Een aanvulling en een ontdekking

Vaak schiet mij nog wat te binnen nadat ik een log heb gepubliceerd. Dan pas ik het aan. Meestal verandert er weinig, maar soms is de ingreep drastisch. Zoals bij een recent log over asfalt in Duitsland. Ook deed ik een leuke ontdekking dankzij een log waarin een link naar Persepolis staat. Daarom gaan beide logjes in de herkansing.

De wonderlijke band tussen Duits asfalt en een straatmozaïek in de Leidse binnenstad

Eergisteren verscheen het log ‘Duits asfalt met kunst van Mondriaan’. Ik wilde het daarin genoemde logo van kunsttijdschrift De Stijl tonen. Dat durfde ik echter niet vanwege de regels rond het auteursrecht. Uiteindelijk plaatste ik slechts een link naar een foto op Wikipedia, met als gevolg dat mijn associatieve gedachte nauwelijks uit de verf kwam.

Ook ontdekte ik dat het logo aan het begin, en de figuren in de weg aan het eind van dezelfde lange-afstands-wandelroute zijn te zien. Dat verband vond ik frappant en een vermelding waard. Daarom kreeg dit log een nieuwe titel én een flinke aanvulling.

Ben jij nu benieuwd naar de bijzondere link tussen een weg in Duitsland en een Leids straatmozaïek? Lees dan Duits asfalt met kunst van De Stijl.

De eerste westerse vandaal in Persepolis was een Nederlander!

En hier komt de ontdekking. In ‘De keerzijde van de fotografie‘, schreef ik onder meer dit: ‘Al begin negentiende eeuw krasten rijke westerlingen hun namen in de monumentale panden van Persepolis. Ik heb de beschadigingen met eigen ogen gezien.’

Het stoorde mij dat ik bij ‘Persepolis’ naar een eigen logje had gelinkt dat matig relevant was. Dus moest er een link komen naar een pagina van Wikipedia. Eenmaal op die pagina beland, wakkerde een naam mijn nieuwsgierigheid aan. ‘Sketch of Persepolis from 1704 by Cornelis de Bruijn.’ Die krabbels van vroege reizigers … daar had ik toch foto’s van? Stond zijn naam er misschien bij?

En jawel hoor. Wellicht gaat zijn naam alleen nog rond in kringen van geschiedkundigen, maar zijn handtekening staat duidelijk linksonder op de Gate of All Nations: ‘C.D. Bruijn 1704’. Dé Nederlandse ‘ontdekker’ van Persepolis!

Dank jullie wel, copyright jagers

Nog maar anderhalve week geleden moest ik een aantal afbeeldingen van Raam Open verwijderen. Voor de zekerheid. Ik had foto’s genomen van ruimtes waar ook andermans foto’s en schilderijen hingen. Die mag je niet zomaar op internet zetten. Voordat je het weet, krijg je een copyright claimende advocaat op je dak. Wel dacht ik dat plaatsing van enkele foto’s van Unsplash in orde was. Tenslotte is dat een gratis beeldbank. Maar toen las ik alwéér een alarmerend logje, van Martine Bakx dit keer.

Zelfs met foto’s van Unsplash kan je de mist in gaan. Want, zo schrijft Martine, rechten worden verkocht en foto’s kunnen worden verwijderd van een gratis beeldbank. Nou, da’s weer lekker dan. Naast Raam Open beheer ik nog twee websites. En vooral op mijn familiewebsite staan foto’s van schilderijen. Het is namelijk lastig tijdreizen en zelf foto’s nemen in 1584. Ik noem maar even een jaartal.

Maar mij krijgen ze niet, hoor. Want ik ben zo Leids als je zijn kan. En juist de rechtszaak tussen een uitgeverij en het Leidse stadsarchief over copyright is berucht en beroemd. (Zie internet.) Daar ga ik nu mooi mijn voordeel mee doen. Want het Erfgoed Leiden en Omstreken is heel voorzichtig geworden. Dus als er anno 2020 bij een afbeelding staat dat die rechtenvrij is, dan is dat zo. Zeker weten.

Vandaag ben ik al de hele dag zoet met fraaie plaatjes opduiken. En geloof mij, de beeldbank van het Leidse archief is een goudmijn. Alleen al de verzameling aquarellen en tekeningen van Jan Elias Kikkert bevat honderden juweeltjes. Die zijn doorgaans eigendom van het archief zelf. En daarom rechtenvrij!

Hierboven staat een ander aandoenlijk tafereel dat al uit de periode 1541-1545 stamt. Pieter Sluyter tekende dit boerderijtje op een kaart van landerijen in Alphen aan den Rijn. Die landerijen waren eigendom van het Leidse Catharina Gasthuis.

Over die regio schreef ik in De Lagewaard in Koudekerk aan den Rijn. Een van mijn Leidse bloedverwanten had ruim vier eeuwen geleden eveneens met het Catharina Gasthuis te maken. Uit het betreffende logje moest ik echter een oude plattegrond schrappen vanwege potentieel copyright gedoe. Maar nu zal het niet lang meer duren voordat ik een nóg betere afbeelding vind in het archief.

Over de bron van bovenstaande afbeelding: Erfgoed Leiden en Omstreken, signatuur PV71829.1. Voor alle duidelijkheid zet ik hier de link. (Klik daar op de website aan de linkerzijde op de ‘i’, dan verschijnt de rest van de informatie.)

La la la Leiden …

Streekgeluiden uit vroeger tijden

Sinds ik in de buurt van Arnhem woon, voel ik mij soms net een allochtoon. Zodra ik mijn mond open doe, horen de mensen hier meteen dat ik van elders kom. Omgekeerd is het voor mij gissen waar zij precies vandaan komen. Het Ernhems herken ik nu wel. Maar in Gelderland en Twente worden tal van dialecten gesproken. Die verschillen van dorp tot dorp. Vooral tijdens wandelingen op het platteland hoor ik van alles en nog wat.

Ook in onze straat spreken meerdere buren dialect. Zoals de schilder, die ik voor een klusje wil benaderen. Daar moet ik mij wel op voorbereiden, want een gesprek met hem is topsport. Hij praat snel en houdt van grootspraak. Omdat ik hem moeilijk versta, duurt het een paar seconden voordat ik besef wat hij bedoelt. Zijn woorden leggen een heel parcours af door mijn hersenen. Ergens onderweg gaat er dan een luikje van herkenning open. Pas daarna kan ik reageren. Tegen die tijd is hij al bij het volgende onderwerp.

Deze week gaf taalwetenschapper Marc van Oostendorp een lezing over streektalen en dialecten. Hij verwacht niet dat ze gauw zullen verdwijnen, maar wel dat ze vervlakken. Taal is continu in beweging, bijvoorbeeld doordat mensen uit verschillende regio’s woorden van elkaar over nemen. Streektalen en dialecten beschouwen we echter steeds bewuster als onderdeel van onze identiteit. Dit zie je terug in de groeiende waardering voor lokale muziek. Zo functioneert dialect eveneens als een soort Geuzentaal.

Herman Finkers is overigens een geval apart. Hij heeft van huis uit ABN geleerd, omdat zijn ouders dachten dat hij daardoor betere kansen zou krijgen. De teksten voor zijn optredens schrijft hij eerst op in het Nederlands. Vervolgens zet hij alles om in het Twents dat zijn oma sprak. Van Herman wordt dit geaccepteerd, maar westerlingen zouden dit niet moeten proberen. Zo gevoelig liggen taalkwesties wel.

De website van het Meertens Instituut bevat een goudmijn aan geluidsopnamen van streektalen en dialecten uit onder meer Nederland, België en Frankrijk. Alleen al van Leiden staan er zeventig gesprekken op uit de jaren zeventig. Vaak komen ouderen aan het woord, die over het leven van vroeger vertellen. Op de achtergrond hoor je vogeltjes zingen en kopjes rinkelen terwijl de mensen om tafel zitten.

Bij mij roepen de opnamen vooral nostalgische herinneringen op. In die tijd kon je nog spontaan bij buren, vrienden en familie langsgaan en een bakkie doen. Aan het Leids merk ik hoe de manier van praten in de afgelopen vijftig jaar is veranderd. Zelfs hoor ik dat de geïnterviewden beschaafder praten dan normaal. Er zitten tenslotte ‘deftige’ onderzoekers van de universiteit in de huiskamer.

De Dialectenbank is ideaal voor wie buiten zijn geboorteregio woont en af en toe iets vertrouwds wil horen.

Smakelijk eten uit lang vervlogen tijden

Anno nu ligt het voedsel uit de hele wereld voor het grijpen in de supermarkt. Vruchten uit Azië, groenten uit Latijns Amerika en knollen uit Afrika. Je moet bijna zoeken naar wat er van oorsprong in de Hollandse pot zat. Fushion-gerechten vieren hoogtij. Maar is dit fenomeen wel zo nieuw? Gisteren bezocht ik een boeiende lezing door culinair historica Christianne Muusers in Museum het Leids Wevershuis. Zij vertelde dat men in de middeleeuwen al een grote variëteit aan ingrediënten kon kopen.

Ons idee is dat er vroeger weinig variatie was. Dat klopt slechts ten dele. Arme mensen aten vooral wat lokaal werd geproduceerd. Zij konden weinig exotische ingrediënten betalen. Maar de rijken hadden al vroeg een ruime keuze. Tal van ingrediënten raakten echter in onbruik na de middeleeuwen. Denk aan de zogenaamde ‘vergeten groenten’. Ook het huidige aanbod op de afdeling vleeswaren is in die zin een teken van verschraling. Waar zijn de zwaan en de varkenspootjes gebleven?

Exotische kruiden en specerijen waren van oudsher zeer duur. Tot de glorietijd van de VOC moest elk onsje over land worden vervoerd via de zijderoute. Daarna bracht de VOC onder meer kaneel en kruidnagel in grotere hoeveelheden op de markt voor een kleiner prijsje. Mede hierdoor verdrongen dergelijke specerijen de oorspronkelijke en vergelijkbare ingrediënten. Exotisch pittig (peper) verving inheems pittig (mosterd). Toch waren ook de oudst bekende smaakmakers vaak al eerder van elders ingevoerd.

Smakelijke verhalen en eeuwenoude recepten staan op Christianne’s website Coquinaria. Na de lezing was er een kleine proeverij van vlees-met-vis pasteitjes, hutspot zoals die in 1574 waarschijnlijk werd samengesteld (Leidens Ontzet!), marsepeinen egeltjes en hypocras (‘godendrank’ ofwel gekruide wijn). Die wijn smaakt zowel lekker als naar medicijn. Dat laatste is niet vreemd, wanneer je bedenkt dat er medicinale krachten aan kruiden werden ontleend.

Zoek je inspiratie voor een origineel kerstdiner, dan kan je op haar website je hart ophalen. Begin vroeg met de voorbereiding, want het kost tijd om de minder bekende ingrediënten bijeen te brengen.

Toerist in Giethoorn

Huizen en boerderijen in Giethoorn 03

Het gebeurt zelden dat ik mij een toerist waan in eigen land, maar gisteren was het goed raak. In Giethoorn of all places. Het deed mij terugdenken aan een bezoekje aan Volendam lang geleden. Die plaats beschouw ik nu niet bepaald als schoolvoorbeeld van wat ons land te bieden heeft. Afijn, we gingen wandelen in Giethoorn en een boottochtje was inbegrepen. Het was nog leuk ook.

Toch snap ik iets niet. Want wat is er zo bijzonder aan Giethoorn? Bevangen door de toeristenkoorts ging ik heel veel foto’s nemen. Na thuiskomst heb ik ze eens goed bekeken. En hoe meer ik er zag, hoe vaker ik dacht: ‘Verrek, dit lijkt wel het Groene Hart.’

Oké, in Giethoorn hebben de boerderijen een andere stijl. ‘Camel style’ zei Captain Jack van onze rondvaartboot. ‘You can leave your tip in the wooden clog.’, by the way. Het lag er allemaal nogal dik op, vond ik. Net als in Volendam, overigens.

Maar goed, die boerderijen op een eilandje aan het water hebben we ook bij Leiden. In Zoeterwoude, Koudekerk, Hoogmade en vooral aan de Kaag. Dus wat zat ik daar te doen op die boot, tussen de Chinezen, de Arabieren, de Duitsers, en Captain Jack?

En er was iets bevreemdends. Want heel vaag meen ik mij te herinneren dat ik als klein kleutertje eerder in Giethoorn ben geweest. En wat ik zeker weet, is dat het er toen niet krioelde van de hortensia’s. Die uitsloverige dingen groeien daar echt overal. Zijn ze from the English cottage gardens komen overwaaien, soms? Of is dit de invloed van de Amsterdamse kliek? Vroeger hadden ze toch gewoon geraniums in Giethoorn?

Ik miste ze, die bescheiden bloeiers. Geraniums zijn authentiek.

Het gaat van generatie op generatie

Leiden huis Hooglandsekerkgracht

We zitten in de wachtkamer van het ziekenhuis en de rollen zijn voorgoed omgedraaid. Vroeger ging mijn moeder met mij naar het ziekenhuis. Nu doe ik dat met haar. Haar linkeroog is afgeplakt. We zijn hier voor een controle. Af en toe praten we wat.

Opeens hebben we het over aangebrande aardappels. Geen idee hoe we erop komen. Ze vertelt dat oma, haar moeder, heel secuur was. En dat oma zo kon mopperen, als de dingen niet gingen zoals zij wilde. Overgrootvader deed dat ook, de vader van oma. Er was een lange gang tussen zijn winkel en zijn meubelwerkplaats in. Als hij de winkelbel hoorde rinkelen, terwijl hij achter aan het werk was, liep hij het hele eind mopperend door de gang. Tot hij de winkel betrad. Dan zette hij een vriendelijk gezicht op naar de klant.

Leuk om te vernemen. Dat heb ik dan niet van een vreemde.

Genealogen brengen hun stamboom in kaart omdat ze nieuwsgierig zijn naar hun familieverleden. Maar meer nog zijn ze op zoek naar de oorsprong van hun eigen eigenaardigheden.