De verlossende leugen

‘Olivier Locadia heeft onlangs de hulp van een diëtist ingeschakeld. Zijn ongezonde relatie met eten is terug te voeren op zijn jeugd. Hij werd door zijn verslaafde moeder soms dagen alleen thuisgelaten zonder eten. Nu hij zelf jonge kinderen heeft, merkt hij dat hij geen idee heeft hoe hij ze moet leren met eten om te gaan.’, schrijft Katja de Bruin in ‘Als de maat vol is’, in de VPRO Gids.

Ik citeer nog even verder, omdat het volgende zo waarachtig mooi is: ‘Ik wil niet eindeloos blijven zeggen: ik heb het als kind niet geleerd. Op een gegeven moment had ik het mezelf moeten leren en dat heb ik niet gedaan.’

Respect, man.

Vooruit, nog één stukje dan. ‘Ik zie ook wel dat het meer gevolgen voor me had dan ik dacht. […] Toen kwam ik erachter dat ik niet helemaal eerlijk was tegen mezelf. Niet dat ik echt aan het liegen was, maar ik bleef gewoon een beetje weg bij de waarheid.’

Ik lees het wanneer ik voor de derde maal met iemand heb geprobeerd om het gesprek aan te gaan. De laatste keer wat mij betreft. Omdat er wederom keihard tegen mij gelogen is. Aangezien die ander zelfs de eenvoudigste feiten niet onder ogen komen wil, of kan.

Dan ga je wild om je heen slaan. Dan ga je ontkennen. Dan ga je zeggen ‘dat je je er niet bewust van bent geweest.’ Terwijl het al zo vaak is voorgevallen, met negatieve reacties tot gevolg, dat dat echt godsonmogelijk is. Maar negatieve reacties zijn ook aandacht.

En uitgesproken vanaf een zekere leeftijd, in combinatie met de juiste blik en toon, kom je er vaak wel mee weg. Vooral bij degenen die vanwege hun professie of hun relatie met jou van goede wil zijn. Bovendien geloof je het zelf, wanneer je het vaak genoeg zegt.

Een nichtje vertelde onlangs hoe zij nog weleens kan terugverlangen naar haar onbevangenheid van toen ze twintig was. Dat je dan nog niet alles weet van wat er in de wereld speelt.

In een ander opzicht heb ik een vergelijkbare weg als Olivier afgelegd. Mijn pubertijd herinner ik mij als een grote waas. Als een periode waarin er nog zo veel onduidelijk en raadselachtig was. Sociale contacten, waarom mensen op bepaalde manieren reageerden, welke invloed ik daar zelf mogelijkerwijs op had.

Maar ik verlang echt niet terug naar die tijd. En die laatste leugen, die voor mij nu zo kristalhelder een onwaarheid was, die bevrijdde mij. Waarna de situatie niet beter werd, maar het wel direct lichter was in mijn hoofd.

Een uitvaart via livestream

Scene 1. De ceremonie moet nog beginnen. De camera draait al, maar er is nog geen geluid. Het beeld wordt gevuld door een sobere ruimte met pastelkleurige stoelen op een stenen vloer. De hele achterwand is voorzien van glas. Voor de open tuindeuren ligt de overledene in het midden op een baar. Bloemen omringen haar. Buiten zie ik de zonovergoten akker van een natuurbegraafplaats. Af en toe passeren er wandelaars.

Geen van de aanwezigen beseft dat hun bewegingen worden gadegeslagen door ogen die zij zelf niet zien. Wat er in de volgende scenes gebeurt, is tegelijk gewoon en uiterst intiem.

De ruimte met de overledene, alleen.
De ruimte met de overledene en de uitvaartleidster wachtend in een hoek. Jasje over stoel.
De ruimte met de overledene en een dochter die slenterend met iemand belt.
De ruimte met de overledene en dezelfde dochter, die nu een familielid omhelst.
De ruimte met de overledene, alleen.

De ruimte met de overledene en een man die door de tuindeuren naar binnen stapt.
De ruimte met de overledene, verder niemand in beeld.
De ruimte met de overledene, haar kleinkinderen ravotten op de achtergrond.
De ruimte met de overledene, de andere dochter en de uitvaartleidster, ieder apart.
De ruimte met de overledene, weer even alleen.

De ruimte met de overledene. Een man loopt naar binnen, zakt op zijn knieën en voeten bij haar hoofd neer en blijft in stilte verzonken zitten. Een tweede man verschijnt ten tonele. Hij loopt naar haar andere zijde en blijft ook in gedachten staan bij de overledene.

Dan is het moment voorbij. Meer mensen druppelen binnen. De uitvaartceremonie zal zo zoetjesaan wel beginnen.

Een liberale aha-erlebnis

Soms lees je iets waardoor je in één klap begrijpt hoe het zit. Neem nu het volgende uit het artikel ‘Het neoliberale spook bestaat helemaal niet’ (Tijdgeest, Trouw, 27 februari 2021). Patrick van Schie, historicus, publicist en directeur van de TeldersStichting, het wetenschappelijk instituut van de VVD, krijgt een vraag voorgelegd over de luchtvaart en het klimaat. Hij noemt de deregulering van de luchtvaart een succes, want hierdoor kunnen we nu spotgoedkoop vliegen. De milieukosten zijn echter niet in de ticketprijs verdisconteerd. Daarom vraagt de journalist hem of de overheid niet moet ingrijpen.

Patrick van Schie vindt dat tricky. En dan komt het. ‘… Vanuit het belang van het klimaat worden harde doelen gesteld, dat komt wel erg dicht in de buurt van een centraal plan, waarnaar de samenleving moet worden ingericht. Dat is heel anti-liberaal. …’

Zo jongens, het is dan wel 17 jaar geleden dat ik het interfacultair keuzevak Ontwikkelingsvraagstukken deed aan de VU, maar nu ben ik in één klap weer helemaal bij. Wil er nog iemand stemmen op zijn partij?

Denk kathedraal voor ons nageslacht

Oké, de titel vergt enige uitleg. Ons tijdsperspectief moet radicaal op de schop om klimaatverwoesting het hoofd te bieden. Dat meent filosoof Roman Krznaric, die vanavond is te zien in VPRO Tegenlicht. De uitzending komt precies in een week van extreme tegenstellingen. Vorige week hadden we maar liefst 15 graden vorst, getuige het bevroren water op een weiland. En nog ligt het ijs op schaduwrijke plekken. Maar vandaag konden we bij 20 graden in zomerkleding naar buiten en ons koesteren in de warme zon, zoals krokusjes doen. En dat in februari.

Hoewel we van deze extreme weersomstandigheden kunnen genieten, komen we nauwelijks verder dan kortetermijndenken. Hoe kunnen we empathie voelen voor toekomstige generaties, mensen van wiens leven we ons nauwelijks een voorstelling kunnen maken?, vroeg Krznaric zich daarom af. Hij beveelt ‘kathedraaldenken’ aan, zoals Antoni Gaudí met zijn Sagrada Família basiliek heeft gedaan. Ofwel: laten we werken aan een samenleving die nog eeuwenlang kan voortbestaan.

Krznaric roept ons in zijn boek De goede voorouder op om toekomstige generaties een stem te geven. Hij biedt meer strategieën om in eeuwen te kunnen denken. Zoals: intergenerationele rechtvaardigheid (denk zeven generaties verder), erflatersmentaliteit (goed herinnerd worden door het nageslacht) en nederigheid tegenover de diepe tijd (besef dat we maar een stipje op de kosmische kalender zijn). Feitelijk kunnen we een voorbeeld nemen aan onze voorouders, want verspreid over de wereld deden volkeren dit vroeger al veel eerder.

Kortom: kijken vanavond! (NPO2, 22.10 uur.)

(Bovenstaande tekst heb ik deels gebaseerd op de aankondiging in de VPRO-gids.)

Sneeuwpret op de helling

Dankzij alle sneeuw en vorst is deze week bijna elke wintersport mogelijk. Skiën, langlaufen, schaatsen, snowboarden en sleetje rijden. Of iglo’s bouwen en op een vliegende schotel van een helling af glijden. Ik heb het allemaal gezien. Op het vlakke land van mijn jeugd was een geschikte helling voor een glijbaan ver te zoeken. Een glijbaan moest je zelf vormen met je voeten.

Eerst de sneeuw plat trappen over een lengte van een meter of tien. Daarna een aanloopje nemen en een stukje glijden, tot je struikelend op de stroeve sneeuw tot stilstand komt. Vervolgens het proces vanaf het aanloopje tig keer herhalen, net zo lang tot je een glibberige baan hebt. Meestal deden we dat met buurkinderen samen.

Tegenwoordig woon ik nabij Arnhem en nu heb ik ontdekt wat ik al die jaren heb gemist. Een echte glijbaan!

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Nog even over Zwarte Piet

Vaak lijkt het alsof er nooit iets verandert in deze wereld. Machtsspelletjes zijn van alle tijden en achterstelling zal ook nog wel even blijven. Maar in mijn eigen denken ben ik toch gestuit op een ware paradigma-verschuiving. En wel in mijn visie op Zwarte Piet. Van Zwarte Piet moesten ‘ze’ afblijven, vond ik. Hij was mij dierbaar en hij hoorde er van oudsher bij. Bovendien zag ik hem als een volwaardige werknemer. Lees daar bleekmiddel voor de donkere huid maar eens op na:

‘Ik heb Zwarte Piet nooit als slaaf gezien. Sterker, ik ben zelf Zwarte Piet geweest. Daarom weet ik dat hij gewoon een medewerker is van Sinterklaas. Die twee hebben al lang een normale werkgever-werknemer relatie.’

Dit schreef ik ruim zes jaar geleden. In de tussenliggende tijd heb ik eens ergens gelezen dat Zwarte Piet een verzinsel was uit een recenter verleden. Maar dat ging er bij mij niet in. Zwarte Piet en Sinterklaas vormen een vaste combinatie en die bestaat al eeuwen.

Aan het bestaan van Sinterklaas heb ik trouwens nooit getwijfeld. Natuurlijk, dat hij met de boot uit Spanje komt, is baarlijke onzin. Sint Nicolaas kwam uit Myra in het huidige Turkije. Dat weet iedereen van boven de zeven.

Alleen las ik onlangs in Trouw iets over een zekere Jan Schenkman. Deze onderwijzer leefde in de negentiende eeuw. Het artikel ging over zijn antisemitische spotprentjes, die nu niet meer door de beugel kunnen. En terloops kwam Zwarte Piet in het artikel voor. Wat blijkt? Die Schenkman heeft onze Zwarte Piet in 1850 gewoon uit zijn duim gezogen!

Nou ja. Nu heb ik er eindelijk vrede mee, dat Sinterklaas dus wel bestaat, maar Zwarte Piet niet.