Omdenken: creatieve oplossingen bij tegenslag

Hoewel sommigen over hun nek gaan bij de term ‘omdenken’, vind ik het wel wat hebben. Omdenken is nu populair in de wereld van coaching. Je beziet hierbij een probleem als een feit en kijkt vervolgens naar nieuwe mogelijkheden. De klusser die mij overwegend goed heeft geholpen, geeft weinig blijk van creatief denken. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Punt. Misschien heeft dit te maken met zijn depressiviteit, of omgekeerd. Vergeleken bij hem ben ik wel een kei in omdenken. Het vorige logje bevat hiervan een voorbeeld. (Foto is mislukt, maak daar een aardig verhaaltje van.)

Maar het allermooiste voorbeeld van omdenken ever gaf punker Vyvyan al begin jaren tachtig, namelijk in de legendarische serie The Young Ones. Als ik mij het fragment goed herinner, gaat het als volgt.

Vyvyan wil tv kijken, maar het stopcontact zit te ver weg. Hij probeert uit alle macht de stekker in het stopcontact te krijgen. Tevergeefs. Dus wat doet Vyvyan? Stampend en tierend dendert hij op zijn soldatenkisten de voordeur uit. Om even later terug te keren met een bulldozer, waarmee hij de voortuin platwalst en de hele buitenmuur met stopcontact en al een meter dichter naar de tv toe rijdt.

Briljant.

Taalkunde in Gelderland

De caissière achter de pas geopende kassa ziet dat het poortje de doorgang nog verspert. Verschrikt zegt ze dat ze vergeten is het te ontgrendelen. Ze drukt op een knopje en vraagt of ik het poortje wil ‘opbeuren’. Opbeuren? Dat woord ken ik alleen in de betekenis van ‘opvrolijken’ of ‘troosten’. Bijvoorbeeld wanneer iemand verdrietig is of pech heeft gehad. Ze maakt er een gebaar bij, zodat ik haar begrijp. Daarom til ik het poortje een stukje op, waarna het open gaat.

Vier jaar na de verhuizing van Zuid-Holland naar Gelderland hoor ik nog regelmatig nieuwe uitdrukkingen. Nieuw althans voor mij. Het inburgeren gaat overigens voorspoedig. Onlangs betrapte ik mezelf op de gedachte dat ik de voordeur moest ‘losmaken’. Alsof hij klemde of vast zat. Dit zou ik in Leiden nooit zo hebben gedacht. De deur zat namelijk gewoon op slot en moest ‘van het slot af worden gehaald’.

Het zal nog wel een paar jaar duren, maar dan weet ik op Gelders taalgebied echt alles van de hoed en de rand.

de rand van de geschubde parasolzwam

Welke typisch Gelderse uitdrukkingen (als ik het zo mag noemen) ken jij?

Een wolk van een drakenkop

drakenkop als wolk

Wolken fascineren mij. Ze verschijnen in allerlei soorten en kunnen de wonderlijkste vormen aannemen. Neem nu de wolk op bovenstaande foto. Dit is toch precies een drakenkop? Vaak zien wolken er lief en zacht uit. Denk aan schapenwolkjes. Maar soms veranderen ze in dreigende monsters, zoals bij naderend onweer. Ik mag graag kijken naar bijzondere wolken.

In Engeland bestaat een heuse Cloud Appreciation Society. Dit gezelschap houdt zelfs een ‘Cloud of the Month’-verkiezing. Laat dat maar aan de Britten over. Misschien ga ik wel meedoen. Het is weer eens wat anders dan de weerfoto voor het NOS journaal.

Meer wolkenluchten zien?

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Nu weten jullie ook hoe het voelt

Hittegolf Perth Australië 1988

In 1989 was ik na een reis van anderhalf jaar net terug in Nederland. Onderweg naar mijn zus zag ik toevallig haar schoonvader staan. Hij was al wat ouder en kwam zelden verder dan de naburige stad, voor zover ik mij herinner. Bijvoorbeeld voor een bezoek aan de veemarkt. Ik liep over het polderweggetje waarlangs zijn boerderij stond. Hij wachtte op de brug over de sloot naar zijn land.

‘Dus je bent er weer?’, vroeg hij ter begroeting. Of eigenlijk was het een constatering. Anderhalf jaar samengevat in een enkel zinnetje.

Hoe het was geweest, in al die landen op drie continenten? Ik had het hem kunnen vertellen en uitleggen. Maar vermoedelijk had hij zich er weinig bij kunnen voorstellen. Mijn interesses en reiservaringen stonden zo ver af van zijn leefwereld. En dat gold voor meer mensen.

Op reis heb ik tevergeefs geprobeerd om aan het thuisfront uit te leggen hoe een echte hittegolf aanvoelt. Een monsterhittegolf, wel te verstaan. Eentje waarbij het iedere dag 40 tot 42 graden Celsius is en ’s nachts niet kouder wordt dan 25 graden. Die hittegolf hield zes weken lang aan. Het was in Perth, West-Australië. Ik geloof niet dat ze mij toen helemaal begrepen, mijn familie en vrienden. Maar nu hebben zij ook een idee van hoe verzengende hitte voelt.

Misschien trek ik maandag weer een wollen trui aan, als de thermometer overdag blijft steken op 20 graden. Dat deed ik ook in 1988. Want na die zes weken voelde 20 graden ineens behoorlijk koud aan.

We vullen het zelf in

Horen we wel wat een ander zegt? Begrijpen we wat we lezen? Zien we het goed? Of vormen we zelf woorden en beelden bij wat we registreren? We hebben nogal de neiging om de gedachten en bedoelingen van een ander in te vullen. Twee praktijkvoorbeelden uit mijn leven deze week:

  1. In een berichtje doe ik navraag bij iemand die mij een bouwvakker heeft aanbevolen. Ik wil weten hoe de communicatie tussen hen is verlopen. Daarin schrijf ik over mijn eigen ervaring met die bouwvakker: ‘Sindsdien is het zeer lastig gebleken om een definitieve afspraak met hem te maken.’ Zij schrijft daarop in haar reactie: ‘Het is heel vreemd dat je hem niet te pakken krijgt.’
    Maar dát heb ik niet geschreven. Ik krijg hem wel vlot te spreken en hij beantwoordt ook mijn mailtjes. Alleen: het maken van die afspraak lukte maandenlang bijna niet, omdat hij dat afhield.
  2. Iemand reageert enthousiast op mijn familiewebsite. Die gaat specifiek over mijn voorouders. Zij schrijft dat er binnen haar familie (een verre zijtak) oude foto’s zijn en dat een oom meer kan vertellen. Ik antwoord met: ‘Ik ben natuurlijk benieuwd naar de oude foto’s van de familie. Waar ik ook altijd nieuwsgierig naar ben, zijn verhalen over vroeger.’ Waarop zij mij verrast met: ‘Ik heb met mijn oom overlegd en hij vindt het prima dat er foto’s van de familie en de danszaal op de site geplaatst gaan worden.’
    Pardon? Ik had nog met geen woord gerept over plaatsing op de website.

Op Raam Open doe ik evenzeer aan invulling. In Hij denkt dit en zij denkt dat heb ik de gedachten van de bouwvakker geconstrueerd. Die gedachten zijn echt, maar wel samengesteld. Dat heb ik gedaan op basis van mijn ervaringen met drie verschillende mannen. Circa 80% komt van de betreffende man zelf, 10% komt van een andere bouwvakker en 10% komt van mijn buurman. Ik bewaar een aparte versie met aantekeningen van het gesprek met deze bouwvakker. Anders zou ik zomaar kunnen gaan geloven in de versie op Raam Open.

Cao’s en al die andere rotzooi

Vlakbij het bos komt ze mij wandelend tegemoet. Een vrouw met een grote, bazige middelbruine hond. Zelf draagt ze kniehoge leren laarzen over haar pantalon. Ze matchen qua kleur; de hond en de laarzen. De vrouw spreekt geaffecteerd. Type golfclub, Rotary misschien. Haar stem heeft het volume van een misthoorn. Ze praat in haar eentje. Oh nee, ze heeft een smartphone.

Het woord ‘uitzendbureaus’ valt en ik spits mijn oren. Ze lijkt mij niet het type dat werk zoekt via een uitzendbureau. En inderdaad. ‘Het is zo een gedoe’, gaat ze verder, ‘met cao’s en al die andere rotzooi. ‘Ik wil ervan af’, heb ik tegen Ronald gezegd.’

Ronald zal het wel weer moeten opknappen, vermoed ik. Deze mevrouw houdt zich niet bezig met wetjes en personeel. Zij geeft enkel orders.

Ik vergeet het soms, wanneer ik genietend van mijn lommerrijke omgeving rondwandel. Dat er in die mooie kapitale villa’s hier zeer onaangename mensen kunnen wonen. Het geld moet tenslotte ergens vandaan komen.

Zijn we al emotioneel volwassen?

Het valt mij op hoe sommige volwassenen zich als kinderen kunnen gedragen. Typerende kenmerken zijn: geen verantwoordelijkheid willen nemen, egocentrisme en weinig relativeringsvermogen. Al tijden zoek ik naar verklaringen en nu wijst Henk50 op een prachtig begrip: ego-transcendentie.

Volwassenheid houdt in dat je jezelf en je eigen belang kan overstijgen. Als je dat stadium bereikt, bereik je wijsheid. Henk wijst op Judith Viorst, een psychoanalytica die meent dat veel ouderen daarin niet slagen. ‘Ze kunnen vervelend, praatziek, egocentrisch en klaagziek zijn. De wereld draait om hen.’ Maar: ‘Tegelijkertijd kunnen mensen ook veranderen.’, schrijft hij. En dat is waar het mij hier om gaat.

Praat je over ouderen, dan denk ik aan de generatie van mijn vader en moeder. Geboren in de jaren dertig of veertig hebben ze wel of niet bewust de oorlog meegemaakt. Daarna volgden de wederopbouw en de bekrompen jaren vijftig, de revolutionaire jaren zestig en de alternatieve jaren zeventig. In de jaren tachtig werd het bestaan geleidelijk aan zakelijker. De rest is bekend.

Je kan je afvragen hoe de huidige ouderen zijn opgevoed. Want de gezinnen waren groot, sociale zekerheid ontbrak en het leven was hard. Dat doet iets met mensen. En in hun jeugd was er nog weinig wetenschappelijke kennis van pedagogie. Hoe anders is dat nu. Zelfs al maakt een kind geen goede start, dan is er psychosociale begeleiding voorhanden.

Er komen er nu relatief veel boeken op de markt van veertigers en vijftigers die ‘afrekenen’ met hun ouders. Mijn generatie heeft kennelijk iets te verwerken. Niet alles is goed gegaan en daarvan zijn we ons zeer bewust. Want we zien wat opvoeding tegenwoordig inhoudt. Een aantal van ons heeft wel anders meegemaakt. Menige ondermijnende gedachte en blokkade valt rechtstreeks te herleiden naar onze jeugdjaren.

Bij de oudere generatie zullen vast ook de nodige ondermijnende gedachten leven en blokkades bestaan. Alleen was het rond hun vijftigste minder gebruikelijk om naar een coach of psycholoog te gaan. Hoger opgeleiden deden dat misschien. Maar de rest? Die vond waarschijnlijk dat je je niet moest aanstellen. Ze zijn wel flink geweest, maar hebben minder aandacht besteed aan hun persoonlijke ontwikkeling. Hierdoor kan het gebeuren dat ouderen zogezegd vervelend worden en verzuren.

Volgens mijn buurman (die van de rioolperikelen) is mijn roodbladige boom ‘maar lelijk, want er komen geen bloemen in.’ Zijn vrouw had een voorkeur voor bloemen en hij baalt dat ik een andere boom heb gekapt. Ligt het aan zijn beperkte mentale blikveld, of ligt het aan zijn gezichtsvermogen? Ik zou toch zweren dat dit hierboven bloemetjes zijn.

Voor hem komt ‘De kracht van kwetsbaarheid’ van Brené Brown wellicht te laat. Maar andere volwassenen fleuren misschien nog op als ze een spelletje Omdenken doen.