Advies of helpen? € 1.000 of € 10.000

Dit is het vijfde jaar waarin ik geen inkomen of uitkering heb. Na aanvankelijke reacties, variërend en blijk gevend van medeleven, ongeloof, hypocrisie, egoïsme, verwijten tot totale verbijstering, is duidelijk geworden wat voor mij het grootste probleem is.

Namelijk: het feit dat vrijwel niemand vraagt: ‘Hoe kan ik je concreet helpen?’

Iedereen is veel te druk met:

  1. ongevraagde adviezen geven,
  2. vragen stellen waar een verwijt achter schuil gaat. Een verwijt aan mij of een verwijt aan de ‘ander’.
  3. denken: ‘Hopelijk overkomt mij dit niet, want …’,
  4. denken: ‘Dit zal mij niet overkomen, want ik heb mijn zaakjes wel goed geregeld.’,
  5. achter mijn rug om tegen anderen zeggen: ‘Wat erg hè’ en dan vervolgens genieten van alle aandacht die dit oplevert,
  6. doodleuk in het vijfde jaar zonder inkomen nog steeds standaard vragen naar welk land ik dit jaar op vakantie ga,
  7. zichzelf (niet reageren),
  8. nog meer ongevraagde adviezen geven,
  9. ad infinitum ongevraagde adviezen blijven geven.
  10. reageren op een manier die het gesprek afleidt van de kern van het probleem. Zie 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en/of 9.

Dus toen de ‘krapte’ op de arbeidsmarkt ter sprake kwam in die groep waar ik het vorige week over had, heb ik het gezegd. Dit: ‘Voor het eerstvolgende ongevraagde advies dat ik nu nog moet aanhoren, wil ik € 1.000 ontvangen.’

Ik wist het wel. Geld werkt altijd. Geen hond die nog iets durfde te adviseren. Het bleef heerlijk stil op dat gebied.

Zit ik er mee als dit relaties kan verstoren? Nee. Want je leert je vrienden wel kennen als je vijf jaar lang geen inkomen of uitkering hebt. Dat is een voordeel voor wie graag wil weten waar hij of zij aan toe is.

Wat mij bij alle reacties verbaast, is dat zo weinig mensen reflecteren op de situatie. Ga maar na. Als iemand al vijf jaar zonder inkomen of uitkering zit, en al vijf jaar onder het absolute minimum van het bijstandsniveau leeft, (alsof je dat voor je lol doet), zou dit dan heel misschien kunnen betekenen, dat er een serieuze reden is waarom die persoon niet werkt?

Nou?

Reacties in de opsomming hierboven staan voor mij gelijk aan onbegrip, onkunde, onmacht en gebrek aan oprechte interesse. Ongevraagde adviesgevers stellen nooit de enige juiste vraag die ze wel zouden moeten stellen.

En dan nog dit. Ik maak serieus werk van mijn onderzoeksproject. Als jij mij concreet wilt helpen, mag je geld naar mij overmaken, zodat ik in de komende twee jaar mijn project goed kan uitvoeren en voltooien. Zullen we zeggen € 10.000? En absolutely no strings attached, behalve mijn project. Tenslotte zijn er genoeg mensen die dit bedrag makkelijk kunnen missen. Dan kan ik ook weer rustig ademhalen.

De enige reacties die nu welkom zijn, zijn van degenen die mijn project financieel willen steunen.

Er is iets aan het veranderen

Er was een aanloopje voor nodig, maar het lijkt erop dat ik een goed schrijfritme te pakken heb gekregen. Niet hier, maar op mijn andere website. Als je een massa informatie hebt verzameld, en vervolgens voor een andere wijze van presenteren kiest, dan vergt dat in praktische zin nogal een omschakeling. Het belangrijkste is wel om steeds te bedenken hoe ik het verhaal wil vertellen. Ja, chronologisch. Dat is makkelijk. Maar met welke insteek? En met welke zin begin je?

Een van de grootste hindernissen heb ik nu achter de rug. Dat was één van de hoofdonderwerpen in het verhaal waarop ik vorig jaar bijna vastliep. Het was te omvangrijk en er is al 3.200 keer door anderen in boekvorm over gepubliceerd. Vanzelfsprekend ging ik dat heel anders doen. Maar hoe? Uiteindelijk vond ik de juiste vorm. Namelijk: door exact te benoemen wat het probleem was (de onoverzichtelijkheid van de situatie). En door er letterlijk met een wijde boog omheen te gaan (qua perspectief).

Inmiddels heb ik een line-up gemaakt van onderwerpen voor de eerstvolgende twintig logjes. Die line-up is flexibel. De line-up is gebaseerd op een overkoepelend verhaal, met een tijdlijn, een logische opbouw, een aantal micro-onderwerpen die in een soort kader-logjes op een gepast moment ingevoegd worden, en een aantal kleinere verhaallijnen van personen en sub-onderwerpen die regelmatig op verschillende locaties terug zullen komen. Daarin verweven komen tussendoor ook periodieke overzichtjes. Bovendien verbind ik alles met verwijzingen naar relevante pagina’s en logberichten. De verhaallijnen heb ik in mijn hoofd.

Mijn nieuwe schrijfritme werkt als volgt. Eerst kijk ik naar het volgende onderwerp in de line-up. Dan sprokkel ik alle relevante stukjes uit mijn ‘verzameld bronmateriaal’-document bij elkaar. Die plak ik in mijn ‘website logjes’-document. Dan lees ik alle stukjes nog eens door. Daarna ga ik er een nachtje over slapen. Meestal heb ik de volgende ochtend wel globaal een idee van wat ik wil vertellen. En dan schrijf ik beetje bij beetje alle snippers informatie aan elkaar. Althans, dat is de bedoeling.

Het schrijfproces laat zich niet forceren. Ik moet in een soort ontspannen-constructieve-positieve-creatieve gemoedstoestand verkeren. Dat werkt het beste. Zo niet, dan wordt het een eindeloos gepruts met woordjes heen en weer schuiven en veel blindstaren. Maar het allerbelangrijkste is het inspiratiemoment. Het moment waarop ik een ingeving krijg voor de juiste insteek of voor de eerste zin.

Wat trouwens meehelpt, is dat anderen mijn onderzoek serieus nemen. Daardoor gaat het schrijven met de dag beter.

De cadeautjes van het voorgaande jaar

Gevoelig als ik ben voor jaarwisselingen en voor goede afrondingen, wil ik elk nieuw jaar beginnen met een schone lei. Dat is onbegonnen werk. Toch blijf ik het proberen, want ik geloof oprecht dat dit belangrijk is. Onopgeloste problemen zijn cadeautjes voor het nieuwe jaar, meent een andere blogster. Zij is nogal van de mindfulness.

Op weg naar 2021 kon ik bitter weinig waardering opbrengen voor haar ‘wijsheid’. Naast het gedoe van enkele al langer lopende kwesties, was in december ook een serieus oogprobleem begonnen. Op de eerste gewone werkdag in januari moest ik meteen naar de oogarts toe. Zelden ben ik zo beroerd en ongerust een nieuw jaar ingegaan als 2021. 2021, dat zou wat gaan worden. En jawel: op mijn intuïtie kan ik blindvaren.

Dus ben ik afgelopen december weer keihard bezig geweest met opruimen. Met afhandelen. Met in gang zetten. Met keuzes maken, onverbiddelijk als het moest. Met afronden, en deze keer goed. Zonder enige scrupules en rücksichtslos, als de situatie daarom vroeg. Alles, maar dan ook alles om geen herhaling van 2021 te krijgen. En dat is gelukt. Ik kan het nu al voelen. Never underestimate datgene wat je gevoel zegt dat je doen moet.

Na de recente opschoonacties keer ik terug naar de basis. Voor 2022 wens ik de hele wereld de wijsheid toe van Max Ehrmann. (Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Te gênant voor woorden

Tot vandaag kon ik met een wijde bocht om zijn ideologie heen draaien. Ik hoefde niet eens zijn naam te noemen. Toch dacht ik bij elke zoekopdracht op internet: Wat zal Google hiervan vinden? Hoe lang kan ik hiermee doorgaan voordat een algoritme mij op een zwarte lijst zet? Want Google weet vast wel wie ik ben. En wie zullen die lijst dan onder ogen krijgen?

Dit gaat een totaal verkeerde indruk wekken. Dit zal mij in een dubieus licht plaatsen. Terwijl ik niets met die andere foute figuren te maken wil hebben.

Ik heb overwogen om via DuckDuckGo ondergronds te gaan, omdat ik voor het onderzoek een boek moet raadplegen waarvan de titel zeer gênant is. Kijk je naar de gravatars en schuilnamen van de mensen die het aanbevelen, dan denk je: Getver! In dit gezelschap wil ik nog niet dood worden gevonden. Maar het is te belangrijk.

Via een omweg heb ik gekeken of het ergens onopvallend te koop is. Want bij bestelling via internet zal ik toch een naam en adres moeten vermelden. En via de betaling achterhaalt men zo wie het heeft aangeschaft. Ik zou nog kunnen vragen of iemand anders het voor mij wil bestellen. Maar wie? Die ander weet dan ook meteen wiens naam er in koeienletters op de kaft prijkt.

Nu heb ik het besteld en straks moet ik de gifbeker leegdrinken, zodra het boek in de bieb klaar ligt. Betrof het maar een geslachtsziekte of zo. Dan zou ik mij misschien minder generen. Echt, hierna mag ik nooit meer een expositie in de plaatselijke bibliotheek organiseren.

Zucht. Maar ik móet weten of iemand anders over hetzelfde onderwerp heeft geschreven.
De titel? Iets met Hitler’s bouwwerken.

Het hart als symbool

Op een zonnige, warme lentedag staat een hart symbool voor de liefde. Zo’n lentedag kan misleidend zijn. Want hoe veel mensen hebben hartzeer, zonder dat we het zien?

Twee dagen geleden stierf de ‘liefste’ buurvrouw in ons straatje. ‘Liefste’ is hier een raar woord. Maar toch. Zij was voor mij van alle buren de meest dierbare persoon. Een stukje uit de tekst op haar kaart:

‘… En zag
Dat ik ook in dit leven hoor
Bij het grote geheel,
Bij de oorsprong van alle natuur
En dat ik elk uur
De rest van dit bewuste leven
Liefde ga zijn en liefde ga geven
Schoonheid ga zoeken
In alle gaten en hoeken …’

Zoals ik haar in korte tijd heb meegemaakt, is dit precies hoe zij in het leven stond.

(Bron citaat: Jochem Myjer.)

Ontspannen de operatiekamer in

Bij die binnenoogpretjes van vorige week heb ik jullie op het verkeerde been gezet. Een heerlijk droog stukje over een medische ingreep; zo werd het getypeerd. Wat ik er niet bij heb verteld, is dat ik ternauwernood een aanval van hyperventilatie heb onderdrukt. Beter gezegd: zelfs dat is niet gelukt. De hele behandeling duurde hooguit een minuut en ik heb de injectie met het gas in mijn oog niet eens gezien of gevoeld. Maar het idée, terwijl je volledig aan anderen mensen overgeleverd bent.

Dus toen ik gisteren weer voor controle in het ziekenhuis was, en bleek dat mijn oog toch moest worden geopereerd, en de oogarts meteen een opdracht tot reserveren gaf, en ik bij de balie te horen kreeg: ‘Er is misschien vanmiddag een plekje vrij, maar met zekerheid kunt u morgen om 8.30 uur worden geopereerd.’, toen voelde ik direct weer een paniekvlaag door mijn lichaam gaan. Zo een die acuut misselijk maakt. [Rustig blijven ademhalen nu. Kalm nou.] Ik zei: ‘Doe die van morgen maar.’

Ik ken mezelf, want ik heb al eerder een paar bijna-paniekaanvallen gehad. Een keer in Sevilla, toen ik dacht dat er een inbreker op het balkon van mijn hotelkamer stond. En een keer toen het water van de badkamer recht door het plafond van mijn woonkamer naar beneden kwam. De resterende voorvallen heb ik verdrongen, want in geen van die situaties reageerde ik adequaat. Dus God mocht weten wat ik zou doen als ik in de operatiekamer door een paniekaanval zou worden overmand.

Trouwens, zo’n oogarts wil liever ook geen gedoe. Die staat daar met zijn operatieteam klaar en dan doet een patiënt ineens raar. Maar om een narcose vraag je in tijden van corona ook niet zomaar. Daar zijn wachtlijsten voor. En ‘iedereen’ ondergaat zo’n operatie gewoon bij volle bewustzijn. Bovendien is het lopendebandwerk, dus waar maak je nou zo’n heisa van. Dat hield ik mezelf voor.

Van ellende heb ik een hele avond lang aan alle ontspanningsoefeningen gedacht, die ik ooit heb geleerd. Ogen sluiten, naar je ademhaling luisteren, je van je hele lichaam gewaar worden en alles goed vinden. Dus geen oordelen vellen. Maar op de operatietafel moet je je ogen juist open houden en als ik aan andere dingen denk, hou ik ze niet stil.

Daarna heb ik aan de meest ontspannen momenten in mijn leven gedacht. Op het strand van een tropisch eiland mijn haren wassen in een enorme regenbui. Op een warme rots liggen in een Australische rivier terwijl het lauwwarme water langs mijn lichaam stroomde. De ultieme stilte in de krater van de Pico del Teide, toen ik nog geen tinnitus had. Op een bankje genieten van de eerste warme voorjaarszon. De rustgevende muziekjes die je in elk zweverig toeristenwinkeltje op Bali hoort. Enzovoort. Maar daaraan denken in een operatiekamer hou ik nog geen drie seconden vol.

Daarna kwam er een andere gedachte in mij op. Want waarom zou je zo’n ingreep met hartkloppingen en gierende zenuwen moeten doorstaan? Daar bestaan toch kalmerende middelen voor. Half Nederland is aan de pijnstillers, kalmerende middelen, drugs en alcohol. Dan mag je bij uitzondering toch ook wel eens een pilletje slikken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb oxazepam gekregen en daarna werd ik al gauw kalm.

Echt, dat calvinistische gedoe is nergens goed voor. Bij de eerstvolgende oogoperatie vraag ik er weer om.