Het gaat van generatie op generatie

Leiden huis Hooglandsekerkgracht

We zitten in de wachtkamer van het ziekenhuis en de rollen zijn voorgoed omgedraaid. Vroeger ging mijn moeder met mij naar het ziekenhuis. Nu doe ik dat met haar. Haar linkeroog is afgeplakt. We zijn hier voor een controle. Af en toe praten we wat.

Opeens hebben we het over aangebrande aardappels. Geen idee hoe we erop komen. Ze vertelt dat oma, haar moeder, heel secuur was. En dat oma zo kon mopperen, als de dingen niet gingen zoals zij wilde. Overgrootvader deed dat ook, de vader van oma. Er was een lange gang tussen zijn winkel en zijn meubelwerkplaats in. Als hij de winkelbel hoorde rinkelen, terwijl hij achter aan het werk was, liep hij het hele eind mopperend door de gang. Tot hij de winkel betrad. Dan zette hij een vriendelijk gezicht op naar de klant.

Leuk om te vernemen. Dat heb ik dan niet van een vreemde.

Genealogen brengen hun stamboom in kaart omdat ze nieuwsgierig zijn naar hun familieverleden. Maar meer nog zijn ze op zoek naar de oorsprong van hun eigen eigenaardigheden.

Een administratie vol herinneringen

Een regenachtige dag is ideaal om de inkomstenbelastingaangifte in te vullen. Dankzij die aangifte houden we vaste rituelen in stand. Namelijk: de balans opmaken van het voorgaande jaar en nog één keer oude jaargangen van de administratie doorbladeren. Voor de privé-administratie is de bewaartermijn vijf jaar en voor bedrijfsadministraties zeven. Daardoor raakte ik diep verzonken in retrospectieve gedachten over 2018, 2013 en 2011.

Administraties opschonen vind ik het leukste onderdeel van financieel-administratief werk. Al bladerend gaat er op papier een hele geschiedenis door je handen. Je vindt data terug van evenementen, foto’s van producten, en namen van mensen met wie je hebt samengewerkt. Je ziet welke successen je hebt behaald (en welke acties je liever snel vergeet). Wat mij bij het herlezen van oude stukken opvalt, is hoe druk we ons kunnen maken om details. Ze dienden ooit een doel, maar waren achteraf gezien nauwelijks van betekenis. Opschonen relativeert.

Ook hou ik van zaken afronden. Dat gebeurt vanzelf wanneer je de belastingaangifte invult. Het is weinig meer dan een overzicht van inkomsten en uitgaven, van bezittingen en schulden. Qua handeling vergelijkbaar met het opmaken van de balans. Vandaag was ik binnen een half uur klaar. Geen inkomen hebben, heeft zo zijn voordelen, dat blijkt maar weer.

Over bladeren gesproken: die hierboven is van een Amerikaanse eik.

Lief dagboek in de vuilnisbak

Een wandelvriendin luistert elke zondag naar het NTR-programma Lief Dagboek. Daarin lezen mensen voor uit hun pubertijd dagboek. Het is gênant, aandoenlijk, komisch en vooral: oh zo herkenbaar allemaal. Ook ik heb jarenlang dagboeken bijgehouden. Niet dagelijks, maar telkens wanneer ik mijn hart moest luchten. Met als gevolg dat ze inderdaad aandoenlijk waren om terug te lezen, komisch eveneens, maar bovenal: te gênant voor woorden.

In 2008 was ik 45 jaar en heb ik al dat beschamende materiaal weggedaan. Want stel je voor dat ik plotseling dood neer zou vallen en mijn naaste familie die documenten in handen zou krijgen. Dat nooit. Vandaar. Dit is een ingekorte versie van de balans die ik toen heb opgemaakt.

‘Het verleden is nu echt voorbij, het heden is niet zoals toen gedacht en de toekomst is anders. Of toch niet helemaal.

Vandaag 31 augustus 2008 heb ik een stap gezet die ik wijselijk enkele malen heb uitgesteld. Maar ineens was de tijd er rijp voor. Ik heb mijn twee dagboeken inclusief aantekeningen op losse blaadjes sinds 1975 verscheurd en weggedaan. Nu liggen ze boven op het groenteafval en besmeurd door de koffieprut in een donkergrijze vuilniszak op de P.weg in de afvalbak. Tot de vuilniswagen komt en dan is de verwijdering definitief.

Ze gaan dezelfde weg als de beschamende dagboekpagina’s die ik jaren geleden al had dicht geplakt, daarna uitgescheurd en weggegooid. Evenals die oude schoolagenda’s en lelijke foto’s, die ik al eerder wegdeed. Zoals ik nu ook een enkel reisverslag uit de pubertijd, nog meer oude agenda’s en een aantal brieven wegdoe. Ik hoef ze niet meer te zien, te lezen of in mijn handen te houden. Het gebeurde ligt achter mij en ik neem het niet mee als ballast.

Waarom zou ik? Ik ben al jaren niet meer de persoon die ik toen was. Ik hoef mezelf niet te kwetsen door goudeerlijk mislukte foto’s in te plakken. En waarom zou ik opgetekende frustraties en verdriet bewaren? Neergepend om te verwerken en afstand te nemen. Niet om steeds te herlezen.

Er waren toch ook veel mooie momenten om op te tekenen? Om vast te houden? Ja, die zijn nu eveneens weg, maar niet werkelijk. Ik heb lieve, leuke, boeiende brieven bewaard, veel foto’s, en reisverslagen van alle mijlpalen in mijn leven.

Waarom dan nu deze stap? Omdat ik vanmorgen ineens bedacht dat ik misschien op de helft ben (ruim 45 jaar oud). Wellicht gaat het leven zich vanaf dit punt in spiegel­beeld ontvouwen. Minder glad en jong van uiterlijk, maar rijper en meer volwassen van geest. Minder aantrekkelijk en onzeker, maar met veel zelfvertrouwen. Minder naïef, maar ook minder onwetend. Minder oppervlakkig, maar met meer diepgang. Minder rusteloos; maar met meer rust en zelfs een soort berusting. Geen toekomst zoals ik had gedacht, maar wel een kans op goede alternatieven. Als ik ze kan zien en er iets mee kan doen. Dat is niet veranderd.

Er komt misschien nog een moment waarop ik alles zou willen teruglezen. Die agenda uit 1987 zou willen vasthouden. Ja, vooral op oudejaarsavond. Die is er dan niet meer. Maar ik ben al die dagboekaantekeningen gewoon zat. Het is steeds hetzelfde. Steevast een terugblik op hoogte- en dieptepunten. Weer over mijn werk, over relaties met anderen, over nog geen man, altijd over reisplannen, over vorige vakanties, speciale uitstapjes en concerten. Tja. Waarom zou ik dat blijven teruglezen? De pijnlijke momenten herinner ik mij toch wel. En voor het geval ik een black-out krijg, herhaal ik de hoogtepunten tot nu toe hier:

  • Reizen naar Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, South Pacific I, SP II, IJsland, Iran, Oman, Dubai, Beiroet, Madagaskar en al die andere prachtige landen. Bijzondere en heerlijke bestemmingen waar ik een fijne tijd heb gehad. Nooit zal ik spijt krijgen dat ik daar soms een baan voor heb opgezegd. Ik heb de mogelijkheden benut. Het blijven de beste keuzes uit mijn leven.
  • Andere successen, zoals de aankoop van mijn appartement. Het genealogische onderzoek en de kwaliteit daarvan. Motor- en autorijbewijs in één keer gehaald. Op mijn veertigste alsnog beland in een universitaire collegebank. Een baan in de internationale ontwikkelingssector. En het assessment waardoor bekend werd dat ik HBO werk- en denkniveau heb. Dat laatste lijkt zo gewoon, maar het heeft mijn zelfbeeld als laatbloeier wel compleet gekanteld.
  • Mensen. J. vanzelfsprekend; ondanks alles. Met hem heb ik iets gehad wat lang niet iedereen is gegeven. En tegen alle verwachtingen in was daar ineens die kans om hem in 2006 na twaalf jaar weer te ontmoeten. Ook F. uit Adelaide, voor de droom die hij aanreikte. Van een heel andere orde M. Verder E. & L. en M. Voor de opening naar een andere werkwereld: G., W., I., en A., En voor de grootste lol: I. en G. En opvoeden valt niet mee. Al met al hebben mijn ouders mij ook heel wat meegegeven.
  • Bijzondere ontmoetingen. Via associatieve gedachten wordt mijn geest af en toe getriggerd en dan schieten ze mij weer te binnen. Zoals met die behulpzame Nieuw-Zeelander in 1995, toen ik op een straathoek een plattegrond raadpleegde. En dan die verkeersagent in het Libanese Tripoli, die het razende verkeer tegenhield toen ik wilde oversteken. Hun samenlevingen zijn kwetsbaar.

Ik weet niet waar het naartoe gaat met de wereld en of Australië nog wel zo zal zijn als ik mij nu voorstel tegen de tijd dat ik stop met werken. Ik weet niet of ik er dan naartoe kan om voor langere tijd te wonen, en of ik dat dan nog wil. […] Wat eerst een vast gegeven leek, is nu in een heel ander perspectief komen te staan. Ooit was het politiek correct om pro Israël te zijn. Nu zijn het de Palestijnen die als underdog op begrip mogen rekenen.

Ik weet niet of we de huidige comfortabele werkvoorwaarden behouden als China en andere landen steeds harder gaan concurreren met Europa. Misschien is onze gouden tijd werkelijk voorbij. Qua werk, qua natuurschoon, qua beschaving, als ik even een geromantiseerde versie van Engelse omgangsvormen voor ogen hou. In de afgelopen twintig tot dertig jaar is veel al enorm veranderd.

Wellicht heb ik daarom de tastbare herinneringen aan het verleden zo lang vastgehouden. En waarschijnlijk zoek ik daarom steeds weer herkenning in westerse samenlevingen en andere ‘vertrouwde’ gebieden. Zoals het Midden-Oosten en een land als Indonesië.

Toch zie ik regelmatig mooie nieuwe dingen: kunstuitingen, muziek, een uitvinding als het internet, toegankelijkheid van kennis. Ontwikkeling is verandering, daarvoor moet je ook kunnen loslaten. Jongeren van twintig leven in een heel andere, zeer dynamische wereld met veel kansen. Meer dan mijn generatie in de jaren tachtig had.

Soms ben ik daar verbitterd over en ik voel natuurlijk dat een aantal stadia voorgoed zijn gepasseerd. Ik ben 45 jaar oud, dus van middelbare leeftijd. Het zij zo. Ik ga verder en blijf uitkijken naar nieuwe kansen. Op werkgebied, qua reisbestemmingen en wie weet toch nog op relatiegebied. Oude ballast kan je maar beter kwijt zijn wanneer je de toekomst in stapt. Vandaar.’

Alles en iedereen terug naar huis

In 1983 ontmoette ik op vakantie in Griekenland een Amerikaanse vrouw van Nederlandse origine. Zij werkte in haar land bij een oudheidkundig museum. We waren in Athene. ‘Stel je voor’, mijmerde zij ‘hoe mooi het zou zijn als alle kunstvoorwerpen en artefacten wereldwijd terugkeren naar hun land van herkomst.’ Anno 2018 zou menig arm land dan gelijk veel rijker worden aan toeristische trekpleisters. Zelf fantaseer ik soms hoe het zou zijn als alle mensen terugkeren naar het land waar hun wortels liggen.

Wat de kunstvoorwerpen en museumstukken betreft, ben ik meteen voor. Mijn reis naar de Stille Zuidzee sloot ik af met een tussenstop in Londen. In een achteraf kamer van een museum hingen twee Maori houtsnijwerk gezichten. De aanblik stemde mij intens triest, want deze voorwerpen zijn bezield. Daar hingen ze dan, in dat kille land. Zo ontzettend ver en weggerukt van huis. Geen gezang meer of het gelach van bekenden om hen heen. Weg haka, weg poidans. Gelukkig waren ze nog wel samen en konden ze elkaar aankijken. Dat was tenminste iets.

Wat mensen betreft, lijkt het mij een beetje ingewikkeld. Alleen al in praktische zin. Toen Jozef en Maria voor een volkstelling naar Bethlehem gingen, was het aantal mensen nog te overzien. Moet je nu kijken wat er gebeurt als het in China bijna nieuwjaar is. En in december reizen expats van over de hele wereld massaal naar huis voor kerst. Dat zijn enorme logistieke operaties.

Voor Nederland voorzie ik trouwens wel voordelen. Wij blinken tenslotte uit in transport, planning en logistiek. Dus hebben wij de wereld wat te bieden. En denk eens aan de schilderijen van Rembrandt. Ach, als het werk uit zijn Leidse periode toch weer binnen de singels zou hangen …

Alleen: hoe definieer je ‘thuis’ en waar leg je de grens qua generaties? Ik ken iemand die geboren is uit Nederlandse ouders in Rhodesië. Dat land bestaat niet meer. Een vriend is als Armeniër (volk, religie) opgegroeid in Libanon. Zijn Armeense grootouders waren op de vlucht voor de Turken in Syrië gestrand. Daardoor hadden zijn ouders een Syrisch paspoort en ook hij kreeg die nationaliteit. Maar hij was nog nooit in Armenië of Syrië geweest. Als dit gezin niet naar Australië was geëmigreerd, hadden de zonen voor Syrië in het leger gemoeten. Met de kans dat ze tegen Libanon hadden moeten vechten in de jaren tachtig. Ik heb Nederlandse ouders en ben hier geboren. Maar mijn voorouders komen uit zes landen. Huidige landen, de grenzen zijn sinds hun leven veranderd. Met het ene land heb ik gevoelsmatig en cultureel meer dan met het andere. Waar ga ik dan naartoe?

Toch, stel je voor dat we allemaal twee generaties terugkijken en dan naar eigen voorkeur een land van onze grootouders kiezen. Om naar te verhuizen. Neem bijvoorbeeld als peiljaar 1940. Welke volksstromen zouden we dan wereldwijd zien? Welke mentaliteit en gewoonten zouden de terugkerende mensen meebrengen, na decennialang verblijf in een ander land? Zouden ze goed samengaan met de oude bewoners? Wat zou het voor de achterblijvers in grote immigratielanden betekenen? Zouden de Verenigde Staten overeind blijven? Zou het in Afrika beter of slechter gaan? Zouden Italië en Ierland zinken onder de massale toestroom? En hoe zou Nederland er dan uitzien? Qua cultuur, economie, politiek, geografische inrichting, etc.?

‘Verbranden’

Intermezzo van de hoofdzonden. – Hoewel? Ik zondig nu tegen mijn eigen regel. Want ik ga toch over mijn moeder schrijven. Ze is halverwege de tachtig en bezig met opruimen. Een meubelstuk, stapels boeken, kleding van mijn overleden vader en meer gaat weg. Dat lijkt me verstandig. Als je behoeften veranderen, heb je weinig aan spullen uit een vorige fase. Wel druk ik haar op het hart om mij oude voorwerpen te tonen voordat zij die wegdoet.

Want wat zij als troep beschouwt, vind ik juist bijzonder. En andersom. Ik heb de afgelopen jaren dan ook al duizend keer gezegd: ‘Neehee, hoef ik niet’, wanneer ze weer met prullaria van een rommelmarkt aankwam. In mijn ogen dan. Haar huis puilt uit. Overal staan plantjes en beeldjes en potjes en frutsels. Als je bij haar iets uit een kast wil pakken, moet je eerst andere spullen opzij schuiven.

Toch heeft ze de afgelopen decennia wel vaker opgeruimd. Alleen merkte ik daar nooit wat van. Alles stond nog even vol. Maar kennelijk ruimt ze deze keer echt grondiger op. En hoe gaat zoiets? Je trekt een schoenendoos open of een plastic tas, en komt oude papieren tegen. Waarna je even gaat zitten en drie uur later nog zit te lezen.

Ik heb dat in het verleden ook gedaan. Zo’n 25 jaar geleden moesten mijn schoolagenda’s eraan geloven. Die uit mijn pubertijd. Wat daarin stond, was gewoon te gênant voor woorden. Ik heb ze vlak voor een verhuizing weggedaan. En op mijn vorige adres dumpte ik mijn dagboek. Want in dat dagboek ging ik mooie levenservaringen opschrijven, maar vaker werd dat stoom afblazen. Stel dat je per ongeluk dood neervalt en je nabestaanden die bladzijden vol drama’s aantreffen? Echt niet.

Afijn, onlangs was ik dus bij mijn moeder. Een vrouw die ik redelijk goed denk te kennen. Maar iedereen mag geheimen hebben. Zij ook. Dus heb ik mij beheerst, toen ze in de keuken bezig was en ik op haar bureau een open envelop zag. Met ongeziene inhoud. En met haar handgeschreven opdracht op de buitenkant: ‘Verbranden’.

Je eigen stad in woord en beeld vastleggen

Waarschijnlijk ben je een echt goede fotograaf wanneer je foto’s maakt die iemand niet loslaten. Hetzelfde geldt voor het werk van een auteur. Mijn zus leende me het boek De acht bergen van de Italiaanse schrijver en documentairemaker Paolo Cognetti. Zijn verhaal bevat rake observaties over familierelaties, vriendschap, reizen, leefwijzen en het verstrijken der tijd. Vaak terloops verwoord, tussen de regels door. Ze getuigen van levenswijsheid, herkenbaar voor iedereen die al een tijdje rondloopt. Zulke stukjes komen regelrecht binnen.

Iets dergelijks gebeurt wanneer ik kijk naar de Nijmeegse foto’s van Han Dekker. Nijmegen is voor mij een bijzondere stad, om puur sentimentele redenen. Iets met het verleden. Wat resteert, zijn een gevoel en fragmentarisch herinnerde beelden. Nu ik in de buurt woon, komt daar een nieuwe laag overheen. Het zal nog jaren duren voordat ik de juiste woorden over die stad heb verzameld. Als dat ooit lukt.

Want met Leiden, ongeacht waar ik woon mijn eigen stad, is er helemaal geen beginnen aan. Ik kan onmogelijk de beelden fotograferen die in mijn herinnering zitten. Toch, bij deze foto van Han Dekker komt er direct iets boven. Iets wat ik nooit in Leiden heb gezien. Maar het had er zo kunnen zijn. Omdat het in een andere vorm ooit wel onderdeel van het straatbeeld was. Misschien bij een studentenhuis, of tijdens een 3 oktober optocht. Of veel langer geleden, op het plein voor het Gravensteen.

Dan nog, is het wel wat ik erin zie? Is de sfeer onder studenten in Nijmegen dezelfde als in Leiden? Mis ik een betekenis, die ze in Nijmegen wel kennen, maar in Leiden niet? We kijken allemaal vanuit onze eigen achtergrond naar beelden. En we herkennen passages uit teksten vooral vanuit onze eigen herinneringen. Mijn zus haalt vermoedelijk andere details uit het boek van Paolo Cognetti dan ik. Omdat we een deel van elkaars geschiedenis delen, maar een ander deel alleen kennen door observatie of van horen zeggen.

Weemoed van een te laat geboren koloniaal

Op mijn eerste vakantie alleen kwam ik een Engelsman tegen. Het was in Griekenland. Ik was een jaar of 19 en hij was twee keer zo oud. Een truckchauffeur die moest wachten op een lading in de haven van Athene. We trokken een paar dagen samen op. Hij reed op het Midden-Oosten en had een plastic tas vol munten uit zo’n veertig landen. Voor als hij ze bij een tolweg nodig had. Met veel van die landen had zijn thuisland een historische band.

Dankzij de meest exotische muntjes uit die tas (met afbeeldingen van gekruiste zwaarden, halve manen en palmbomen uit Saoedi-Arabië, Jordanië, Turkijë, Irak, etc.) begon ik een ware muntenverzameling. Al gauw werd daardoor zichtbaar hoe groot het overzeese gebied van Groot-Brittannië ooit was. Veel landen hadden muntjes met portretten van Queen Elisabeth. Of die van haar voorganger: King George VI. Zo moet mijn fascinatie voor het Britse gemenebest zijn ontstaan.

In de drie decennia die volgden, zou ik tal van landen uit dat vroeger immense rijk bezoeken. In Amerika, Afrika, het Midden-Oosten, Azië, zelfs tot in de Stille-Zuidzee. Tussendoor las ik Engelstalige literatuur uit meerdere eeuwen. Dat versterkte de sfeerindruk van hoe het er was in de negentiende en begin twintigste eeuw. Toen veel van die landen nog Britse kolonies waren. Voor jonge ondernemende mannen, met connecties of een startkapitaal, moet het een feestperiode zijn geweest. Kansen en mogelijkheden te over. Hoewel de lokale bevolking dat anders zal hebben ervaren. Terwijl daar ook lieden tussen zaten die hun kans schoon zagen.

Wat die koloniale mannen en ik na Griekenland deelden, was het gevoel dat de wereld voor ons open lag. Een groot avontuur lonkte. En tegelijk kon je overal vertrouwde zaken vinden, lang voor Starbucks kwam. Dat was handig. Want in al die landen was er a decent cuppa tea of a full English breakfast. Tot in de verste tropische uithoeken kon je cricket spelen en op de postbezorging rekenen. En waar je ook ging, steevast liepen er van die oudgedienden rond. Altijd goed voor de mooiste verhalen, rijkelijk gelardeerd met onderkoelde humor.

Ah, voorgoed vervlogen tijden. Maar de sporen zijn nog overal zichtbaar voor wie goed kijkt. Groot-Brittannië mag bepaald niet heilig zijn, toch vind ik dat we als vrienden in de EU moeten scheiden. Al was het maar, omdat dit obstinate eiland ons zo veel kleurrijke types heeft gebracht. Plus de dagboeken van Earl Mountbatten.