Een overhangende slappe plant

Niemand wil op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Maar we kunnen allemaal in een situatie belanden waarin we een keuze moeten maken. Een keuze waarvan we niet kunnen overzien of die goed is. En soms doen we iets onbeduidends, waarvan de gevolgen verstrekkend zijn. Daarvan ben ik me bewust wanneer ik een overhangende slappe plant naar de tuin van mijn buurman duw. Want daar staat die plant met zijn wortels in.

Mijn bejaarde buurman laat zijn tuin opknappen. Dat is echt nodig, want hij verwaarloost de boel. Al jaren bladdert de verf van zijn kozijnen en de mooie tuin wordt overwoekerd. Vorig jaar heb ik geholpen met wieden, maar er is geen beginnen aan. Twee mannen doen het zware werk. Dode boom omzagen, onkruid met wortel en al uitrukken, struiken snoeien. In zijn voortuin resteren nu een paar struiken en die slungelige plant. Waarom ze die hebben laten staan, is mij een raadsel. Het is doorgeschoten onkruid dat scheef zakt.

Eerst stond die plant rechtop. Daarna boog hij richting de voorkant van de tuin van mijn buurman. Maar kennelijk is er iets gebeurd en is ‘ie gedraaid. Zo kwam die plant over mijn lage heggetje te hangen, tot zeker een halve meter mijn tuin in. En hoewel het in mijn achtertuin een ongedwongen bedoening is, ziet mijn voortuin er relatief netjes uit. Daarin is geen plaats voor onkruid.

Dus toen die plant van de buurman mijn kant op kwam, en als een slappe dronkenlap over mijn heggetje ging hangen, duwde ik hem terug. Toen viel hij languit op de grond, in de tuin van de buurman. Ik probeerde hem overeind te zetten, maar hij bleef niet staan. Uiteindelijk heb ik hem parallel aan onze tuingrens gelegd, aan zijn kant. Want daar komt ‘ie tenslotte vandaan.

Toch denk ik nu steeds aan die ene film: De aanslag. Daarin wordt een landverrader tijdens de Tweede Wereldoorlog op straat doodgeschoten. Een zoon van de buren hoort die schoten en ziet daarna het lijk voor het huis van de buren liggen. Dan komen zijn buren naar buiten en zij leggen het lijk neer voor zijn huis.

Efficiëntie verscherpt driedeling in Nederland

Een bekende van mij gaat over zes weken met pensioen. Ze kan wat eerder stoppen en kijkt daar al jaren naar uit. Op haar werk in de reclassering zit het halve team thuis met een burn-out. Daarom hebben de overgebleven collega’s dossiers overgenomen. Ze worstelt met het extra werk en de komende overdracht. ‘Maar’, relativeert ze, ‘dan heb je moeite gedaan om je in zo’n dossier te verdiepen en dan komt de cliënt niet voor zijn afspraak opdagen.’

Alles seinen staan op groen voor het bedrijfsleven. Ondanks bureaucratie werken we efficiënt. Wereldwijd gezien, leveren we per gewerkt uur op zes landen na de hoogste bijdrage aan het bruto nationaal product. (Bron: CBS) Milieu- en belastingregels zijn ten faveure van ondernemingen. En tegelijk zijn subsidies geschrapt. Er moesten keuzes worden gemaakt. Sociale werkplaatsen verdwijnen, verzorgingshuizen worden omgebouwd. Iedereen moet zelf meekomen.

Onze land beleeft gouden tijden, maar ik zie een steeds scherpere driedeling. Aan top staan degenen met een redelijk tot goed inkomen en gunstige regelingen. Vaak zijn zij hoogopgeleid en ondernemend. De middengroep heeft amper zekerheden. Bijna twee miljoen mensen werkt inmiddels op een tijdelijk contract. Anderen hebben nog wel een vast dienstverband. Maar dat zegt weinig tegenwoordig. Hoe meer je een maatschappij zakelijk en efficiënt inricht, hoe meer mensen tot de leftovers zullen behoren. Dat is de derde groep.

De werkloosheid is in Nederland nu zo laag, dat alleen nog de ‘probleem-gevallen’ thuis zitten. Mensen waar wat aan mankeert: leeftijd, afkomst, mentaliteit, een handicapje. Die willen de werkgevers niet hebben. Want in een efficiënte samenleving is geen ruimte voor afwijkingen. Er werken circa 865.000 arbeidsmigranten in Nederland. Die passen goed in het plaatje. Daartegenover staat nog altijd ruim een miljoen mensen (met of zonder uitkering) aan de kant. Het is maar net wat je onder efficiëntie verstaat in een land.

‘Sorry voor de overlast’

Regelmatig ontvang ik verkeerd bezorgde post. Nu is het alweer raak. Drie identieke brochures liggen op de mat. Een voor mij en twee voor geadresseerden aan een uitvalsweg verderop. Ze zijn van een sympathieke organisatie en het is zonde om ze weg te gooien. Ik leg de brochures op tafel en wacht tot de postbode langskomt. Dan kan ik ze teruggeven en de gebrekkige bezorging aankaarten. Alleen mis ik die man steeds op zijn ronde. Daarom besluit ik de brochures zelf weg te brengen.

Na een boswandeling bereik ik de betreffende weg. Er staan allemaal grote villa’s. Hm, ineens voelt het wat ongemakkelijk aan, zo zonder postbode uniform. Je betreedt toch een duidelijk omheind privéterrein. ‘Oké’, denk ik, ‘die brochures bezorg ik alleen als de postbussen dicht bij de weg staan.’ Maar ze staan meters verder. ‘Ach, waarom ook al die moeite doen. Ik stop ze wel in de brievenbus van PostNL.’

Maf, zo’n wending. Want de vorige keer betrad ik bij een rijtjeshuis wel zonder gêne andermans tuin. Maar daar hingen geen camera’s.

Terug in mijn straat zie ik toevallig de postbode lopen. Dit is mijn kans! Het is een logge, trage man. Ik roep hem, maar hij hoort me niet. Ondertussen loopt hij verder; ik moet nog achter hem aan ook. Eindelijk draait hij zich om. Voor het eerst zie ik zijn vlezige gezicht van dichtbij. Hij ziet eruit als iemand die door de laatste bezuiniging zijn baan in een sociale werkplaats heeft verloren. En nu loopt hij hier rond met de post.

Ik pak de brochures uit mijn tas, wijs naar mijn huis en zeg dat ze onlangs verkeerd zijn bezorgd. ‘Zou hij het vreemde van deze situatie inzien?’, vraag ik me intussen af. Want normaal gesproken, als je de postbode langs je huis ziet lopen, ren je toch niet naar buiten met je jas aan en een tas op je rug. Een tas waarvan je de ritssluiting nog moet openen om de post eruit te halen.

Met een ernstige blik neemt hij de brochures van me over. Hij vertelt dat hij ze naar het depot zal terugbrengen. ‘Sorry voor de overlast’, zegt hij er welgemeend achteraan. Het is al geen probleem meer. De rest van mijn commentaar verzwijg ik maar.

Afspraak is afspraak

Er is iemand met wie ik regelmatig afspreek. Meestal bel ik een week van te voren. Dan leggen we de datum vast. Elke keer zegt die ander er dan achteraan: ‘Prima, op voorwaarde dat er niets tussenkomt.’ Daar word ik nou niet goed van. Je spreekt af of je spreekt niet af. Wat moet ik met dat vage gedoe?

Geniepiger is de gedachte die dan bij mij opkomt. ‘Ben ik niet interessant genoeg of zo, dat je zo makkelijk een afspraak met mij wil kunnen afzeggen wanneer er zich iets leukers voordoet?’ Want het gaat bij deze persoon niet om zoiets belangrijks als een ziekenhuisopname. Het gaat om tussendoor komende opties voor uitstapjes.

Toch, ik weet wel beter. Dit is zo iemand die vooral van zichzelf uit gaat. Zulke mensen houden weinig rekening met andermans planning en gevoelens. Het ontbreekt hen domweg aan voldoende inlevingsvermogen. Dus gaat dit niet om mij.

Afspraak is afspraak. Zo niet, dan is de kans groot dat een relatie vroeg of laat stukloopt. Heeft iemand vertraging, dan heb ik daar alle begrip voor. En als er een kind ziek is, snap ik dat een afspraak niet doorgaat. Maar zeg je een afspraak kort tevoren af, omdat de achterneef van je buurvrouw ineens halsoverkop een oppas voor zijn kat nodig heeft … Tja. Een keer kan, misschien. Maar kom je vaker met zo’n soort reden, dan laad je toch een verdenking op je. Dat je onbetrouwbaar bent. En dat je afspraken kennelijk onbelangrijk vindt.

Afspraak is afspraak, zo werd mij van jongs af aan geleerd. Dankzij die opvatting is ons land ver gekomen. Aan de andere kant raken we geobsedeerd door tijd. Treinen moeten op de minuut precies rijden. Er is steeds minder ruimte voor afwijkingen. Alles moet perfect zijn. Want we houden niet van twijfel en onzekerheid. En onze agenda staat al vol afspraken. Dit kan doorslaan en ons verstikken.

In mijn agenda bewaar ik ruimte voor speling en verrassingen. Omdat ik die vrije marge aangenaam vind. Dit als tegenhanger voor de afspraken die er ook in staan. Want die zijn hard. Een ander wil ook van mij op aan kunnen.

Twijfels, twijfels – Wat te doen?

Op dit moment loop ik rond met drie vraagstukken. Vooralsnog weinig schokkends, maar negeren kan evenmin. Een vaag pijntje, bijvoorbeeld, dat steeds verdwijnt en dan weer terugkeert. Ook ligt er een offerte van een dakdekker die wacht op een antwoord. En dan de gemeenteraad. Op welke partij moet ik nu stemmen woensdag?

Mijn vorige huisarts was de allerliefste die je kunt treffen. Vol aandacht en begrip, al vreesde ik soms dat ik een aansteller was. Zij was zorgvuldig en risicomijdend. Dus sloot ze mogelijkheden uit, zelfs bij vage pijntjes. Dat vond ik fijn. Het contrast met mijn nieuwe huisarts kan niet groter zijn. Van haar schiet ik telkens in de stress en krijg ik hoofdpijn.

Ze is erg kordaat en kan dus weinig met mijn vage pijntjes. Uitleg geeft ze pas als ik nadrukkelijk doorvraag. En als patiënt moet ik zelf aangeven wat ik wil. Alsof ik zonder vakkennis iets zinnigs kan inbrengen. Wellicht schuift ze de verantwoordelijkheid voor ‘onze gezamenlijke’ keuzes graag naar mij. Da’s ook een vorm van risicomijding, maar dan anders. En ze strooit met vaktermen. Zoals dat het ‘iets chirurgisch’ kan zijn. Volg jij het?

Dan de offerte van de dakdekker. Aardige man, mij aanbevolen door een betrouwbare vakman. Maar er hangt nogal een prijskaartje aan. Ga ik extra offertes opvragen bij onbekende bedrijven, met alle risico’s van dien? Of laat ik het erbij en betaal ik maar wat teveel? Hm. Misschien is er nog onderhandelingsruimte. Of zijn er andere opties?

En dan die politieke partijen hier. Feitelijk vertegenwoordigt geen daarvan nuggers met een buffer. Zoals ik. Want nuggers worden standaard over het hoofd gezien. Dus ook bij de gemeenteraadsverkiezing. Op wie moet ik nu stemmen? Zal ik Iene Miene Mutte spelen of dit aan mij voorbij laten gaan?

Roept u maar.

VVD-populist vliegt de bocht uit

Binnenkort is de gemeenteraadsverkiezing en als nieuwe inwoner wil ik weten wat hier speelt. Dus op naar het lijsttrekkersdebat. Onze gemeente omvat meerdere dorpen. Maar ‘mijn’ dorp telt wel de meeste villa’s en huisvest het gemeentehuis. Ik verwacht dan ook dat de VVD prominent aanwezig zal zijn.

En inderdaad. Bij aankomst kan niemand om een enorme VVD-vlag heen. Die hangt als enige pontificaal over de balustrade van het bordes. Precies op de plek waar je het gemeentewapen verwacht. Als om te zeggen: ‘Hier heerst de VVD!’ Terwijl ze toch maar een paar zetels hebben. Dat begint goed, want ik moet direct denken aan de muntjes van Minerva. Tja. Score: min 1 voor de VVD.

Tijdens het debat reageren de zeven lijsttrekkers per twee op een prikkelende stelling. De tekst staat ook op een groot scherm. Kennelijk vindt de VVD-lijsttrekker het podium toch een beetje kaal. Hij loopt weg terwijl een ander aan het woord is, haalt een enorme VVD-beachflag tevoorschijn, en zet die tussen de debater en het scherm. Score: veel gelach in de zaal: plus 1; maar storend: min 1, dus 0. (Het ding wordt later wel opzij geschoven, maar blijft de rest van de avond op het podium staan.)

Overigens gaat het er gemoedelijk aan toe. De debatleider moet de lijsttrekkers zelfs opporren om strijd te leveren. Dat laat de VVD-meneer zich geen twee keer zeggen. Hij heeft namelijk in de pauze een foutje ontdekt in het programma van de PvdA. En steeds als hij daarna een microfoon in handen krijgt, zal hij dat herhalen. Toch sneu dat hij het van zo’n trucje moet hebben. Score: min 1.

Gaat dit nog ergens over? Nou, het is hard zoeken naar problemen in onze gemeente. Maar twee onderwerpen vind ik echt belangrijk. Het bouwbeleid en de vliegroutes van Lelystad. ‘Ja’, zegt de VVD-lijsttrekker ,‘ik word vaak aangesproken over die geplande vliegroutes hier. Daar zijn wij als VVD fel tegen. We doen er alles aan om die af te wenden. Besef dat wij als gemeentepartij niet op één lijn zitten met de landelijke VVD.’ Mag ik een teiltje? Score: min 2!

Aan het eind vraagt de quizmaster, pardon debatleider aan de zaal wie al een keuze heeft gemaakt. Van de 150 mensen steken er welgeteld 8 hun hand op, waaronder ik. Ik dacht ook al: ‘Het is hier veel te gezellig. Ze komen vast allemaal voor het vermaak.’

Momentjes van overgave

Bij het ontbijt raakt de melk op, terwijl mijn gedachten elders zijn. Ik pak een boodschappenlijstje en schrijf ‘genoegens’ op. Genoegens. Ach, doe die er ook maar bij.

Maar waar komt dit vandaan? Nou, het begint met een sensuele zin van een blogger die zichzelf helemaal verliest in … Dat vergt een moment van totale overgave. Daarna volgen Soumission en IS. (Niet meer zelf hoeven nadenken kan heel verleidelijk zijn.) Om via geestverruimende middelen aan te belanden bij trance en dance. De genoegens lonken overal, op voorwaarde dat je je volledig overgeeft.

Volledige overgave draait om vertrouwen en loslaten. Om je te laten leiden en meevoeren. Tot je helemaal loskomt, en gaat zweven als het ware. Door muziek of wat dan ook. De randvoorwaarden mag je zelf bepalen. Ik raad elke control freak momentjes van overgave aan.