Bouwvakkers inhuren is als Russische roulette

Vrijdagavond 23:00 uur. Net wanneer ik naar bed ga, klinkt er een vreemd geluid in de slaapkamer. Of eigenlijk klinkt het erg bekend: drup, drup, drup. De dakkapel deze keer. Bij de bouwkundige keuring bleek al dat de bedekking daarvan binnen enkele jaren aan vervanging toe zou zijn. Nu moet ik naar een goede dakdekker op zoek. Nou, brace yourself and let the game begin. Want dit wordt weer zo’n spelletje Russische roulette.

Wie kiest er een dakdekkersbedrijf op basis van rationele argumenten? Ik niet. De welgeteld 39 (!) bouwvakkers die hier al over de vloer kwamen (en ik vergeet er vast nog een paar), koos ik per toeval. Of op basis van een soort onderbuikgevoel. Kort na de verhuizing naar Gelderland kende ik hier geen vakmensen. Daarom vroeg ik bij buren naar hun ervaringen. Maar verstaan zij wel hetzelfde als ik onder ‘goed en betrouwbaar’? We hanteren uiteenlopende maatstaven en deze termen zijn multi-interpretabel.

Gisteren vroeg ik om tips via de buurt-app. Er kwamen diverse reacties binnen. Allemaal verschillend. Iemand schreef dat ik vooral niet met bedrijf X in zee moet gaan. Dat bedrijf levert wel goed werk, maar afspraken maken en communiceren verloopt nogal moeizaam. ‘Welkom in de wondere wereld van huizenbezitters’, dacht ik. Want dit is tamelijk gangbaar.

Als informatie inwinnen meer twijfels oplevert, kan je verder rondkijken op internet. Daar staan websites van zzp’ers en bouwbedrijven inclusief referenties en beschrijvingen van geleverd werk. Sommige vaklieden hebben een hoge rating, anderen nul sterren. Wat zegt dit? Weinig. Referenties kunnen door vrienden zijn ingevuld. En een gelikte website kan het werk zijn van een veertienjarig achternichtje, dat toevallig Multimedia & Communicatie op school heeft gedaan.

Die opmerking over dat foute bedrijf maakte mij trouwens wel nieuwsgierig. Het betreft een samenwerkingsverband van twee families. Waarschijnlijk vormt één daarvan een heuse dynastie. Die familie draagt namelijk dezelfde achternaam als de rioolservicemeneer. En hij is zeker lid van een plaatselijke clan. Of gang, dat weet ik niet precies. Maar hem vind ik tenminste sympathiek.

Alleen, wat zegt dit over de andere leden van zijn familie? Die van de dakdekkerstak, bedoel ik. Volgens hun referenties lopen de meningen flink uiteen. Dus wat nu?

Zal ik een dakdekker bellen die ooit foldertjes in de buurt achterliet? Of zal ik twee dakdekkers bellen over wie buurtgenoten positief zijn? (Die buurtgenoten ken ik evenmin.) Ook kan ik de man van de rioolservice vragen of hij de mensen van het dakdekkersbedrijf aanraadt.

Er is een alternatief. Namelijk Googelen op ‘dakdekkers’ en dan met gesloten ogen een willekeurig bedrijf aanwijzen op het beeldscherm. Dat deed ik eerder voor de complete keukenverbouwing. Toen kon ik ook al zo moeilijk een weloverwogen keuze maken.

Sowieso is het idee dat we kiezen op basis van ratio een illusie. Dat geldt zowel voor mij als voor bouwvakkers zelf. Misschien plaats ik de klus wel gewoon op Werkspot. Dan vraag ik om een dakdekker die houdt van Russische roulette.

Verwarrende verwikkelingen in december

Wat is deze december toch een rare maand. De een leeft toe naar de rust en de stilte van de winterperiode, waarin we ons terugtrekken in ons warme holletje. Het werk is gedaan, er is eten in overvloed en binnen is het warm. In de beslotenheid van onze huizen geeft kerstverlichting de knusse sfeer van saamhorigheid aan. Terwijl de ander door overwerk op zijn tandvlees loopt, plotseling terminaal ziek blijkt of een rechtszaak voorbereidt.

Deze december is een verwarrende maand. Want het gaat goed en ik heb het weer gehaald. Na een heel jaar zonder inkomen staat er nog genoeg op de bank. Ik leef soberder dan ooit, maar het ontbreekt mij aan niets. Hier is de rust en de ruimte die ik jarenlang zo heb gemist. Buiten schetst de vorst met wit uitgeslagen daken en struiken een heus wintertafereel. Het geeft een intens gevoel van tevredenheid.

En dat is vreemd, omdat de buurvrouw en ik een mogelijke rechtszaak voorbereiden. Komt de buurman niet snel tot inkeer, dan is er geen andere weg meer.

Wat kan het toch bizar lopen. Verhalen over een scheiding en een terminaal zieke man. Beiden totaal onverwacht. En dan, wat er daarna gebeurt. Hoe mensen die elkaar al decennia kennen vervolgens met elkaar omgaan.

Ondertussen bij mij. Een vriendin biedt voor de rioolperikelen spontaan geld aan. Heel lief, maar dat hoeft niet. Een andere vriendin weet steeds werk te regelen. Misschien opnieuw. Er zijn ook vriendinnen die willen afspreken. We gaan elkaar binnenkort terugzien. En dan de man die ons wil bijstaan met bewijsmateriaal. Ook al kunnen we geen garantie geven dat hij daarna wordt ingehuurd voor het riool. Je leert elkaar pas echt kennen als er problemen zijn. De buurvrouw en ik zitten samen op één lijn. Het doet goed allemaal.

Over een riool, wanhoop en razernij, een buurman en de rioolmeneer

Dit was zo’n week waarin ik mezelf bijna niet rustig kreeg. De aanleiding is basaal. Er is een probleem met het riool dat ik deel met de buurvrouw links en de buurman rechts. Buurman ligt altijd dwars en heeft nergens geld voor. Zegt ‘ie. Ik weet het niet. Buurvrouw is nieuw en constructief. Dat is een verademing vergeleken met mijn vorige buren. Want die hadden ook nauwelijks geld en deden maar wat.

Met de buurman deel ik een hele geschiedenis. Dat is best een prestatie, wanneer je bedenkt dat ik hier pas 3 ½ jaar woon. Maar ik herken de verhalen, verteld door mijn andere buren en de drie opeenvolgende eigenaren van mijn pand. Zij kregen het evengoed voor hun kiezen. Want de buurman is een zeer moeilijke man als het op onderhoud aankomt. Al heeft hij zijn goede kanten.

Hij kan mensen tot wanhoop drijven. Zelf kaart ik slechts het hoogst-noodzakelijke onderhoud van zijn woning aan, waar die grenst aan mijn pand. Maar dan nog is het bij elke kwestie: ‘NEE’. Want: hij heeft nergens last van. Het is zijn probleem niet. En zo wel, dan heeft hij toch geen geld. Zoek het maar uit, is steevast waar het op neerkomt.

Hij kan mij tot razernij drijven. Oh man, en wat kán ik kwaad worden. VOEM! Explosief gewoon. Het is vast mijn Hugenotenbloed dat dan kookt. Want ik verdraag geen huftergedrag en onrechtvaardigheid. Toch moet ik de eerste nog tegenkomen die mij in zo’n stemming aankan. Uiteindelijk.

Evengoed heb ik er zelf veel last van. Het is slecht voor mijn hart en bloeddruk. Ik kan letterlijk de spanning in mijn aderen voelen. En daarin niet alleen. Helaas is er geen remedie wanneer ik in zo’n toestand verkeer. Ademhalingsoefeningen en wandelingetjes in het bos helpen dan niet meer. Dus houdt het dagenlang aan en blijven mijn gedachten rondtollen. Net zo lang tot de cirkels groter worden en er beetje bij beetje meer ruimte komt.

Ik rekende op weigergedrag van de buurman toen de mensen van de rioolservice terugkwamen. Daardoor had ik slecht geslapen en was ik al gespannen. Dat verergerde toen ze direct op serieuzere problemen stuitten. Ze moesten bij de buurman verder kijken. Ik liep met hen mee naar zijn deur. Hij deed open en kraamde prompt weer uit ‘dat hij nergens last van had’. Ik denk dat niemand doorhad hoe kwaad ik was. Behalve die ene rioolmeneer, waarschijnlijk. Want hij kijkt naar hoe iemand reageert.

Gisteren kwam de rioolmeneer weer, om afstanden op te meten. En om de opties voor de volgende offerte door te nemen. Gelukkig waren er twee dagen verstreken. De heftigste emoties waren geluwd en ik had mijn gedachten op een rijtje gekregen. Hij weet van de gevoeligheden, maar het blijft een zakelijke bespreking.

Jongleren, dat is wat we doen. Ik met mezelf, voor een helder perspectief op de verschillende belangen. De buurvrouw en ik samen in een aparte voorbespreking. Waarin we opties afwegen, terwijl we elkaar nog niet goed kennen. De rioolmeneer en ik voordat we weer aanbellen bij de buurman. Rollenspellen spelen. Aangeven en overnemen, voorzetten en sturen. Precies genoeg ruimte laten; geen millimeter meer. Alles om een ‘JA’ te krijgen.

Er is geen ‘Ja’ gezegd, dat doet hij nooit. Zo goed ken ik mijn buurman onderhand wel. Je moet altijd tussen de regels door luisteren. Op het moment dat hij over een detail gromt ‘dat het maar moet’, terwijl hij het daar niet mee eens is, weet je pas dat hij zich erbij heeft neergelegd. Dat hij er alles aan heeft gedaan om het af te houden, om dwars te liggen, om de boel te traineren. Om er onderuit te komen. Maar dat het toch moet. Pas dan kan je hem een gepaste marge laten. Anders neemt hij gelijk je hele arm.

Ik heb bewondering voor de rioolmeneer. Na dagen vol giftigheid kreeg hij bij mij de angel er uit. En hij heeft instemming van de buurman geregeld.

Ik vind de auto van de rioolmeneer stoer. Het is een zwarte Dodge RAM.

De man van de rioolservice

Het is natuurlijk riskant, zo’n vroege afspraak op de maandagochtend. Ik heb huisarrest en wacht tot de man van de rioolservice komt. Hij is de derde binnen een jaar. De eerste twee bezoeken leidden tot niets, al mocht ik wel betalen. Nu wil ik eindelijk weten hoe het zit met de riolering hier. Er zitten wat vochtplekken bij muren, dus laat ik een camera-inspectie uitvoeren.

Meneer nummer een was mij aanbevolen door een vriendin van een vriendin. Die nooit meer. Meneer nummer twee scoorde hoog in Google-regionen. Dat bleek evenmin een aanbeveling. Tussendoor kwam er bij de buurvrouw ook een rioolmeneer. Ook die nooit weer. Even moest ik moed verzamelen. Daarna plukte ik een familiebedrijf van internet. Zou dat meer geluk brengen?

Vorige week maandag belde ik. Een mevrouw nam op. (De zus van, de moeder, tante, echtgenote of een vriendin?) Ze maakte een aantekening en zou mijn verzoek om informatie doorgeven. Want de heren zaten net in vergadering. Na afloop zou ik gelijk worden teruggebeld. Blijkbaar was het een overleg dat dag en nacht doorging. Kan natuurlijk, in familiekringen. Wanneer ik dagen later opnieuw bel, krijg ik gelijk een afspraak voor een bezoek ingepland, zonder informatie. Ach, doe ook maar.

Op de afgesproken tijd komt er geen bezoek, maar een telefoontje. Ik had toch om informatie gevraagd? Dat staat op de bon voor deze meneer. Gevalletje langs elkaar heen lopende communicatielijnen en kruislings passerende verwachtingen. Maakt niet uit. Kort daarna staat ‘ie in hoogsteigen persoon voor mijn deur. De rioolmeneer.

Ik moet zeggen, zo’n ruige heb ik nog niet eerder over de vloer gehad. Echt hardcore. En ik was toch aardig wat gewend met al die klussers. Eén blik op zijn toegetakelde uiterlijk en ik zou op straat met een grote boog om hem heen zijn gelopen. Maar hij verstaat zijn vak en is bovendien sociaal vaardig. Wat wens je nog meer?

De beelden van het ondergrondse interieur waren fascinerend. Nu nog een afspraak zien te regelen voor een kleine renovatie en een reinigingsbeurt. Want daarvoor moet ik bij zijn zus zijn. Of zijn moeder, tante, echtgenote of vriendin.

Bouwvakkers inhuren. Wat een gedoe

Als eigenaar van een oud huisje heb ik de afgelopen tweeëneenhalf jaar met bouwvakkers veel ervaring opgedaan. Een greep uit deze ervaringen. Heel concreet klussen afspreken en deze vervolgens op geheel eigenwijze; pardon: eigen wijze uitvoeren. Tergend langzaam werken als er een uurtarief is afgesproken. Razendsnel klaar zijn als de prijs een all-in tarief betreft. Een uur te laat komen. ‘Oh, is dit een probleem?’ Zonder kennisgeving niet op komen dagen. Offertes beloven en ondanks drie keer navragen niets meer laten horen.

Praat hierover met huiseigenaren en ze vertellen je gelijk alle horror stories. Deze week mocht ik zelf nog een nieuwe ervaring opdoen.

De muur in de kelder naar de kruipruimte vertoont sinds vorig jaar vochtplekken. Het is onbekend waar dat vocht vandaan komt: CV-leidingen, waterleiding, badkamerafvoer, leidingen bij de buren? Het kan allemaal. Wel hadden de buren rond die tijd problemen met hun afvoer en die loopt via een put in mijn tuin naar het straatriool.

Zelf kan ik nergens bij zonder de boel open te breken. Daarom overwoog ik een luik naar de kruipruimte te laten maken in de keldermuur of in de kamervloer. Ik vroeg een offerte aan en dat viel tegen. Zo’n luik kost al gauw € 1.000. Ook belde ik met een rioolservice. Een inspectie met graafwerk zou naar schatting uitkomen op € 500. Slik. Want het blijft de vraag of het daar aan ligt. Bij mij werkt de afvoer goed en ik ruik geen rioolgeur. Misschien was eerst een luik maken toch een betere optie. Dat kan altijd nog van pas komen.

Via via informeer ik verder en krijg ik de contactgegevens van een bouwvakker met een redelijke reputatie. Ik bel hem en vraag of hij tijd heeft en verzoek om een offerte. Daarvoor wil hij de situatie even bekijken. Logisch. Rond avondetenstijd belt hij een half uur te vroeg aan. Ik laat hem de keldermuur met vochtplekken zien en zeg dat ik een luik wil. Maar hij raadt af om een luik te maken en stelt voor om eerst naar de riolering te kijken. Want een put kan vol met blad en andere troep raken. Als er dan ergens een barstje zit, kan die gaan lekken. Het klinkt plausibel. Lees verder “Bouwvakkers inhuren. Wat een gedoe”

Grote baggerpoten in de woonkamer

Het was bekend dat mijn oude arbeidershuisje moest worden opgeknapt. Een verbouwing van de keuken, het toilet en het stalletje was direct nodig. Intussen bleef de lijst met onderhoudsklussen groeien. Bij tachtig raakte ik de tel kwijt.

Dus begrijp ik best dat werklui rommel maken. Er valt trouwens te leven met veertien mega grote dozen in de woonkamer. Zoals wanneer de keuken een weekje op montage moet wachten, omdat het stucwerk nog droogt. Logisch ook dat je maandenlang in een ravage woont. Overal kale muren, losse snoeren, uitstekende buizen en hier en daar wat open afvoeren. De afwas doe je gewoon in de badkamer. Kan best. Dat de stroom weleens uitvalt … Soit. En die lekkage in de badkamer? Ach, doe er maar gelijk bij. We zijn toch al bezig. Sloten en drempels en ramen vervangen, het trapgat vergroten en leuningen ophangen? Geen probleem. Nieuwe kabels voor razendsnel internet? Doe maar. Dat geboor in de buitenmuur valt toch niemand meer op hier. Slimme meters voor gas en elektra? Prima, is dat ook weer geregeld. Wat? Waterslag in de leiding? Geen probleem, daar weten we raad mee. Pakken we gelijk samen met de buren de vervanging van de schutting mee. En deze week de renovatie van de schoorsteen.

Dus ben ik gewend om bouwvakkers over de vloer te hebben. Wat ik alleen niet vat, is waarom het nu werkelijk altijd moet gieten als zij bezig zijn. Precies wanneer ze met hun grote baggerschoenen en vuildruipende gereedschap dwars door mijn elegante woonkamer moeten lopen. Altijd hé. Altijd. Vandaag dus ook. Kunnen zij niks aan doen, weet ik wel.

Dus als het KNMI weer eens grote droogte verwacht, plan ik gewoon de volgende klus in. Stortbuien verzekerd.

(Ondertussen hoop ik maar dat het nieuwe cement van de schoorsteen niet wegspoelt.)

Voor niets een monteur gebeld

Na twee jaar zorgt mijn oude arbeidershuis nog steeds voor verrassingen. Afgelopen zondag lag er een soort teerdruppel op de keldervloer. Daarboven loopt een buis langs de muur. Die is wit gekalkt door vorige bewoners. Het ziet er ruw en oud uit. Eigenlijk wist ik niet goed waar die buis voor was. Hij komt van onder de grond door de buitenmuur naar binnen, maakt dan een knik omhoog en verdwijnt in een gat door de houten trap erboven. Precies ter hoogte van de meterkast.

Dus ik volgde het spoor en jawel: hij sluit aan op een metalen kastje van waaruit leidingen lopen naar de groepenkast. Elektriciteit dus. En die leiding drupte dus … Zulke dingen ontdek ik nou altijd in het weekend. Precies wanneer er niemand bij de helpdesk zit. De stoppen waren nog niet doorgeslagen, dus ik hoefde niet meteen in paniek te raken, bezwoer ik mezelf. Maar echt lekker sliep ik daarna niet.

Op maandag heb ik gelijk Liander gebeld, en kreeg ik een meneer aan de lijn. ‘Ziet het er teerachtig uit?’ vroeg hij, nadat ik de situatie had geschetst. (Ik blij dat hij begreep waarover het ging.) ‘Ja!’, zei ik. ‘Oh,’ zei hij ‘dat is heel normaal.’

Nou ja zeg, die had ik even niet verwacht. Er kon toch water in de leiding zijn gelopen? Dat is toch gevaarlijk! Misschien moesten ze mijn hele voortuin wel open graven. Ik had de bui al zien hangen. Ging hij mij nu afpoeieren soms? ‘Zal ik foto’s sturen?’, vroeg ik nog. Want die had ik al met mijn mobieltje genomen.

‘Neuh, hoeft niet’, zei hij. Maar ik had verteld dat het huis al oud is, dus voor de zekerheid zou hij toch een monteur laten komen. Hij vroeg mijn vaste telefoonnummer, mijn mobiele nummer en mijn e-mailadres. Dan kon hij doorgeven wanneer. Er kwam echter geen belletje of berichtje meer.

Vandaag om 11.00 uur werd er onverwacht aangebeld. De monteur. Dat is nu al de tweede keer dat niemand doorgeeft wanneer zo iemand komt. Ze boffen maar dat ik zogezegd de hele dag op de bank thuis zit. Hij keek ernaar, zei dat het onlangs erg warm was geweest en dat de kabel dan gaat ‘zweten’. Niets aan de hand, niks aan doen.

Hij keek mij eens aan. Dat vlekje op de vloer kon ik makkelijk verwijderen met nagellak remover, zei hij. Ik vroeg mij ter plekke zwijgend af welk middel hij zou hebben aangeraden als hij een man voor zich had gehad. Binnen vijf minuten vertrok hij weer.

Nou, ik vind anders dat het er best dramatisch uitziet, hoor. Kijk maar: