Laptop aan vervanging toe

‘Ondersteuning voor Office 2010 eindigt 13 oktober.’, staat er boven het Word-document waarin ik de conceptversie van dit logje typ. ‘Houd ondersteuning door over te stappen naar een huidige versie van Office.’ Bij weigering, zo klinkt het dreigend, kan ik worden blootgesteld aan beveiligingsrisico’s. Nou, da’s weer lekker dan. Want mijn laptop is acht jaar oud. Dus is de volgende vraag of ik ook maar gelijk aan een nieuwe laptop moet. De huidige bevalt nog goed.

Er is veel veranderd op de elektronica-markt. De prettige winkelketen waar ik mijn trouwe Asus kocht, is kapot geconcurreerd en bestaat niet meer. Daarom moet ik nu naar een voormalige vijand toe. Bol.com? Geen denken aan. Maar welke winkel dan?

Ik wil geen nieuwe laptop. Daarom heb ik deze stap ook zo lang uitgesteld. Als ik naar het actuele Asus-aanbod kijk, kom ik toch weer bij een vrijwel identieke laptop uit. Eentje met 17,3 inch scherm, anti-glare display, werkgeheugen 8 GB, en opslag 512 GB. Plus apart cijferblok rechts op het toetsenbord inclusief de + en de – erbij. Dat ben ik zo gewend van toen ik dagelijks met een rekenmachine werkte. ‘Intel Core i5-10210U’ zegt mij dan weer weinig. Verder moeten er goede speakers in zitten. Dat is belangrijk, omdat ik vaak naar muziekvideoclips luister tijdens het typen.

Nog zoiets. Het contactpunt voor de internetkabel zit aan de verkeerde kant bij de beoogde nieuwe laptop. ‘Hoe kan dat nu een probleem zijn?’, zou je denken. Nou, toevallig heb ik de internetkabel na de verhuizing via gootjes langs de plinten en onder de drempel bij de kamerdeur door naar de eettafel getrokken waar ‘ie weer boven komt en precies lang genoeg is om in een rechte lijn bij mijn vaste werkplek uit te komen. En als de aansluiting straks aan de verkeerde kant zit, is het snoertje precies 40 centimeter te kort. Dus moet ik dan de hele boel weer los trekken en het opgerolde deel van het snoer 40 centimeter uitrollen en dan weer alles 40 centimeter opschuiven en terug in de gootjes duwen en onder de drempel door halen en dan weer bij de eettafel naar boven halen, zodat het snoer precies recht ligt.

Ik heb helemaal geen zin in een nieuwe laptop. Waarom verandert alles toch steeds?

De symboliek van de oude steenfabriek

De grijze kalmte en de dramatiek. De eenvoud en de symmetrie. Een beeld vol symboliek. Je mag zelf weten wat je hier in ziet.

Ter plekke trof mij de dreigende lucht en het stille spiegelbeeld.

Eenmaal thuis zag ik een aanstormende stoomtrein in de oude steenfabriek.

Gisteren keek ik naar Zomergasten met Inez Weski. Ik herkende iets in haar; iets in mezelf.

Vandaag bezie ik deze foto met weer een andere blik.

Laten we ons nog inperken?

Waren het beelden uit Kenia? Te zien is een rommelig kruispunt, van bovenaf gefilmd. Zo’n stoffige plek met karretjes van straathandelaren, langsrijdende auto’s en wandelende voorbijgangers. Plots komen er mannen op motoren aan. Ze springen eraf en meppen met wapenstokken wild om zich heen naar elke passant die ze raken kunnen. Iedereen stuift uiteen. Binnen een mum van tijd is het kruispunt leeg. Zo, ook weer gedaan. De avondklok in coronatijd is ingegaan.

Dat zouden ze hier eens moeten doen. Het land zou meteen te klein zijn.

Oh, da’s waar ook: ons land ís te klein. Vanwege al die mensen die zichzelf heel wat vinden. Die altijd zelf wel bepalen wat goed voor hen is. Die zich door niets of niemand de les laten lezen. Zij hebben nu wel lang genoeg binnen gezeten en dus gaan ze naar buiten. De trend van IC-opnames daalt en het gevaar is geweken. Trouwens, ze hebben het ‘verdiend’. Ze houden al weken rekening met anderen, zoals de hardwerkende IC-verpleegkundigen. Dat is toch een flinke opoffering.

Vrijheid is in Nederland een groot goed. Het is verworden tot een vanzelfsprekendheid. Iets wat je kan en moet opeisen. Oh wee als iemand daar paal en perk aan stelt. Zelfs al is dat om de grenzen van anderen te beschermen. Want je hebt er recht op en we hebben er voor gestreden.
(Oh ja, wanneer dan? Tijdens de reformatie, 460 jaar geleden?)

Tot nu toe leven we hier met een ‘intelligente’ lockdown. Dat is niet altijd leuk. Mijn eigen bewegingsruimte is flink ingeperkt door de maatregelen in het OV. Maar mijn persoonlijke vrijheid wordt nog veel drastischer beknot door degenen die te veel ruimte innemen. En wat geeft hen daartoe dan het recht?

Straks gaat alles weer van het slot

De eerste uitnodigingen komen al binnen. We gaan direct van start zodra de lockdown versoepeld wordt. De sportclub verhuist van de gymzaal naar het park; de planning van het straatfeest wordt hervat. Alles volgens de regels van onze nieuwe anderhalvemetersamenleving. Volgende week zal ook de drukte in het verkeer weer toenemen.

Weg rust, weg stilte. Dag vogelgeluiden, dag schone blauwe lucht zonder vliegtuigstrepen. Het was fijn, maar nu wordt het wederom dringen geblazen.

Ik zie ons imminente gekrioel met gemengde gevoelens tegemoet. En velen met mij. Daarom is het zo opmerkelijk als zulke mensen mijn berichten verkeerd interpreteren waarin ik op genuanceerde wijze schrijf dat ik Nederland te vol vind.

Tandartscontrole in coronatijd?

Rond het middaguur gaat de telefoon. De tandarts aan de lijn in hoogsteigen persoon. Ze mag vandaag haar praktijk weer opstarten. Vorige week werd mijn afspraak voor de halfjaarlijkse controle afgezegd. Nu belt ze om een nieuwe afspraak te maken. Dat zij zelf daarover belt, verbaast mij wel. Er werkt toch ook een assistente? Begin volgende week kan ik al terecht.

Maar de twijfel slaat toe zodra ik de telefoon weg leg. Waar ben je nu mee bezig?, denk ik. Welk risico neem je voor een reguliere controle? Kapperszaken moeten nog gesloten blijven en deze controle is niet eens urgent. Waarna ik terugbel, alsnog de assistente aan de lijn krijg, en de zojuist gemaakte afspraak weer afzeg.

De assistente wijst op de mogelijkheid om digitaal een nieuwe afspraak te maken, zodra ik mij bedenk. Kennelijk vindt ze mijn annulering spijtig, omdat de praktijk voldoende veiligheidsmaatregelen treft. Maar ik moet ook met openbaar vervoer reizen en ze heeft begrip voor mijn besluit. Dat zal best. Vermoedelijk zijn ze samen al de hele ochtend bezig om mensen te bellen.

Ik herinner mij een vorige behandeling, waarbij de tandarts halverwege werd weggeroepen naar een andere patiënt. Kort daarna betrad ze weer de behandelkamer. Ze had haar blauwe latex handschoenen al aan. Of droeg ze die nog steeds? Het bleef onduidelijk, want ik schroomde om haar dit te vragen. Maar zo’n beeld raak ik niet kwijt.

Lobbyisten van tandartsverenigingen weten waarschijnlijk beter de weg dan die van kappers en tatoeageartiesten.

Wat zou jij doen in deze coronatijd, als je geen urgente reden hebt voor een bezoek aan de tandarts?

Bedgeheimen en een levensvraag

Het is zo’n beddenzaak van de luxere soort, waar ik naar binnen stap. Zachte sfeerverlichting. De boxsprings en ledikanten zijn smaakvol opgemaakt met kwalitatief goed linnen. Levensgrote foto’s van kasteelachtige interieurs en natuurtaferelen op de tussenwanden. Elk bed komt mooi tot zijn recht in een eigen hoekje. Discreet staan enkele aanbiedingen vermeld. Het zijn er slechts een paar; ze doen hier onnadrukkelijk mee aan de wintersales.

Dit is de eerste van drie winkels die ik vandaag wil bezoeken. Elders is nog een andere woonboulevard met beddenzaken. Ik wil een weloverwogen keuze maken; een goed bed luistert nauw. En een degelijk bed gaat lang mee. Zo lang, dat dit weleens het laatste bed in mijn leven kan worden. Misschien slaap ik er nog op wanneer ik al hoogbejaard ben. Het is een wat vreemde gedachte.

Die lange levensduur plaatst mij wel voor een acuut dilemma. Daar is die prangende vraag: blijf ik alleen wonen, of komt er in de toekomst een partner? Da’s toch handig om vooraf te weten. Ik moet namelijk kiezen tussen een éénpersoons- of een tweepersoonsbed en gelijk de gewenste maten doorgeven. Bovendien is een goed bed nu meer dan ooit maatwerk. Dat blijkt even later.

Bij het betreden van de winkel verkeer ik nog in de oriënterende fase. ‘Eens kijken wat er allemaal te koop is.’, denk ik. Nou, elk bed biedt een scala aan mogelijkheden. Wil je een bed met of zonder hoofdbord en/of voetenbord? En welke van de drie soorten pootjes (desgewenst op aangepaste hoogte) in welke van de acht kleuren mag het worden? Ook de bekleding is in verschillende stoffen verkrijgbaar. Het aanbod bestaat uit zestig kleuren.

De winkelier laat mij rustig rondwandelen. Hij heeft feilloos door hoe en wanneer hij mij moet benaderen. Juist als ik wat langer om een specifiek bed heen draai. Dan staat hij ineens naast me. En dan begint het keuzeproces pas echt.

Voor een passende bedbodem en het matras wordt eerst je slaap-DNA in kaart gebracht. Ja heus, dat is een persoonlijk slaapprofiel. De winkel heeft hiervoor speciale cabines met bedden beschikbaar. Het is best vermakelijk en comfortabel allemaal, terwijl ik liggend de video-instructies opvolg. Ondertussen doen de sensoren hun meetkundige werk. Ze registreren precies waar en hoe groot de drukverdeling is op het matras.

‘Dit zien we niet vaak’, zegt de winkelier achteraf, als hij mij de uitgeprinte details overhandigt. Ik heb weer eens een uitzonderlijk profiel.

Oh, en ik heb wat moois gezien, waardoor ik gelijk niets anders meer wil. Vanzelfsprekend valt mijn keuze in de hoogste prijscategorie. Deze keer speelt er nog iets mee. Want heb je eenmaal het comfort ervaren van een speciaal op jouw profiel ingestelde lattenbodem met meebuigend matras, volledig afgestemd op jouw hoogsteigen slaap-DNA, dan wil je echt geen standaard bed meer. Dus.

Nu moet ik kiezen tussen een één- of een tweepersoonsbed. Het maakt qua prijs opvallend weinig verschil. Maar bij een tweepersoonsbed horen een extra bodem, matras en dekbed. Alles meegerekend, tikt het flink aan. (En welke maten hou je aan voor een nog onbekende eventueel toekomstige partner?)

Bij bedden werkt het net zoals bij hotelovernachtingen. Neem je een éénpersoonskamer, dan betaal je vrijwel evenveel als een echtpaar. Soms vind ik dergelijke situaties gênant. Het lijkt wel alsof een alleenstaande niet serieus meetelt. Alsof je een soort tweederangsburger bent. Of nog niet helemaal volwassen. Alleenstaanden moeten kiezen tussen een kinderbed of een bed voor hoogbejaarden. Tot deze twee opties blijft het assortiment éénpersoonsbedden beperkt. Dat is vreemd.

Volgens het CBS telt Nederland wel 2,8 miljoen alleenstaanden en hun aantal groeit. Blijkbaar is deze ontwikkeling nauwelijks tot de beddenbranche doorgedrongen. Slapen alle alleenstaanden dan in een tweepersoonsbed? Rekenen ze na een scheiding weer op een nieuwe partner? Vermoedelijk kopen weinig mensen tussen de 21 en 75 jaar oud een éénpersoonsbed. Volgens mij bepaalt het aanbod hier de vraag. Of is er sprake van een taboe dat angstvallig wordt verzwegen?

Zelfredzaamheid versus hulp accepteren

Door die bloedneus denk ik ineens terug aan de laatste dagen van mijn vader. Toen hij al in het ziekenhuis lag en heel zwak was, maar nog geen delier had. In zo’n situatie wordt je leven zo ongeveer door anderen overgenomen. Oh, iedereen praat nog wel met je. En ze vragen je wat je wilt. Alleen ben je te slap, te moe, te duf, of te veel van slag om alert te reageren. Toch moet dat wel, want de wereld blijft in het gangbare hectische tempo doordraaien. Ook in een ziekenhuis. Ook al zeggen ze dat je de tijd mag nemen. Alles moet doorgaan. Eigenlijk wil je alleen maar zo snel mogelijk naar huis terugkeren.

Na die bloedneus. In de behandelkamer van de huisartsenpost duurt het even voordat de duizeligheid over gaat. Ik wil wel opstaan, maar kan beter wat langer blijven zitten. Na een paar pogingen informeert de assistente of er iemand is die mij zou kunnen komen ophalen. Zoals ik daar zit, wil ze mij niet laten gaan. (Staat vast in het protocol: patiënt niet laten gaan indien: optie 1, 2, of 3.) Nu voel ik mij wel verplicht om iemand te noemen. Dus zeg ik: ‘De buurvrouw.’ Terwijl ik dat eigenlijk niet van plan ben.

Op de heenweg ben ik lopend en alleen naar de huisartsenpost gekomen. Dan kan ik ook wel weer zelf naar huis teruggaan. Gewoon stapje voor stapje, kalm aan. In vergelijkbare situaties heb ik dit al vaker gedaan. Soms is er namelijk geen andere mogelijkheid. Bijvoorbeeld wanneer je door voedselvergiftiging geveld bent en toch het vliegtuig in moet. Bovendien ben ik graag zelfredzaam. Als het even kan, vraag ik niet om hulp.

Zelfredzaamheid hangt nauw samen met onafhankelijkheid. En onafhankelijkheid vind ik uitermate belangrijk. Maar om hulp kunnen vragen is evengoed een vorm van zelfredzaamheid. Ergens ligt het omslagpunt tussen zelfredzaam zijn en eigenwijsheid.

Alles heeft echter zijn prijs. Altruïsme of behulpzaamheid is vaak een vorm van eigenbelang. Bewust of onbewust zoeken we daarbij steeds naar een balans. Dit in de trant van: ‘Doe ik wat voor jou, dan doe jij een volgende keer wat voor mij.’ En mijn buurvrouw? Haar maak ik maar wat blij met een hulpvraag van mij.