Regendruppels op het gras

Al geruime tijd speur ik naar een fraai polletje struisgras tegen een donkere achtergrond. Maar wat ik ook zie: het polletje is niet fraai, de achtergrond is te licht, het waait te hard en de halmpjes wuiven alle kanten op. Al even lang wil ik spinnenwebben met dauwdruppels scherp fotograferen. Lukt evenmin. Tot vandaag, want dit lijkt er ook wel een beetje op.

Regendruppels op de grashalmen, sterk vergroot.

Gemaakt met de eenvoudige camera van mijn mobiele telefoon.

Zo druk je die plannen er wel door

Vergaderen lijkt zo eenvoudig. Je zit met wat mensen om tafel en bespreekt een aantal zaken. Daarbij volg je een agenda. Om de beurt vertel je wat je doet en lever je professionele input. Wanneer iemand spreekt, luisteren de anderen. Daarna neem je gezamenlijk besluiten. Je verdeelt nieuwe taken en noteert belangrijke afspraken. Dat is alles. De vergaderingen van ons vrijwilligersclubje echter, verlopen een beetje anders. Wat zeg ik? Het is totale chaos!

Persoonlijk vind ik dat je eerst een opleiding psychologie moet doen, voordat je aan vergaderingen begint. Want je denkt misschien dat het over de agendapunten gaat, maar dat is niet altijd zo. Het draait evenzeer om belangen, om gevoelens en om onuitgesproken verwachtingen. Bovendien brengt iedere deelnemer zijn eigenaardigheden mee. In dat opzicht helpt de Belbin test, en het bestuderen van de Roos van Leary.

Daarnaast vind ik dat een studie politicologie vereist is. Tenminste, wanneer je met door de wol geverfde types in een vergadering zit. Je zou het bij onze gemoedelijke vergadering niet verwachten, maar hier speelt de hogere kunst van het plannen erdoor duwen. En het gaat er soms behoorlijk slinks aan toe.

Wat bijvoorbeeld goed werkt, is een onrustige sfeer creëren. Sta midden in de bespreking van een agendapunt op om voor iedereen koffie te gaan halen. Of beter: hou met een of twee deelnemers onderonsjes, terwijl de vergadering gaande is. Dat leidt af en zorgt later voor twijfel. Dan kan je de volgende keer zeggen: ‘Oh, maar dat hebben we de vorige keer al besproken.’ Hoe chaotischer, hoe beter. Met wat geluk mist de notulist dan precies de besluiten die jou minder goed uitkomen.

Beter nog is om zaken voor te bespreken met een invloedrijk persoon. Je merkt snel genoeg wie dat is. En verwacht je van iemand een tegenstem, zorg dan dat de dwarsligger pas tijdens de vergadering informatie krijgt, terwijl de rest al op de hoogte is. Moffel kritieke punten diep weg in een tekst. Wellicht lukt het om je document meteen al in stemming te brengen.

Wat ook helpt, is dit. Benader een enthousiaste trainer en hou die een wortel voor. Beloof bijvoorbeeld ruimte voor exposure, ook al ga jij daar niet over. Vervolgens laat je de trainer met verve een workshopvoorstel presenteren. Dat vergroot de gunfactor. Degene die dan bezwaren uit, wordt vanzelf gezien als spelbreker.

Maar de beste manier is structureel elk tegengeluid negeren, en steeds opnieuw hetzelfde oude voorstel indienen. Desnoods drie keer. Stuur het gauw per ongeluk ongewijzigd naar een fonds voor subsidie. Dan kan je achteraf zeggen: ‘Oeps, het stond nog in het plan. En ze hebben het al goedgekeurd. Nu moeten we het wel zo uitvoeren.’

Misschien heb ik hem gevonden

Zou het karma zijn? Mijn zoektocht naar een goede, betaalbare bouwvakker die tijd heeft en multi-inzetbaar is, verloopt moeizaam. Eigenlijk word ik er een beetje wanhopig van. Mijn ervaringen van de laatste jaren waren vaak ontmoedigend. Terwijl er toch diverse klusjes wachten en een boeideel dringend moet worden vervangen. Dat boeideel heb ik al zeven maanden uitgesteld. Dit omdat het rioolgedoe eerder ook nog speelde.

Op goed geluk kies ik een timmerman en vraag een offerte aan. Die pakt hoger uit dan verwacht. Daarna plaats ik een oproep in de buurtapp en een aanbevolen man komt langs. Hij maakt er een zeer ingewikkeld verhaal van. In gedachten zie ik de totaalprijs verdubbelen. Gelukkig heeft er nog iemand gereageerd. Volgens LinkedIn is het een verkoper en hij prijst zijn broer aan.

De broer komt langs. Er is iets met hem aan de hand. Hij heeft alle tijd en dat is tegenwoordig verdacht. Via Google word ik niets wijzer, maar ik zie iets in hem. Hij is van goede wil en iemand die graag aanpakt. Een beetje onzeker komt hij over. Beschadigd, misschien, op de een of andere manier. ‘Afgekeurd’, zegt hij zelf. Waarom, hoef ik nog niet te weten. Want hij geeft concreet genoeg aan wat hij wel en niet kan. En heldere communicatie, daar hou ik van.

Vandaag kwam hij even langs. In een half uur tijd heeft hij al drie problemen opgelost. Vond hij leuk om te doen. Nu is het wachten op een droge dag. Dan kan hij met de buitenklussen aan de slag.

Een vorm van dagbesteding

Het is een manier om je brood te verdienen: in weer en wind geulen graven, grond verzetten, oude rioolbuizen wegbreken en schone buizen ervoor in de plaats leggen. Of nou ja, schoon … Alles is vuil wat deze mannen beetpakken. Hun werkkleding komt ’s morgens gewassen uit de kast en zelf ogen ze fris bij aankomst. Maar ik weet dat zelfs dat een illusie is. Elk stuk gereedschap dat zij hanteren, elk stuur dat zij vasthouden, is goor. Je moet er tegen kunnen. Ik zou meteen onder de huiduitslag zitten. Waarschijnlijk ontdekken nieuwelingen al binnen een dag of ze dit vak volhouden.

Je zou verwachten dat het personeelsverloop groot is bij riolerings-bedrijven. Toch valt dat mee in het familiebedrijf dat hier nu aan de slag is. Natuurlijk, die familieband blijft. Maar diverse mannen zag ik afgelopen november al en nu weer. Er is een onnadrukkelijke hiërarchie. Mijn contactpersoon, ‘De man van de rioolservice’, is een zoon in de firma. Hij stuurt het team aan en werkt mee. De rest lijkt een allegaartje van vaste krachten, los volk, en vrienden die op afroep hand-en-spandiensten verlenen. Zoals: ff snel in een Mercedes wat onderdelen langs brengen.

Wat ik niet had bedacht, is dat dit werk ook een vorm van dagbesteding kan zijn. Bij dagbesteding denk ik aan demente ouderen die een dagje gezellig knutselen in een kringetje. Of ik denk aan een zorgboerderij, waar jongeren met psychische klachten werk, rust en regelmaat vinden.

Toch ving ik vanmorgen de volgende flard op van een telefoongesprek: ‘Ik kan dat brommertje nu niet ophalen, want ik zit met dagbesteding. Ben afgelopen vrijdag uit detentie gekomen.’ Tja, nu snap ik waarom hij maandagochtend eerst met zijn baas moest overleggen of hij al koffie mocht drinken toen ik hem dat aanbood. Hij is overigens beleefd en gedraagt zich netjes. Zolang hij datgene doet waarvoor hij is ingehuurd, vind ik het prima.

De lelijke boom zonder bloemen

Er was eens lang geleden een boomzaadje dat op de grond viel. Daar lag het te midden van broertjes en zusjes op het terrein van een kweker. Op een dag kwam de kweker langs en die raapte het op. Wat er vervolgens gebeurde en waar het zaadje naartoe werd gebracht, dat is een raadsel. Plotseling werd alles donker. Maar aangenaam warm en vochtig was het er zeker.

Het boomzaadje voelt zich gesterkt en begint te ontkiemen. Zijn spriet weet zich naar het licht boven hem te wriemelen. Eerst verschijnen er twee blaadjes opzij. Daarna komen er twijgjes met blaadjes bij. Langzaam verandert het sprietje in een piepkleine boom. Het is een prunus met donkerrode bladeren. De kweker geeft hem nu zijn eigen pot en zet hem in de buitenlucht neer, naast zijn soortgenoten.

De tijd verstrijkt en regelmatig lopen er mensen langs. Op een dag stopt een dochter met haar vader bij het jonge boompje. Zij wijst naar hem en zegt: ‘Kijk, deze is mooi. Er zitten al wat roze bloemetjes aan. Zullen we dit boompje in de tuin zetten?’ De man stemt in en samen nemen ze hem mee. ‘Hé, dat is leuk’, denkt het boompje achter in de auto, terwijl velden en dorpen voorbij glijden. Hij heeft nog weinig meegemaakt en ontdekt zo de wereld buiten de kwekerij.

Ze stoppen in een straat voor een rij oude arbeidershuizen. Daar pakt de man het jonge boompje op en draagt hem de achtertuin in. Plots voelt het boompje de bodem onder zijn wortels wegzakken. Help! Maar dan, wat een weldaad, worden zijn wortels omringd door de volle aarde. Zodra hij van alle emoties is bekomen, kijkt het boompje eens goed rond. Hij staat in een hoek van de tuin, waar nog enkele bomen groeien. Een daarvan staat wel erg dichtbij. Dat is een els en die kunnen veel hoger worden dan hij.

Jaren verstrijken terwijl de jonge boom steeds een beetje groeit. Alles lijkt goed te gaan, maar er hangt een vreemde onrust in de lucht. Plotsklaps zijn vader en  dochter vertrokken. Komen ze nog terug? Waar zijn ze eigenlijk gebleven?

Ineens verschijnen er andere mensen in de tuin. Zij willen alles drastisch aanpakken. Ze hebben zelfs bouwplannen. De boom hoopt maar dat ze hem willen houden. ‘Jammer dat het nu winter is en ik er zo kaal bij sta.’, denkt hij. En stiekem hoopt hij dat ze die stomme els weghalen. Want die is al twee keer zo hoog als hijzelf. Zo kan je als prunus toch moeilijk tot volle wasdom komen!?

Enkele bomen worden wreed omgezaagd. Gelukkig blijft de prunus dat lot bespaard. Maar waarom hebben ze nou toch die els niet weggehaald?

Dan gebeurt er iets eigenaardigs. De nieuwe bewoners en de buurman staan vlakbij. Driftig wijzen ze naar de tuingrens, of naar waar die zou moeten zijn. Ze gaan steeds harder praten en daarna benen ze weg. Later verschijnt er een gewichtige meneer met meetlatten en belangrijke papieren. De eigenaar van de boom is er niet, al heeft hij deze meneer wel ingehuurd. De gewichtige meneer vertelt aan de buurman hoe het zit. Hij wijst op oude kaarten en slaat een paaltje in de grond. Daarna hoort de boom hoe de buurman gromt. De sfeer is om te snijden.

Wat er kort daarna gebeurt, kan de boom niet verklaren. Het blijft een duister geheim. Maar ineens is dat paaltje verdwenen. Nu zijn de rapen helemaal gaar. Want de een vindt dit en de ander vindt dat. Uiteindelijk bouwt de eigenaar van zijn tuin een schuur met overkapping. ‘Au!’, roept de boom, want de man slaat zomaar palen door zijn wortels heen. En de zijwand komt pal naast zijn stam te staan.

Dit laat de buurman niet op zich zitten. Meteen bouwt ook híj een overkapping, bijna tegen de nieuwe schuur aan. Buurman moet nu wel een uitsparing maken voor de stam van de boom. Die vóelt gewoon de vijandigheid van deze buurman.

Vanaf dat moment staat de boom ingeklemd tussen twee hoge schotten. Ruw weggemoffeld op een strookje grond. Een soort niemandsland. En die stomme els is er ook nog. Die blijft maar doorgroeien en torent hoog boven hem uit. Geen wonder, dat mormel slurpt enorm veel water op. Zijn wortels zitten overal in de weg. Bovendien blokkeert hij de warme middagzon.

Er breken nu zware tijden aan voor de boom. De mensen van de schuur vertrekken en daarna verschijnen er weer andere gezichten in de tuin. Het is een komen en gaan. Telkens moet de boom maar afwachten of de mensen hem willen houden. Sommige nieuwkomers pakken een zaag en snoeien wat takken van de bomen af. Maar ze laten de els doorgroeien. Die slobbert nu bijna al het vocht en de voedzame mineralen op. Wat begin je dan als boom? Je kan toch moeilijk roepen dat je dorst en honger hebt. Dus sta je daar te kwijnen.

Elk voorjaar krijgt de boom nu minder bloemetjes. Hij wordt zelfs wat schonkig. Toch, het ergst van alles is die mopperkont van een buurman. Die gluiperd waardeert de els ‘omdat er vogeltjes in zitten.’ Nou ja zeg, daar wordt je toch kotsmisselijk van? Alsof er geen vogeltjes tussen zíjn takken spelen. Maar de grootste belediging is dat die buurman hem ‘maar lelijk’ vindt. ‘Want er zitten geen bloemen in.’ Echt zwaar depressief is de boom hiervan.

Dan, het is een koude en sombere voorjaarsdag, verschijnen totaal onverwacht twee mannen met bijl en kettingzaag. ‘Ze komen toch niet voor mij’, bibbert de boom. Maar nee, ze hakken de els om! Het is een wonder!

Ha! Ineens wentelt de boom zich in het volle licht van de zon. En al het regenwater is nu voor hem alleen. Het liefste zou hij gelijk willen laten zien waartoe hij in staat is. Alleen is hij nog veel te zwak. En in de zomer die volgt, valt er veel te weinig regen. Droogte, ook dat nog. Hij moet vol zien te houden tot het volgende voorjaar.

Eindelijk, eindelijk breekt zijn moment aan. Na al die moeilijke jaren wordt de lelijke boom zonder bloemen voor het eerst in zijn leven de mooiste boom van allemaal. En een bezoek dat hij krijgt! Hommels en bijen vliegen af en aan. Je hoort ze voortdurend zoemen, want ze zijn dol op zijn bloemen. Het is duidelijk: hij is de populairste boom van de hele straat. Sindsdien staat hij iedere dag te stralen.

Iedereen wil coach zijn

Als je in kringen van oudere werkzoekenden verkeert, kom je ze nogal eens tegen. Mensen die coach willen worden of dat al zijn. Het viel mij in 2008 al op hoeveel mensen dit beroep ambiëren. In dat jaar volgde ik een coaching traject bij een gerenommeerd bureau. Het doel was herbezinning op mijn loopbaan, om daarna elders verder te gaan.

Dat traject heb ik als een warm bad ervaren. De locatie was een prachtige oude Haagse villa waar deelnemers in een prettige sfeer ervaringen konden uitwisselen. Er waren workshops, groepssessies, individuele persoonlijke gesprekken en volop kansen om te netwerken. Veel veertigers en vijftigers in mijn ‘lichting’ hadden een interessant verhaal. Een vaste vraag was of je al wist op welk beroep je je wilde oriënteren. Opvallend veel deelnemers ambieerden de zelfstandige functie van coach. Onze eigen coaches dienden als goed voorbeeld.

Vreemd is die keuze niet. Boven de veertig heb je al heel wat lief en leed meegemaakt. Je beschikt over de nodige levenservaring. Zo weet je waarover je praat als iemand met een vergelijkbaar probleem om hulp vraagt. Dat coachen lijkt aangenaam. Je gaat samen rustig en in vertrouwen het gesprek aan. En het is fascinerend om te zien welke beweegredenen andere mensen hebben en hoe ze met elkaar omgaan. Coaching is betekenisvol werk wanneer je iemand daadwerkelijk kan helpen. Misschien geeft dat wel veel meer voldoening dan het werk wat je eerder hebt gedaan.

Als bijkomend voordeel kan je zo beginnen en tegelijk werken aan je professionele ontwikkeling. Even inschrijven bij de Kamer van Koophandel en klaar. Terwijl je nog een vakinhoudelijke cursus volgt, start je gewoon alvast een bureau. Inmiddels telt het Handelsregister 63.000 coaches. Dat is een stijging van 66% sinds 2014. (Bron cijfers: ‘Het begrip coach is uitgehold’, de Volkskrant, 12 maart 2019.) Ik durf te wedden dat de stijging tussen 2008 en 2014 zeker even hoog was.

Sinds dat traject ontmoet ik nog regelmatig coaches. Bijvoorbeeld bij de werkgroep voor en door werkzoekenden. Al vijf jaar lang wordt daar om de week een workshop gegeven door vrijwilligers. Menige trainer is zelf coach of wil coach worden. Degenen die in nog opleiding zijn, ontmoeten er mensen om hun coaching talent mee te oefenen. En de coaches die al een praktijk hebben, zoeken er naar klandizie. Ik ben heel benieuwd hoeveel van die 63.000 coaches in realiteit parttime of volledig werkloos zijn.