Gatenkaas

Onlangs schreef mijn zus dat de loslopende kippen haar in de tuin op de voet volgen wanneer zij daar bezig is. Officieel zijn het wyandottes, maar ik noem ze winandotjes. Die kippen zijn natuurlijk niet gek. Zodra je in de grond gaat rommelen, komen er lekkere dikke wormen tevoorschijn. En wormen, daar zijn kippen verzot op. Ik wilde wat terugschrijven over haar … uh … groepje kippen. Roedel kippen? Vlucht kippen? Zwerm kippen? Volkje kippen? Kudde kippen? Ach kom, hoe noem je zo’n troepje pluimvee nu toch?

Het overkomt mij wel vaker dat een woord mij niet te binnen wil schieten. Vooral woorden die slechts af en toe de revue passeren. Deze keer wist ik het ineens weer: een toom kippen! Jawel. Gelukkig, ik ben nog niet aan het dementeren.

Bij bovenstaande foto probeer ik ook al een hele tijd een verhaal te verzinnen. Die druppelvormige rand … die doet mij denken aan iets wat ik ooit zag. Maar wat?

Pasgeleden had ik trouwens een vergelijkbaar probleem met een woord van vier lettergrepen. Vier lettergrepen, dat weet ik nog exact. Maar welk woord het was, dat ben ik vergeten.