Glooiingen en rechte spoorlijnen

Denkend aan het Nederlandse landschap zie ik al snel strakke lijnen voor me. In de groene polders van mijn jeugd werden de kaarsrechte sloten tussen de weilanden al in de zestiende eeuw gegraven. Daar hoefde bij de ruilverkaveling weinig meer aan te worden gedaan. Zelfs het nabijgelegen kustgebied is nogal rechttoe rechtaan. Alleen tussen de duinen met hun zachte glooiingen waan je je in een natuurgebied. Al zijn ook die duinen gedeeltelijk het resultaat van menselijk ingrijpen.

De Veluwe kende ik als een bosgebied waar kaarsrechte spoorwegen doorheen liepen. Pas toen ik vijftien jaar geleden vaker ging wandelen, ontdekte ik dat ons land meer variatie biedt. Limburg, Twente en de Achterhoek staan om hun afwisselende landschap bekend.

Waar je minder gauw aan denkt, zijn de overloopgebieden langs de grote rivieren. Op verschillende plaatsen heeft het water sinds 1995 weer ruimte teruggekregen. Daar zie je een redelijk geslaagde nabootsing van het oorspronkelijke rivierlandschap.

Bij de Oosterbeekse spoorbrug over de Nederrijn lijkt het een strakke boel. Toch hadden de spoorbouwers hier iets extra’s aan hun hoofd. Vlak voor de brug daalt de spoorlijn vanuit Arnhem naar Nijmegen met een bocht af op een stuwwal. Hiervoor is een diepe geul in de helling uitgegraven. En om te voorkomen dat de treinen vervolgens door een ondergelopen uiterwaard moeten waden, zijn er honderden meters aan de brug vastgeknoopt. Wel 336, om precies te zijn, verdeeld over zes zogeheten aanbruggen. En dat terwijl de boogbrug over de rivier ‘slechts’ 132 meter lang is.

Zo, dan weet u dit ook weer. Ik heb het even opgezocht naar aanleiding van bovenstaande foto. Een winters plaatje van dezelfde brug staat hier.

Schilderachtig winters riviertafereel

Dit is een week vol zeldzame fenomenen. Het water in de Nederrijn staat nu drie meter hoger dan normaal, waardoor de uiterwaarden onder het wassende water zijn verdwenen. Ook is er veel sneeuw gevallen en beleven we een barre koudeperiode. Daarbij is de buitenlucht sinds corona relatief schoon. Voeg deze vier fenomenen samen en er ontstaat een schilderachtig winters riviertafereel. Op deze foto zie je de uiterwaard nabij het Drielse veer. Het pontje is vanwege omstandigheden uit de vaart genomen, maar naar verwachting vaart het volgende week weer.

Mijn tip voor wie de gelegenheid heeft: grijp je kans en ga naar de rivier!

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Sneeuwwit met goud (4)

Alsof er een golf via blogs op mij afkwam, zag ik de sneeuw vanuit het zuidwesten naderen. De eerste foto’s verschenen in Frankrijk. Daarna volgde België en toen waren wij aan de beurt. Ook hier viel pas het eerste dunne laagje sneeuw in twee jaar. Daarom duurde het even voor ik een nieuwe aflevering kon toevoegen aan de serie Sneeuwwit met goud. Dit is hem geworden en de titel luidt: Mooie dooi is niet lelijk.

De Posbank, nu met paarse hei

Wil je de heide in bloei zien staan, dan is dit het juiste moment. De zachtglooiende heuvels van de Posbank liggen er prachtig diep paars bij. Wel zijn de sporen nog zichtbaar van het extreem droge jaar 2018. Toen stierven hele stukken heide af. Die dode heidestruikjes zorgen nu voor een extra kleurschakering: groen, paars en grijs.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Duits asfalt met kunst van De Stijl

Zet een stap over de grens en het landschap verandert subtiel. Verrassend genoeg is het straatbeeld aan Duitse zijde wat rommeliger dan hier. Neem deze asfaltweg tussen Gildehaus en Bad Bentheim. Die is plek voor plek gerepareerd. In Nederland zou dit wegdek gelijk over de volle breedte zijn geasfalteerd.

Maar dergelijk lapwerk heeft zijn charme. Deze weg is zelfs omgetoverd tot een waar kunstwerk! De langwerpige en hoekige vormen passen perfect bij het abstracte werk van De Stijl. Misschien is dit wel zo gedaan in navolging van Mondriaan.

Hier blijkt hoe wonderlijk ons associatieve geheugen werkt. Want ik heb iets dergelijks aan het begin van het Marskramerpad gezien. Deze Duitse weg is onderdeel van datzelfde pad; een wandelroute van Bad Bentheim naar Scheveningen. In 2004 liep ik voor het eerst een traject met twee vrouwen mee. Zij liepen in omgekeerde richting en ik haakte in Leiden aan.

Wanneer je vanaf Leiden Centraal de aanbevolen route volgt, kom je vanzelf over het Kort Rapenburg. En juist daar is nabij de Blauwpoortsbrug in het wegdek een mozaïek van De Stijl aangelegd. Wat frappant dus, om hier zoveel jaar later in Duitsland aan te worden herinnerd, op de allerlaatste etappe van dit Marskramerpad.

Bron afbeelding: Erfgoed Leiden en Omstreken, maker tekening