Verwarrende verwikkelingen in december

Wat is deze december toch een rare maand. De een leeft toe naar de rust en de stilte van de winterperiode, waarin we ons terugtrekken in ons warme holletje. Het werk is gedaan, er is eten in overvloed en binnen is het warm. In de beslotenheid van onze huizen geeft kerstverlichting de knusse sfeer van saamhorigheid aan. Terwijl de ander door overwerk op zijn tandvlees loopt, plotseling terminaal ziek blijkt of een rechtszaak voorbereidt.

Deze december is een verwarrende maand. Want het gaat goed en ik heb het weer gehaald. Na een heel jaar zonder inkomen staat er nog genoeg op de bank. Ik leef soberder dan ooit, maar het ontbreekt mij aan niets. Hier is de rust en de ruimte die ik jarenlang zo heb gemist. Buiten schetst de vorst met wit uitgeslagen daken en struiken een heus wintertafereel. Het geeft een intens gevoel van tevredenheid.

En dat is vreemd, omdat de buurvrouw en ik een mogelijke rechtszaak voorbereiden. Komt de buurman niet snel tot inkeer, dan is er geen andere weg meer.

Wat kan het toch bizar lopen. Verhalen over een scheiding en een terminaal zieke man. Beiden totaal onverwacht. En dan, wat er daarna gebeurt. Hoe mensen die elkaar al decennia kennen vervolgens met elkaar omgaan.

Ondertussen bij mij. Een vriendin biedt voor de rioolperikelen spontaan geld aan. Heel lief, maar dat hoeft niet. Een andere vriendin weet steeds werk te regelen. Misschien opnieuw. Er zijn ook vriendinnen die willen afspreken. We gaan elkaar binnenkort terugzien. En dan de man die ons wil bijstaan met bewijsmateriaal. Ook al kunnen we geen garantie geven dat hij daarna wordt ingehuurd voor het riool. Je leert elkaar pas echt kennen als er problemen zijn. De buurvrouw en ik zitten samen op één lijn. Het doet goed allemaal.

Over een riool, wanhoop en razernij, een buurman en de rioolmeneer

Dit was zo’n week waarin ik mezelf bijna niet rustig kreeg. De aanleiding is basaal. Er is een probleem met het riool dat ik deel met de buurvrouw links en de buurman rechts. Buurman ligt altijd dwars en heeft nergens geld voor. Zegt ‘ie. Ik weet het niet. Buurvrouw is nieuw en constructief. Dat is een verademing vergeleken met mijn vorige buren. Want die hadden ook nauwelijks geld en deden maar wat.

Met de buurman deel ik een hele geschiedenis. Dat is best een prestatie, wanneer je bedenkt dat ik hier pas 3 ½ jaar woon. Maar ik herken de verhalen, verteld door mijn andere buren en de drie opeenvolgende eigenaren van mijn pand. Zij kregen het evengoed voor hun kiezen. Want de buurman is een zeer moeilijke man als het op onderhoud aankomt. Al heeft hij zijn goede kanten.

Hij kan mensen tot wanhoop drijven. Zelf kaart ik slechts het hoogst-noodzakelijke onderhoud van zijn woning aan, waar die grenst aan mijn pand. Maar dan nog is het bij elke kwestie: ‘NEE’. Want: hij heeft nergens last van. Het is zijn probleem niet. En zo wel, dan heeft hij toch geen geld. Zoek het maar uit, is steevast waar het op neerkomt.

Hij kan mij tot razernij drijven. Oh man, en wat kán ik kwaad worden. VOEM! Explosief gewoon. Het is vast mijn Hugenotenbloed dat dan kookt. Want ik verdraag geen huftergedrag en onrechtvaardigheid. Toch moet ik de eerste nog tegenkomen die mij in zo’n stemming aankan. Uiteindelijk.

Evengoed heb ik er zelf veel last van. Het is slecht voor mijn hart en bloeddruk. Ik kan letterlijk de spanning in mijn aderen voelen. En daarin niet alleen. Helaas is er geen remedie wanneer ik in zo’n toestand verkeer. Ademhalingsoefeningen en wandelingetjes in het bos helpen dan niet meer. Dus houdt het dagenlang aan en blijven mijn gedachten rondtollen. Net zo lang tot de cirkels groter worden en er beetje bij beetje meer ruimte komt.

Ik rekende op weigergedrag van de buurman toen de mensen van de rioolservice terugkwamen. Daardoor had ik slecht geslapen en was ik al gespannen. Dat verergerde toen ze direct op serieuzere problemen stuitten. Ze moesten bij de buurman verder kijken. Ik liep met hen mee naar zijn deur. Hij deed open en kraamde prompt weer uit ‘dat hij nergens last van had’. Ik denk dat niemand doorhad hoe kwaad ik was. Behalve die ene rioolmeneer, waarschijnlijk. Want hij kijkt naar hoe iemand reageert.

Gisteren kwam de rioolmeneer weer, om afstanden op te meten. En om de opties voor de volgende offerte door te nemen. Gelukkig waren er twee dagen verstreken. De heftigste emoties waren geluwd en ik had mijn gedachten op een rijtje gekregen. Hij weet van de gevoeligheden, maar het blijft een zakelijke bespreking.

Jongleren, dat is wat we doen. Ik met mezelf, voor een helder perspectief op de verschillende belangen. De buurvrouw en ik samen in een aparte voorbespreking. Waarin we opties afwegen, terwijl we elkaar nog niet goed kennen. De rioolmeneer en ik voordat we weer aanbellen bij de buurman. Rollenspellen spelen. Aangeven en overnemen, voorzetten en sturen. Precies genoeg ruimte laten; geen millimeter meer. Alles om een ‘JA’ te krijgen.

Er is geen ‘Ja’ gezegd, dat doet hij nooit. Zo goed ken ik mijn buurman onderhand wel. Je moet altijd tussen de regels door luisteren. Op het moment dat hij over een detail gromt ‘dat het maar moet’, terwijl hij het daar niet mee eens is, weet je pas dat hij zich erbij heeft neergelegd. Dat hij er alles aan heeft gedaan om het af te houden, om dwars te liggen, om de boel te traineren. Om er onderuit te komen. Maar dat het toch moet. Pas dan kan je hem een gepaste marge laten. Anders neemt hij gelijk je hele arm.

Ik heb bewondering voor de rioolmeneer. Na dagen vol giftigheid kreeg hij bij mij de angel er uit. En hij heeft instemming van de buurman geregeld.

Ik vind de auto van de rioolmeneer stoer. Het is een zwarte Dodge RAM.

De man van de rioolservice

Het is natuurlijk riskant, zo’n vroege afspraak op de maandagochtend. Ik heb huisarrest en wacht tot de man van de rioolservice komt. Hij is de derde binnen een jaar. De eerste twee bezoeken leidden tot niets, al mocht ik wel betalen. Nu wil ik eindelijk weten hoe het zit met de riolering hier. Er zitten wat vochtplekken bij muren, dus laat ik een camera-inspectie uitvoeren.

Meneer nummer een was mij aanbevolen door een vriendin van een vriendin. Die nooit meer. Meneer nummer twee scoorde hoog in Google-regionen. Dat bleek evenmin een aanbeveling. Tussendoor kwam er bij de buurvrouw ook een rioolmeneer. Ook die nooit weer. Even moest ik moed verzamelen. Daarna plukte ik een familiebedrijf van internet. Zou dat meer geluk brengen?

Vorige week maandag belde ik. Een mevrouw nam op. (De zus van, de moeder, tante, echtgenote of een vriendin?) Ze maakte een aantekening en zou mijn verzoek om informatie doorgeven. Want de heren zaten net in vergadering. Na afloop zou ik gelijk worden teruggebeld. Blijkbaar was het een overleg dat dag en nacht doorging. Kan natuurlijk, in familiekringen. Wanneer ik dagen later opnieuw bel, krijg ik gelijk een afspraak voor een bezoek ingepland, zonder informatie. Ach, doe ook maar.

Op de afgesproken tijd komt er geen bezoek, maar een telefoontje. Ik had toch om informatie gevraagd? Dat staat op de bon voor deze meneer. Gevalletje langs elkaar heen lopende communicatielijnen en kruislings passerende verwachtingen. Maakt niet uit. Kort daarna staat ‘ie in hoogsteigen persoon voor mijn deur. De rioolmeneer.

Ik moet zeggen, zo’n ruige heb ik nog niet eerder over de vloer gehad. Echt hardcore. En ik was toch aardig wat gewend met al die klussers. Eén blik op zijn toegetakelde uiterlijk en ik zou op straat met een grote boog om hem heen zijn gelopen. Maar hij verstaat zijn vak en is bovendien sociaal vaardig. Wat wens je nog meer?

De beelden van het ondergrondse interieur waren fascinerend. Nu nog een afspraak zien te regelen voor een kleine renovatie en een reinigingsbeurt. Want daarvoor moet ik bij zijn zus zijn. Of zijn moeder, tante, echtgenote of vriendin.

Bouwvakkers inhuren. Wat een gedoe

Als eigenaar van een oud huisje heb ik de afgelopen tweeëneenhalf jaar met bouwvakkers veel ervaring opgedaan. Een greep uit deze ervaringen. Heel concreet klussen afspreken en deze vervolgens op geheel eigenwijze; pardon: eigen wijze uitvoeren. Tergend langzaam werken als er een uurtarief is afgesproken. Razendsnel klaar zijn als de prijs een all-in tarief betreft. Een uur te laat komen. ‘Oh, is dit een probleem?’ Zonder kennisgeving niet op komen dagen. Offertes beloven en ondanks drie keer navragen niets meer laten horen.

Praat hierover met huiseigenaren en ze vertellen je gelijk alle horror stories. Deze week mocht ik zelf nog een nieuwe ervaring opdoen.

De muur in de kelder naar de kruipruimte vertoont sinds vorig jaar vochtplekken. Het is onbekend waar dat vocht vandaan komt: CV-leidingen, waterleiding, badkamerafvoer, leidingen bij de buren? Het kan allemaal. Wel hadden de buren rond die tijd problemen met hun afvoer en die loopt via een put in mijn tuin naar het straatriool.

Zelf kan ik nergens bij zonder de boel open te breken. Daarom overwoog ik een luik naar de kruipruimte te laten maken in de keldermuur of in de kamervloer. Ik vroeg een offerte aan en dat viel tegen. Zo’n luik kost al gauw € 1.000. Ook belde ik met een rioolservice. Een inspectie met graafwerk zou naar schatting uitkomen op € 500. Slik. Want het blijft de vraag of het daar aan ligt. Bij mij werkt de afvoer goed en ik ruik geen rioolgeur. Misschien was eerst een luik maken toch een betere optie. Dat kan altijd nog van pas komen.

Via via informeer ik verder en krijg ik de contactgegevens van een bouwvakker met een redelijke reputatie. Ik bel hem en vraag of hij tijd heeft en verzoek om een offerte. Daarvoor wil hij de situatie even bekijken. Logisch. Rond avondetenstijd belt hij een half uur te vroeg aan. Ik laat hem de keldermuur met vochtplekken zien en zeg dat ik een luik wil. Maar hij raadt af om een luik te maken en stelt voor om eerst naar de riolering te kijken. Want een put kan vol met blad en andere troep raken. Als er dan ergens een barstje zit, kan die gaan lekken. Het klinkt plausibel. Lees verder “Bouwvakkers inhuren. Wat een gedoe”

Grote baggerpoten in de woonkamer

Het was bekend dat mijn oude arbeidershuisje moest worden opgeknapt. Een verbouwing van de keuken, het toilet en het stalletje was direct nodig. Intussen bleef de lijst met onderhoudsklussen groeien. Bij tachtig raakte ik de tel kwijt.

Dus begrijp ik best dat werklui rommel maken. Er valt trouwens te leven met veertien mega grote dozen in de woonkamer. Zoals wanneer de keuken een weekje op montage moet wachten, omdat het stucwerk nog droogt. Logisch ook dat je maandenlang in een ravage woont. Overal kale muren, losse snoeren, uitstekende buizen en hier en daar wat open afvoeren. De afwas doe je gewoon in de badkamer. Kan best. Dat de stroom weleens uitvalt … Soit. En die lekkage in de badkamer? Ach, doe er maar gelijk bij. We zijn toch al bezig. Sloten en drempels en ramen vervangen, het trapgat vergroten en leuningen ophangen? Geen probleem. Nieuwe kabels voor razendsnel internet? Doe maar. Dat geboor in de buitenmuur valt toch niemand meer op hier. Slimme meters voor gas en elektra? Prima, is dat ook weer geregeld. Wat? Waterslag in de leiding? Geen probleem, daar weten we raad mee. Pakken we gelijk samen met de buren de vervanging van de schutting mee. En deze week de renovatie van de schoorsteen.

Dus ben ik gewend om bouwvakkers over de vloer te hebben. Wat ik alleen niet vat, is waarom het nu werkelijk altijd moet gieten als zij bezig zijn. Precies wanneer ze met hun grote baggerschoenen en vuildruipende gereedschap dwars door mijn elegante woonkamer moeten lopen. Altijd hé. Altijd. Vandaag dus ook. Kunnen zij niks aan doen, weet ik wel.

Dus als het KNMI weer eens grote droogte verwacht, plan ik gewoon de volgende klus in. Stortbuien verzekerd.

(Ondertussen hoop ik maar dat het nieuwe cement van de schoorsteen niet wegspoelt.)

Voor niets een monteur gebeld

Na twee jaar zorgt mijn oude arbeidershuis nog steeds voor verrassingen. Afgelopen zondag lag er een soort teerdruppel op de keldervloer. Daarboven loopt een buis langs de muur. Die is wit gekalkt door vorige bewoners. Het ziet er ruw en oud uit. Eigenlijk wist ik niet goed waar die buis voor was. Hij komt van onder de grond door de buitenmuur naar binnen, maakt dan een knik omhoog en verdwijnt in een gat door de houten trap erboven. Precies ter hoogte van de meterkast.

Dus ik volgde het spoor en jawel: hij sluit aan op een metalen kastje van waaruit leidingen lopen naar de groepenkast. Elektriciteit dus. En die leiding drupte dus … Zulke dingen ontdek ik nou altijd in het weekend. Precies wanneer er niemand bij de helpdesk zit. De stoppen waren nog niet doorgeslagen, dus ik hoefde niet meteen in paniek te raken, bezwoer ik mezelf. Maar echt lekker sliep ik daarna niet.

Op maandag heb ik gelijk Liander gebeld, en kreeg ik een meneer aan de lijn. ‘Ziet het er teerachtig uit?’ vroeg hij, nadat ik de situatie had geschetst. (Ik blij dat hij begreep waarover het ging.) ‘Ja!’, zei ik. ‘Oh,’ zei hij ‘dat is heel normaal.’

Nou ja zeg, die had ik even niet verwacht. Er kon toch water in de leiding zijn gelopen? Dat is toch gevaarlijk! Misschien moesten ze mijn hele voortuin wel open graven. Ik had de bui al zien hangen. Ging hij mij nu afpoeieren soms? ‘Zal ik foto’s sturen?’, vroeg ik nog. Want die had ik al met mijn mobieltje genomen.

‘Neuh, hoeft niet’, zei hij. Maar ik had verteld dat het huis al oud is, dus voor de zekerheid zou hij toch een monteur laten komen. Hij vroeg mijn vaste telefoonnummer, mijn mobiele nummer en mijn e-mailadres. Dan kon hij doorgeven wanneer. Er kwam echter geen belletje of berichtje meer.

Vandaag om 11.00 uur werd er onverwacht aangebeld. De monteur. Dat is nu al de tweede keer dat niemand doorgeeft wanneer zo iemand komt. Ze boffen maar dat ik zogezegd de hele dag op de bank thuis zit. Hij keek ernaar, zei dat het onlangs erg warm was geweest en dat de kabel dan gaat ‘zweten’. Niets aan de hand, niks aan doen.

Hij keek mij eens aan. Dat vlekje op de vloer kon ik makkelijk verwijderen met nagellak remover, zei hij. Ik vroeg mij ter plekke zwijgend af welk middel hij zou hebben aangeraden als hij een man voor zich had gehad. Binnen vijf minuten vertrok hij weer.

Nou, ik vind anders dat het er best dramatisch uitziet, hoor. Kijk maar:

Welles / Nietes – of toch wel?

Vorige week ging ik even bij de buren langs om over onderhoudszaken te praten. Bij hen heerst nog een ouderwets soort gezelligheid. Hij is net met pensioen en zij werkt niet meer. Dus hebben ze alle tijd. Vaak word ik binnen gevraagd en zo ook nu weer. Op mijn lijst stond: de lekkende dakgoot, de waterslag (néé, niet weer!) en de heg aan het eind van ons achterpad. Plus een onuitgesproken vraag over mijn perceelgrens.

Lekkende dakgoot
Ik kan niet anders zeggen; dergelijke kwesties zijn bijzonder interessant. Want zet drie mensen aan het denken en ze komen met drie verschillende ideeën aanzetten. Bijvoorbeeld over die dakgoot. Daar had de buurman al eens naar gekeken. Eerst lekte het bij de aansluiting tussen de goot en de afvoerpijp. Dat loste hij met speciaal plakband op. Maar kort daarna droop het water langs het houtwerk onder de goot door. Lag het aan het plakband, zat er een gaatje in de goot, of was het iets anders? Uiteindelijk bleken twee gebarsten dakpannen de oorzaak. Dat lek was snel verholpen.

Waterslag
Wat de waterslag betreft, heb ik een poosje in de ontkenningsfase gezeten. Dat krijg je na 22 jaar waterslagperikelen in een VVE. Maar ja, het was een feit. Als de buren hun keukenkraan dichtdraaiden, ving de waterleiding in mijn huis de klap op. Raar, maar waar. Dus ik naar het waterbedrijf gebeld. Het lag aan de keerklep van de buren, zo werd mij verteld. Die zelf een afspraak moesten maken. Anders kwam er geen monteur. Vervelend, toch vroeg ik het hen maar. Drie weken later gingen de klappen nog vrolijk door.

Bij mijn bezoek werd snel duidelijk waarom. De buurman meende namelijk dat het niet aan hun keerklep lag. En dus was er niet gebeld. Tja. Het vergt op zulke momenten wel wat overredingskracht, maar gelukkig zijn deze buren welwillend. Dus werd er alsnog naar het waterbedrijf gebeld. Door de buurman, deze keer. Waar prompt werd gezegd dat het niet aan hun keerklep lag, zo werd mij vervolgens verteld.

Fijn, fijn, fijn. Ik weer bellen. Nee, het moest écht bij de buren gebeuren, zei de mevrouw weer aan de andere kant van de lijn. Daarop heb ik met telefoon en al bij de buren aangebeld, zodat de buurman en de mevrouw het verder samen konden bespreken.

Vandaag kwam dan toch de monteur langs. Die eerst eens bij de buren naar de keerklep luisterde en toen naar die bij mij. Nee, die twee keerkleppen, daar lag het toch heus niet aan. ‘Maar hoe kon het dan dat je de klappen van de kraan van de buren in mijn leiding hoort?’, wilde ik weten. Schouderophalen. Wist hij ook niet. Had hij in geen dertig jaar als monteur bij het waterbedrijf meegemaakt. Maar ja, oude huizen, hè, dan heb je weleens wat. Hoort er bij. En anders kon ik zelf een andere installateur inschakelen. Want verder dan de watermeter reikte zijn verantwoordelijkheid niet.

Toen kwam dat traumaatje dus boven. Want een monteur laten vertrekken, zonder dat er minstens een poging is gedaan, dat nooit (meer). Dus maar weer gevraagd of hij tòch bij mij de keerklep zou willen vervangen, gewoon om het op zijn minst te proberen. ‘Nou, dat zou wel even werk zijn’, zei hij. Maar hij was de moeilijkste niet en deemoedig daalde hij vervolgens de keldertrap af. De schat. Welgeteld twee minuten later was de klus geklaard en nu is de waterleiding stil. Helemaal stil. Ach, wat zouden die monteurs toch met hun leven moeten beginnen als er geen vrouwen waren?

De heg en het recht van overpad
Die heg is een verhaal apart. Kort samengevat: het hindert meerdere buren dat de heg zo ver over ons pad woekert. En ook zij hebben al eerder slecht verlopen gesprekken met de eigenaresse gevoerd. Dat werd snel duidelijk toen ik bij nog een paar buren langsging. Intussen werken we aan een oplossing en brengt die heg ons wel nader tot elkaar. Hoewel?

Perceelgrens
Ik verneem van alles en leer mijn buren beter kennen. Zo hoor ik eerst de ene kant van het verhaal. Bel ik twee deuren verderop aan, dan vertelt men de tegenovergestelde versie. Enkele personen zijn pragmatisch, terwijl enkele anderen op hun strepen staan. Sommige mensen zitten heerlijk op hun praatstoel en die hoor ik graag aan. Sommigen anderen voelen zich altijd tekortgedaan. Zij willen zich nog wel eens iets laten ontvallen. Over wat hier voor mijn tijd is gebeurd, bijvoorbeeld. Dat kan nuttig zijn.

Want er is nóg een kwestie over een grenslijn. Eén waarvan ik mij al afvroeg hoe ik erover kon beginnen. Op de kadastrale tekening is mijn perceel namelijk kaarsrecht. Maar mijn tuin is dat in werkelijkheid niet echt. Er is sprake van een wonderbaarlijke versmalling aan het eind. Gezien de breedte van mijn huis, is het aannemelijk dat er een strook ontbreekt. Inmiddels weet ik dat dit tot een enorme rel heeft geleid met de vroegere eigenaar van mijn pand. ‘Ja,’ begon de andere buurvrouw, ‘eigenlijk heb jij een stukje dat bij ons perceel hoort.’ Terwijl iemand verderop mij dus net over die rel had verteld.

Echt, ga eens vaker aan weerszijden bij je buren langs. Dan hoor je nog eens wat.