Het begint nog wel zo klein

Met verbeteringen in huis moet je oppassen. Ik tenminste wel. Want het kan gebeuren dat je iets ziet waarvan je denkt: ‘Mwah, dat heeft zijn beste tijd gehad.’ En dat je het dan gaat vervangen. Maar als je het ene vervangt, dan zou het mooi zijn als je ook dat andere meteen opknapt. En als je dát gaat opknappen, nou, dan kan je net zo goed gelijk de hele kamer aanpakken. (Valt nog mee, als het beperkt blijft tot slechts één kamer.)

Deze week begon het met mijn doucheputje. Dat doucheputje is een onding. Zo’n soort Italiaans designerding dat er elegant uitziet, maar waar wel alle troep doorheen schiet. Het ontbeert namelijk een deugdelijk roostertje. Sterker, er past geen enkel rooster op. Daarom moet ik om de haverklap alle gore troep er uit vissen, met de hand. (Bah.) In mijn vorige huis hoefde dat hooguit eens in de vijftien jaar; hier elke anderhalve maand.

Je kan jaren voortmodderen, maar vroeg of laat komt dan er een kritiek moment. Dat begint met een ontbrekend roostertje voor een doucheputje. Daarna bekijk je de hele douchecabine. ‘Die kitranden en dat voegwerk hebben hun beste tijd gehad.’, denk je. Je zou ook andere glasdeuren willen hebben. ‘Trouwens, de doucheruimte is eigenlijk een beetje krap.’, vervolg je. Maar ja, het ernaast staande bad neemt al veel ruimte in beslag. Dat gebruik je zelden. ‘Dus als je nu eens dat bad eruit zou halen.  En misschien ook maar gelijk het toilet zou vervangen, dan …’

Mijn huis is een ‘hij’

Er bestaat een woord voor wat ik soms doe: antropomorfisme. Ofwel menselijke eigenschappen toekennen aan niet-menselijke wezens en dingen. Dit doe ik alleen bij voorwerpen die zeer belangrijk voor mij zijn. Zoals vroeger mijn motor in Australië, en nu mijn woning. Allebei hadden ze al heel wat meegemaakt toen ik hen leerde kennen. Dat zie je terug in hun gedrag. Mijn huis vertoont namelijk menselijke trekjes.

Veel mensen vinden het normaal dat je tegen een auto praat. Het is een maatje waarmee je overal naartoe gaat. Zo iemand ook waarvan je hoopt dat hij je nooit in de steek laat. Samen maak je bijzondere dingen mee of ontloop je ternauwernood een confrontatie. Daaraan bewaar je dan mooie gedeelde herinneringen. Ik moest hem in Sydney achterlaten, mijn motor. Maar hij staat al dertig jaar op een foto in mijn woonkamer. Die motor was een ‘hij’, want hij bleef onder elke omstandigheid stoer en onverstoorbaar.

Mijn huis zou een ‘zij’ kunnen zijn, maar waarschijnlijker is het een ‘hij’. Hij is ooit een keer bedrogen en herhaaldelijk verlaten. Dat merk ik aan alles. Hij blijft mij maar uittesten. Hij wil absoluut zeker weten dat ik om hem geef. Dat deden de vorige eigenaren lang niet allemaal. Of misschien ook wel; in het begin toch.

Dit huis kan nukkig doen. Dan geeft hij je het gevoel dat hij je gewoon niet wil. Maar dat kan ik evengoed, dus we zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd. Natuurlijk vraag ik mij weleens af waarom ik bij hem blijf. Soms kijk ik zelfs weer even rond op Funda. Dit voelt dan al bijna alsof ik vreemd ga.

Het is geen kwaaie. Hij is juist slim en haalt nu ruimschoots de schade in. Logisch toch, na al die jaren van verwaarlozing en gebrekkig onderhoud? Daarom heeft hij ook zo’n behoefte aan bevestiging. In feite is hij het type ruwe bolster, blanke pit. Oh, en hij weet heel goed hoe hij mijn aandacht kan krijgen. Maar bij hem voel ik mij thuis en hij beschermt mij indien nodig. Bovendien maakt hij al zijn beloftes waar. Daarom vind ik hem nog steeds de moeite waard.

Bouwvakkers inhuren is als Russische roulette

Vrijdagavond 23:00 uur. Net wanneer ik naar bed ga, klinkt er een vreemd geluid in de slaapkamer. Of eigenlijk klinkt het erg bekend: drup, drup, drup. De dakkapel deze keer. Bij de bouwkundige keuring bleek al dat de bedekking daarvan binnen enkele jaren aan vervanging toe zou zijn. Nu moet ik naar een goede dakdekker op zoek. Nou, brace yourself and let the game begin. Want dit wordt weer zo’n spelletje Russische roulette.

Wie kiest er een dakdekkersbedrijf op basis van rationele argumenten? Ik niet. De welgeteld 39 (!) bouwvakkers die hier al over de vloer kwamen (en ik vergeet er vast nog een paar), koos ik per toeval. Of op basis van een soort onderbuikgevoel. Kort na de verhuizing naar Gelderland kende ik hier geen vakmensen. Daarom vroeg ik bij buren naar hun ervaringen. Maar verstaan zij wel hetzelfde als ik onder ‘goed en betrouwbaar’? We hanteren uiteenlopende maatstaven en deze termen zijn multi-interpretabel.

Gisteren vroeg ik om tips via de buurt-app. Er kwamen diverse reacties binnen. Allemaal verschillend. Iemand schreef dat ik vooral niet met bedrijf X in zee moet gaan. Dat bedrijf levert wel goed werk, maar afspraken maken en communiceren verloopt nogal moeizaam. ‘Welkom in de wondere wereld van huizenbezitters’, dacht ik. Want dit is tamelijk gangbaar.

Als informatie inwinnen meer twijfels oplevert, kan je verder rondkijken op internet. Daar staan websites van zzp’ers en bouwbedrijven inclusief referenties en beschrijvingen van geleverd werk. Sommige vaklieden hebben een hoge rating, anderen nul sterren. Wat zegt dit? Weinig. Referenties kunnen door vrienden zijn ingevuld. En een gelikte website kan het werk zijn van een veertienjarig achternichtje, dat toevallig Multimedia & Communicatie op school heeft gedaan.

Die opmerking over dat foute bedrijf maakte mij trouwens wel nieuwsgierig. Het betreft een samenwerkingsverband van twee families. Waarschijnlijk vormt één daarvan een heuse dynastie. Die familie draagt namelijk dezelfde achternaam als de rioolservicemeneer. En hij is zeker lid van een plaatselijke clan. Of gang, dat weet ik niet precies. Maar hem vind ik tenminste sympathiek.

Alleen, wat zegt dit over de andere leden van zijn familie? Die van de dakdekkerstak, bedoel ik. Volgens hun referenties lopen de meningen flink uiteen. Dus wat nu?

Zal ik een dakdekker bellen die ooit foldertjes in de buurt achterliet? Of zal ik twee dakdekkers bellen over wie buurtgenoten positief zijn? (Die buurtgenoten ken ik evenmin.) Ook kan ik de man van de rioolservice vragen of hij de mensen van het dakdekkersbedrijf aanraadt.

Er is een alternatief. Namelijk Googelen op ‘dakdekkers’ en dan met gesloten ogen een willekeurig bedrijf aanwijzen op het beeldscherm. Dat deed ik eerder voor de complete keukenverbouwing. Toen kon ik ook al zo moeilijk een weloverwogen keuze maken.

Sowieso is het idee dat we kiezen op basis van ratio een illusie. Dat geldt zowel voor mij als voor bouwvakkers zelf. Misschien plaats ik de klus wel gewoon op Werkspot. Dan vraag ik om een dakdekker die houdt van Russische roulette.

Alles sal reg kom

‘Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.’ Verder gaat mijn Afrikaans niet, maar deze uitspraak is toepasselijk. Het leven lacht snelle denkers toe. En zijn ze sociaal vaardig, dan hebben ze altijd een voorsprong. Ze kunnen mensen goed inschatten en emoties doorzien. Zo laveren ze vlot om valkuilen heen in overlegsituaties met onvoorspelbare gesprekspartners en uiteenlopende belangen. Want zij weten waar ze naartoe willen en hebben hun woordje klaar.

Ik kan goed observeren en signalen oppikken die anderen missen. Alleen verloopt de informatieverwerking bij mij wat trager, omdat er meer tegelijkertijd binnen komt. Ik ontrafel elk stukje informatie en volg het terug naar waar het vandaan komt. Ook plak ik labeltjes en wil ik kunnen zeggen: ‘Kijk: dit betekenen al die afzonderlijke deeltjes en zo staan ze met elkaar in verbinding.’ Ik heb geleerd hiermee om te gaan. Want er komt een keuzemoment en strategie is alles.

Problemen ontstaan wanneer je elkaar niet verstaat. Wanneer je geen gebruiksaanwijzing van de ander hebt. Wanneer je zijn of haar emoties nog niet kan interpreteren, omdat je nog met informatieverwerking bezig bent.

Van alles wat we wilden zeggen, hebben we geen woord uitgesproken. En van alle emoties die we wilden tonen, hebben we er niet één laten zien. Daarom sal alles reg kom.

Ducttape voor alles

Voor de overburen is het vast een komisch tafereel. Terwijl de rioolmeneer een camera-inspectie uitvoert, lopen we in optocht heen en weer. Hij, de buurvrouw en ik. De ene voordeur uit, de andere voordeur in. Via het huis en het plaatsje naar de achtertuin. En daarna omgekeerd weer. Want onder mijn tuin komen de rioolbuizen samen. En vlak achter de tussenmuur zit bij haar een gedeelde hemelwaterafvoer. Alle drie volgen we op het schermpje de loop van de riolering.

De afvoer is provisorisch vastgezet met ducttape. Wanneer de rioolmeneer dat spul los pulkt, kijken buurvrouw en ik elkaar verkneukelend aan. Want laag na laag komen nu verschillende soorten tape tevoorschijn. De vorige buurman loste namelijk elk probleem op met lapwerk. Oude stukken hout, een laatste meter tape, een restpartij tegels of een bodempje cement. Hij kwam overal aan. En ducttape was zijn signatuur qua bevestigingsmateriaal.

Als de rioolmeneer is vertrokken en de buurvrouw naar haar werk is gegaan, kan ik eindelijk rustig koffie drinken. Terwijl ik zit en naar buiten kijk, zie ik mijn vuilnisbakken op het plaatsje staan. Dat allegaartje, in twee kleuren en drie maten. Bij één bak is de schuifklep in de bolle deksel kapot gegaan. Maanden geleden kocht ik mooi en stevig plakfolie ter reparatie. Met folie op elke bak zou ik gelijk eenheid creëren. Maar de rol ligt nog ongebruikt op tafel.

Over het gat in de deksel hangt al ruim een jaar een afgeknipt stuk plastic van een Douglas parfumerie tasje. Ik heb het provisorisch bevestigd met tape. Oude stukken inmiddels losgeraakte tape. Waar over de rafels heen nieuwe stukken tape zijn geplakt.

De buren zullen wel denken …

In de stad kan je makkelijk onopgemerkt en anoniem blijven. Er wonen zo veel verschillende mensen, dat bewoners niet gauw raar opkijken. En vaak kwamen zij zelf ooit van elders. Daarom voel ik mij in stadswijken met een gemengde bevolking snel thuis. Nu woon ik na 31 jaar stadsleven alweer enkele jaren in een dorp. Soms komen onverwachte oude dorpse reflexen bovendrijven. Zo vraag ik me weleens af wat de buren van mij denken.

Een deel van mijn buren ken ik inmiddels redelijk. Maar er valt nog veel te ontdekken. Ik hou daar wel van: het stadium van nog niet weten. Dan kan het nog alle kanten op gaan. Zolang ik mensen niet ken, krijgen ze het voordeel van de twijfel. Het aangename is dat ik dan zelf oprecht denk dat zij aardig zijn. Door het niet-weten creëer ik eenvoudig een prettige omgeving voor mezelf.

Maar ik ben toch best nieuwsgierig; en zij ook. Vorig jaar vroeg een jonge buurvrouw mij: ‘Wat doe jij eigenlijk? Als ik dat vragen mag.’ Gelukkig ben ik op die vraag voorbereid. Ik heb zelfs op een elevator pitch geoefend. Die is toepasbaar op buren, ex-collega’s, kennissen of onbekenden tijdens een netwerkbijeenkomst. En ontstaat er dan echt contact, dan mogen ze ook de rest van het verhaal horen. Zoals deze buurvrouw, die net als ik niet in een hokje past.

Gewoonlijk stem ik dat verhaal wel af op wat ik van de ander weet. De vorig jaar vertrokken buren, bijvoorbeeld, hadden geen idee van mijn vroegere gereis. Zelf konden ze nauwelijks een midweek op een Veluws vakantiepark betalen. Dan komt een weekje Dubai al gauw over als pocherij. De kloof tussen onze werelden was in meerdere opzichten te groot.

Soms maak ik mij toch wel zorgen om mijn imago hier. Ik bedoel, vaak ben ik thuis en dan zien de buren mij steeds achter die computer zitten. Of erger: ’s ochtends hang ik soms uren op de bank, op een doordeweekse dag. En verder zien ze mij langs hun huis lopen. Waarnaartoe, dat weten ze niet. Bezoekers komen zelden bij mij thuis. Heel vreemd. Dus of ik nou familie en vrienden heb? Laat staan dat ze weten hoe ik mijn geld verdien. Want een man woont hier ook al niet. Hoewel, de buren zien toch regelmatig bouwvakkers aanbellen. En dat is al jaren gaande. Wat ze daar nu van moeten denken …

Eerlijk gezegd ben ik nog het meest bang dat ze mij saai vinden. Daarom ben ik ook zo blij dat mijn neef binnenkort langskomt. Wacht maar tot ze hem in de tuin aan het werk zien. Én horen! Met zijn jankende en ronkende kettingzaag. Ha! Daar zal de hele buurt nog jaren over kunnen praten.

Vier eetkamerstoelen, zo goed als nieuw

Om mijn eetkamertafel heen staan vier stoelen. Ze gaan steeds vervaarlijker wiebelen. Deze stoelen stammen uit 2010 en waren jarenlang prima. Tot de komst van de bouwvakkers een paar jaar geleden. Die leunden tijdens hun pauze regelmatig achterover op twee poten. Sindsdien zitten alle poten los. Ik krijg al de neiging om bezoekers te waarschuwen: ‘Voorzichtig gaan zitten hoor, anders zak je er door.’ Maar dat is ook niet alles. Daarom kijk ik rond naar andere stoelen.

Dat valt tegen. Want als er in dit land een bepaalde stijl in de mode komt, kan je meteen alleen nog die stijl krijgen. Dus nu de poten vanuit het midden schuin naar buiten staan, moet je zulke stoelen nemen. Of stoelen met een lage rugleuning, omdat de hoge leuningen zijn verdwenen. Terwijl ik vanzelfsprekend wat anders wil. Een populair model van drie jaar geleden, bijvoorbeeld. Dat is nergens meer te krijgen.

Daarom heb ik nog geen nieuwe stoelen wanneer ik jarig ben. Ik waarschuw mijn familie direct na binnenkomst over de gammele toestand. Maar dat is buiten mijn zwager gerekend. Of ik een inbussleutel heb, wil hij weten. Huh? ‘Want die stoelen zijn toch van IKEA?’ Oh ja. Er begint iets te dagen. Ik heb die dingen ooit zelf in elkaar gezet. Met een soort zilverkleurig metalen winkelhaakje.

Terwijl ik drank regel, draait het bezoek met vereende krachten stoelpoten vast. Nu lijkt het wel alsof ik nieuwe stoelen heb. Van je familie moet je het hebben. En anders, zit je zelf met kapotte spullen, dan is het Repair Café ook een idee.