thomas hem waar zijn afkeer van Israël en het zionisme vandaan komt. Dyab verwijst naar zijn jeugd in zuidelijk Libanon en het lot van de Palestijnen. Ik begrijp hoe dit zijn visie heeft beïnvloed. Zelf geeft hij geen blijk van begrip voor de reden waarom Joden zich aan Israël/Palestina vastklampen.

Helemaal aan het eind spreekt hij terloops over ‘nare mensen’. Hij doelt op Belgen die zich in Brussel niet meer thuis voelen en daarom uit die stad wegtrekken. Vanwege de komst van talrijke immigranten, zoals Dyab zelf. Een deel daarvan is niet bereid om zich aan Belgische normen en waarden te conformeren. Wat Dyab terecht vindt. Hij ziet globalisering namelijk als een ideaal, ook in Brussel. Dus moeten de oorspronkelijke bewoners zich maar aanpassen. En anders is hij die ‘nare mensen’ liever kwijt dan rijk.

Opmerkelijk. Ik zie tussen hem en een zionist geen enkel verschil in dat opzicht. Maar dat kan aan mij liggen.

Opvang in de regio: welke regio?

Het lijkt wel alsof Europese politici allemaal in een ander stadium van rouw verkeren. Ontkenning, woede, depressie, berusting. De een blijft steken bij ontkenning, de ander zinkt weg in apathie en een derde accepteert het. Steeds grotere aantallen asielzoekers blijven komen, we kunnen er niet meer omheen. De publieke opinie, gevoed door de media, stevent af op een kentering. Het gaat om mensen, we kunnen ze niet aan hun lot overlaten, het is een gedeeld probleem.

Stel nu dat het niet loopt zoals een deel van de Europese bevolking vreest. Dat niet, zoals bij Somaliërs, 85% in de bijstand verdwijnt. Dat er geen nieuw ‘Marokkanen-probleem’ ontstaat. Ik zou het wel wensen: een regenboognatie volgens het gedachtegoed van Mandela. Maar tot nu toe zijn kinderboeken de enige plekken waarin dat bestaat. Als mens zou ik alle echte vluchtelingen uit Syrië welkom willen heten. Maar als realist zie ik een onbeheersbare toestroom uit allerlei landen op termijn als een serieus probleem.

Stel nu dat technocratische oplossingen ergens goed voor zijn. Dan zou je aan het volgende kunnen denken. We kijken binnen Europa naar de landen die een brain-boost uit Syrië kunnen gebruiken. En sturen elke Syriër met ondernemingszin en talent daarheen. We openen een Europees ontwikkelingsfonds voor kansrijke plannen van huidige en nieuwe inwoners. Een fonds waarop we alle waardevolle lessen toepassen die we ooit hebben geleerd.

Dat kan leiden tot nieuwe energie en ontwikkeling van stilgevallen Oost-Europese industriesteden, bijvoorbeeld. Het kan werken als lokale mensen en nieuwkomers de handen ineenslaan. Dit blijkt wel uit de recente herrijzenis van steden als Manchester en Liverpool. Ja, ik denk aan planmatige toewijzing naar bepaalde regio’s. Want hoe verdrietig de situatie van Syrische vluchtelingen ook is, het is naïef en onredelijk van hen om te eisen dat Duitsland wel even in al hun behoeften voorziet.

En het is waar: hier spreekt het not-in-my-backyard syndroom. Met de foto van dat kleine jongetje op ons aller netvlies, mag ik niet zeggen wat ik al dertig jaar vol overtuiging meen. Dat Nederland al zo vol is. Dat er hier zo weinig natuur is terwijl het zo’n gekrioel is. Het benauwt mij echt. Al die vliegtuigen, die vrachtauto’s, die megavarkensstallen, die uitpuilende vuilnisbakken vol snelle-consumptie plastic en die wanstaltige meubel- boulevards. En economen die maar blíjven roepen dat we nog meer moeten groeien.

We kunnen ons continent uiteindelijk verkwanselen door verkeerd beleid. Er zijn genoeg mensen die nu om het hardst roepen dat we iedereen moeten helpen. Ik vraag mij af of zij ooit een voet op Libanese grond hebben gezet. We kunnen nu nog nadenken over een beleid dat én humaan én verstandig is op de lange termijn. Als we daar binnen Europa tenminste toe in staat zijn.

Een vakantiebestemming kiezen

Misschien weet jij altijd precies waar je de volgende vakantie wil vieren. Bij mij zit er geen logica in. Als iemand mij vraagt waar ik heen wil, noem ik een bestemming. Met steevast de toevoeging dat het heel anders kan uitpakken.

Mijn vakantieplannen zwerven alle kanten op. Ooit kreeg ik ineens meer salaris en tien vakantiedagen erbij. Ik zag het al helemaal zitten. Dat jaar ging ik beslist met de Transsiberië Express van Moskou naar Vladivostok. Dacht ik serieus. Maar toen sloeg mijn fantasie op hol en trok ik de lijn denkbeeldig door. Waar kwam ik terecht? In Australië. Dat lag niet aan Rusland, maar aan een Griek. Armenië veranderde in Libanon. In Zuid-Frankrijk vierde ik ‘vanzelfsprekend’ mijn verjaardag in Barcelona. En een zonvakantie transformeerde in een ijskoude gletsjer. Ik vind zulke kronkels heel logisch.

Twee van de drie invloedrijkste mannen in mijn leven ontmoette ik in Griekenland. De eerste kwam ik tegen in Glyfada bij Athene. Vanwege herinneringen aan hem vloog ik vijf jaar later van Athene naar Singapore. Dat was best onhandig, maar je moet wat over hebben voor een sentimental journey.

Prompt gebeurde er iets wonderlijks in dat vliegtuig. Tweemaal werd ik gevraagd om van stoel te wisselen. Zo konden geliefden bij elkaar zitten. Hierdoor kwam ik op de stoel naast die tweede man terecht. George Michael bezingt dit treffend: Turn a different corner and we never would have met. Zelfs George is een Griek. Wat is er toch met dat volk? Nu zit ik dus te denken. Zal ik weer eens op vakantie gaan naar Griekenland?

Naschrift: Werkelijk, hier krijg ik hartkloppingen van. Ik klik op ‘Publiceer’ en prompt klinkt The Safety Dance van Men Without Hats, een nog maar heel zelden gehoord nummer uit die eerste vakantie in Glyfada.

Leven in het moment

2014
.
Zes mobieltjes, een fototoestel en een rouwende man.
Ongeduldige hand bij heup die hem niet wegduwen kan.

Schijnbaar de enige die leeft in het moment.
De eenling die uitsluitend aan de dode denkt.

Omwille van die ene man zal ik treuren.
Want anderen laten het zomaar gebeuren.

Of sta ik in dit geval zelf alleen?
En ziet niemand nog het probleem.
.
1982
.
Mogelijk heb ik met de verkeerde te doen.
Had hij te maken met Sabra en Shatila, toen?

Zo kom ik wederom tot besluit
bij de verloren jeugd van Hacop uit.

(Foto: Getty Images, de Volkskrant 14 januari 2014.)