Waarom het boeken lezen erbij inschiet

Petronella schrijft in haar reactie op een vorig log dat zij als werkende vrouw geen tijd en doorzettingsvermogen meer kan opbrengen voor de wat moeilijkere literatuur. Als student lukte haar dat wel. Zij vindt dat spijtig. Haar constatering past bij deze tijd, zo lijkt het. Jarenlang steeg het aantal verkochte boeken per jaar. Tot 2008, het begin van de crisis, toen ging de boekverkoop hard onderuit. Sinds 2015 kopen we weer meer, maar toch nog beduidend minder dan in 2008. Waardoor komt dat?

Jachtig bestaan
Een voor de hand liggende reden is ons jachtige bestaan. We doen steeds meer in een gelijkblijvende hoeveelheid tijd. Wereldwijd lopen voetgangers in steden nu sneller dan tien jaar geleden. Sociale media eisen onze aandacht op, naast werk, gezin en overige bezigheden. En we delen ons leven anders in. Mijn moeder wachtte na schooltijd haar kinderen op met een potje thee. Zij had alle tijd om een boek of de Libelle te lezen. Nu werken veel ouders buitenshuis en is het inkomen van beide partners nodig.

Rust zoeken
Toch willen veel mensen meer rust in hun leven. Ze zoeken naar een betere balans tussen verplichtingen en ontspanning, of naar ruimte voor bezinning. Zonder voldoende tijd en rust is het lastig om je te concentreren op de wat moeilijkere literatuur. En bij te veel of te lange onderbrekingen raak je de draad van een verhaal kwijt. Maar je krijgt juist inspiratie en je ontspant helemaal wanneer je kan wegdromen met een goed boek.

Mij lukt het ook bijna niet meer. Ik lees nog zelden een boek en dan vaak niet eens helemaal. Dat is opmerkelijk. Want ik heb de tijd en van oudsher ben ik een boekenveelvraat.

Efficiëntie en snelheid
Misschien heeft het met efficiëntie te maken. Willen we nu sneller tot de kern komen en liever een samenvatting lezen? Is dat een gevolg van het algemeen jachtiger wordende leven? Ook bij jongeren zie je iets dergelijks. Zij lezen minder, maar kijken vaker naar films en series. Daarin wordt een verhaal in geconcentreerde vorm en fraai visueel gepresenteerd. Een andere parallel met onze huidige leefstijl zie je in films. Let maar op de snelle afwisseling van scènes en de dynamiek in de beelden. Vergelijk dat eens met een film van vijftig jaar geleden. Zo’n film straalt een kalmte en traagheid uit, die jongeren nauwelijks nog kennen.

Verwend door overvloed
Zijn we te verwend geraakt? We worden via allerlei kanalen gebombardeerd met verhalen en informatie. Toen ik 33 jaar geleden mijn eerste reis naar Australië plande, waren er amper reisgidsen te vinden. De Leidse openbare bibliotheek had er niet één. Daarom benaderde ik het Australische verkeersbureau voor informatie. Ik ging op reis met slechts een paar losse plattegronden en bijeen gesprokkelde hotelnamen. Moet je nu eens kijken op internetfora en in de reisboekhandel. Alles is er in overvloed. Maar na drie fotoboeken, waarvan de een nog mooier is dan de ander, heb ik wel genoeg gezien. En al die reisblogs vormen een eindeloze herhaling van mijn vroegere ervaringen.

Verzadiging
Dus bespeur ik bij mezelf een soort verzadiging. Over interessante landen en onderwerpen heb ik ‘alles’ al gelezen. En verschijnt er iets nieuws, dan staat het wel samengevat op internet. Dit zal een leeftijdskwestie zijn. Aan de Leidse geschiedenis, Australië en de ontwikkelingssector heb ik elk zo’n tien jaar besteed. Maar een begin twintiger kan daar via (vak)literatuur nog veel over leren.

Geboeid worden
Zijn we minder snel geboeid? In die vraag zit voor mij de clou. Misschien is dit eveneens een leeftijdskwestie. Nog maar weinig boeken kunnen mij echt ‘pakken’. Als tiener kon ik de Bouquet reeks verslinden. Later volgden de betere romans en daarna kwam de wetenschappelijke literatuur. Door levenservaring ben ik nu te realistisch voor de Bouquet reeks. En een roman moet behoorlijk goed in elkaar steken. Anders ga ik mij storen aan de langdradige verhaallijn of de zinsopbouw. Bovendien moet een boek ergens over gáán.

Beschikbare tijd
Evengoed blijft het een kwestie van beschikbare tijd. Stel: je strandt in een stoffig woestijndorp en je moet twee dagen wachten tot de bus komt. Dan lees je uit verveling alles wat los en vast zit. Je begint zelfs tegen heug en meug aan een beduimeld achtergelaten boek. En omdat er toch niets valt te beleven, lees je door. Dan kan een aanvankelijk saai boek uiteindelijk heel boeiend blijken te zijn. Zoiets is mij herhaaldelijk overkomen. Bij de verplichte literatuurlijst op school werkt het net zo.

De belangrijkste reden waarom ik nauwelijks aan boeken lezen toekom, is omdat er al zo veel in de krant staat. En schrijven voor Raam Open slokt tijd op. 😉 Voor de logjes benut ik overigens wel mijn boekenkennis. Vaak is die kennis geïnternaliseerd en verstrengeld geraakt met persoonlijke ervaringen. Soms weet ik daarom niet meer wat de oorspronkelijke bron is. Maar het zegt wel wat over de invloed van een goed boek.

Leef gezond en eet beter dankzij warme lunch

Over eten is een hoop onzin geschreven. Maar er schuilt wijsheid in een oud spreekwoord. ‘Eet ’s morgens als een keizer, ’s middags als een koning en ’s avonds als een bedelaar.’ Meestal doen we dat niet. In de ochtend hebben we haast en onze lunch werken we snel naar binnen. Een pauze van een half uur is gangbaar. En terwijl we eten, zijn we bezig met andere dingen. Praten, tv kijken, berichtjes checken, enzovoort. We registreren ons eten niet mentaal. Geen wonder dat we steeds dikker worden.

Zelfs als we rusten, heeft ons lichaam energie nodig. Sla je het ontbijt over en eet je later gauw een paar boterhammen, dan krijg je onherroepelijk honger. Dus ga je tussendoor snaaien, en meestal is dat ongezond. Een hele industrie draait op lekkere trek. Overal is fastfood. Op straat, in de supermarkt, op het station. Zelfs het tuincentrum pikt een graantje mee met een inpandig café. Scholen en sportverenigingen kunnen al niet meer zonder de opbrengst van frisdrank en glacékoek.

Met een stevig ontbijt of een warme lunchmaaltijd verklein ik de kans op sterke schommelingen in mijn bloedsuikerspiegel. Daarom zweer ik bij een uitgebreide warme lunchmaaltijd. Dat ben ik van huis uit gewend. Altijd als mijn vader vrij was, aten we tussen de middag warm en gezond. Op vakantie doen hotels mij trouwens een enorm plezier met een full English breakfast of een rijsttafel. Want sightseeing is zwaar.

Onze voorouders wisten sowieso wel beter. Als het even kon, aten ze vroeg op de dag een stevige maaltijd. In de negentiende eeuw lunchten Leidse fabrieksarbeiders thuis warm. Dan konden ze er weer uren tegen.

Ik pleit voor gezonde warme schoolmaaltijden en langere lunchpauzes. Doe dan gelijk gek en gooi je hele eetpatroon om. Eet zelf ook warm op het werk. Dit moet toch een gat in de markt zijn voor goede traiteurs en toeleveranciers. Dan heb je ’s avonds weer tijd voor elkaar en het eten bij een (brood)maaltijd met het hele gezin.

We blijven jagers en verzamelaars

Door die Ferrari van hiervoor schiet mij een ritje op de Nürburgring te binnen. Dat is een ander verhaal. Waar het om gaat, is of dat racecircuit op mijn lijstje van bezochte landen en plaatsen staat. Want kennelijk verzamel ik die. Onderweg kom je ze ook wel tegen: mensen die het bezoeken van zo veel mogelijk landen najagen. Surfers bijvoorbeeld, reizen de hele wereld af in hun zoektocht naar de allerbeste surfspot. Anderen willen gewoon zo veel mogelijk kilometers maken. Of ze blijven eindeloos op zoek naar zichzelf.

Ik zou nu best het aantal landen willen noemen dat ik heb bezocht. Maar dat laat ik wel uit mijn hoofd. Zodra je daarmee begint, is er altijd wel iemand die meer heeft gezien dan jij. Een keer dacht ik ook eens iemand te kunnen overtreffen. Het was in een vliegtuig na vier maanden eiland hoppen in de Stille Zuidzee, op het laatste traject van Londen naar Schiphol.

Naast mij zat een Nederlandse vrouw die pochte over waar ze allemaal was geweest. Voor mij was het inmiddels de achttiende vlucht van die reis. Dat zou zij vast niet kunnen evenaren. Dus deed ik mijn mond open en noemde dat aantal. Nou, mevrouw had ook eens zo’n reis gemaakt en toen wel 22 keer in het vliegtuig gezeten. Tsss. Stom mens. Alsof kwantiteit zo belangrijk is.

Nee, natuurlijk is kwantiteit niet belangrijk. Het gaat om wat je doet, wat je ervaart, wie je ontmoet, wat je leert, wat je daarvan later toepast en of je misschien zelf nog iets wezenlijks achterlaat. Maar ik ben net een gewoon mens en dus ook gevoelig voor kwantiteit in bepaalde situaties.

Terugblik en pareltjes op de lijst

Al weken voeg ik trefwoorden toe aan de 643 logjes op dit blog. Dit past goed bij een gangbare eindejaars activiteit. Namelijk lijstjes maken. Terugblikken, herinneren, nadenken, opschonen of er in de toekomst weer wat mee doen. Zo passeert vier jaar van mijn leven in detail. Een periode vol gemoedsrust volgde op een tijd met grote financiële onzekerheid. Sommige berichten over toenmalige actuele zaken zeggen nu weinig meer. Maar ik vind ook pareltjes terug, die tijdloos blijken.

Onze samenleving
De inhoudelijk beste stukken schreef ik uit verontwaardiging, voortkomend uit betrokkenheid. Meestal gaan die over een leefbare samenleving. Dus over hoe mensen met elkaar en het milieu omgaan. En over het blinde geloof in de noodzaak van economische groei. In de beginperiode van Raam Open droeg ik constructieve ideeën aan die nog steeds toepasbaar zijn. Soms sloeg ik de plank mis.

Verrassingen
De leukste logjes vind ik de anekdotische, uit het leven gegrepen verhaaltjes met onverwachte wendingen. Meestal gaan die over mensen onder elkaar. Volgers vragen weleens of bepaalde voorvallen werkelijk plaatsvonden. Want ik voeg fantasie en theatrale elementen toe. Maar neem dit gerust aan: hoe bizarder, hoe echter.

Fantasy of niet
Niet voor niets is het logje Franse topkwaliteit commercials een van mijn all time favorieten. Hierin komt alles samen waar ik van hou, hoe logisch en tegenstrijdig ook. Video-artiest Jonathan Lagache is de maker van de gelinkte commercials. Zijn achternaam zit tussen die van mijn Franse voorouders, dus fantaseer ik graag over een verband. Over verbanden gesproken. In de video Peugeot Onyx Concept Car van Jonathan zie ik lijntjes naar onderstaand ijslandschapje op mijn dakraam. En zijn video met Lana del Rey mag zeker in de eregalerij.

Achter de perfectie

Een succesvolle vrouw vertelt over haar jeugd. Als jonge immigrant liep ze in Nederland schrammen op. Daarom wil ze nu alles tien keer beter doen dan de rest. Zodat haar moeder met opgeheven hoofd kan rondlopen. Ik ken er zo nog een paar. Mensen bij wie altijd alles perfect gaat. Er zijn ook mensen met wie het faliekant misgaat. Gisteren nog, kwamen er op tv voorbeelden langs in ‘Het succes van de kringloopwinkel’. Mannen die afkicken van de drank en nu langzaam opkrabbelen. Voor hen betekent het ‘fijn dat je er weer bent’ van de groepsleidster alles.

Ik heb het niet zo op perfectie bij mensen. Vaak schuilt er iets negatiefs achter. Perfectie als roep om erkenning. Perfectie als fortificatie. Perfectie als ultieme wraak.

Liever zie ik perfectie in de kunsten, vooral in de muziek. Hierbij kan het streven naar perfectie zowel mensen zelf als dat wat ze samen maken naar een hoger plan tillen.

De kringloopwinkel benadert een perfect economisch systeem. Daar is alles en iedereen van waarde en komen people, planet en profit werkelijk bijeen.

Een blog met eeuwigheidswaarde

Bloggers hebben het makkelijk. Het maakt niet uit of ze bagger publiceren of logjes met eeuwigheidswaarde* schrijven. Ze bepalen zelf wat blijft en Google maakt geen onderscheid. Bij boeken ligt dat anders. Eerst moet een auteur een uitgever vinden. En ‘omdat opslag duur is en het aanbod gigantisch, krijgen titels een steeds kortere looptijd. Bij literatuur is dat tegenwoordig zes weken tot drie maanden. … Dat zegt niks over de kwaliteit van het boek … maar je kunt niet alles recenseren.’ (Versnipperde letteren, door Jan van Tienen, VPRO Gids #50-2017.) Een blogger hoeft slechts te zorgen dat zijn blog gevonden wordt.

Voordat een boek in de winkel verschijnt, heeft er al een heel team aan gewerkt. De auteur, minimaal vijf medewerkers bij een uitgever, de drukker en de transporteur. De winkelier, ten slotte, maakt er een plekje voor vrij in zijn winkel. Wat vrijwel zeker de doodsteek betekent voor een ander boek. Want wat dan rest is de ramsj of de shredder.

Tenzij een auteur zijn eigen werk opkoopt en het alsnog aan de man brengt. Ik ben benieuwd hoeveel m2 opslagruimte er vol staat met roemloze werkstukken en ondernemersvruchten. In mijn eigen kelder wachten nog drie dozen met fluwelen broches op een koper. Sinds eind 2013.

Nee, dan mijn blog. Daar kan ik tenminste eeuwige roem mee vergaren. Ik probeer teksten met een zekere kwaliteit en waarde te schrijven, zowel qua vorm als inhoud. Maar het is nog moeilijk genoeg om de pronkkamer te vullen. Achteraf gezien verdienen hooguit twee of drie logjes per jaar een ereplaats. En een uitgeverij zullen ze wel nooit halen.

Nu heb ik een nieuwe strategie. Want als ik Google maar genoeg paai, wil die zoekmachine vast wel mijn stukjes naar voren halen. Dus ben ik al dagen bezig om mijn 635 logjes beter te categoriseren. En belangrijker: om er meer weldoordachte trefwoorden aan te hangen. Gelukkig heb ik eerder minstens 70 mislukte logjes geschrapt. Het is namelijk nogal een pokkenwerk. Maar hé, straks wacht mij eeuwige roem én vindbaarheid. Ik heb het er graag voor over.

* Met dank aan Mathilde, die met deze term voer gaf voor dit logje.

Kennis uit literair werk

We wandelen op de Veluwe en kennen elkaar al ruim tien jaar. Zij is een pas gepensioneerde senior beleidsmedewerkster in het sociale domein. Type brede interesse, bereisd, belezen, moderne kunst, klassieke muziek, bewust gezond, maatschappelijk vrijwilligerswerk en doorgaans verkerend in elitair gezelschap. We praten over de toestand in de wereld, voor ons een vast onderwerp, wanneer ze mij ineens vraagt: ‘Lees je eigenlijk wel boeken?’

Vreemd. Want ze kent mijn vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkelings-geschiedenis. Bovendien weet ze dat ik tegenwoordig nog zelden literatuur lees. Literatuur en kwaliteitskranten zijn de enige publicaties die zij een blik waardig acht. Wat ik eigenlijk nogal beperkend vind. Als je bijvoorbeeld nooit een boekje uit de Bouquet reeks leest, mis je toch inzicht in de voorkeur en verlangens van een deel van de Nederlandse medemens.

Ik voel me plotseling geframed. Onheus weggezet als iemand die ik niet ben.

We vormen ons continu een beeld van de ander, uit overlevingsdrang. Want we moeten bij een eerste ontmoeting direct inschatten: goed of kwaad volk. Is er geen gevaar, dan kunnen we nader kennismaken. Hoe langer we met iemand omgaan en hoe vaker we samen uiteenlopende situaties meemaken, hoe meer aspecten we van iemands persoonlijkheid zien. Een eerste oordeel vellen kan geen kwaad. Als we maar beseffen dat het onvolledig is en het steeds bijstellen. Trouwens, wanneer kennen we iemand nu echt?

Iets vergelijkbaars speelt bij het vergaren van kennis. Wanneer weet je werkelijk alles en begrijp je het geleerde nog ook? Moet je vooral zelf iets ervaren, of is erover lezen genoeg? Moet je ervaring altijd met literatuur onderbouwen, om het waardevol te maken? Moet er altijd wetenschappelijk onderzoek plaatsvinden? Of bereik je linksom of rechtsom op een bepaald moment zelf voldoende wijsheid om de juiste conclusie te trekken? Voor zolang als die van toepassing is.