Opgescheept met een lijk

Gisteren schreef ik over het onverwachte gesprek in het café van de kerk waar ik vrijwilligerswerk doe. De andere vrijwilligster die daarbij aanwezig was, promoveert over twee maanden. Zij is als archeologe gespecialiseerd in botonderzoek. Ook in haar vakgebied liggen de banen niet voor het opscheppen. Dus was het mooi om te zien dat zij een prachtkans in de schoot geworpen kreeg.

Het bestuur van de monumentale kerk zit namelijk met een lijk in zijn maag. Dat zit zo. Van oudsher werden de rijken der aarde in de kerk begraven. Het mindere volk belandde in het kerkhof daarbuiten. In de afgelopen negen eeuwen is in en rond het gebouw al vaak gespit en gegraven. Onder andere toen er vloerverwarming kwam. Alle graven zijn geruimd, behalve een klein aantal onder het koor. Daar schijnen nog een paar beroemd- heden te liggen. In de kerktuin wordt overigens nog weleens iets gevonden.

Het lijk in kwestie betreft een man die eeuwen geleden werd begraven in de kerk. Door een toevallige samenloop van omstandigheden is zijn lichaam gemummificeerd. Zelfs zijn schoenen heeft hij nog aan. Al jaren wordt zijn lichaam bewaard in een soort vitrinekist. Vroeger konden bezoekers hem onder een glasplaat zien liggen. De opvattingen over ethiek zijn echter aan verandering onderhevig. Het kon zo niet langer, vond men op een gegeven moment. Dus staat de kist uit het zicht van het publiek. Maar ja, wat moet je ermee? De huidige situatie is ook niet ideaal.

Nu zoekt het bestuur naar een waardige oplossing. Mijn collega-vrijwilligster mag onderzoek verrichten om meer over de man en zijn conditie te ontdekken. Daarna kan zij op wetenschappelijke basis advies uitbrengen. Dat is toch een heerlijke opdracht voor een archeologe aan het begin van haar loopbaan.

Vrijwilligerswerk in de kerk

Vorige week woensdag kreeg ik een urgent telefoontje van de vrijwilligerscoördinator. Of ik op één van de paasdagen kan komen voor de openstelling van de kerk. Dan zit ik samen met een collega aan de balie van een prachtig monumentaal pand. Ik kan op tweede paasdag. Dus bel ik op donderdag met de andere vrijwilligster. We spreken af dat zij de sleutel zal regelen en op een bepaald tijdstip op de hoek van een steeg ‘onder de boom’ zal wachten. Want dat verschilt per keer.

Regelmatig staan de vrijwilligers voor verrassingen. Een voorbeeld. Recentelijk kwam er een nieuw lichtsysteem. De bediening verloopt voortaan via de laptop op de balie. We krijgen instructies per e-mail en een print daarvan wordt bij de balie bewaard. Dat werkt goed. Een volgende zondag zoek ik met een ervaren collega vertwijfeld naar het software- programma. Nergens te vinden en de geprinte instructie ligt er ook niet meer. Toeristen en andere bezoekers wachten al voor de gesloten deur. In het schemerdonker bel ik dan maar de coördinator. Die zit op het strand. Blijkt dat er een lichtschakelaar in de zijgang is geïnstalleerd.

Iets vergelijkbaars gebeurt nu weer. Enkele weken geleden was aangekondigd dat een bezoekerscafé op donderdagen ging proefdraaien. Volgens afspraak rij ik op paasmaandag nietsvermoedend naar het gebouw voor de kerkopenstelling. Bij aankomst zie ik echter dat de buitendeur en het inpandige café open zijn. Het café is zelfs al in vol bedrijf. De eerste verbazing passeert en de andere vrijwilligster arriveert. Binnen blijkt de directeur-bestuurder op ons te wachten. Eenmaal voorzien van koffie steekt zij van wal. ‘Want de baliedienst voor de weekendopenstelling komt nu natuurlijk te vervallen en alle werkzaamheden veranderen.’ Pardon? Ik zit met een vraagteken in koeienletterformaat, terwijl zij enthousiast verder ratelt.

Soms is het heel vreemd praten. Ik had namelijk ook al aangekondigd dat ik in juni stop. Wist zij dat niet? Maar een netwerkster als zij kan altijd vrijwilligers gebruiken. Eigenlijk heb ik bewondering voor zulke mensen. Zij krijgt veel voor elkaar, heeft een perfect commercieel inzicht en zet een professionele organisatie neer. Alleen hapert er steeds iets aan de communicatie.

Tja. Gebrekkige afspraken waren al een doorn in het oog van de langstzittende vrijwilligers. Een deel zal doorgaan en met plezier nieuwe taken oppakken; een deel zal afhaken. Er komen vast andere mensen bij. Ik ga zoeken naar vrijwilligerswerk dat meer perspectief biedt. Het mooie kerkgebouw kan ik altijd bezoeken. Zodra ik uit het raam kijk, zie ik het in de verte staan.