Alles en iedereen terug naar huis

In 1983 ontmoette ik op vakantie in Griekenland een Amerikaanse vrouw van Nederlandse origine. Zij werkte in haar land bij een oudheidkundig museum. We waren in Athene. ‘Stel je voor’, mijmerde zij ‘hoe mooi het zou zijn als alle kunstvoorwerpen en artefacten wereldwijd terugkeren naar hun land van herkomst.’ Anno 2018 zou menig arm land dan gelijk veel rijker worden aan toeristische trekpleisters. Zelf fantaseer ik soms hoe het zou zijn als alle mensen terugkeren naar het land waar hun wortels liggen.

Wat de kunstvoorwerpen en museumstukken betreft, ben ik meteen voor. Mijn reis naar de Stille Zuidzee sloot ik af met een tussenstop in Londen. In een achteraf kamer van een museum hingen twee Maori houtsnijwerk gezichten. De aanblik stemde mij intens triest, want deze voorwerpen zijn bezield. Daar hingen ze dan, in dat kille land. Zo ontzettend ver en weggerukt van huis. Geen gezang meer of het gelach van bekenden om hen heen. Weg haka, weg poidans. Gelukkig waren ze nog wel samen en konden ze elkaar aankijken. Dat was tenminste iets.

Wat mensen betreft, lijkt het mij een beetje ingewikkeld. Alleen al in praktische zin. Toen Jozef en Maria voor een volkstelling naar Bethlehem gingen, was het aantal mensen nog te overzien. Moet je nu kijken wat er gebeurt als het in China bijna nieuwjaar is. En in december reizen expats van over de hele wereld massaal naar huis voor kerst. Dat zijn enorme logistieke operaties.

Voor Nederland voorzie ik trouwens wel voordelen. Wij blinken tenslotte uit in transport, planning en logistiek. Dus hebben wij de wereld wat te bieden. En denk eens aan de schilderijen van Rembrandt. Ach, als het werk uit zijn Leidse periode toch weer binnen de singels zou hangen …

Alleen: hoe definieer je ‘thuis’ en waar leg je de grens qua generaties? Ik ken iemand die geboren is uit Nederlandse ouders in Rhodesië. Dat land bestaat niet meer. Een vriend is als Armeniër (volk, religie) opgegroeid in Libanon. Zijn Armeense grootouders waren op de vlucht voor de Turken in Syrië gestrand. Daardoor hadden zijn ouders een Syrisch paspoort en ook hij kreeg die nationaliteit. Maar hij was nog nooit in Armenië of Syrië geweest. Als dit gezin niet naar Australië was geëmigreerd, hadden de zonen voor Syrië in het leger gemoeten. Met de kans dat ze tegen Libanon hadden moeten vechten in de jaren tachtig. Ik heb Nederlandse ouders en ben hier geboren. Maar mijn voorouders komen uit zes landen. Huidige landen, de grenzen zijn sinds hun leven veranderd. Met het ene land heb ik gevoelsmatig en cultureel meer dan met het andere. Waar ga ik dan naartoe?

Toch, stel je voor dat we allemaal twee generaties terugkijken en dan naar eigen voorkeur een land van onze grootouders kiezen. Om naar te verhuizen. Neem bijvoorbeeld als peiljaar 1940. Welke volksstromen zouden we dan wereldwijd zien? Welke mentaliteit en gewoonten zouden de terugkerende mensen meebrengen, na decennialang verblijf in een ander land? Zouden ze goed samengaan met de oude bewoners? Wat zou het voor de achterblijvers in grote immigratielanden betekenen? Zouden de Verenigde Staten overeind blijven? Zou het in Afrika beter of slechter gaan? Zouden Italië en Ierland zinken onder de massale toestroom? En hoe zou Nederland er dan uitzien? Qua cultuur, economie, politiek, geografische inrichting, etc.?

‘Verbranden’

Intermezzo van de hoofdzonden. – Hoewel? Ik zondig nu tegen mijn eigen regel. Want ik ga toch over mijn moeder schrijven. Ze is halverwege de tachtig en bezig met opruimen. Een meubelstuk, stapels boeken, kleding van mijn overleden vader en meer gaat weg. Dat lijkt me verstandig. Als je behoeften veranderen, heb je weinig aan spullen uit een vorige fase. Wel druk ik haar op het hart om mij oude voorwerpen te tonen voordat zij die wegdoet.

Want wat zij als troep beschouwt, vind ik juist bijzonder. En andersom. Ik heb de afgelopen jaren dan ook al duizend keer gezegd: ‘Neehee, hoef ik niet’, wanneer ze weer met prullaria van een rommelmarkt aankwam. In mijn ogen dan. Haar huis puilt uit. Overal staan plantjes en beeldjes en potjes en frutsels. Als je bij haar iets uit een kast wil pakken, moet je eerst andere spullen opzij schuiven.

Toch heeft ze de afgelopen decennia wel vaker opgeruimd. Alleen merkte ik daar nooit wat van. Alles stond nog even vol. Maar kennelijk ruimt ze deze keer echt grondiger op. En hoe gaat zoiets? Je trekt een schoenendoos open of een plastic tas, en komt oude papieren tegen. Waarna je even gaat zitten en drie uur later nog zit te lezen.

Ik heb dat in het verleden ook gedaan. Zo’n 25 jaar geleden moesten mijn schoolagenda’s eraan geloven. Die uit mijn pubertijd. Wat daarin stond, was gewoon te gênant voor woorden. Ik heb ze vlak voor een verhuizing weggedaan. En op mijn vorige adres dumpte ik mijn dagboek. Want in dat dagboek ging ik mooie levenservaringen opschrijven, maar vaker werd dat stoom afblazen. Stel dat je per ongeluk dood neervalt en je nabestaanden die bladzijden vol drama’s aantreffen? Echt niet.

Afijn, onlangs was ik dus bij mijn moeder. Een vrouw die ik redelijk goed denk te kennen. Maar iedereen mag geheimen hebben. Zij ook. Dus heb ik mij beheerst, toen ze in de keuken bezig was en ik op haar bureau een open envelop zag. Met ongeziene inhoud. En met haar handgeschreven opdracht op de buitenkant: ‘Verbranden’.

Je eigen stad in woord en beeld vastleggen

Waarschijnlijk ben je een echt goede fotograaf wanneer je foto’s maakt die iemand niet loslaten. Hetzelfde geldt voor het werk van een auteur. Mijn zus leende me het boek De acht bergen van de Italiaanse schrijver en documentairemaker Paolo Cognetti. Zijn verhaal bevat rake observaties over familierelaties, vriendschap, reizen, leefwijzen en het verstrijken der tijd. Vaak terloops verwoord, tussen de regels door. Ze getuigen van levenswijsheid, herkenbaar voor iedereen die al een tijdje rondloopt. Zulke stukjes komen regelrecht binnen.

Iets dergelijks gebeurt wanneer ik kijk naar de Nijmeegse foto’s van Han Dekker. Nijmegen is voor mij een bijzondere stad, om puur sentimentele redenen. Iets met het verleden. Wat resteert, zijn een gevoel en fragmentarisch herinnerde beelden. Nu ik in de buurt woon, komt daar een nieuwe laag overheen. Het zal nog jaren duren voordat ik de juiste woorden over die stad heb verzameld. Als dat ooit lukt.

Want met Leiden, ongeacht waar ik woon mijn eigen stad, is er helemaal geen beginnen aan. Ik kan onmogelijk de beelden fotograferen die in mijn herinnering zitten. Toch, bij deze foto van Han Dekker komt er direct iets boven. Iets wat ik nooit in Leiden heb gezien. Maar het had er zo kunnen zijn. Omdat het in een andere vorm ooit wel onderdeel van het straatbeeld was. Misschien bij een studentenhuis, of tijdens een 3 oktober optocht. Of veel langer geleden, op het plein voor het Gravensteen.

Dan nog, is het wel wat ik erin zie? Is de sfeer onder studenten in Nijmegen dezelfde als in Leiden? Mis ik een betekenis, die ze in Nijmegen wel kennen, maar in Leiden niet? We kijken allemaal vanuit onze eigen achtergrond naar beelden. En we herkennen passages uit teksten vooral vanuit onze eigen herinneringen. Mijn zus haalt vermoedelijk andere details uit het boek van Paolo Cognetti dan ik. Omdat we een deel van elkaars geschiedenis delen, maar een ander deel alleen kennen door observatie of van horen zeggen.

Weemoed van een te laat geboren koloniaal

Op mijn eerste vakantie alleen kwam ik een Engelsman tegen. Het was in Griekenland. Ik was een jaar of 19 en hij was twee keer zo oud. Een truckchauffeur die moest wachten op een lading in de haven van Athene. We trokken een paar dagen samen op. Hij reed op het Midden-Oosten en had een plastic tas vol munten uit zo’n veertig landen. Voor als hij ze bij een tolweg nodig had. Met veel van die landen had zijn thuisland een historische band.

Dankzij de meest exotische muntjes uit die tas (met afbeeldingen van gekruiste zwaarden, halve manen en palmbomen uit Saoedi-Arabië, Jordanië, Turkijë, Irak, etc.) begon ik een ware muntenverzameling. Al gauw werd daardoor zichtbaar hoe groot het overzeese gebied van Groot-Brittannië ooit was. Veel landen hadden muntjes met portretten van Queen Elisabeth. Of die van haar voorganger: King George VI. Zo moet mijn fascinatie voor het Britse gemenebest zijn ontstaan.

In de drie decennia die volgden, zou ik tal van landen uit dat vroeger immense rijk bezoeken. In Amerika, Afrika, het Midden-Oosten, Azië, zelfs tot in de Stille-Zuidzee. Tussendoor las ik Engelstalige literatuur uit meerdere eeuwen. Dat versterkte de sfeerindruk van hoe het er was in de negentiende en begin twintigste eeuw. Toen veel van die landen nog Britse kolonies waren. Voor jonge ondernemende mannen, met connecties of een startkapitaal, moet het een feestperiode zijn geweest. Kansen en mogelijkheden te over. Hoewel de lokale bevolking dat anders zal hebben ervaren. Terwijl daar ook lieden tussen zaten die hun kans schoon zagen.

Wat die koloniale mannen en ik na Griekenland deelden, was het gevoel dat de wereld voor ons open lag. Een groot avontuur lonkte. En tegelijk kon je overal vertrouwde zaken vinden, lang voor Starbucks kwam. Dat was handig. Want in al die landen was er a decent cuppa tea of a full English breakfast. Tot in de verste tropische uithoeken kon je cricket spelen en op de postbezorging rekenen. En waar je ook ging, steevast liepen er van die oudgedienden rond. Altijd goed voor de mooiste verhalen, rijkelijk gelardeerd met onderkoelde humor.

Ah, voorgoed vervlogen tijden. Maar de sporen zijn nog overal zichtbaar voor wie goed kijkt. Groot-Brittannië mag bepaald niet heilig zijn, toch vind ik dat we als vrienden in de EU moeten scheiden. Al was het maar, omdat dit obstinate eiland ons zo veel kleurrijke types heeft gebracht. Plus de dagboeken van Earl Mountbatten:

Bron artikel: de Volkskrant, 2 maart 2018.

Een bescheiden man

Ongeveer twintig jaar geleden kwam D. bij ons in de flat wonen. Hij had een appartement gekocht schuin onder het mijne. Als vijftiger was hij een stuk ouder dan de andere bewoners. Maar zijn vriendelijkheid en aanpakkersmentaliteit maakten hem snel geliefd bij iedereen. We wisten dat hij een topfunctie had en belangrijke nevenactiviteiten. Zijn stekkie in onze flat was slechts een pied-à-terre, dicht bij zijn werk. Want zijn echte huis, dat stond in Friesland.

Zo iemand als hij kom je zelden tegen. Een charismatisch persoon.  Een man die met alles en iedereen overweg kan. Een bruggenbouwer waarop je kan vertrouwen. Charmant, belangstellend, energiek, intelligent. En bescheiden. Wij als buren beseften niet welke heldendaad hij ooit had verricht.

Op een vergadering van onze Vereniging van Eigenaren vernamen we dat hij ernstig ziek was. Hij praatte er nauwelijks over. Wanneer je hem in het trappenhuis tegenkwam en vroeg hoe het met hem ging, dan zei hij: ‘Ik ben er nog’. Meer wou hij er niet over kwijt.

Ongeveer anderhalf jaar geleden zag ik zijn zilverkleurige Mercedes weer voor de deur staan. Hij haalde huisraad op en daarna werd het appartement verhuurd. In juni 2015 stuurde ik hem een verhuisbericht. Er volgde nog een sympathieke reactie van hem.

Vandaag las ik zijn necrologie in de krant. Daarin staat iets wat geen van zijn jongere buren wist. ‘D.F. was een van de 69 sterken die de heroïsche Elfstedentocht van 1963 uitreden.

Vijf keer inchecken voor MH17

Terwijl de gebruikelijke stroom kisten overvliegt, sta ik even stil bij de inzittenden van MH17. En bij iemand die er waarschijnlijk niet in zat. Waarom moest dit nu juist een toestel van Malaysia Airlines gebeuren? Het is één van de prettigste luchtvaartmaatschappijen die ik ken.

Vier keer nam ik rond het middaguur dezelfde vlucht, als etappe naar Vietnam en Indonesië. In gedachten zie ik een gemêleerde groep passagiers bij de incheckbalie staan. Ieder met zijn eigen doel en eindbestemming. Een groepsvakantie, een familiebezoek, een zakenreis, een studie in het buitenland. Een emigratie of terugreis naar huis. Het lang verwachte weerzien met een partner.

Een laatste afscheid van een eerder uit het oog verloren vriend.

Aan boord waren 192 Nederlanders, 44 Maleisiërs, 27 Australiërs, 12 Indonesiërs, 9 Britten, 4 Belgen, 4 Duitsers, 3 Filippino’s, 1 Canadees en 1 Nieuw-Zeelander. Het is zo’n vertrouwd klinkend samenraapsel voor wie vaker die kant op gaat. En daarmee eindigt het dan plots op Oekraïens grondgebied.

Je kan een film maken over de levensgeschiedenis en verwachtingen van elke inzittende. Maar welke nabestaande kent het hele verhaal? Ach, de bijzondere ontmoetingen die in vliegtuigen kunnen plaatsvinden. Ik schreef daar een nooit te publiceren tekst over. Toen ik voor de vijfde keer op Schiphol bij de incheckbalie van Malaysia Airlines stond, nam de man in kwestie vlucht MH17.

Je hele bezit veilig in de opslag

Door die hippie en nomaden in vorige berichten, schiet mij ineens een verhaal te binnen. Een paar jaar geleden ontmoette ik een journaliste/freelance schrijfster. Zij had onderzoek gedaan bij het fairtrade bedrijf in Vietnam waar ik modeaccessoires inkocht. Net als ik, verbleef zij herhaaldelijk voor langere tijd in het buitenland. Het klikte en we spraken af om ervaringen uit te wisselen. Bij haar eindigde een reis nogal onverwacht.

Ze ging met een vriendin voor een jaar naar India. Samen deelden ze in Amsterdam een etage. Ze verhuurden de woning tijdens hun afwezigheid om de reis betaalbaar te houden. Hun persoonlijke spullen brachten ze naar zo’n verhuurbedrijf van opslagboxen in alle maten. Zelf was ze net klaar met haar afstudeeronderzoek. Het inpakken van kleding en huisraad, en het sorteren van spullen voor de reis, moest nogal overhaast. Vlak voor ze naar het vliegveld gingen, zag ze haar stapeltje onderzoeksverslagen liggen. Die propte ze maar in de meterkast. Want er was geen tijd meer om naar de opslagplaats te rijden.

Na een aantal maanden in India ontving ze een alarmerend berichtje van haar familie. Er was een hele loods met opslagboxen afgebrand, ergens aan de rand van de stad. Was dat niet de plek waar hun spullen stonden? … Ze hebben nog enkele dagen in dubio gezeten, maar boekten toen toch de eerste vlucht naar huis. Het had geen zin meer om langer te blijven, hun hele tastbare leven lag in die opslagbox.

Er was nog wat gedoe voordat ze werden toegelaten tot de afgebrande loods. Voor hetzelfde geld waren zij gelukszoekers die de spullen van anderen wilden meenemen. Dat was al eerder gebeurd. Op de één of andere manier moesten ze bewijzen dat zij degenen waren die de box hadden gehuurd. Uiteindelijk kwamen ze op de plaats waar de box was geweest. Een rij met boxen daarboven was er deels bovenop ingestort. Het was een samengepakte en samengesmolten zwarte massa. Ook de erfstukken van haar Zeeuwse oma lagen ertussen. Het enige bruikbare wat ze nog terugvond was haar oma’s gouden Zeeuwse ring.

Dat vertelde ze allemaal toen ze mij haar onderzoeksverslag overhandigde. Met het verzoek er zuinig op te zijn. Het was het laatste originele reserve exemplaar van het stapeltje dat ze in de meterkast had gepropt.