Als een landvrouwe

Lichtenbeek oranje koraalzwam

Waarom is er een mannelijk woord voor de eigenaar van een landgoed (‘landheer’) en komt ‘landvrouwe’ niet voor? Vrouwen kunnen toch al eeuwen landgoederen bezitten? ‘Landfreule’ bestaat wel. Dit woord staat voor een freule die op het platteland woont. Dat maakt toch wat minder indruk dan de eigenaresse van een landgoed zijn.

‘Landjonker’ komt eveneens voor. Dat is een landedelman. Een ‘landjuffer’, echter, is wederom een juffer die slechts op het land woont. En is zij wel edel? Verder heb je een ‘landarbeider’ (mannelijk woord), een ‘landbouwer’ (hij die voor zijn bestaan de akker bebouwt), een ‘landdrost’ (dat waren vroeger altijd mannen), en een ‘landmeisje’ (een meisje op het platteland). Ja, duh.

Ik vind het maar belachelijk. Op sommige landgoederen hier in de buurt ken ik elk paadje en ieder weggetje. Zelfs weet ik tot op de vierkante meter precies waar de paddenstoelen groeien. Als ze groeien, tenminste.

Het jonge koraalzwammetje hierboven, bijvoorbeeld, zou geen ‘landheer’ weten te vinden. Want zo’n ‘landheer’ inspecteert zijn landgoed natuurlijk uitsluitend te paard. Terwijl ik als ‘landvrouwe’ gewoon mijn laag-bij-de-grondse wandelingetjes zou maken. Dan zie je zo’n één centimeter groot koraalzwammetje wel staan. Als je goed oplet, tenminste. Dus vind ik dat die titel mij veel meer toekomt.

Een route vol stekels

paars bloeiende distels in veld

Wanneer je het ergens naar je zin hebt, dan zie je het vooral positief in. Ik heb mooie herinneringen aan die wandeling in de uiterwaard bij Ewijk van afgelopen zondag. Wat een beetje buiten beeld blijft, zijn stekels. Die waren overal. Scherpe stekels aan allerlei bloeiende distelsoorten. Stekels aan grote kaardenbollen. Hele venijnige stekels aan overhangende bramentakken. Daar blijf je met je broekspijpen in hangen. En verderop zag ik de enorme stekels van een zilveren onopordum acanthium (wegdistel).

zaadpluizen van distel in de wind

Wat een contrast met de zachte pluizenbollen waaraan de distelzaden uitvliegen. Die hebben een hoge aaibaarheidsfactor. Kennelijk zijn stekelplanten van het type ruwe bolster blanke pit. De vrucht van een braam is toch ook heerlijk zoet. En de kaardenbol? Die laat kransen van piepkleine lieflijke roze bloemetjes tussen zijn prikkers groeien.

kaardenbol met roze bloemkransen

Een rijkdom aan wilde plantensoorten

Zicht op de Waal bij Ewijk

Die Trage Tocht bij Ewijk van afgelopen zondag is er een om van na te genieten. De cirkelwandeling start bij Slot Doddendael, dat al figureerde in de Tachtigjarige Oorlog. Eerst kom je door een bosje en over een dijk. Daarna volgt een afwisselende struintocht langs de Waal in de uiterwaard. Dit gebied werd in 1989 teruggegeven aan de natuur. En dat is goed te merken. Je wandelt er tussen soms manshoge planten in een rijke variatie aan soorten. De smalle paden zijn uitgestippeld door runderen die hier vrij rondbanjeren.

Een bioloog kan er zijn hart ophalen. Zelf weet ik weinig af van wilde planten. Ik heb geprobeerd een aantal soorten via internet te benoemen, maar laat dit liever aan kenners over. Een kleine greep uit wat er in elk geval groeit: kamille, chicorei, moeraskruiskruid, kruisdistel en kaardenbol, vergeet-mij-nietjes, wollige munt, boerenwormkruid, fluitekruid, weidekervel, akkerhoornbloem, heksenmelk, absintalsem, wilde marjolein, ijzerhard en zuring, plus watergentiaan in een strang.

Wie alles wil weten over de planten, vogels, insecten en vissen in de uiterwaard, kan deze gebiedsrapportage downloaden. Het rapport bevat ook een beschrijving van de recente ontstaansgeschiedenis.

Struinen bij Ewijk over smalle paden

Trage tocht in ruige uiterwaard

Uiterwaard Waal Ewijk trage tocht

Na een paar duizend wandelkilometers in Nederland ben ik aardig verwend geraakt. De landelijkste routes, geheimzinnige bossen met heuvels en dalen, statige beukenlanen, meanderende uiterwaarden, en het meest weidse zeegezicht: ik heb het allemaal gezien. Daarom verrast een gebied mij nog zelden. Maar gisteren was het raak, op de trage tocht bij Ewijk in de ruige uiterwaard langs de Waal.

De Waal, dat is toch die druk bevaren rivier; een soort vrachtsnelweg van en naar Rotterdam? Eh ja, de containerschepen varen af en aan. Maar ik kan intens genieten van het kalme getuf van mammoetschepen op het water. Het geluid is rustgevend en hoort er voor mij bij.

Bij Ewijk is een stukje land ‘teruggegeven aan de natuur’. Hier geen strak gemaaid gras, waar andere gewassen geen kans maken. Een brede strook langs het water is tot heuse wildernis omgetoverd. Er loopt trouwens ook echt groot wild rond. Wat een plantensoortenrijkdom tref je daar aan. Er groeien zo veel geurende kruiden, dat je je bij een warme windvlaag op een weide aan de Middellandse Zee waant.

Ik heb weinig scherpe foto’s kunnen maken, want het waaide en de groep liep door. Misschien een volgende keer. Deze wandeltocht is namelijk een aanrader, maar dan in het juiste tempo: traag.

Witte zwaluw gespot in Oosterbeek

‘Wat vliegt daar nu?’, dacht ik gisteren, toen ik een wit vogeltje spotte tussen de boerenzwaluwen in de uiterwaard. Het lijkt wel een zwaluw. Sterker, het ís een zwaluw. Toegegeven, vanuit de verte is het moeilijk te zien. Maar deze witte zwaluw vliegt even hard als zijn soortgenoten. Een paar maal vlogen andere zwaluwtjes naar hem toe. Witte zwaluwen komen zelden voor, al zijn er enkele in Nederland waargenomen.

Gefilmd boven een weiland in de Rosandepolder tussen Oosterbeek en de Nederrijn op 7 juli 2019 rond 14:30 uur.

Verschil in waardering voor fotobloggers

Arnhem graffiti Nederrijn bij Mandelabrug

Hoe krijg je als fotograaf waardering voor je werk? Dat vraag ik mij al langer af sinds ik een aantal fotobloggers (ploggers) volg. Zij publiceren foto’s van uiteenlopende onderwerpen en thema’s. Daar zitten amateurfotografen bij en echte professionals. Wat precies het verschil maakt, kan ik moeilijk duiden. Het gaat verder dan je toestel recht houden, goede belichting en weloverwogen uitsneden maken.

Er bevinden zich mensen tussen die van elke macrofoto een waar kunstwerk maken. Ja, die zelfs een heuse fantasiewereld creëren met hun camera. Anderen vangen gebouwen en straten consequent in zwart-wit. Dan zijn er nog de vele natuurfotografen. Zij krijgen vogels en andere dieren vele malen beter te pakken dan ik. Sommigen maken zo veel poster-waardige foto’s dat ik afhaak. Dan is de overdosis aan schoonheid te groot, te intimiderend. Ze zijn gewoon te goed.

De waardering voor deze fotografen is structureel heel verschillend. Tenminste, gelet op het aantal likejes en reacties dat zij vergaren met hun foto’s. Vandaag verschenen er twee plogjes in mijn reader. Het ene met een wolkenlucht van een niet nader te noemen plogger. Er staan nu 56 likejes en 24 reacties onder. Het andere is deze van Beeldenplukker met in water weerspiegelde graffiti. Dat plogje krijgt slechts vier likejes van volgers.

Deze week nam ik zelf foto’s van een wolkenlucht, maar het resultaat was te weinig bijzonder. Toch deden ze in niets onder voor de foto van die andere blogger. (Deze zijn vergelijkbaar.) Eerder legde ik ook Arnhemse graffiti vast (zie hierboven). Mijn foto’s pakten minder fraai uit dan die foto van Beeldenplukker. En zijn foto raakt mij sterker dan de wolkenfoto. Waarom plaatsen dan toch zo veel meer mensen daar likejes onder?