Een goede reden voor chagrijn

Soms moet je echt zoeken naar een legitieme reden om chagrijnig te mogen zijn. Bijvoorbeeld:

  • Omdat je door het vele thuiszitten weer wat dikker wordt. (Maar miljoenen dagloners hebben door de lockdown helemaal geen eten. Dus waar heb je het over?)
  • Omdat de dakdekker vergeten is om iets uit te voeren. (Maar inmiddels heb je een nieuwe afspraak geregeld.)
  • Of omdat je onder de rode kriebel bulten zit, zoals ik momenteel. (Maar sinds kort weet ik dat de klimop hiervan de oorzaak moet zijn. Dus kan ik een allergische reactie in de toekomst vermijden.)

Zo zijn er genoeg zaken waar ik best moe van word. Alleen is er ook steeds een verzachtende omstandigheid waardoor er toch mee valt te leven. Misschien is de belangrijkste reden voor mijn chagrijn, dat ik geen goede reden heb om chagrijnig te zijn.

(De vermoedelijk schuldige klimop; veroorzaker van fytofotodermatitis.)

De stijging van mijn vaste lasten

‘De prijzen stijgen sneller dan de lonen, waardoor de koopkracht hollend achteruit gaat’, zegt Walter Weissgerber, directeur Schuldsanering Nederland, in het artikel ‘Wel werk, toch arm’ (Volkskrant Magazine, 4 april 2020). Dit soort uitspraken maken mij altijd nieuwsgierig. Volgens het artikel stegen tussen 2009 en 2019 de huren met 37,3%, telefoon en internet met 15,3%, de gemeentelijke belastingen met 42,3%, de ziektekostenverzekering met 21,9% en het eigen risico met 89%.
Zit ik op dezelfde lijn?

Al jaren hou ik een eenvoudige boekhouding bij. Hierdoor weet ik hoeveel de ziektekostenverzekering kostte in 1986, 1993 of 2005. Een vergelijking is zo gemaakt. 2009 was voor mij echter een jaar met een breuklijn. Voor een evenwichtiger beeld selecteer ik daarom het eerste kwartaal van 2010 en van 2020. Er komen een paar verrassingen tevoorschijn.

Over huren kan ik weinig melden. In 2010 had ik een appartement met hypotheek en vaste servicekosten. Bij die servicekosten waren voor-schotten inbegrepen voor onderhoud en waterverbruik. Tegenwoordig bezit ik een hypotheekvrij arbeidershuis dat veel onderhoud vraagt. Verder heb ik nu twee providers voor tv, internet en telefoon. Daarom moet ik eerst wat bedragen ontrafelen en andere samenvoegen. Dit is het resultaat:

  • Eigen woning (hypotheek en/of onderhoud en vernieuwing): stijging 152%
  • Energie (stadsverwarming en elektriciteit versus gas en elektriciteit): stijging 39%
  • Gemeentebelastingen: 0% = gelijk
  • Internet, telefoon, tv: daling 1%
  • Ziektekostenverzekering: stijging 11%

De conclusie? Er valt geen conclusie te trekken, want achter elke post gaat een verhaal schuil. Zo ben ik van provider, woning, verzekeraar en gemeente veranderd. En voor verwarming maakt het uit of je in een modern appartement zit of in een gedeeltelijk geïsoleerd oud huis.

De gemeentebelastingen bleven ogenschijnlijk gelijk. Maar toen ik in 2015 hier naartoe verhuisde, waren ze aanzienlijk lager dan in mijn vorige woonplaats. Dit, terwijl het appartement meer waard was dan mijn huidige woning, die veel groter is.

Sowieso zijn de heffingen per gemeente notoir ongelijk. Dit hangt samen met de opbouw ervan en de lasten voor de gemeente. Een stad met veel sociale huurwoningen heeft een ander kostenplaatje dan een dorp met veel groen en meer koopwoningen. Toch brengen die koopwoningen niet automatisch meer geld in het gemeentelaatje.

Dat hangt weer af van het politieke spectrum: vooral links, ergens in het midden, of uitgesproken rechts. Want rechts wil wel allerlei voorzieningen, maar dat mag natuurlijk niets kosten. En links wil ook allerlei voorzieningen, alleen moet daar steevast ‘de ander’ voor opdraaien. Vaker vergeten ze gewoon dat er iemand moet betalen.

Terug naar de vaste lasten. De verrassing zit toch vooral in het onderhoud van mijn woning. Iedereen denkt dat je een spekkoper bent wanneer je een hypotheekvrij huis bezit. Sommigen roepen zelfs dat je dan wel wat meer belasting kan betalen. Zouden zij dan in ruil voortaan de kosten van noodzakelijk onderhoud en vernieuwing willen dragen?

Domweg gelukkig in eigen huis

Wanneer de dakdekker halverwege de middag klaar is en ik de poortdeur achter hem dicht trek, overvalt het me. Het gevoel dat ik had toen ik hier nog maar net woonde, nu een kleine vijf jaar geleden. Ik ken het ook van vakanties en van verre reizen: wanneer je na een lange rit eindelijk aangekomen bent op de plaats van bestemming.

Moe, maar intens tevreden. Bijna vlinders in je buik. Alsof de wereld voor je open ligt en het allemaal staat te beginnen. In het besef hoe bevoorrecht je bent. Omdat je hier kunt wonen. Omdat het eind van de lijst is bereikt. Ondanks dat je weet: dit gevoel duurt misschien slechts even. Het kan zo weer verdwijnen.

Je moet ook altijd overal zelf achteraan

Dit is weer zo’n situatie. Zo een waarvan ik weet dat ik maar beter even niets kan doen. Omdat het mij heel hoog zit. Omdat ze niet terugbellen. Omdat ze mij maar laten wachten. Omdat ze hun beloftes weer niet waarmaken. Omdat ze mij niet serieus nemen, zeker? Omdat je ook nooit van die mannen op aan kan. Omdat al die bouwvakkers niet te vertrouwen zijn. Wel mooie praatjes, hè. Maar gewoon zelf die telefoon pakken en eindelijk een afspraak maken en vervolgens netjes het werk uitvoeren? Ho maar.

Ik Moet Ook Altijd Overal Zelf Achteraan.

Nee, op zulke momenten kan ik maar beter even niet bellen, mezelf kennende.

Denk aan hoe het je vroeger op kantoor deed. Denk aan die SMART-afspraak. Zet ze verbaal klem. Net zo ferm tot ze toezeggen wat je horen wil. Je kan het wel. Je hebt het voor je werk zo vaak gedaan.

Als het mij niet lukt, dan ligt het aan mij. …

Maar met zulke zelfdestructieve gedachten kom je er niet.

Eerst koffie.

Dan bellen.

Tring, tring.

[Zijn vrouw neemt de telefoon aan.] Ik doe kort mijn verhaal en laat een stilte vallen om haar een reactie te ontlokken.

‘Ja, hij komt deze week.’, zegt ze vriendelijk. ‘Op woensdag, donderdag of vrijdag. Ik wilde even wachten met bellen, want het is zo vervelend als het andere werk uitloopt en het toch een dagje later wordt.’

Slik.

Wat moet ik nou met al die opgehoopte adrenaline doen?

Noem mijn huis geen krot

In maart 2016 zien we elkaar voor het eerst weer sinds mijn vertrek. Een goede bekende. Ze wil alles weten over het oude huisje dat ik heb gekocht. Ik vertel over het achterstallige onderhoud, de stroomstoring en de lekkage. Dat werd in die periode allemaal aangepakt tijdens een langdurige renovatie. Sindsdien is er veel gedaan. Dus waarom zei ze dan laatst tegen een medewandelaarster dat ik in een krot woon?

Het was vast een vriendschappelijk plagerijtje; bedoeld als aanzet tot het volgende gespreksonderwerp. Of kwam het door haar gemoedstoestand? Een afwijzing van haar werk heeft geleid tot veel onzekerheid. Moet ik nu stilstaan bij beweegredenen en gevoeligheden? Bij de ragfijne lijntjes die vrouwen onderling en met andere wederzijdse kennissen verbinden? Zijzelf heeft mijn huis nooit gezien.

Mijn huis is geen krot. Mijn huis is mooier, beter, groter en confortabeler dan dat van zeker zes miljard andere wereldbewoners. En niemand heeft zo’n bijzonder toiletstalletje als ik. Trouwens, genoeg krotbewoners zijn met reden trots op hun woning. Zij maken daar namelijk ook het beste en wat moois van. Dat heb ik in meerdere sloppenwijken gezien.

In sloppenwijken regelen bewoners zelf schoon drinkwater, elektriciteit, schooltjes en medische voorzieningen. Met hulp, dat wel. En zij verfraaien hun huisjes evengoed met kleurrijke kalenderplaten en fleurige gordijnen. Ze hebben daar winkels, mobiele telefoons, videobioscopen en tv. Alsof sloppenwijkbewoners in steden allemaal zo armzalig zijn. Veel van hen bezitten nog een tweede huis op het platteland, waar ze vandaan komen en waar hun verwanten wonen.

Ik bewoon een arbeidershuisje in een villadorp. Misschien doet de vergelijking iets met de beeldvorming.

Aan die mannen heb je ook niks

Maandagochtend. Ik heb een afspraak met de klusser die hier vorig jaar al kwam. Vandaag gaan we de nieuwe wasmachine op zolder verplaatsen. Dan komt het apparaat precies boven twee draagbalken te staan, die (hopelijk) wèl in de stenen muur verankerd zijn. Nu staat de wasmachine namelijk op een zwevend vloerdeel. De trillingen gaan bij het centrifugeren dwars door mijn hele huis heen. Hier tob ik al weken mee.

Het is nogal een gepuzzel om de beste plek te vinden. De meeste draagbalken gaan schuil tussen vloerbedekking, planken en verlaagde plafonds. Wel is er een schuine steunbalk zichtbaar nabij het zolderdak. Die balk loopt door boven de trap. Staand in het trapgat kan ik opmeten waar een vloerdraagbalk op de overloop zich bevindt ten opzichte van die schuine balk. Eerst recht naar beneden en dan vier centimeter naar links tot de rand van de vloerbalk. De vloerbalk is zes centimeter breed. Ongeveer zestig centimeter verderop zit de volgende draagbalk.

Kortom, ik popel om de wasmachine te verplaatsen, in de hoop dat er dan minder trilling ontstaat. Vandaag dus. Echter, wie er ook komt, niet meneer de klusser. Het is weer zover. Hij is van goede wil, maar met afspraken totaal onberekenbaar. Deze keer is hij verkouden en moet hij veel hoesten. Ach gossie toch. Zeggen kerels daar nu ook al voor af?!

Oh, wat frustreert mij dit toch weer. Want wie anders kan ik nu vragen? Moet ik voor hulp naar de lokale witgoedboer gaan? Moet ik soms de timmerman bellen die hier onlangs een deur ophing? Of moet ik gelijk maar een loodgieter inschakelen en de aansluitingen in de keuken gereed laten maken? Al is het uitermate onhandig wanneer de wasmachine daar moet staan. Ik baal zo van de hele situatie dat ik er depressief van word. En vervolgens word ik nog beroerder van mijn moedeloze gevoel.

‘Nou,’ denk ik, ‘dan ga ik het zelf wel doen!’ (Nou ja, even doen …) De wasmachine weegt 75 kilo en hij staat met rubber pootjes op stroeve vloerbedekking. Ik gooi er mijn volle 56 kilo tegenaan, maar hij verroert geen vin. Dan maar slim zijn. Tenslotte heb ik al eerder hele kasten versleept op stukken karton. Deze keer blijkt laminaat het beste transportmiddel.

Eerst wurm ik twee planken onder de pootjes. Daarna zet ik mij schrap en duw ik uit alle macht, diagonaal tegen de wasmachine hangend. Het enige wat er gebeurt, is dat ik uit mijn pantoffels glij. Dus schop ik mijn pantoffels opzij om op sokken verder te gaan. Waarna ik ook uit mijn sokken glij. Dan maar helemaal naar beneden lopen, schoenen met rubber zolen aandoen, en verder duwen. Eindelijk komt er beweging in. Ik duw en sjor net zo lang tot de wasmachine op het juiste aantal centimeters van de schuine balk af staat. Tadáa!

Ach, wat heb je ook eigenlijk aan mannen?

Bijna volleerd als bouwvakker (v)

Het is nu wel zo’n beetje klaar met de klussen in huis. Koop je een nieuwbouw appartement, dan heb je de eerste twintig jaar weinig onderhoud. Koop je een oud arbeidershuis, dan blijf je bezig. Dat vertelden mijn buren toen ik hier kwam wonen. Ze hebben gelijk gekregen. Het liep een beetje anders dan verwacht. De afgelopen jaren heb ik mij soms afgevraagd waar ik aan was begonnen. Toch ben ik vooral veel wijzer geworden.

Zo zijn er allerlei raadsels opgehelderd over hoe dit huis is gebouwd. Ik weet nu wat er onder het laminaat ligt en wat er achter de voorzetwanden schuilt. Ook is bekend waar de leidingen lopen, zo ongeveer dan. Boren blijft een risico, want opeenvolgende eigenaren hebben alle woonlagen naar eigen inzicht aangepast. Daar zijn nauwelijks bouwtekeningen van.

Voorheen had ik zelden met bouwvakkers te maken. Nu ben ik op dat gebied een ervaringsexpert. (Hoor ik ergens een diepe zucht?) Ik wil daarom meer zelf kunnen. Schuren, verven, timmeren, zagen, boren, schroeven uitdraaien, gaten dichten, kitrandjes maken en plinten aanbrengen lukt al aardig. Vandaag ben ik voor het eerst via mijn nieuwe ladder op het dak van de schuur geklommen. Alles om minder afhankelijk te zijn en om geld te besparen.

Zou er specifiek behoefte bestaan aan meedenkende, klantvriendelijke, creatieve, vakkundige, communicatief vaardige vrouwelijke bouwvakkers die ook nog eens afspraken nakomen? Zo ja, dan begin ik voor mezelf.