Het leven is maakbaar, toch?

Als je ergens een probleem mee hebt, dan moet je aan je eigen houding werken. We worden in onze maakbare samenleving voor ons gedrag verantwoordelijk gehouden.

Als je tegen je eigen grenzen aanloopt, en daar ondanks tal van gesprekken in coach-achtige settings niet voorbij komt, dan is dat je eigen schuld. Want als je slachtoffer bent van een misdrijf, bijvoorbeeld, dan moet je aan jezelf werken en met je gevoelens leren omgaan.

Als dat je niet lukt, dan is dat je eigen fout. Want het leven is maakbaar. Alles is oplosbaar, als je maar hard genoeg je best doet. En als je maar gemotiveerd genoeg bent.

Refrein. Want als je je moegestreden voelt, omdat er al jaren dingen spelen die ondanks alle pogingen niet veranderen, en je laat het kopje er bij hangen, dan heb je niet genoeg gedaan. Dan heb je het opgegeven. Dan had je maar meer moeten doen. Wanneer je je terugtrekt, als best leefbare optie uit freeze, fight or flight, en facing evenmin heeft gewerkt, dan wordt dat opgevat als vluchtgedrag.

Terwijl ik toch meende dat je de dingen moet accepteren die je niet kunt veranderen. Dat je dan op basis van zelfkennis mag proberen om met jezelf vrede te krijgen. Dat je daar zelfs mee moet leren leven. Juist wanneer je in tientallen jaren al talloze pogingen hebt gedaan tot verandering. En dat andere mensen jouw keuze dan hebben te respecteren.

Maar als zij dat niet doen, of daar niet mee kunnen leven, wat dan?

Dan ligt het aan jou. Want van de dader kan je niet verwachten dat die zal veranderen. Die is nu eenmaal zo, dus daar moet je maar mee leren leven.

Refrein. Als je je moegestreden voelt …

Wegdromen met muziek

Er hangt een mooie jurk in de etalage en ik loop de winkel in. Binnen zijn er nog meer feestelijke kledingstukken te zien. Uitgaanskleding die ik associeer met nachten doorgaan en vertier. Gedachten doemen op door een lied op dat achtergrond klinkt. Het nummer vangt mijn aandacht, neemt de regie en sleept me mee. Dat overkomt mij wel vaker met muziek.

Zonder nog iets te zien, blijf ik rond dralen, net zolang totdat het nummer afgelopen is. Ik ken de melodie wel, maar de titel helaas niet. Daarom prent ik een fragment uit het refrein in mijn brein:

‘Sugar, how you get so fly?’

‘Sugar, how you get so fly?’ Wat een rare zin. Toch zit er duidelijk een ‘f’’ in. Even later verheldert Google alles. En de videoclip? Die is heel puberaal en cliché-achtig, maar ook herkenbaar en best wel grappig. Moet je gewoon ff zien. 😉

Te gênant voor woorden

Tot vandaag kon ik met een wijde bocht om zijn ideologie heen draaien. Ik hoefde niet eens zijn naam te noemen. Toch dacht ik bij elke zoekopdracht op internet: Wat zal Google hiervan vinden? Hoe lang kan ik hiermee doorgaan voordat een algoritme mij op een zwarte lijst zet? Want Google weet vast wel wie ik ben. En wie zullen die lijst dan onder ogen krijgen?

Dit gaat een totaal verkeerde indruk wekken. Dit zal mij in een dubieus licht plaatsen. Terwijl ik niets met die andere foute figuren te maken wil hebben.

Ik heb overwogen om via DuckDuckGo ondergronds te gaan, omdat ik voor het onderzoek een boek moet raadplegen waarvan de titel zeer gênant is. Kijk je naar de gravatars en schuilnamen van de mensen die het aanbevelen, dan denk je: Getver! In dit gezelschap wil ik nog niet dood worden gevonden. Maar het is te belangrijk.

Via een omweg heb ik gekeken of het ergens onopvallend te koop is. Want bij bestelling via internet zal ik toch een naam en adres moeten vermelden. En via de betaling achterhaalt men zo wie het heeft aangeschaft. Ik zou nog kunnen vragen of iemand anders het voor mij wil bestellen. Maar wie? Die ander weet dan ook meteen wiens naam er in koeienletters op de kaft prijkt.

Nu heb ik het besteld en straks moet ik de gifbeker leegdrinken, zodra het boek in de bieb klaar ligt. Betrof het maar een geslachtsziekte of zo. Dan zou ik mij misschien minder generen. Echt, hierna mag ik nooit meer een expositie in de plaatselijke bibliotheek organiseren.

Zucht. Maar ik móet weten of iemand anders over hetzelfde traject heeft geschreven.
De titel? Hitler’s Fortresses.

Het hart als symbool

Op een zonnige, warme lentedag staat een hart symbool voor de liefde. Zo’n lentedag kan misleidend zijn. Want hoe veel mensen hebben hartzeer, zonder dat we het zien?

Twee dagen geleden stierf de ‘liefste’ buurvrouw in ons straatje. ‘Liefste’ is hier een raar woord. Maar toch. Zij was voor mij van alle buren de meest dierbare persoon. Een stukje uit de tekst op haar kaart:

‘… En zag
Dat ik ook in dit leven hoor
Bij het grote geheel,
Bij de oorsprong van alle natuur
En dat ik elk uur
De rest van dit bewuste leven
Liefde ga zijn en liefde ga geven
Schoonheid ga zoeken
In alle gaten en hoeken …’

Zoals ik haar in korte tijd heb meegemaakt, is dit precies hoe zij in het leven stond.

(Bron citaat: Jochem Myjer.)

Ontspannen de operatiekamer in

Bij die binnenoogpretjes van vorige week heb ik jullie op het verkeerde been gezet. Een heerlijk droog stukje over een medische ingreep; zo werd het getypeerd. Wat ik er niet bij heb verteld, is dat ik ternauwernood een aanval van hyperventilatie heb onderdrukt. Beter gezegd: zelfs dat is niet gelukt. De hele behandeling duurde hooguit een minuut en ik heb de injectie met het gas in mijn oog niet eens gezien of gevoeld. Maar het idée, terwijl je volledig aan anderen mensen overgeleverd bent.

Dus toen ik gisteren weer voor controle in het ziekenhuis was, en bleek dat mijn oog toch moest worden geopereerd, en de oogarts meteen een opdracht tot reserveren gaf, en ik bij de balie te horen kreeg: ‘Er is misschien vanmiddag een plekje vrij, maar met zekerheid kunt u morgen om 8.30 uur worden geopereerd.’, toen voelde ik direct weer een paniekvlaag door mijn lichaam gaan. Zo een die acuut misselijk maakt. [Rustig blijven ademhalen nu. Kalm nou.] Ik zei: ‘Doe die van morgen maar.’

Ik ken mezelf, want ik heb al eerder een paar bijna-paniekaanvallen gehad. Een keer in Sevilla, toen ik dacht dat er een inbreker op het balkon van mijn hotelkamer stond. En een keer toen het water van de badkamer recht door het plafond van mijn woonkamer naar beneden kwam. De resterende voorvallen heb ik verdrongen, want in geen van die situaties reageerde ik adequaat. Dus God mocht weten wat ik zou doen als ik in de operatiekamer door een paniekaanval zou worden overmand.

Trouwens, zo’n oogarts wil liever ook geen gedoe. Die staat daar met zijn operatieteam klaar en dan doet een patiënt ineens raar. Maar om een narcose vraag je in tijden van corona ook niet zomaar. Daar zijn wachtlijsten voor. En ‘iedereen’ ondergaat zo’n operatie gewoon bij volle bewustzijn. Bovendien is het lopendebandwerk, dus waar maak je nou zo’n heisa van. Dat hield ik mezelf voor.

Van ellende heb ik een hele avond lang aan alle ontspanningsoefeningen gedacht, die ik ooit heb geleerd. Ogen sluiten, naar je ademhaling luisteren, je van je hele lichaam gewaar worden en alles goed vinden. Dus geen oordelen vellen. Maar op de operatietafel moet je je ogen juist open houden en als ik aan andere dingen denk, hou ik ze niet stil.

Daarna heb ik aan de meest ontspannen momenten in mijn leven gedacht. Op het strand van een tropisch eiland mijn haren wassen in een enorme regenbui. Op een warme rots liggen in een Australische rivier terwijl het lauwwarme water langs mijn lichaam stroomde. De ultieme stilte in de krater van de Pico del Teide, toen ik nog geen tinnitus had. Op een bankje genieten van de eerste warme voorjaarszon. De rustgevende muziekjes die je in elk zweverig toeristenwinkeltje op Bali hoort. Enzovoort. Maar daaraan denken in een operatiekamer hou ik nog geen drie seconden vol.

Daarna kwam er een andere gedachte in mij op. Want waarom zou je zo’n ingreep met hartkloppingen en gierende zenuwen moeten doorstaan? Daar bestaan toch kalmerende middelen voor. Half Nederland is aan de pijnstillers, kalmerende middelen, drugs en alcohol. Dan mag je bij uitzondering toch ook wel eens een pilletje slikken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb oxazepam gekregen en daarna werd ik al gauw kalm.

Echt, dat calvinistische gedoe is nergens goed voor. Bij de eerstvolgende oogoperatie vraag ik er weer om.