Modieus in je eigen stijl

Is het normaal dat je vanaf een zekere leeftijd minder kleding koopt? Ik heb nog weinig behoefte om steeds wat nieuws te kopen. De garderobekast hangt vol. Vroeger genoot ik vaak van een dagje statten. Vooral van het moment waarop ik met veel tassen thuis kwam en alle aanwinsten uitstalde. Dat gaf een intens tevreden gevoel. Nu doe ik meer aan vervanging door iets vergelijkbaars en dat is voldoende. Want na verloop van tijd weet je wat goed zit. Zo ontwikkel je vanzelf een eigen stijl.

Het modebeeld herhaalt zich om de zoveel jaar. Daar ga ik tot op zekere hoogte in mee. Lange broeken reiken weer tot de taille; truitjes laten navels bloot. Wanneer was dat voor het laatst populair? In de jaren negentig, vermoedelijk, want uit die periode heb ik nog zo’n truitje. Dus wie wat bewaart, heeft wat. Hoewel? Zelf verander je toch ook. Dus om nu als semi-ouwe taart met een blote navel rond te lopen …

Wat vaak langer beklijft, zijn klassieke ‘basic’ modellen (jeans, T-shirt) en favoriete kleuren. Mij kan je uittekenen in zwart. Heel veel zwart, plus blauw en groen en alles wat daar aan blauw-groentinten tussen zit. Turkoois bijvoorbeeld. Verder hou ik van goud, goudgeel en bruin. En een beetje rood. Dit kleurenpalet komt overal in terug. In kleding, woonaccessoires en bloemen in de tuin. Ja, zelfs in tandpasta.

Daarom vrees ik de dag waarop ik zichtbaar ouder wordt. Dan maakt zwart een gezicht namelijk zo ‘hard’. Maar als toekomstige bejaarde ga ik niet rondlopen in een ruim zittend beige jasje met dito pantalon voor senioren. En dan beige gezondheidsschoenen eronder, met kleine gaatjes in het bovenleer. No way. Hoort dat bij de huidige oude garde of gaat de volgende generatie zich daar ook aan overleveren? Jongens, blijf trouw aan je eigen stijl!

Een kolonie stenen in het bos

a colony of stones in the wood

Deze kolonie stenen ligt op een wandelroute van Otterlo naar station Ede-Wageningen via de Mossel en de Ginkelse heide. Het is een tocht door bossen en over open vlaktes. Negentien kilometer lang, vooral rul zand. De stenen vormen een welkome pleisterplaats. Ze zijn van grijs graniet en gemaakt door Adri Verhoeven in opdracht van de gemeente Ede.

sitting stone resting place

Ze horen bij elkaar, die stenen, maar ze liggen apart. Ook bij mensen in een groep bestaat niet altijd samenhang.

We liepen later over een militair oefenterrein. De kogelhulzen lagen er voor het oprapen. Ik heb een glanzende koperen huls meegenomen. Verderop werd geoefend en geschoten met klappertjespistolen. Daarom kan ik het navertellen. Vertrouw nooit op een kaartlezer zonder oorlogservaring. Dat is de les van vandaag.

Later moest ik even de bosjes in duiken. Daardoor zag ik een wezeltje zitten. Hij keek mij recht aan en ik hem, seconden lang. Altijd fascinerend, oogcontact met een wild dier.

Verder weinig beleefd vandaag. De mensen spraken langs elkaar heen, zoals wel vaker. Doe mij dan liever die mooie stenen kolonie maar.

Privé-onderwerpen op internet

‘Ik heb me ook weleens afgevraagd waar het goed voor is dat ik al die persoonlijke dingen deel. Stond ik nou mijn verleden uit te venten? Uiteindelijk vond ik van niet. Je kunt alleen maar iets op een podium vertellen als het al is verwerkt. Het blijken vaak je mooiste stukken te zijn. Daarnaast vind ik het een sport om met een botte bijl op mijn zwaktes in te hakken, waarbij ik zo eerlijk mogelijk probeer te zijn. Dat voelt al veel minder privé. Hoe meer privé iets is, hoe meer het voor iedereen geldt. Tijdens het schrijven aan een voorstelling verkeerde ik vaak in de veronderstelling dat mijn gevoel uniek was en dan kwamen er na de voorstelling allemaal mensen naar me toe die zeiden dat ze het zo herkenden.’

Ingekort citaat van cabaretier Emilio Guzman in een interview met Susan Smit in Happinez, nummer 8, 2017.

Als blogger herken ik vrijwel alles van wat Emilio zegt. Jij ook?
En zo ja: lukt het je om privé-kwesties voor jezelf te verhelderen en te verwerken doordat je erover blogt?

Vrouwendag – Vaders dag

Het was me bijna ontgaan dat het Vrouwendag is. Dat komt omdat 8 maart de verjaardag van mijn overleden vader was. Zijn foto staat op tafel. Vanachter de laptop gezien is hij altijd dichtbij. Mijn vader was niet nadrukkelijk met zijn man-zijn bezig. Ik betwijfel of hij mij wezenlijk anders zou hebben behandeld indien ik een zoon was geweest. Waarschijnlijk vond mijn vader het vooral belangrijk dat ik mezelf kon zijn. Het vrouwen-bewustzijn komt van mijn moederskant. En dan met name het daaraan verbonden onrecht.

Ik doe mijn eigen ding en wat een ander daar van vindt, moet die ander maar weten. Mijn vader accepteerde mij meer zoals ik ben. Dit in tegenstelling tot mijn moeder, die van alles van mij vindt.

Mannen hebben mij zelden in de weg gezeten; vrouwen daarentegen vaker. Neem econome Heleen Mees, die maar blijft drammen dat vrouwen fulltime moeten willen werken. Of neem feministen, die het belachelijk vinden dat een man van mij best kostwinnaar mag zijn. Alsof je rol als vrouw dan per definitie minder voorstelt. Vrouwen die zo doorschieten in hun mening, nemen dezelfde houding aan als ouderwetse, belerende mannen doen.

Volgens mij is slechts één opvatting belangrijk, namelijk dat vrouwen binnen de algemene grenzen van vrijheid ongehinderd zichzelf mogen zijn.

Naar de sportschool

Het jaar is net begonnen en er wordt een interessante activiteit aangekondigd. Zo’n sportactiviteit waarvan je denkt: ‘Dat zou ik nu eindelijk eens moeten proberen.’ Vol goede moed geef je je op en daarna vergeet je het weer. Totdat je een bladzijde in je agenda omslaat en ineens de betreffende datum ziet. ‘S**t,’ denk je dan, ‘heb ik mij dáár voor aangemeld? In een spòrtschool …? Ik? Dat kan niet waar zijn!’ Maar het is echt zo.

Wat een ellende. Ik heb er gewoon slecht van geslapen. Wie meldt zich nu aan voor een fitheidstest op zondagochtend? Het moet gezegd: bij aanmelding leek het best aanlokkelijk. Vanuit de gemeente wordt dit speciaal voor 50-plussers georganiseerd. Wel was een minpuntje dat die test zou plaatsvinden in een sportcomplex in een ander dorp. Maar dat is met twee buslijnen bereikbaar, dus dat mocht geen bezwaar zijn.

Zoiets is dan wel buiten mezelf gerekend, want ik maak elke sportactiviteit vanzelf ingewikkeld. In de bevestigingsbrief staat namelijk dat ze soepele kleding aanbevelen. En je mag de sporthal alleen met schone schoenen betreden. Die moeten bovendien lichte zolen hebben. Kijk, dat is een probleem. Want ik heb wel vijf paar wandelschoenen voor alle weersomstandigheden en ondergronden. Maar de vloer van een sportzaal zit daar niet bij. En ik hou van zwart, hè. Enkel mijn crèmekleurige ballerina’s kunnen er enigszins mee door. Alleen zijn die bedoeld voor stadswandelingen.

Dan de kleding. Als je zo van de voordeur hop in je auto stapt, kan je gerust je badpak aantrekken. Handdoekje omslaan en klaar. Maar ik moet met openbaar vervoer. En de enige bus die op het juiste moment daar bij de sporthal aankomt, stopt aan de andere kant van ons dorp. De halte is wel een kilometer lopen. Daar worden schoenen vuil van.

Even terug naar de kleding. Ik laat mijn spullen niet graag onbewaakt achter. Dus waar stop je je smartphone? (Nodig voor de route en de bustijden.) Waar laat je je huissleutel? Is het beter om portemonnee en pasjes etui thuis te laten? (Dan wel het pasje voor openbaar vervoer meenemen.) Zouden er kluisjes zijn? Zo ja, gaat daar een euro in? (In dat geval muntgeld meenemen, en wat papiergeld voor de zekerheid.) Of krijg je het sleuteltje zo mee? (Nogmaals: waar laat je dat?) Ik wil graag iets aantrekken met zakken waar sleutels in passen. Alleen hebben mijn leggings geen zakken, terwijl leggings in alle opzichten ideaal zijn.

Et cetera.

En wat denk je van de weersverwachting? Dat is ook een complicerende factor. Want ’s nachts in bed kan ik het gekletter al horen. Er wordt zeer veel regen en wind voorspeld. Voordat ik straks de bushalte bereik, ben ik al verwaaid en doorweekt. Zo wil je toch niet verschijnen?

Nou ja, ik ben dus geweest. Het was best aardig. Op een gegeven moment zat ik met een rijtje vijftigers op een bankje herinneringen op te halen aan de gymlessen uit onze jeugd. ‘Apenkooien’ was het sleutelwoord. Dat vonden we allemaal leuk.

Mijn aversie tegen sportscholen is direct herleidbaar naar de middelbare-schooltijd. Die periode waarin je als de dood bent dat je afwijkt. Afwijkt waarvan, weet ik niet. Het gemiddelde of zo? Ik heb geen idee hoe dat gemiddelde er uit ziet.

Daarom kon het mij vandaag weinig schelen. En plein public ben ik in mijn legging en korte rokje helemaal vanaf de halte aan de andere kant van het dorp terug naar huis gewandeld. Geen mens dat onderweg raar naar mijn benen keek. Ze zien er toch wel normaal uit, geloof ik.

Rambo is toch een rolmodel voor mij

Zondagavond, The Expendables deel 2 is op tv. Er staan nog andere films op het programma en een documentaire van Sinan Can op NPO2. Sinan kan bij mij flink wat potjes breken sinds hij met een Armeniër naar zijn Turkse roots is teruggekeerd. En op zich is het een onbelangrijk detail, maar Sinan is best breed uitgevallen. (Hou dat postuur van hem even vast in gedachten.) Want ik wil het hebben over Sylvester Stallone en zijn maatjes, in The Expendables.

Nu zou je kunnen denken: ‘Waarom kijk jíj in hemelsnaam naar dat soort bagger? Zo’n film vol knokpartijen, snelle auto’s, schietpartijen, gangsters, tussendoor een leuk meisje dat dringend hulp nodig heeft, of dat juist als one of the guys meedoet, en al dat rondspattende bloed? Er is toch wel wat beters op tv, zoals VPRO-documentaires en de Japanse film Spirited Away? Tja, da’s waar.

Toch, Sly is mij zo vertrouwd en ik ben met deze bagger opgegroeid. Nou ja, niet thuis hoor. Mijn ouders keken naar actualiteitenprogramma’s, aangevuld met voetbal voor pa (gáááááp) plus kunst- en natuurseries voor ma. Zelf keek ik in het pre-MTV-tijdperk reikhalzend uit naar Toppop (daar zat je dan de hele week op de wachten, en dan viel het weer tegen).

En toen kwam Veronica. Helaas keken mijn ouders daar niet naar. Om die reden heb ik alle bagger tot mij heb genomen bij mijn beste vriendin. Want zij was enig kind en had meer zeggenschap thuis dan ik. Bij haar kwamen ook altijd vrienden langs. Dus viel de keuze meestal op Amerikaanse actiefilms.

Je zou zeggen: ‘Daar groei je toch op een gegeven moment overheen? Je hebt je in sociale en maatschappelijke onderwerpen verdiept, zelfs op wetenschappelijk niveau in wereldproblematiek, en je denkt na over klimaatverandering. Dan doorzie je toch wat voor bagger die films zijn! En al dat geweld; je weet hoe erg dat in het echt is.’

Jawel. Maar ik heb soms helemaal geen zin in die weldoordachte, ingewikkelde verhaallijnen van arthouse films. Je kan tenslotte ook genieten van haute cuisine en tegelijk smullen van een Raspatatje speciaal met uitjes en extra pittige curry. Ik tenminste wel, hoor. En ik verloochen mijn afkomst niet. Of nou ja, die van mijn beste vriendin.

Dan kan je nog tegenwerpen: ‘Maar als je dan zo nodig naar Amerikaanse actiefilms moet kijken, dan kan je toch zeker wel een intelligentere film uitzoeken? Zoals die ene met Brad Pitt erin: Burn After Reading van de broertjes Coen. Of die andere met Brad en die twee vrouwen, Thelma and Louise. Ja, ja, zulke films zijn ook een waar genoegen om te zien.

Maar toch hè, en nu komt het, Sylvester Stallone heeft blijvende invloed gehad op mijn beeld van ideale mannen. Oké, die enorme spierballen en die gladgeschoren torso’s hoeven eigenlijk niet. Maar gewoon, een beetje breed en donker haar, daar kijk ik graag naar. En met de jaren wordt hij leuker. Want hij beseft zelf ook wel wat voor wandelend cliché hij is. Daar zit The Expendables 2 helemaal vol mee. Echt, voor een avondje ontspanning kijk ik graag naar kamerbrede mannen, pardon: actiefilms.

Opgerakelde reisherinneringen

Doen we het niet allemaal? Andermans logjes lezen op zoek naar herkenning en vertrouwdheid. Sociale media halen soms het slechtste in ons naar boven. Maar het sociale zit hem volgens mij vooral in het delen. Het delen van verhalen, ervaringen, gevoelens, ideeën. Die je laten beseffen dat er meer mensen zijn met vergelijkbare vragen en belevenissen. En wanneer volgers moeite doen om zich in te leven, creëren sociale media verbindingen die even waardevol zijn als ontmoetingen met vrienden.

Vaak rakelen bloggers met hun anekdotes herinneringen bij mij op. Ik popel dan om te reageren: ‘Oh ja, dat herken ik. Want toen ik  … bla die bla die bla die bla.’ Gaap. Gisteren kwam het in de film Crazy, Stupid, Love nog voorbij. Hoe je mensen vooral niet en hoe je ze vooral wel moet benaderen. Want voordat je het weet, ga je aan iemand voorbij.

Vandaag verscheen er een logje over een reiservaring die zo totaal mijn ervaring was. Niet letterlijk. Het vond elders plaats, op een ander moment. Maar de kracht van dat logje schuilt in het oproepen van een scala aan herinneringen waarin ik mij exact hetzelfde heb gevoeld. Althans, dat vermoed ik. Je weet nooit helemaal zeker waarop een schrijver precies doelt, tenzij hij het expliciet verwoordt. En dan nog. Bij hem kan een ervaring evengoed andere associaties oproepen, met net even andere gevoelens.

Oudejaarsnacht 2018/2019 in een Duits Hanzestedenstadje verschilt van carnaval in 1988 aan een Griekse boulevard. Oudejaar lijkt evenmin op een regenachtige novemberavond in Carcassonne, Frankrijk. Of op die donkere namiddag in dat kleine Chinese eettentje, in een kille, troosteloos mistige Londense straat. Een refuge was het voor warmtezoekers uit tropische oorden.

En toch, en toch. Het gevóel dat dat tafeltje in het logje bij mij oproept. … Dat kleine eenpersoonstafeltje bij de ingang van het restaurant. En dan later op de avond, de andere gasten die daar allemaal samen zijn.

Om alsnog overvallen te worden door eenpersoonsgeluk naderhand.

Lees het logje Last minute vlucht van Mark Nankman.