Neem een voorbeeld aan Afrika

Natuurlijk zie ik het allemaal op tv. Iemand zegt dat het niet alleen zo erg is voor de burgerbevolking. Het is ook zo zonde van de mooie Oekraïense stad. (Ben vergeten over welke stad hij het had.) Mijn gedachten dwalen af naar de Boeddha-beelden. Die in Bamyan, Afghanistan.

Een ‘deskundige’ zegt in een praatprogramma dat hij dit niet heeft verwacht. Die doelbewuste aanvallen om burgers te raken. Maar waarom niet dan? Ze hebben in Syrië precies hetzelfde gedaan. Daaraan kon iedereen al zien hoe meedogenloos het er nu weer aan toe zou gaan.

Het is hartverwarmend hoor, al die mensen in mijn omgeving die hun huizen openstellen voor Oekraïense vluchtelingen. Alleen, waarom hebben ze dat niet voor de Syriërs gedaan? Die werden toch op precies dezelfde manier belaagd? De bommen komen uit dezelfde fabriek, neem ik aan.

Oh, wacht ik begrijp het. ‘Wij’ identificeren ons makkelijker met de Oekraïners dan met de Syriërs. De Oekraïners lijken in uiterlijk, normen en waarden, gedrag en gewoonten meer op ‘ons’. Meer dan de Syriërs dat doen.

Tja, dat is nu precies waar al die ellende van komt.

Op donderdag 10 maart was 2Doc: Rules of War op NPO2. Een Rode-Kruismedewerker geeft een workshop ethisch vechten aan milities in Zuid-Soedan. Er bestaat namelijk zoiets als oorlogsrecht. Tijdens de Slag om Arnhem hielden zowel de Duitsers als de geallieerden zich daar aan. Meestal.

Volgens dit oorlogsrecht is het de bedoeling dat soldaten tegen soldaten vechten en daarbij zo min mogelijk burgerslachtoffers maken. Punt is wel dat je hiervoor enig strategisch inzicht moet hebben. Je moet als militair ook zelf kunnen nadenken. Ik weet niet of Russische militairen drugs gebruiken, maar Afrikaanse strijders doen dat wel.

Nog zoiets. Vroeger vochten ze in Soedan niet met geweren. Ze deden dat met stokken. Vrouwen konden een conflict beslechten door een gewonde man met hun lichaam te beschermen. In Afrika bestonden er al ethische gedragscodes voordat daar Arabieren en Westerlingen kwamen. Hier kunnen we nog een voorbeeld aan nemen. Nu zijn soldaten beesten geworden, volgens een Afrikaanse in de documentaire.

Wapenproducenten hebben geen boodschap aan workshopjes ethisch vechten. Een keer raden waar de vijf grootste producenten ter wereld zitten.

Vol goede moed

‘Fijne kerstdagen en vol goede moed, vertrouwen en positiviteit het nieuwe jaar in! Groetjes, J.’ staat er op het kaartje dat een straatbewoonster eind 2020 bij mij in de bus stopt. We kennen elkaar van de feestcommissie. Toen ik bij het samenstellen van de foto-expositie op een bijzonder detail uit het verleden stuitte, was zij degene die de meeste interesse toonde in het vervolg van mijn zoektocht en het uiteindelijke verhaal.

De foto-expositie is voor mij een project van uitersten gebleken. Het was naar buiten toe een regelrecht succes. Tegelijkertijd ik heb ook meerdere hoofdpijndossiers voor mijn kiezen gekregen. En met één van die dossiers ben ik nog steeds bezig.

We worden allemaal weleens geconfronteerd met kwesties waaraan veel haken en ogen zitten. Soms loop je tegen complicerende regels aan. Daar kan je misschien creatief mee omgaan. Soms tref je iemand die dwarsligt uit volle overtuiging. Dan kan behoedzaam gemanoeuvreer en diplomatie helpen. Vooral bewust bot en onachtzaam gedrag vind ik echt storend en onverdraaglijk.

Of je behendig met hindernissen om kan gaan, hangt sterk af van je eigen vitaliteit. Voor wat dat inhoudt, grijp ik terug op een stukje tekst uit een oud log:

‘Er staat thuis al weken een mailtje in mijn inbox. Het is van een coaching bureau waarbij ik ooit een persoonlijk balanstraject heb gevolgd. Ik bewaar er goede herinneringen aan. Cees van den Eijnden is de auteur en hij schrijft over vitaliteit. Kort samengevat:

Vitaliteit omvat drie dimensies:

  • Energie: de mate waarin je je energiek, sterk en daadkrachtig voelt.
  • Motivatie: de mate waarin je doelen stelt in het leven en er naar streeft die te bereiken.
  • Veerkracht: de mate waarin je in staat bent om met de (dagelijkse) problemen en uitdagingen om te gaan.

 Vitaliteit wordt gevoed door drie bronnen:

  • Mentaal: je staat sterk in je schoenen.
  • Fysiek: je voelt je sterk en gezond.
  • Sociaal: je voelt je verbonden met je omgeving en de maatschappij.

Daarnaast word je beïnvloed door sociaal-demografische kenmerken, je omgeving en leefstijlfactoren (bewegen, voeding, ontspannen, en de balans daarin).’

Mijn vitaliteit is tegenwoordig minder dan ik zou willen. Daarom verwacht je dat de woorden van de buurtbewoonster hierboven voor mij bestemd zijn. Maar ik twijfel. Soms wensen we een ander datgene toe wat we onszelf toewensen. Goede moed, vertrouwen en positiviteit in het nieuwe jaar. Het zijn de woorden van iemand die toen wachtte op de uitslag van een test. Dit jaar zal waarschijnlijk haar laatste worden.

Als je half blind bent

Vanwege de gasbel zit ik nu tijdelijk met een nagenoeg blind linkeroog. Ik ontwaar alleen wazige schimmen en kleuren. Een gele massa is de zithoek en een verticale donkere rechthoek is de opening naar de keuken toe. Links en rechts zie ik lichte beige vlakken, dus dat zullen de ramen wel zijn. Wanneer ik met gestrekte armen mijn handen beweeg, kan hun aanwezigheid mij makkelijk ontgaan. Ik zou dus niet graag zonder reserveoog door het leven willen gaan.

Tegelijkertijd is het wonderlijk hoe goed en snel onze hersenen gebreken compenseren. Werkt ons linkeroog niet, dan schakelen we direct over op ons rechteroog. Iets dergelijks gebeurt ook bij een maculagat, dus bij een vervorming in een van beide ogen. Desondanks verandert het totaalbeeld nauwelijks. Wel laten diepte en afstand zich met één oog minder makkelijk inschatten. Tenminste, als je gewend bent om met twee ogen te kijken. Stoeprandjes en traptreden zijn voor mij nu behoorlijk misleidend. En voordat ik een weg oversteek, kan ik mijn hoofd maar beter wat verder draaien. Een blinde hoek is er niets bij.

Daarom mag ik nu ook geen auto rijden. Fietsen doe ik evenmin. Vanmorgen heb ik wel voor het eerst weer een winkelwagentje bestuurd. Dat was nogal een exercitie. Bij de groenteafdeling ramde ik bijna een plasticzakjeshouder van een kast af – die had ik dus even gemist – maar verder ging het prima. Mogelijk heb ik ook een paar buren beledigd door ze straal voorbij te lopen, maar ik ben in elk geval zonder kleerscheuren thuisgekomen.

Een piepklein flesje vormt echter de grootste uitdaging. Drie maal daags moet ik een druppeltje desinfecterende vloeistof in mijn ‘oogzakje’ droppen. Dat is een zeer precies werkje, terwijl ik onmogelijk kan zien wat ik aan het doen ben. Nou, ik weet het weer zeker: zulke flesjes worden gegarandeerd zonder inspraak van de gebruikers ontworpen. Ik verdenk de farmaceut zelfs van opzettelijke belemmering. Ga maar na: hoe meer druppels er naast een oog vallen, hoe meer flesjes iemand nodig heeft. Het gevecht met de kitspuit was er niets bij.

Helder zicht

We kunnen allemaal situaties bedenken waarin we nooit hopen te belanden. Vaak raken die aan mensen en zaken die zeer belangrijk voor ons zijn. Vrijheid, een dierbare, een fijne baan, of onze gezondheid. Ook ik heb mijn angsten; groot en klein. Zo zie ik de dingen graag helder, ondanks mijn hang naar mysterie. Maar er is iets mis met mijn linkeroog, and now I have to look the beast in the eye.

De keerzijde van de fotografie

‘Zo’n plek waar de hele dag meerdere fotografen bovenop zo’n nest staan, daar heb ik niets te zoeken’. Aan het woord is professioneel fotograaf en natuurfilmer Ruurd-Jelle van der Leij in Trouw (18 juli 2020). Het artikel De jacht op de mooiste kiek gaat over de uitwassen in de natuurfotografie. Zeldzame vogels worden voortdurend gestoord bij het grootbrengen van hun jongen. Simpelweg, omdat fotografen per sé hun eigenste plaatje moeten scoren. Met als gevolg dat de kuikens het niet redden.

Niet alleen natuurfotografen verstoren de boel. Ook urban explorers kunnen er wat van. Waar de pioniers nog zorgvuldig met verlaten gebouwen omgingen, richt de huidige lichting meer schade aan. Sommigen zetten doelbewust hele kastelen in lichterlaaie. Alles voor het spectaculairste resultaat. Terwijl het toch zo mooi begon. Ik lees dit in Urbex et orbi, een artikel in de VPRO-gids over Patina-Paradiese – Ruinen der Rüstung. Vandaag en morgen om 17:50 uur op ARTE te zien.

‘Leave nothing but footprints, take nothing but pictures.’ Deze slogan ken ik uit de reiswereld. Maar zelfs met voetstappen kan het onbedoeld misgaan. Vorige week oefenden we met de sportclub op een grasveld. Het was bij de Westerbouwing; een prachtig gebied. Een van ons ontdekte een felrode paddenstoel en gelijk liep de rest ernaartoe. Waardoor andere paddenstoelen, die minder opvielen, vertrappeld werden.

En ik herinner mij de gekte van file rijdende toeristenwagens in Kenia. Niet op de snelweg, maar in de wildparken. Wordt er ergens een leeuw gespot, dan melden de chauffeurs dit over de radio. Vervolgens rijden ze elkaar allemaal achterna. Dus als je weer een plaatje ziet van een leeuw, weet dan dat er waarschijnlijk vijftien auto’s omheen staan.

Het doet mij afvragen wat er schuil gaat achter sommige blogs met fotografie.  Hoe gedragen de fotograferende bloggers zich? Wat is eigenlijk hun diepere drijfveer? Zowel natuurfotografen als urban explorers lijken op jagers. Constant op zoek naar kansen. Om de mooiste plaatjes te schieten. Om het aangetroffene in beelden te vangen. Om het tot ‘eigendom’ te maken. Of denken ze origineel te kunnen zijn?

Al begin negentiende eeuw krasten rijke westerlingen hun namen in de monumentale panden van Persepolis. Ik heb de beschadigingen met eigen ogen gezien. Een hoogstaande en eeuwenoude cultuur gereduceerd tot ondergrond voor verveelde jongelingen uit de elite. En waarom? Dienden die krabbels als trofeeën? Als symbolisch bewijs van eigendom voor iets wat te groot was om te stelen? Om aan degenen die na hen kwamen te kunnen laten zien: ‘I was here’?

Ze waren daar niet de eersten. Originaliteit is slechts voorbehouden aan de vrije geesten en de pioniers. Voor originaliteit moet je namelijk van alle gebaande paden afwijken.

Laten we ons nog inperken?

Waren het beelden uit Kenia? Te zien is een rommelig kruispunt, van bovenaf gefilmd. Zo’n stoffige plek met karretjes van straathandelaren, langsrijdende auto’s en wandelende voorbijgangers. Plots komen er mannen op motoren aan. Ze springen eraf en meppen met wapenstokken wild om zich heen naar elke passant die ze raken kunnen. Iedereen stuift uiteen. Binnen een mum van tijd is het kruispunt leeg. Zo, ook weer gedaan. De avondklok in coronatijd is ingegaan.

Dat zouden ze hier eens moeten doen. Het land zou meteen te klein zijn.

Oh, da’s waar ook: ons land ís te klein. Vanwege al die mensen die zichzelf heel wat vinden. Die altijd zelf wel bepalen wat goed voor hen is. Die zich door niets of niemand de les laten lezen. Zij hebben nu wel lang genoeg binnen gezeten en dus gaan ze naar buiten. De trend van IC-opnames daalt en het gevaar is geweken. Trouwens, ze hebben het ‘verdiend’. Ze houden al weken rekening met anderen, zoals de hardwerkende IC-verpleegkundigen. Dat is toch een flinke opoffering.

Vrijheid is in Nederland een groot goed. Het is verworden tot een vanzelfsprekendheid. Iets wat je kan en moet opeisen. Oh wee als iemand daar paal en perk aan stelt. Zelfs al is dat om de grenzen van anderen te beschermen. Want je hebt er recht op en we hebben er voor gestreden.
(Oh ja, wanneer dan? Tijdens de reformatie, 460 jaar geleden?)

Tot nu toe leven we hier met een ‘intelligente’ lockdown. Dat is niet altijd leuk. Mijn eigen bewegingsruimte is flink ingeperkt door de maatregelen in het OV. Maar mijn persoonlijke vrijheid wordt nog veel drastischer beknot door degenen die te veel ruimte innemen. En wat geeft hen daartoe dan het recht?

Fysiek onderuit door een bloedneus

Rond 4:30 uur word ik wakker van vocht dat mijn keel in loopt. Dit voelt bekend aan. Snel sta ik op en loop naar de badkamer. Het is weer zover: bloedneus. Een flinke bloeding deze keer. Vorig jaar had ik daar in de winter geregeld last van. Zelfs onder de douche. Toen speelde de linkerkant op. Nu zit het rechts, voor de tweede maal binnen een week.

De klodderige details zal ik jullie besparen. Een enkel bloedbad op Raam Open is wel genoeg. Maar het bloeden valt ook nu moeilijk te stelpen. Daar sta je dan voor de spiegel in de badkamer, terwijl bijna heel Nederland nog lekker op één oor ligt. Steeds harder bibberend in je pyjamaatje. Zodra de druk op mijn neusvleugel vermindert, begint meteen het bloeden weer.

Probeer maar eens zonder bloedspatten wat warmers aan te trekken, terwijl je met een wattenschijf voortdurend tegen je neus aan moet drukken. Een dikke trui of een bh met haakjessluiting, bijvoorbeeld. Met één hand een strakke spijkerbroek dichtknopen lukt evenmin. (Hé, dat roept herinneringen op.) Er moeten nog ergens tampons rondslingeren, waarmee ik het bloeden kort zou kunnen stelpen. Maar wáár?  Nogmaals, ik zal jullie de details besparen. De badkamer is inmiddels weer helemaal schoon.

Wat ik wil zeggen, is dit. Wat kan je lichamelijk toch uit je doen raken door een simpele bloedneus. Vooral als je tot 08:00 uur wacht met de huisarts bellen, omdat de praktijk dan open gaat. En de assistente aan de telefoon zegt dat je gewoon je neusgat moet dichtduwen. Hoewel je uitsluitend wil horen dat je DIRECT mag komen. Dat mocht, na mijn reactie. Gelukkig woon ik op zeven minuten lopen afstand.

Ik heb er een uur in een behandelkamer gezeten. Oh, het bloeden hield daar natuurlijk binnen vijf minuten op. Zal je altijd zien. Maar tegen die tijd zat ik nogal te hyperventileren. Door de inspanning van de wandeling. Doordat ik voor mezelf op moest komen. En doordat ik al uren niet geweldig adem kon halen. Daarom zag ik sterretjes en werd ik er duizelig van. Trouwens, bloed in je maag heeft ook geen beste uitwerking.

Kortom: ik voelde mij zo slap als een vaatdoek. Dat schijnt normaal te zijn. Alleen komt de acceptatie van zo’n feit wat trager bij mij. Want ik had voor vandaag een wandelafspraak. En ik hield die behandelkamer in beslag, vond ik. En dat allemaal voor een bloedneus. Belachelijk. Ik wilde wel opstaan, maar ja. Je wordt vanzelf teruggefloten door je lichaam. Vandaar dat ik de rest van de dag kalm aan heb gedaan.