Over een riool, wanhoop en razernij, een buurman en de rioolmeneer

Dit was zo’n week waarin ik mezelf bijna niet rustig kreeg. De aanleiding is basaal. Er is een probleem met het riool dat ik deel met de buurvrouw links en de buurman rechts. Buurman ligt altijd dwars en heeft nergens geld voor. Zegt ‘ie. Ik weet het niet. Buurvrouw is nieuw en constructief. Dat is een verademing vergeleken met mijn vorige buren. Want die hadden ook nauwelijks geld en deden maar wat.

Met de buurman deel ik een hele geschiedenis. Dat is best een prestatie, wanneer je bedenkt dat ik hier pas 3 ½ jaar woon. Maar ik herken de verhalen, verteld door mijn andere buren en de drie opeenvolgende eigenaren van mijn pand. Zij kregen het evengoed voor hun kiezen. Want de buurman is een zeer moeilijke man als het op onderhoud aankomt. Al heeft hij zijn goede kanten.

Hij kan mensen tot wanhoop drijven. Zelf kaart ik slechts het hoogst-noodzakelijke onderhoud van zijn woning aan, waar die grenst aan mijn pand. Maar dan nog is het bij elke kwestie: ‘NEE’. Want: hij heeft nergens last van. Het is zijn probleem niet. En zo wel, dan heeft hij toch geen geld. Zoek het maar uit, is steevast waar het op neerkomt.

Hij kan mij tot razernij drijven. Oh man, en wat kán ik kwaad worden. VOEM! Explosief gewoon. Het is vast mijn Hugenotenbloed dat dan kookt. Want ik verdraag geen huftergedrag en onrechtvaardigheid. Toch moet ik de eerste nog tegenkomen die mij in zo’n stemming aankan. Uiteindelijk.

Evengoed heb ik er zelf veel last van. Het is slecht voor mijn hart en bloeddruk. Ik kan letterlijk de spanning in mijn aderen voelen. En daarin niet alleen. Helaas is er geen remedie wanneer ik in zo’n toestand verkeer. Ademhalingsoefeningen en wandelingetjes in het bos helpen dan niet meer. Dus houdt het dagenlang aan en blijven mijn gedachten rondtollen. Net zo lang tot de cirkels groter worden en er beetje bij beetje meer ruimte komt.

Ik rekende op weigergedrag van de buurman toen de mensen van de rioolservice terugkwamen. Daardoor had ik slecht geslapen en was ik al gespannen. Dat verergerde toen ze direct op serieuzere problemen stuitten. Ze moesten bij de buurman verder kijken. Ik liep met hen mee naar zijn deur. Hij deed open en kraamde prompt weer uit ‘dat hij nergens last van had’. Ik denk dat niemand doorhad hoe kwaad ik was. Behalve die ene rioolmeneer, waarschijnlijk. Want hij kijkt naar hoe iemand reageert.

Gisteren kwam de rioolmeneer weer, om afstanden op te meten. En om de opties voor de volgende offerte door te nemen. Gelukkig waren er twee dagen verstreken. De heftigste emoties waren geluwd en ik had mijn gedachten op een rijtje gekregen. Hij weet van de gevoeligheden, maar het blijft een zakelijke bespreking.

Jongleren, dat is wat we doen. Ik met mezelf, voor een helder perspectief op de verschillende belangen. De buurvrouw en ik samen in een aparte voorbespreking. Waarin we opties afwegen, terwijl we elkaar nog niet goed kennen. De rioolmeneer en ik voordat we weer aanbellen bij de buurman. Rollenspellen spelen. Aangeven en overnemen, voorzetten en sturen. Precies genoeg ruimte laten; geen millimeter meer. Alles om een ‘JA’ te krijgen.

Er is geen ‘Ja’ gezegd, dat doet hij nooit. Zo goed ken ik mijn buurman onderhand wel. Je moet altijd tussen de regels door luisteren. Op het moment dat hij over een detail gromt ‘dat het maar moet’, terwijl hij het daar niet mee eens is, weet je pas dat hij zich erbij heeft neergelegd. Dat hij er alles aan heeft gedaan om het af te houden, om dwars te liggen, om de boel te traineren. Om er onderuit te komen. Maar dat het toch moet. Pas dan kan je hem een gepaste marge laten. Anders neemt hij gelijk je hele arm.

Ik heb bewondering voor de rioolmeneer. Na dagen vol giftigheid kreeg hij bij mij de angel er uit. En hij heeft instemming van de buurman geregeld.

Ik vind de auto van de rioolmeneer stoer. Het is een zwarte Dodge RAM.

Welbehagen dankzij anarchisme

Vrije weergave uit een oud logje. ‘Na een douchebeurt druppen ze van het plafond op de vloer in de woonkamer. Drup … drup … drup, drup, drup. Schone, transparante, fluïde parels spatten op het laminaat uiteen. Middenin een stralenkrans van weggesprongen spetters vormden ze een plasje. Ik zie het in slow motion gebeuren. Het is mooi.

Ondertussen stromen nieuwsberichten binnen via krant, internet en tv: vluchtelingen, bomaanslagen: ellende bij de vleet. Surreëel als die druppels in slow motion. Zij vormen een schril contrast met mijn intense tevredenheid.’

Binnenkort moeten de buurvrouw en ik het gesprek aangaan met de buurman. Die een die altijd dwarsligt over de kosten van noodzakelijk onderhoud. Aan ons gedeelde rioleringssysteem, deze keer. Ik hou mij voor wat ik schreef op 19 augustus 2015. Het is een inzicht uit een log dat verder onbelangrijk was en nu is gewist.

‘Welbehagen gaat ogenschijnlijk niet samen met anarchisme, maar is het resultaat ervan.’

Ducttape voor alles

Voor de overburen is het vast een komisch tafereel. Terwijl de rioolmeneer een camera-inspectie uitvoert, lopen we in optocht heen en weer. Hij, de buurvrouw en ik. De ene voordeur uit, de andere voordeur in. Via het huis en het plaatsje naar de achtertuin. En daarna omgekeerd weer. Want onder mijn tuin komen de rioolbuizen samen. En vlak achter de tussenmuur zit bij haar een gedeelde hemelwaterafvoer. Alle drie volgen we op het schermpje de loop van de riolering.

De afvoer is provisorisch vastgezet met ducttape. Wanneer de rioolmeneer dat spul los pulkt, kijken buurvrouw en ik elkaar verkneukelend aan. Want laag na laag komen nu verschillende soorten tape tevoorschijn. De vorige buurman loste namelijk elk probleem op met lapwerk. Oude stukken hout, een laatste meter tape, een restpartij tegels of een bodempje cement. Hij kwam overal aan. En ducttape was zijn signatuur qua bevestigingsmateriaal.

Als de rioolmeneer is vertrokken en de buurvrouw naar haar werk is gegaan, kan ik eindelijk rustig koffie drinken. Terwijl ik zit en naar buiten kijk, zie ik mijn vuilnisbakken op het plaatsje staan. Dat allegaartje, in twee kleuren en drie maten. Bij één bak is de schuifklep in de bolle deksel kapot gegaan. Maanden geleden kocht ik mooi en stevig plakfolie ter reparatie. Met folie op elke bak zou ik gelijk eenheid creëren. Maar de rol ligt nog ongebruikt op tafel.

Over het gat in de deksel hangt al ruim een jaar een afgeknipt stuk plastic van een Douglas parfumerie tasje. Ik heb het provisorisch bevestigd met tape. Oude stukken inmiddels losgeraakte tape. Waar over de rafels heen nieuwe stukken tape zijn geplakt.

De man van de rioolservice

Het is natuurlijk riskant, zo’n vroege afspraak op de maandagochtend. Ik heb huisarrest en wacht tot de man van de rioolservice komt. Hij is de derde binnen een jaar. De eerste twee bezoeken leidden tot niets, al mocht ik wel betalen. Nu wil ik eindelijk weten hoe het zit met de riolering hier. Er zitten wat vochtplekken bij muren, dus laat ik een camera-inspectie uitvoeren.

Meneer nummer een was mij aanbevolen door een vriendin van een vriendin. Die nooit meer. Meneer nummer twee scoorde hoog in Google-regionen. Dat bleek evenmin een aanbeveling. Tussendoor kwam er bij de buurvrouw ook een rioolmeneer. Ook die nooit weer. Even moest ik moed verzamelen. Daarna plukte ik een familiebedrijf van internet. Zou dat meer geluk brengen?

Vorige week maandag belde ik. Een mevrouw nam op. (De zus van, de moeder, tante, echtgenote of een vriendin?) Ze maakte een aantekening en zou mijn verzoek om informatie doorgeven. Want de heren zaten net in vergadering. Na afloop zou ik gelijk worden teruggebeld. Blijkbaar was het een overleg dat dag en nacht doorging. Kan natuurlijk, in familiekringen. Wanneer ik dagen later opnieuw bel, krijg ik gelijk een afspraak voor een bezoek ingepland, zonder informatie. Ach, doe ook maar.

Op de afgesproken tijd komt er geen bezoek, maar een telefoontje. Ik had toch om informatie gevraagd? Dat staat op de bon voor deze meneer. Gevalletje langs elkaar heen lopende communicatielijnen en kruislings passerende verwachtingen. Maakt niet uit. Kort daarna staat ‘ie in hoogsteigen persoon voor mijn deur. De rioolmeneer.

Ik moet zeggen, zo’n ruige heb ik nog niet eerder over de vloer gehad. Echt hardcore. En ik was toch aardig wat gewend met al die klussers. Eén blik op zijn toegetakelde uiterlijk en ik zou op straat met een grote boog om hem heen zijn gelopen. Maar hij verstaat zijn vak en is bovendien sociaal vaardig. Wat wens je nog meer?

De beelden van het ondergrondse interieur waren fascinerend. Nu nog een afspraak zien te regelen voor een kleine renovatie en een reinigingsbeurt. Want daarvoor moet ik bij zijn zus zijn. Of zijn moeder, tante, echtgenote of vriendin.

Kluslijst – Van die dagen

Vandaag wil ik de meeste klusjes van mijn lijst kunnen strepen. Sommige klussen zijn zo gedaan. Bij anderen zit ik er al tijden tegen aan te hikken. Juist daarom pak ik ze nu aan. Je kan zoiets op verschillende manieren benaderen. Eerst de grote en vervelende klussen doen. Of eerst de leuke klusjes en dan de klussen die je steeds uitstelt. Werkt niets, dan rest alleen nog deze optie: jezelf dwingen de lijst van boven naar beneden af te werken. Zonder uitzondering.

Soms kan ik het beste eenvoudig beginnen. Vooral als ik nog geen koffie heb gehad. Moet ik scherp zijn of mezelf moed inspreken, dan werk ik eerst flink wat cafeïne naar binnen.

Deze keer moet het op de ‘jezelf aan je haren erbij slepen’- manier. Anders verzin ik weer nieuwe smoezen en uitvluchten. Want er zit nogal een K-klus tussen. Het SSL-certificaat van mijn zakelijke website moet worden vervangen door iets vergelijkbaars. Vorig jaar kostte me dat een half weekend. Maar het certificaat verloopt binnenkort, dus de tijd dringt.

Afijn, ik ga aan de slag. Eerste klusje gedaan, streep erdoor. Volgende klus gedaan, streep erdoor. Enzovoort. Tot die ene klus. Wat denk je? Gaat het zomaar als een tierelier! Klus gedaan, klaar. Ineens zijn alle problemen van de lijst verdwenen.

Jemig. Wat moet ik nu verder nog met mijn leven aan?

Grote baggerpoten in de woonkamer

Het was bekend dat mijn oude arbeidershuisje moest worden opgeknapt. Een verbouwing van de keuken, het toilet en het stalletje was direct nodig. Intussen bleef de lijst met onderhoudsklussen groeien. Bij tachtig raakte ik de tel kwijt.

Dus begrijp ik best dat werklui rommel maken. Er valt trouwens te leven met veertien mega grote dozen in de woonkamer. Zoals wanneer de keuken een weekje op montage moet wachten, omdat het stucwerk nog droogt. Logisch ook dat je maandenlang in een ravage woont. Overal kale muren, losse snoeren, uitstekende buizen en hier en daar wat open afvoeren. De afwas doe je gewoon in de badkamer. Kan best. Dat de stroom weleens uitvalt … Soit. En die lekkage in de badkamer? Ach, doe er maar gelijk bij. We zijn toch al bezig. Sloten en drempels en ramen vervangen, het trapgat vergroten en leuningen ophangen? Geen probleem. Nieuwe kabels voor razendsnel internet? Doe maar. Dat geboor in de buitenmuur valt toch niemand meer op hier. Slimme meters voor gas en elektra? Prima, is dat ook weer geregeld. Wat? Waterslag in de leiding? Geen probleem, daar weten we raad mee. Pakken we gelijk samen met de buren de vervanging van de schutting mee. En deze week de renovatie van de schoorsteen.

Dus ben ik gewend om bouwvakkers over de vloer te hebben. Wat ik alleen niet vat, is waarom het nu werkelijk altijd moet gieten als zij bezig zijn. Precies wanneer ze met hun grote baggerschoenen en vuildruipende gereedschap dwars door mijn elegante woonkamer moeten lopen. Altijd hé. Altijd. Vandaag dus ook. Kunnen zij niks aan doen, weet ik wel.

Dus als het KNMI weer eens grote droogte verwacht, plan ik gewoon de volgende klus in. Stortbuien verzekerd.

(Ondertussen hoop ik maar dat het nieuwe cement van de schoorsteen niet wegspoelt.)

Vrijdag de dertiende

Wat een dag vandaag. Iemand heeft mij gevraagd om iets te doen. Er zitten wel een paar voorwaarden aan vast. Belangrijke zaken, met potentieel grote consequenties. Ik kan ze niet negeren en ze zijn urgent. Die persoon is weken geleden een puntje vergeten. Nu mag ik alles halsoverkop rechtbreien. Zo gaat dat altijd, hè, het lijkt wel werk. Want mijn deadline blijft ondertussen staan op de eerder afgesproken plek. Kortom: ik heb die opdracht.

Al om 7:15 uur zit ik startklaar achter mijn laptop. Eerst een kort e-mailtje sturen. Dat gaat vlot. Maar dan. Ik hoor niets van mijn bel-mij-terug-afspraak tussen 9 en 12. Wat blijkt? De batterijen van mijn vaste telefoon zijn lek. Ik moet een heel lijstje afwerken om tijdig vervolgstappen te kunnen zetten. De ene website werkt niet, de andere lijn valt even weg. Ik krijg geen e-mail met grote bijlagen verzonden en sta tijden in de wacht. Wanneer ik een document wil afdrukken, loopt mijn printer vast. En zo voort, en zo verder, de hele dag lang.

Weet je wat nu zo raar is? Op vrijdagen de dertiende heb ik hier nooit last van.

Verder ben ik blij, hoor. Ik ga weer een paar maanden aan de slag.