Een administratie vol herinneringen

Een regenachtige dag is ideaal om de inkomstenbelastingaangifte in te vullen. Dankzij die aangifte houden we vaste rituelen in stand. Namelijk: de balans opmaken van het voorgaande jaar en nog één keer oude jaargangen van de administratie doorbladeren. Voor de privé-administratie is de bewaartermijn vijf jaar en voor bedrijfsadministraties zeven. Daardoor raakte ik diep verzonken in retrospectieve gedachten over 2018, 2013 en 2011.

Administraties opschonen vind ik het leukste onderdeel van financieel-administratief werk. Al bladerend gaat er op papier een hele geschiedenis door je handen. Je vindt data terug van evenementen, foto’s van producten, en namen van mensen met wie je hebt samengewerkt. Je ziet welke successen je hebt behaald (en welke acties je liever snel vergeet). Wat mij bij het herlezen van oude stukken opvalt, is hoe druk we ons kunnen maken om details. Ze dienden ooit een doel, maar waren achteraf gezien nauwelijks van betekenis. Opschonen relativeert.

Ook hou ik van zaken afronden. Dat gebeurt vanzelf wanneer je de belastingaangifte invult. Het is weinig meer dan een overzicht van inkomsten en uitgaven, van bezittingen en schulden. Qua handeling vergelijkbaar met het opmaken van de balans. Vandaag was ik binnen een half uur klaar. Geen inkomen hebben, heeft zo zijn voordelen, dat blijkt maar weer.

Over bladeren gesproken: die hierboven is van een Amerikaanse eik.

Brokstukken van een burn-out (2)

‘En toen, maakte je keuzes (of werden ze gemaakt) waardoor het beter werd voor jou? Wat was daarin het belangrijkste, ander werk, andere omgeving?’, vraagt Petronella onder het voorgaande logje over de brokstukken van een burn-out. (Bedankt hiervoor.) Jouw reactie komt binnen wanneer ik besef dat het laatste woord nog niet is gezegd. Want er zijn positieve en negatieve gevolgen: financieel en mentaal, voor mijn relaties, carrière en persoonlijke perspectieven. Al moet ik zelfs nu, tien jaar later, nog afwachten waar de nasleep van die burn-out uiteindelijk toe zal leiden.

Dat het inderdaad een burn-out was, is nu wel aannemelijk. In mijn geval waren de klachten direct gerelateerd aan een werksituatie vol stressfactoren. Dan lijkt de oplossing eenvoudig. Een andere functie binnen de organisatie of baan daarbuiten zoeken en weer fris verder. Want aan die stressfactoren zelf viel weinig te doen. Maar een alternatieve interne functie was niet aan de orde. En vooraf was duidelijk dat elders een baan vinden, ook heel lastig zou worden.

Mijn leeftijd en ongebruikelijke loopbaan, de crisis en de weinige vacatures binnen de sector speelden rond 2009 elk een rol. Daardoor kwam ik voor het blok te staan. Want ziek melden was geen optie. Dan had ik een zwaar frustrerend traject in gemoeten, waaraan de gedachte alleen al mij alle energie ontnam. Over de vervolgstappen heb ik zwijgplicht.

Een eigen bedrijf, waarmee ik naast mijn baan al was gestart, is niet goed van de grond gekomen. Later, toen ik na diverse tijdelijke contracten tussen alle regels in viel en geen enkel inkomen meer had, kwam de twijfel. Had ik mij toch gewoon ziek moeten melden? Dat doet tenslotte iedereen. Was ik dan beter af geweest? Op de praktische consequenties schrijf ik een beschouwing in een volgend log.

Persoonlijk vind ik de vraag of je blijvende klachten aan een burn-out overhoudt belangrijk. Wat doet het mentaal met je? En met je lichaam: hoeveel langdurige spanning door negatieve stress kan dat aan?

Volgens arbeids- en organisatiepsycholoog Wilmar Schaufeli zijn werk gerelateerde stressklachten ‘een van de belangrijkste redenen waarom mensen door het UWV worden afgekeurd.’* Hieruit blijkt al dat je jarenlang uitgerangeerd kan blijven. Periodiek krijgen uitkeringsgerechtigden een herkeuring. Dan kan een verzekeringsarts een eerdere afkeuring herzien of verlengen. Na een burn-out kan je ook gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden verklaard. Daarna verricht je met een gedeeltelijke uitkering aangepast werk of maak je minder uren. Toch zijn er evengoed mensen die er weer helemaal bovenop komen.

Wat ik bij mezelf leek te bespeuren, was dat ik achteraf mentaal minder aan kon, in allerlei opzichten. Eenmaal weg bij die organisatie zocht ik naar ander werk. Thuis ebden de spanning en de stress grotendeels weg. En daarmee verdwenen de fysieke klachten ook al snel. Maar er hoefde maar dít te gebeuren of de spanning kwam in volle omvang terug. Het minste bracht mij al uit balans en zorgde voor stress.

Terwijl ik vroeger redelijk nonchalant telefonisch naar een vacature kon informeren [gewoon even inbeelden dat je het kan], schoot ik nu bij voorbaat al compleet in een kramp. Het idee dat er weer iets van mij werd verwacht. Dat ik moest presteren. Dat mijn stem helder moest klinken. Dat ik geen enkele fout mocht maken. Dat ik moest voldoen aan het beeld dat men had van een ideale kandidaat. Whatever dat beeld ook was. Ik ging er zowat van hyperventileren. Of eigenlijk deed ik dat al.

Faalangst, echt verlammende faalangst. Terwijl ik dacht dat ik daar toch aardig overheen was. Maar er zat inmiddels een nieuwe generatie aan de andere kant van de lijn. Ineens waren de taal en voorwaarden op de arbeidsmarkt gewijzigd. Zomaar, terwijl ik even met wat andere zaken bezig was geweest. Alsof heel mijn CV plotseling waardeloos was.

Het leek ook wel alsof de prikkels van buitenaf heftiger binnenkwamen. En het leven in een studentenstad midden in de Randstad is woelig. Ik had behoefte aan echte stilte, en die was nergens meer te vinden. Zodra ik buiten kwam, ontstond er een sluimerend gevoel van onrust. Alsof je permanent alert moet zijn. Het vermoeide mij steeds meer. Daarom ben ik later verhuisd naar een dorp in een andere provincie.

Toen ik weer tijdelijk werk kreeg, bespeurde ik een ander opvallend verschil met voorheen. Want waar ik gaandeweg had geleerd om soepel met ad-hoc situaties om te gaan, leken mijn improvisatievermogen en flexibiliteit ineens deels verdwenen. Was er tijdens die burn-out iets beschadigd geraakt? Was mentaal de rek eruit? Kon ik niet langer snel genoeg denken? Waar waren mijn mentale elasticiteit en wendbaarheid gebleven?

Nu heb ik onder normale omstandigheden nergens last van. Zet mij in een hoekje, laat mij zelfstandig onderzoek doen, websites bijhouden, gegevens ordenen of teksten schrijven en alles loopt op rolletjes. Om informatie te vergaren bel ik zonder schroom met Jan en alleman. Maar zodra ik te veel druk ervaar of met complexe vragen worstel, duiken de symptomen weer op. Hoofdpijn, moeilijk in slaap komen. Tot op zekere hoogte leer je met mentale druk omgaan. Bijvoorbeeld door tijd te winnen om na te denken.

Toch heb ik uiteindelijk iets van mijn veerkracht verloren. Er valt nog wel wat aan te doen via bewuste keuzes, ontspanning en mindfulness. Maar heb je eenmaal een burn-out gehad, dan ben je vatbaarder voor een volgende. Dat is een gegeven. Daarom valt voor mij nu een aantal hectische functies af die ik eerder wel aan kon. Wordt er met reden ‘stressbestendig’ of ‘tien ballen tegelijk in de lucht houden’ vermeld in een vacature, dan pas ik. Want das war einmal. En ik moet er niet meer aan denken ook.

Voor * zie Ianthe Sahadat en Margreet Vermeulen, beschouwing Opgebrand, de Volkskrant, Sir Edmund, 5 januari 2019.

Klamp je vast aan dat laatste restje privacy

Verwacht van mij geen zinnige afweging over die sleepwet. We weten dat we onze privacy sowieso gaan verliezen. En we geven nu al zo veel over onszelf prijs, bewust of onbewust. Ik vertrouw de bedoelingen van onze overheid nog wel. Maar ons land is gewoon een speelbal, afhankelijk als we zijn van het buitenland in economisch en militair opzicht. Waar doe je als inwoner dan goed aan? Laten we in elk geval de analoge alternatieven voor het digitale leven beschermen.

  1. Geld. Natuurlijk is het oh zo handig om even een boodschap te pinnen. Maar via een bankrekening kan men ons hele leven natrekken. Er kan altijd iets zijn wat een ander niet hoeft te weten. Ook legaal. Daarom is en blijft contant geld handig, overal.
  2. Reizen van A naar B. Op snelwegen hangen om de zoveel meter camera’s die elke auto registreren. Via een OV Chipkaart kan men onze reispatronen achterhalen. En op straat worden alle bewegingen van fietsers en voetgangers geregistreerd. Toch wil ik ook weleens onopgemerkt blijven. Dan laat ik mijn smartphone thuis. En de locatie daarop staat zelden aan.
  3. Wat we lezen. Google weet vast al beter dan de huisarts waar mijn pijntje vandaan komt. Want Google houdt bij op welke klachten ik zoek. Ook weet Google precies welke artikelen ik volledig lees en hoe vaak ik een pagina bezoek. Daarom is het belangrijk dat kranten, tijdschriften en bibliotheken overeind blijven. Want niemand ziet dan waar onze speciale interesse naar uit gaat.
  4. Wat we vinden. Vraag mij niet waarom ik vertrouwen heb in WordPress. Maar als blogger bepaal ik weloverwogen wat ik hier plaats. Bij opvattingen over dubieuze landen of presidenten vergeet ik nooit dat mijn IP-adres traceerbaar is. Dus bewaar ik de ongezouten versie voor vrienden in een persoonlijk gesprek.
  5. Wat we doen. Facebook, WhatsApp, Twitter, Instagram. Dump die zooi. Bel iemand gewoon op of stuur een kaartje. Verspreid via internet alleen neutrale berichtjes met neutrale foto’s. Voeg er desgewenst wat ruis aan toe.
    Dat deed ik ook bij een veel te nieuwsgierige collega. Zij wilde elke maandag alles weten over mijn weekend. Dan vertelde ik dat ik naar het stadsarchief was geweest. En weidde tot in de kleinste details uit over wat ik daar had gedaan (genealogisch onderzoek). Dit tot haar grote frustratie, want zij vond dat utterly boring. Gegarandeerd verloor ze dan interesse in de rest van mijn verhaal. (Wat het smeuïgste deel was, uiteraard.)
  6. Met wie we omgaan. Zie ook punt 5. Wees zeer selectief in al je contacten via social media. Je weet nooit of je zelf ooit verdacht wordt door andermans acties en opvattingen. Ik ga daar ver in. Nieuwe volgers met in mijn ogen dubieuze of foute blogs koppel ik direct los. En als ik volgers buiten internet ken, is dat op dit blog nauwelijks zichtbaar.

Overigens is analoog ook niet alles. Vandaag moest ik het restafval aan de straat zetten. Het duurt maanden om mijn bak te vullen. Drie volle vuilniszakken passen erin. Via alle troep kan een geïnteresseerde een kwartaal uit mijn leven reconstrueren. Bovendien is maart de maand van de belastingaangifte. Hoe velen van ons hebben gelijk opgeruimd en stapels oude documenten weggedaan? Printjes van bankrekeningen, nota’s van medisch specialisten, salarisspecificaties, reiskosten overzichten, lijstjes van giften. Zaken die een ander niets aangaan. Intussen staat die afvalbak wel op een plek waar ik geen zicht op heb.

Ach, vroeger riepen we het al: ‘ze mogen alles van me weten, als ze maar niet van me eten.’

Nou, dat begint al goed

Het is het weer zover. Ik kan bijna niet in slaap komen. Dat gebeurt vaker wanneer mijn arme hersentjes meer moeten verwerken dan ze in de tijdspanne van een dag aankunnen. En ik dacht gisteren nog wel: ‘Laat ik eens goed beginnen. Eerst de administratie van mijn eenmanszaak bijwerken en dan gelijk de aangifte omzetbelasting invullen. Als kleine ondernemer kom ik vast wel in aanmerking voor de korting.’

Want ik had een bescheiden omzet. De eerste drie kwartalen stelden weinig voor. En die opdracht afgelopen najaar vergde ook slechts twintig uur per week. Dus zou ik echt niet tot de groten der aarde op belastinggebied horen. Die kleineondernemersregeling zag ik al helemaal voor me. Grapje van mijn onbetrouwbare hersenen.

Want de omzet in het vierde kwartaal was wel de moeite waard. Het begint een rode draad in mijn leven te worden: net te jong, net te oud, net te weinig, net te veel. Dit jaar zal ik beter opletten, anders zit ik straks weer een week lang uitsluitend voor de belastingdienst te werken. Ik ben er een beetje onpasselijk van.

Verder lekt het zolderraam sinds de laatste sneeuwval en er spelen nog wat zaken. Toch loopt het volgens dit oudje allemaal wel los: Wijsheid komt echt met de jaren.

Ach, als ik Raam Open toch niet had …

Sprokkelen – alle beetjes helpen

Gisteren had ik meerdere financiële meevallers. Nou ja, meevallertjes. Met een inkomen van € 0 per maand kijk je vanzelf wel anders naar geld. Daarom was ik in mijn nopjes met de ‘opbrengst van de dag’.

img_4048‘s Morgens benutte ik eerst een bon voor gratis koffie op Utrecht CS. Normaal kost cappuccino ongeveer € 2.
Vervolgens heb ik vijf NS-kaarten bij Kruitvat ingeslagen. Dat betekent op een ritje naar mijn ouders een besparing van € 7 per keer. Samen € 35.
Tijdens de optocht kreeg ik het Leidsch Dagblad aangereikt. Prijs € 2.
Weer terug op Utrecht CS draalde ik door de stationshal in afwachting van de volgende trein. En zag drie splinternieuwe glossy woontijdschriften liggen in een Metro-krantenbak. Ze waren vast gedropt door iemand die van de woonbeurs kwam. Dat stapeltje kost circa  € 20.
Zo was het snel € 59 verdienen in Leiden en op Utrecht Centraal.

Ik was trouwens bijna postbezorger geworden. Maar dit jaar loont bijverdienen nauwelijks vanwege consequenties voor de inkomstenbelasting en toeslagen. Door het eerder verdiende salaris overschrijd ik dan weer een grens. Dat werd vandaag duidelijk na een gesprek. Jammer, want ze zitten hier te springen om bezorgers en ik vind het best leuk werk.

Wennen aan een lager budget

Sinds het einde van mijn vaste-banen-tijdperk ben ik gewend geraakt aan een lager budget. Vanaf 2009 liepen mijn inkomsten terug met zo’n 40%. Zoiets heeft invloed op je bestedingen. En gelukkig viel mij dat best mee. Voorheen ging ik drie tot vier keer per jaar op vakantie. Nu ben ik met een lang weekend Terschelling ook heel tevreden. Opvallend genoeg heeft juist een vriendin er moeite mee.

Wij leerden elkaar kennen in een periode waarin mijn salaris geleidelijk steeg. Er was een inkomensverschil tussen ons (zij manager, ik medewerker), maar qua vakanties gingen wij gelijk op. Lang weekend hardcore shoppen in Istanbul? Count me in. Weekje Dubai? Tuurlijk, ik wilde mee.

Als exponent van de Randstedelijke yuppen scene is het bij haar al jaren feest. Vaak ontbijt ze in een koffietent, waar een bakkie al gauw vier euro kost. Lunchpakketjes van huis neemt zij nooit mee. En zeker viermaal per week eet ze in een restaurant. Zoals heel veel collega’s en mensen in haar vriendenkring. Toch reisde zij ooit low budget.

Voorheen combineerden we menig etentje met museumbezoek, film of concert. Altijd leuk. Op zo’n avond gaf ik regelmatig honderd euro uit. Ik beperkte die uitjes met haar tot twee per maand, aangezien ik ook nog met anderen op stap ging. Dat was toch best bescheiden.

In de nasleep van de reorganisatie, jaren geleden alweer, veranderde er iets. De prestatiedruk, complexiteit en hectiek van beter betaalde functies gingen mij steeds meer tegenstaan. En de luxe hoefde ook steeds minder. Ik wilde zelfs niet meer naar Azië voor een vakantie. Toen ik dát ontdekte, dacht ik werkelijk dat ik depressief was. Liever dan haastig rondtoeren in een ver land, trok ik echter de natuur in voor een wandeling. Gewoon in Nederland. Ontspannen in alle rust en eenvoud.

Na herhaalde vergeefse pogingen om mij tot vakanties, salsalessen en uitstapjes te verleiden, is de boodschap nu doorgedrongen. Gelukkig wil zij ook wandelen. Daarin vinden we elkaar nog steeds terug. Maar dat ik vanwege een inkomen op bijstandsniveau daarna liever niet in een yuppentent eet, gaat er bij haar nauwelijks in.

Kort na kerstmis in Den Bosch

Zouden veel mensen opgelucht zijn na de kerstdagen? Volgens onderzoek zijn onze verwachtingen elk jaar te hoog gespannen. Je moet samen genieten en het moet gezellig zijn. Ik vier kerst in vier verschillende gezelschappen. Niemand staat stil bij de oorsprong van het feest, behalve een vijftiger misschien. Maar dan, kort daarna in Den Bosch.

Plataan Den BoschOchtend, twee dagen na kerst. Pasteltinten en parelmoer weerspiegelen elkaar in lucht en water zodra de zon opkomt. Het zal een stralende dag worden in gemoedelijk gezelschap. Een stil besneeuwd rivierlandschap. De plataan op het stadsbolwerk is behangen met ijsballetjes. Hij waakt over schilderachtig terrein. Knoestige zwarte knotwilgen op een deken van glinsterend wit.

Later, weer terug in de stad. Een magistrale kathedraal uit de oude wereld met talloze bogen en fabeldieren. Jeroen Bosch. Aan de voet een winters besneeuwd plein met koorgezang en glühwein. Mensen drommen samen rond een kerstboom vol gedichten en foto’s van dierbaren. Hier in katholiek Brabant gebeurt iets wat mijn ideale kerst zeer dicht benadert.