Het luikje naar mijn beeldgeheugen

De werking van ons beeldgeheugen kan mij mateloos fascineren. Want wat wil het geval? Als ik een foto zie van een natuurgebied zonder enig herkenningspunt, dan weet ik soms toch direct om welk land het gaat. Tenminste, wanneer ik het land heb bezocht en dat indruk heeft gemaakt.

Bij een landschap met rode aarde roep ik meteen ‘Australië’. Waarom niet Namibië? Daar is de kleur van de woestijngrond vergelijkbaar rood. Of neem de weerfoto in het NOS-journaal, waarbij de locatie pas later wordt vermeld. Op een foto van een stukje stadsgracht zie ik direct dat het een Leidse gracht betreft, hoewel ik geen afzonderlijk gebouw herken. De foto kan evengoed in een andere oude binnenstad genomen zijn. Doorgaans klopt mijn eerste ingeving. Hoe kán dit? Ligt het aan de gebruikte baksteensoort of komt het door het licht?

Vermoedelijk bevatten dergelijke foto’s wel herkenbare elementen, die we onbewust registreren. Daarna opent er een luikje naar een beeld-herinnering. Zo’n beeld kan lang in het geheugen sluimeren totdat er iets vergelijkbaars passeert, en dan ontstaat de verbinding. Alleen blijft het luikje al dagen dicht bij bovenstaande foto. Ik weet welke locatie dit is, maar het schiet mij niet te binnen in welk ander land ik iets vergelijkbaars heb gezien.

Schilderachtig winters riviertafereel

Dit is een week vol zeldzame fenomenen. Het water in de Nederrijn staat nu drie meter hoger dan normaal, waardoor de uiterwaarden onder het wassende water zijn verdwenen. Ook is er veel sneeuw gevallen en beleven we een barre koudeperiode. Daarbij is de buitenlucht sinds corona relatief schoon. Voeg deze vier fenomenen samen en er ontstaat een schilderachtig winters riviertafereel. Op deze foto zie je de uiterwaard nabij het Drielse veer. Het pontje is vanwege omstandigheden uit de vaart genomen, maar naar verwachting vaart het volgende week weer.

Mijn tip voor wie de gelegenheid heeft: grijp je kans en ga naar de rivier!

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Sneeuwwit met goud (3)

Alsof er een golf via blogs op mij afkwam, zag ik de sneeuw vanuit het zuidwesten naderen. De eerste foto’s verschenen in Frankrijk. Daarna volgde België en toen waren wij aan de beurt. Ook hier viel pas het eerste dunne laagje sneeuw in twee jaar. Daarom duurde het even voor ik een nieuwe aflevering kon toevoegen aan de serie Sneeuwwit met goud. Dit is hem geworden en de titel luidt: Mooie dooi is niet lelijk.

Duits asfalt met kunst van De Stijl

Zet een stap over de grens en het landschap verandert subtiel. Verrassend genoeg is het straatbeeld aan Duitse zijde wat rommeliger dan hier. Neem deze asfaltweg tussen Gildehaus en Bad Bentheim. Die is plek voor plek gerepareerd. In Nederland zou dit wegdek gelijk over de volle breedte zijn geasfalteerd.

Maar dergelijk lapwerk heeft zijn charme. Deze weg is zelfs omgetoverd tot een waar kunstwerk! De langwerpige en hoekige vormen passen perfect bij het abstracte werk van De Stijl. Misschien is dit wel zo gedaan in navolging van Mondriaan.

Hier blijkt hoe wonderlijk ons associatieve geheugen werkt. Want ik heb iets dergelijks aan het begin van het Marskramerpad gezien. Deze Duitse weg is onderdeel van datzelfde pad; een wandelroute van Bad Bentheim naar Scheveningen. In 2004 liep ik voor het eerst een traject met twee vrouwen mee. Zij liepen in omgekeerde richting en ik haakte in Leiden aan.

Wanneer je vanaf Leiden Centraal de aanbevolen route volgt, kom je vanzelf over het Kort Rapenburg. En juist daar is nabij de Blauwpoortsbrug in het wegdek een mozaïek van De Stijl aangelegd. Wat frappant dus, om hier zoveel jaar later in Duitsland aan te worden herinnerd, op de allerlaatste etappe van dit Marskramerpad.

Bron afbeelding: Erfgoed Leiden en Omstreken, maker tekening

De drie akkers: rood – wit – blauw

Op een landgoed hier in de buurt is het elk jaar een verrassing wat er op de akkers zal groeien. Ondanks de recente droogte, is het graan nu rijp en bloeien de planten. Ik nam er foto’s van en ontdekte thuis een onderling verband. Rood – wit – blauw. Maar dat niet alleen.

Het rood is van de bloeiende rozen op een militaire ‘dodenakker’. Dat is de christelijke benaming voor een begraafplaats. Hier rust een dode ‘als een graankorrel in de aarde’ om op de dag des oordeels op te staan voor het eeuwig leven.

Zo komen we uit bij dit blonde koren. Een voedingstof waar de mensheid al eeuwen op leeft. Dit graan groeit als een dichte vacht op het veld, en is inmiddels onder het mes verdwenen.

Blauw, ten slotte, kleurt deze akker met phacelia, een bloeiende groenbemester. Eerst mogen de bijen ervan smullen. Daarna wordt de plant met bloem en al ondergeploegd om als voedingstof voor het volgende gewas te dienen. Graan misschien, wie zal het zeggen?

De Groene Bedstee in wintertooi

Sommige bomen draaien ‘s winters hun kleurenpatroon om. Zoals de beuken van de Groene Bedstee. Deze bomentunnel staat op landgoed Mariëndaal. Wat daar ’s zomers groen is, is nu bruin. En wat eerder bruin was, is nu groen.

Vandaag heb ik geprobeerd de exacte locatie van de zomerfoto’s terug te vinden. Tevergeefs natuurlijk. Maar het was toch een aangenaam tijdverdrijf op zondagmiddag.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)