De man achter de tatoeages

De man van de rioolservice fascineert me, omdat zijn leefwereld zo afwijkt van de mijne. Maar ik deel met hem een liefde voor tatoeages. Bij zijn eerste bezoek vielen ze direct op, hoewel hij ze verborg. Dikke zwarte punten in zijn hals piepten tevoorschijn vanonder zijn kraag. En zijn mouwen lieten een stukje getatoeëerde huid bloot op zijn pols. Daarbij: zwarte werkkleding en dito bomberjack; zilver gerande gaten in zijn oorlellen en een kaal hoofd. Het plaatje was compleet. Alsof er een skinhead in huis stond die er graag flink op los beukt.

In eerste instantie komt het heftig over. Maar wat weet je van iemand wanneer je alleen zijn uiterlijk ziet? Hij vertelde me onlangs dat hij zijn tatoeages bij eerste klantbezoeken altijd bedekt. Mensen schatten hem vaak anders in dan hoe hij werkelijk is. Dat ontdekken ze pas later.

Mij maakten die stukjes tatoeage vooral nieuwsgierig. Wat ging er nog meer verborgen onder zijn kleren? Wat voor soort tatoeages had hij? Waar stonden die tatoeages voor? Veel mensen laten zich om specifieke redenen tatoeëren en elke afzonderlijke tatoeage heeft voor de drager een eigen betekenis.

Lang werden tatoeages geassocieerd met criminelen en andere lieden van twijfelachtig allooi. Binnen het christendom waren ze verboden. Inmiddels zijn tatoeages een algemeen fenomeen. Circa 10% van alle Nederlanders heeft er een. Op warme dagen is dat goed te zien. Van de Nederlanders tussen de 18 en 50 jaar heeft 24% minimaal één tatoeage en tussen de 18 en 29 jaar is al 31% getatoeëerd. (Bron cijfers: NL tijdschrift voor dermatologie.)

Dit is een revival, want ook Kelten en Germanen droegen tatoeages, evenals menig ander volk. Ik heb jaren geleden onderzoek gedaan naar traditionele tatoeages in Polynesië. Ze vertellen boeiende verhalen over een cultuur en samenleving.

‘Mensen met tatoeages worden nu juist gezien als ambitieuzer, sterker en zelfverzekerder dan mensen zónder tatoeage.’ (Bron: Beautify.) Volgens mij hangt dat sterk af van de drager zelf, van het soort tatoeage, en van aan wie je dit vraagt.

De drager kan een hoogbejaarde joodse man zijn met een nummertatoeage uit een concentratiekamp. Sterk is hij dan zeker, maar ambitieus en zelfverzekerd? De tatoeage kan ook bestaan uit zo’n slordig uitgelopen blauwe vlek, die amateuristisch met een losse naald in de gevangenis is gezet. Ben je ambitieus, dan is het voordeel van een tatoeage afhankelijk van de sector waarin je werkt. In een hippe barber shop gaat dat prima. Maar in een christelijk zorgcentrum voor ouderen is de acceptatiegraad van een arm bedekkende sleeve wat minder.

Ik neem aan dat de meeste Nederlanders uit esthetische overwegingen voor een tatoeage kiezen. Het kunstenaarschap van de tatoeage-artiest was tot in de jaren zeventig beperkt tot standaardplaatjes van ankertjes, roosjes, zwaluwtjes met een sjerp en de naam van een geliefde, en dergelijke. Inmiddels brengt een Tattoo Bob of Tattoo Kim tribale versieringen aan van over de hele wereld. Authentiek of niet. De ware artiesten, volgens mij dan, ontwerpen zelf op basis van wat een klant wenst.

Verder is de tijd van een plaatje op de linker- of rechterschouder wel voorbij. De volgende mode werd een symmetrische tekening midden op de onderrug of direct onder de nek. En nu is alles mogelijk. Full body tattoos, sleeves, pseudo tribal, been bedekkende Moko, et cetera. De man van de rioolservice heeft een hele verzameling.

Geld besparen door niet te werken

Weinig mensen beseffen het, maar je kan flink geld besparen door niet te werken. Neem de verzuchting van een vriendin. Zij kon na lang solliciteren aan de slag bij een internationale organisatie. Alleen moest ze nog wel een representatieve outfit kopen. Voordat ze een cent had verdiend, gaf ze daar al een maandsalaris aan uit. Zo zijn er meer uitgaven die je vooral doet als je werkt. Ik zal wat kostenposten opsommen.

  1. Met stip op nummer 1. De vakanties, doorgaans in het buitenland. Wanneer je in een vast stramien leeft, wil je er graag jaarlijks tussenuit.
  2. Een aparte werkgarderobe met tassen en schoenen. Zie voorbeeld boven.
  3. Alle onderweg gekochte hapjes en drankjes plus de snelle maaltijden voor wanneer het laat wordt. Voor de prijs van een kopje cappuccino koop je een heel pak filterkoffie.
  4. Eten uit de tuin versus eten uit de supermarkt. Als je tijd hebt om te tuinieren, eet je de hele zomer lang verse groenten, kruiden en fruit. Scheelt een hoop en is nog gezond ook.
  5. Zakdoekjes en medicijnen. Kantoren en volle treinen zijn beruchte ruimten voor verspreiding van ziektes. Bovendien krijg je stress van werk.
  6. Heb je last van stress of een zittend beroep? Dan zoek je wellicht ontspanning en beweging in de sportschool. Kost ook geld.
  7. Reiskosten, kinderopvang, de stomerij, hulp in de huishouding en ingehuurde vaklieden voor onderhoudsklussen. Want thuis doe je minder zelf als je de hele week elders werkt.

Welbeschouwd bespaar je al gauw minimaal € 5.000 per jaar tijdens periodes waarin je niet werkt. Soms vraag ik me af waarom mensen nog langer voor geld werken.

Maar wat is dan ‘stoer’? (1)

Van twee kanten kwam deze week het woord ‘stoer’ voorbij, in de zin van ‘aantrekkelijk’. En nu blijft het maar hangen in mijn gedachten. Stoer, stoer. Wie of wat is nu eigenlijk stoer? Ik pak er een oude Dikke Van Dale bij: 1. Nors, stug, onvriendelijk. (Hm, bedoelen ze soms cool?) 2. Groot, zwaar, krachtig van lichaamsbouw. (Komt in de buurt, bij mannen dan.) 3. Iemand die onvermoeibaar, onverdroten voortwerkt. (Kan ook.) 4. Onbuigzaam op geestelijk gebied, onverzettelijk. (Is dat het vooral?)

Samengevat gaat het dus om een afstandelijke houding en uitstraling, voor mannen fysiek positieve eigenschappen, doorzettingsvermogen en vasthoudendheid. Als ik het zo lees, kan een vrouw niet stoer zijn, of ze moet wel een soort manwijf zijn. Er zijn mensen die dat aantrekkelijk vinden, alleen ik niet.

Toch is ‘een stoer wijf’ doorgaans complimenteus bedoeld. Er is in de afgelopen dertig jaar kennelijk iets in onze samenleving veranderd. Daardoor sluit de betekenis van ‘stoer’ in mijn oude Van Dale nu minder goed aan. Eind jaren tachtig kwam er sowieso nog geen vrouw aan te pas in dat woordenboek. Lees verder “Maar wat is dan ‘stoer’? (1)”

Pleidooi voor diversiteit in kleding

Bij een concert of voetbalwedstrijd herken je je mede-fans direct aan hun kleding. Dit schept een band. Reageerde een wandelgenoot daarom zo afgunstig op een processie van de Orde van Malta? Want ‘daar loopt veel geld voorbij’, meende zij. Ik geniet altijd van eeuwenoud ceremonieel vertoon. Ook hou ik wel van diversiteit. Wij hebben wereldwijd al zo veel moois verruïneerd met onze overheersende westerse kledingstijl.

We houden toch van variatie. Als de temperatuur flink schommelt, kan je fijn van kleding wisselen. Wordt het warm, dan voelt een luchtig jurkje of korte broek koel aan. Daalt het kwik, dan zitten laarzen en een wollen trui weer comfortabel. En moet je op pad voor een lastige opdracht, dan kan een strak jasje geborgenheid simuleren. Want in een stevig omhulsel voel je je veilig. Dat wisten ze al in de middeleeuwen. Wellicht gaat dit gevoel terug tot de baarmoeder.

Die ervaring van geborgenheid zoeken we ook binnen groepen. Met kleding en symbolen onderstrepen we onze eenheid. Ik ben opgegroeid met de Taptoe en de optocht tijdens 3 oktober. Dan paraderen tal van groepen in uniform met vaandels voorbij. In Leiden is dit een relatief onschuldig fenomeen met een lange traditie. Dus hoort groepskleding erbij. De zwarte mantels van de Orde van Malta lijken weer op die van hoogleraren van de universiteit. Hun statige processie met zwarte capes en groot kruis als symbool wekken zodoende vertrouwen. Al gaat de wereld ten onder door Trump; deze orde houdt stand. (Hoewel?)

Slechts vijftig jaar geleden liepen overal nog mensen in traditionele klederdracht. Denk aan Turkije en Oost-Europa op het platteland. Of denk aan grote delen van Azië en het Midden-Oosten. Voor traditionele gewaden moet je nu snel in India en omstreken rondkijken. Zal ook daar die kledingstijl op termijn voor de westerse wijken?

Bijna wekelijks ga ik met de bus naar Wageningen. Dan stapt er vaak een Aziatische vrouw in die Nederlandse les volgt. Ze is vrij stevig. Haar lichaam puilt weinig flatteus door haar goedkope westerse kleding heen. Maar onlangs, op een snikhete dag, droeg ze iets traditioneels. Een prachtige bloedrode sari met dito shirtje vol gouden glitters. Ineens zag ze er super elegant uit. Ach, wat zou ons straatbeeld toch boeiend worden als we qua kleding allemaal naar onze roots teruggaan.

Voor Vlisco op bedevaart naar Helmond

Als ik een bucket list had, dan zou ik nu een lang gekoesterde wens kunnen afstrepen. Want vandaag heb ik eindelijk echte Dutch Wax in handen gehad. Al zeker tien jaar ben ik nieuwsgierig naar deze exotische textielsoort van Vlisco. Helmond is daarvan de bakermat. Maar je ziet de doeken nooit, want ze zijn niet in Nederland te koop. Vlisco maakt uitsluitend Dutch Wax voor de export. Met name in westelijk Afrika zijn de kleurrijke prints razend populair. Dit oer-Hollandse bedrijf ontwerpt daarom speciaal voor de Afrikaanse markt. En nu is er in het Gemeentemuseum Helmond een tentoonstelling.

De stoffen van Vlisco zijn gebaseerd op en geïnspireerd door batiks uit Indonesië. Voor dat land werden ze oorspronkelijk gemaakt. Afrikanen kenden oosterse batiks al dankzij vroegere handel via de Zijderoute en de Trans-Sahara route. Toen de verkoop in Indonesië terugliep, vond Vlisco een vruchtbare bodem voor deze stoffen aan de Afrikaanse Ivoor- en Goudkust.

De tentoonstelling laat zien hoe de Indonesische motieven geleidelijk door Nederlanders werden aangepast. Dat proces doet denken aan de creatieve geest van Escher. Oude patronen transformeren naar abstracte en concrete mengvormen. En sommige kleurencombinaties werken op Nederlanders bijna hallucinerend. Het is kunst, zowel qua uiterlijk als in het gebruik. Hoe de Brits-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare dat vertaalt, zie je in een aparte zaal.

Afrikanen vertellen namelijk hele verhalen met de motieven van Vlisco. Een vrouw draagt bijvoorbeeld een jurk met een printje van een vogel die uit zijn kooi vliegt. Daarmee geeft ze een serieuze waarschuwing aan haar echtgenoot. En welvaart toon je met printjes van portefeuilles vol dollarbiljetten. Een recent succes is het ontwerp met de tas van Michelle Obama. Met symbolen maken Afrikanen ook politieke statements. En elk volk heeft specifieke voorkeuren voor patronen. Mede daarom spreken de stoffen van Vlisco mij zo aan. Ze zijn van grote antropologische waarde.

Bovendien weten vrouwen in Afrika wel hoe ze mooi voor de dag kunnen komen. De meest uitzinnige creaties en ingenieus gedrapeerde hoofddoeken maken ze ervan. Terwijl het een ware kunst is om de drukke prints op hun voordeligst uit te laten komen. Dat kunnen alleen de meest ervaren kleermakers. De stoffen van Vlisco zijn van hoge kwaliteit en duur, zelfs voor Nederlandse begrippen.
Dat maakt elk kledingstuk van die stof tot een statussymbool.

PS: De tentoonstelling duurt nog tot 18 maart 2017.

Vlisco print

Zonder kreukels

Onlangs dacht ik even terug aan een bijzondere gewaarwording. Voor mijn werk verbleef ik een half jaar in Kenia. Daar werd ik vanzelfsprekend omringd door Afrikanen. Na verloop van tijd kon ik aan hun uiterlijke kenmerken soms leden van verschillende stammen herkennen. Je raakt gewend aan wat je ziet in je omgeving. En ineens vond ik dat mijn blanke huid er een beetje raar uitzag. Zo wit, met hier en daar wat rode vlekjes en zonverbrande plekjes. Er verschenen zelfs wat rimpels. (Die tropenzon is namelijk killing voor een gevoelige huid.) In feite zag ik er best wel kreukelig uit.

In vergelijking met de lokale bevolking dan. Want die wordt amper grijs, of pas op zeer hoge leeftijd. En in subtiel afgeronde gezichten zie je weinig diepe groeven. Ik schreef het al eens eerder: blanken zien er nogal afwijkend uit daar. Maar wat ik eigenlijk wil zeggen, is dit. Had ik maar het figuur van Chimamanda Ngozi Adichie. Dan zou ik net zulke mooie jurken aantrekken als zij draagt. En dan deed ik ook elke maand iets anders met mijn haar.