In de schaduw van de bomen

Voorheen was er meer sfeer en grandeur. Dit is zo’n dorp waar paarden langs de hekjes aan de brink stonden en een kapelaan met zwarte flapperende jas op de fiets voorbijkwam. Nou ja, dat verzin ik. Maar er komen pittoreske dorpstaferelen tevoorschijn zodra je de moderniteiten wegdenkt. Zoals de detonerende zonnepanelen op oranje daken of het blik van geparkeerde auto’s in knusse straatjes. Oorspronkelijk was dit een dorp van kleine luiden en keuterboertjes, met hier en daar een buitenverblijf op een groot landgoed. Omdat die landgoederen zelfs tot in de kern van de bebouwde kom lagen, was het dorp vroeger zeer groen.

Op mijn zomerse wandelrondjes in de omgeving heb ik een voorliefde voor routes met veel schaduw van bomen. Toen ik hier kwam wonen, was het mogelijk om hele trajecten op schaduwrijke stoepen en paden aan elkaar te knopen. Nu, zes jaar verder, vertonen die schaduwrijke routes gapende gaten. In slechts zes jaar tijd heb ik tal van bomen zien verdwijnen. Daar waren heel wat honderd jarigen en oudere bomen bij. Het was soms flink schrikken.

Eerst kapten ze een van de laatste stukjes bos op een voormalig landgoed. Dat lag centraal in het dorp en grensde aan onze buurt. Op warme dagen was het er onderweg naar de supermarkt heerlijk koel. Nu staat er een saaie flat. Verder zijn er parkeerplaatsen op het voorterrein aangelegd. De loofrijke beukenbomen zijn verdwenen. Wanneer ik nu met de boodschappen langs die massa steen en beton kom, loop ik te smoren in de zon.

Zo kan ik meer locaties aanwijzen. Een ruim opgezet vegetarisch woonpark voor senioren bijvoorbeeld, dat zichzelf op de eigen website aanprijst als gelegen ‘In een prachtige omgeving van monumentale bossen, groene heuvels en het rivierenlandschap van de Rijn.’ Juist ja. Geen woord over de dubbele rij monumentale oude beuken die werd gekapt op hun terrein. Daar kon ik altijd zo fijn onderlangs lopen, op de route naar het bos. Die bomen zijn nota bene in de vuurlinie beland tijdens de oorlog en daar toen fier blijven stáán.

Meer mensen maken zich zorgen over de (toenemende?) houtkap. In onze buurtapp verschijnen regelmatig paniekberichten over percelen waar bomen het veld moeten ruimen. Zoals op landgoed Groot Warnsborn en vorig jaar nog op landgoed Mariëndaal. Dit betreft meestal productiebos en daar worden de bomen door nieuwe aanplant vervangen. Maar soms betreft het monumentale bomenlanen. Als naburige bewoners zullen wij nooit meer kunnen aanschouwen hoe mooi eeuwenoude bomen daar staan.

Niet alleen door bomenkap verdwijnen schaduwrijke plekken. Ook het gebladerte van enkele boomsoorten is nu aanmerkelijk dunner dan normaal. Deze week liep ik op een lommerrijk pad waar de zon opvallend fel door het gebladerte heen kwam. Sommige bomen hebben alleen nog wat plukjes blad in hun kruin. Eiken en naaldbomen staan te verdrogen op de hoge zandgronden van de Veluwezoom. De naaldbomen zien er dof uit en het blad van de eiken zit vol gaten. Vermoedelijk zijn recente hagelbuien en vraat van rupsen hiervan de oorzaak. Maar alles valt nu samen: periodes van droogte en hitte en onregelmatiger weer, waardoor bomen verzwakken en vatbaarder worden voor plaagdieren, die in grotere getale verschijnen, enzovoort.

Zes jaar geleden vond ik de omgeving idyllisch en nog altijd is het hier prachtig. Alleen weet ik nu meer.

Het kappen van eeuwenoude bomen, enkel omdat die de bouw van een garage of woning in de weg staan, vind ik crimineel. Mensen die blijk geven van zo’n wansmaak en gebrek aan respect voor de natuur, horen op een industrieterrein thuis; niet hier.

Feiten over nomadische veeteelt versus beeldvorming

Mijn log van gisteren bevat een sterk voorbeeld van de valkuilen bij beeldvorming op basis van herinnering. Ik schreef over veehouders die in Sub-Sahara Afrika met hun dieren onbegrensd naar voedsel en water moeten kunnen trekken. Daar heb ik bepaalde bedenkingen bij. Alleen, hoe zat het ook alweer precies?

Het venijn schuilt in de alinea waarin ik oorspronkelijk uitging van the tragedy of the commons. Ofwel: het idee dat als iedereen onbeperkt een gemeenschappelijke bron mag gebruiken, niemand zich daarvoor verantwoordelijk voelt. Denk aan weidegrond, rivieren, lucht en oceanen. Zonder regels wordt de oceaan leeggevist, de weide overbegraasd en raakt de rivier vervuilt. In Azië, Afrika en het Midden-Oosten heb ik daarvan voorbeelden gezien.

Nu de beeldvorming. Ik herinner mij kaal gegeten semi-woestijngebieden, waar te veel veehoeders met hun kuddes kwamen. En ik herinner mij recente berichtjes over loslopende wilde geiten op Curaçao. Die vreten alles op het eiland kaal. Maar de lokale bevolking kookt graag stoofpotjes van dat goedkope geitenvlees. Dus vindt iedereen het wel best zo. Vervolgens combineer ik de tragedy of the commons met de Curaçaoenaren en de rondtrekkende veehouders in Afrika. Alleen blijft er iets knagen. Want: is dit wel het juiste verhaal?

Nee dus. Daarom ben ik gisteren heerlijk zoet geweest met een mini-onderzoek naar de tradities van rondtrekkende veehouders. Zo las ik hoe veehouders in semi-droge gebieden bijdragen aan natuurbehoud. En ik ontdekte welke complexe afspraken zij van oudsher onderling maken. De gedachte achter de tragedy of the commons zelf is een valkuil, waar al menige bestuurder en wetenschapper in is getrapt.

Dit maakte direct herinneringen los aan mijn ervaringen binnen de ontwikkelingssector. Want natuurlijk passen Afrikaanse herdersvolken zich al eeuwen aan hun grillige leefomstandigheden aan. En natuurlijk hebben ze een fijnmazig stelsel van omgangsvormen en regels. Anders zouden ze daar moeilijk kunnen overleven. Sterker: ik heb in een Keniaans wildpark zelf geitenbokken met schortjes gezien, voor geboortebeperking en tegen overbegrazing. Daarover waren met de herders afspraken gemaakt.

Evengoed slaat Mattea Weihe de plank mis met haar opvattingen en grenzen. Ze gaat voorbij aan sommige omstandigheden die sinds de pre-koloniale tijd drastisch zijn gewijzigd. Die zijn onomkeerbaar. En ze gaat voorbij aan het eeuwenoude aanpassingsvermogen van nomadische veeboeren. Idealiter krijgen deze mensen dankzij nieuwe afspraken met huidige belanghebbenden nog voldoende ruimte voor hun vee. Ook in Nederland zitten de laatste traditioneel werkende schaapsherders in de knel.

De vraag is echter vooral waar en welke vorm van veeteelt houdbaar zal blijken. Intensief, extensief, of een tussenvorm. In de nabije toekomst wordt iedereen gedwongen tot aanpassing. Met de toenemende verwoestijning ontstaan er wellicht elders nieuwe kansen voor veehouders die al aan droogteperiodes gewend zijn. Daar kunnen de nomaden in Sub-Sahara Afrika zich alvast op bezinnen.

De hoeveelheid vruchtbare grond voor gewassen en veeteelt neemt wereldwijd af door bebouwing, vervuiling en erosie. En nog niet alles kan uit kassen komen. Daarom is meer bebouwing voor bedrijven en nieuwkomers op Nederlandse vruchtbare grond voorlopig wel het stomste wat we nu kunnen doen.

Voortschrijdend inzicht

In de wetenschap is het normaal om verder te gaan waar voorgaand onderzoek ophoudt. De westerse wereld heeft in de afgelopen eeuwen enorm veel vooruitgang geboekt. Kijk maar naar mensenrechten, de positie van vrouwen (ja, echt), veiligheid, gezondheid en welvaart. Wat mij verwondert, is hoe beperkt we op kennis uit vroegere beschavingen voortbouwen. Neem nu de Chinese dynastieën, neem Perzië, 2.500 jaar geleden. Of neem de Azteken, de pré-islamitische Arabische wereld, de natuurkennis van indianen, Timboektoe, etc.

Binnen de internationale ontwikkelingssector is het gewoon dat geleerde lessen worden genoteerd en in een volgende fase worden meegenomen. Mijn vroegere werkgever zou geen strijdgroep ‘aan de goede kant’ in Syrië hebben gefinancierd. Alleen al, omdat iedereen weet dat je op afstand in een oorlogssituatie onvoldoende zicht hebt op wat daar werkelijk gebeurt. Maar anno 2018 stuurt onze overheid er doodleuk geld naartoe.

In de Volkskrant van 13 september 2018 staat een artikel over de moeizame implementatie van het klimaatakkoord. (Het ‘meestribbelende’ bedrijfsleven zit aan tafel en traineert c.q. frustreert de zaak.) Klaas van Egmond, oud-kroonlid SER, zegt terecht: ‘Je laat de kalkoen toch ook niet meebeslissen over het kerstdiner?’ Hij verwijst naar een historische les in het boek Ondergang van wetenschapper Jared Diamond:

‘Beschavingen gaan niet ten onder omdat ze het probleem niet zien aankomen, maar doordat de oudere, belanghebbende generatie de jongere ervan weerhoudt zich tijdig aan te passen.’

Daar kunnen we het mee doen. Misschien toch maar op de barricaden gaan? Al is het maar voor uitstel van de ondergang. En garde! You gotta fight for your right to party!

Zo, het is weer weekend.

De hand van God

Deze week verdiepte ik mij in klimaatverandering en zag het plotseling. De rol van het heelal. Die niet te bevatten tijdlijn daarvan. Wij, nietige mensjes, blijven hier slechts een seconde of anderhalf. Onze invloed is nagenoeg verwaarloosbaar. Toch denken we dat we de hand van God zijn. Of dat we Zijn hand door een kunsthand kunnen vervangen. Want sommige mensen accepteren niet dat wij zullen verdwijnen.

Heb je ooit in een natuurgebied bij heldere nacht naar de hemel gekeken, dan weet je hoe imposant de Melkweg is. En dan besef je hoe weinig wij ervan begrijpen. De mensheid zocht millennia lang naar verklaringen voor tal van fenomenen. Elk volk ontwikkelde zijn eigen theorieën, vaak vervat in een religie. Zoals over het ontstaan van de wereld. De wetenschap komt ook met antwoorden, maar veel daarvan roepen weer nieuwe vragen op.

Onze lichamen kunnen de komende natuurlijke klimaatschommelingen niet doorstaan. En uiteindelijk gaat de aarde toch ten onder. Wellicht lukt het een select groepje mensen om op een andere planeet verder te leven. Vooralsnog is er enorme onzekerheid over zo’n bestaan. Maar onze gedachten kunnen we wel overdragen.

Onder gunstige omstandigheden evolueert onze kennis steeds verder. Wellicht worden we ooit alwetend. Alleen moeten we als soort dan nog iets langer voortbestaan. Het is niet handig dat we de aarde zo vergiftigen en uitputten. Want de alternatieven zijn nog niet klaar.

Een selecte groep ICT’ers werkt aan kunstmatige intelligentie. Mijn indruk is dat ze via de kennis die zij aan robots overdragen, werken aan hun eigen eeuwige leven. Misschien hopen ze deze robots zoveel intelligentie mee te geven, dat die ooit in staat zijn om de grootste klimaatschommelingen op aarde te doorstaan. Of dat ze vanaf de aarde zelfstandig in het heelal kunnen uitzwermen.

Westerlingen maken onderscheid tussen geloof en wetenschap. Dat begon al ergens bij Darwin. Als kind ben ik katholiek opgevoed. Later bezocht ik diverse werelddelen en zag ik mensen met andere religies. Waaronder het animisme van natuurvolkeren. Dat doet wat met je. Je gaat zaken opnieuw beschouwen, vergelijken, combineren en soms echt anders zien.

Zo kwam ik deze week uit bij het hellevuur van Jeroen Bosch, toen ik zag wat de aarde uiteindelijk te wachten staat. En nu vraag ik mij af hoe wij ooit bij dat hellevuur zijn beland. Was dat wel een Bijbels verhaal? Of is het afkomstig van een veel oudere visie. Van een animistisch volk, bijvoorbeeld. Dat naar de sterren keek, supernova’s zag en toen vermoedde dat de aarde iets vergelijkbaars te wachten staat.

Wie zegt dat ze vroeger overal dachten dat de aarde plat was? Wij waren zo stom. Maar de Aboriginals in Australië hadden misschien een heel ander idee. Nu kunnen we ze het niet meer vragen. Want sinds de blanken daar kwamen, is hun op mondelinge overdracht gebaseerde cultuur grotendeels vernietigd.

Ik zie een overeenkomst tussen het christelijke geloof en het animisme. Althans, als er een God is, dan wil ik wel aannemen dat die alom aanwezig is. Niet letterlijk, maar in wat er is. Overal. Er is een bewijs voor het bestaan van de hand van God. Namelijk in de beelden van een werkelijk onbevattelijke schoonheid in Govert Schilling’s boek: Schitterend heelal.

Onze toekomst staat in de sterren

Na publicatie van ‘BlackRock lost klimaatprobleem op’ volgt een reactie van Vuurklip. Het maakt niet uit wat we doen, schrijft hij, die klimaatverandering gaat toch door. Dat komt vooral door de zon en hoe de aarde daaromheen beweegt. Ik kijk op Wikipedia en besef het. Dat de mensheid als soort zeker zal verdwijnen. Alsof we er nooit zijn geweest. We kunnen dat moment hooguit een paar milliseconden uitstellen.

Ik moet denken aan de taferelen op de zijpanelen van Jeroen Bosch’ Laatste Oordeel. Hemel en hellevuur. Ze houden ons een toekomst voor na dit aardse leven. Dit gaat om meer dan onze eigen toekomst of de keuzes die onze kinderen krijgen. De hemel toont de mogelijkheden binnen ons aardse bestaan. Maar het hellevuur is de plek waar onze planeet uiteindelijk heen zal gaan.

Klimaatverandering maakt ons bang. Als het zeer geleidelijk gebeurt, behappen we het nog wel. En wij niet alleen. Ook veel planten- en diersoorten passen zich over lange periodes aan. Maar verandert onze leefwereld relatief snel, dan zal dat gepaard gaan met chaos en geweld.

Misschien zagen wij, aardse krabbelaars, de komende ondergang al eeuwenlang. Gewoon in de sterren van het heelal.

Binnen een milliseconde in eeuwigheid volgen nu razendsnel veranderingen. Eerst een bevolkingsexplosie in Afrika. Vervuiling en roofbouw op natuurlijke middelen gaan voorlopig nog versneld door. Dan ontstaat droogte waar nu water is en kou waar het nu warm is. En andersom. Wat leidt tot massale volksverhuizingen. Toekomstige woestenijen worden de nieuwe wildernis. Huidige woestijnen zullen na regenval weer vruchtbaar blijken. Indien er dan nog bijen zijn. Want de uitdaging is om deze veranderingen samen met flora en fauna te overbruggen.

Wat in vele millennia daarna volgt, is een grijs gebied. Maar dat hellepaneel van Jeroen Bosch wordt ooit werkelijkheid. Namelijk wanneer de zon de aarde droog kookt. Dat is onze verre toekomst. Dus zou ik zeggen: maak er tot dan het beste van.

BlackRock lost klimaatprobleem op

Het staat er echt. Als laatste zinnetje in een klein Volkskrant-artikel, tussen de cappuccino index en de beurscijfers in. Dat BlackRock, met ruim 6.000 miljard dollar de grootste investeerder ter wereld, wil weten wat bedrijven doen ter oplossing van het klimaatprobleem. De grote baas van deze vermogensbeheerder meent het. Hij heeft al extra personeel ingehuurd om de handelswijze van bedrijven te controleren. Want, tadaa, klimaatbewuste en sociale bedrijven zijn op de lange termijn winstgevender. Ik wist het.

Die duizelingwekkende 6.000 miljard dollar is ongeveer 1/3 van het jaarlijkse Bruto Binnenlands Product van de Verenigde Staten. Met zo’n bedrag kan je werkelijk verschil maken. En het beleid van een president kraken. Ik zat al klaar om Trump hiermee om de oren te slaan. Maar op internet wordt positief nieuws over BlackRock nog wel afgewisseld met negatieve berichten over hun milieubeleid. Voorlopig geef ik ze het voordeel van de twijfel. Een olietanker keer je ook niet snel.

Het lijkt er steeds meer op dat we de redding van het milieu bij het bedrijfsleven moeten zoeken. Bij rechts, zo je wil. En misschien bij China. Plus bij vooruitstrevende (stads)staten, zoals California. Deze partijen kunnen een voortrekkersrol nemen. Het zal met vallen en opstaan gaan. En ze zullen er hun eigen draai aan geven. Maar dat is evengoed normaal binnen de ontwikkelingssector. Terwijl Europese politici regelmatig blijven steken in hun korte termijn partij- of landsbelang, tonen bepaalde bedrijven vaker daadkracht en visie. Gewoon voor hun eigen voortbestaan.

Of vergis ik me?

Paradigma verschuiving / Als de bom valt

Als 50-plusser denk je zo ongeveer te weten hoe de wereld in elkaar steekt. Toch werd ik gisteren nog verrast door Bombing War: From Guernica to Hiroshima op Canvas. Vanzelfsprekend waren de geallieerden in ‘40-‘45 de good guys en de Duitsers de bad guys. Maar geallieerde piloten dropten wel de meeste dodelijke bommen op ons land. Waarom vertelt niemand dat?

Sterker: Engeland en Amerika maakten met hun bombardementen doelbewust zo veel mogelijk burgerslachtoffers in vijandige landen. Er was alleen geen dictator die zich daar wat van aantrok. Weliswaar groeide in Engeland en Amerika de twijfel over het effect van die bombardementen. Maar in Amerika was de druk vanuit de wapenindustrie groot genoeg om door te gaan.

Begin jaren tachtig maakten we ons zorgen over zure regen en de dreiging vanuit de Sovjet Unie. Met Als de bom valt schetste Doe Maar het tijdbeeld, en ik zong mee. Ronald Reagan zat in de Verenigde Staten met zijn vingers aan de knop. Wij in Europa vonden hem incapabel en onberekenbaar. En toen viel de muur. Het grote gevaar week en de zure regen verdween. Die ervaring biedt mij sindsdien houvast. Met name wanneer de wereldvrede in het geding is.

Ik vraag mij intussen wel af waar de zure regen is gebleven. Zouden ze daar nu in China last van hebben? Ze vertellen ons ook nooit het hele verhaal. Of ze doen dat pas na zeventig jaar.