Op weg naar het derde ondernemerschap

Komend jaar ga ik direct als ondernemer van start. Dat wordt dan poging nummer drie. Zelf moet ik nog een beetje wennen aan dit idee. Voor mensen in mijn omgeving valt deze stap compleet uit de lucht. Voor mijzelf eigenlijk ook. Ik denk dat niemand ooit zo snel tot een dergelijk besluit gekomen is. De officiële inschrijving vindt eerder plaats dan het opstellen van een ondernemingsplan. Maar daarmee heb ik dus ervaring. Deze keer is een half A4-tje genoeg. Mijn huidige verwachtingen zijn realistischer dan ooit.

Deze stap komt voort uit recente ontwikkelingen rond mijn project. Dat project begon met een foto, gevolgd door een onderzoek en een idee voor een boek. Toen het schrijven niet wilde vlotten, ben ik overgestapt op publicatie van een serie webartikelen. En dat verloopt al maanden prima.

Met de website ontstond de mogelijkheid om mijn onderzoeksthema te benaderen als een maatschappelijk project. De website kon onder meer gaan fungeren als kennis- en netwerkcentrum. Ik wilde en wil nog steeds dat alle informatie voor een breed publiek toegankelijk wordt. Daarom ging ik op zoek naar subsidie, met de website als concreet voorbeeld van wat mij voor ogen stond.

Als particulier maak ik bij fondsen echter geen kans. Een stichting optuigen wil ik evenmin. Dit is een eenpersoonsproject; het werk verdelen heeft geen zin. Zo verkeerde ik maandenlang in dubio. Het schrijfproces verliep steeds beter, maar een oproep tot sponsoring tussendoor leverde niets op.

Omdat financiering ontbrak, had ik nog weinig ruchtbaarheid gegeven aan de website. Wel waren meerdere historische kringen op de hoogte van mijn onderzoek. Ik had ze benaderd voor informatie en foto’s. En met enkele nabestaanden van voormalige dwangarbeiders had ik eveneens contact. Dit bracht meteen weer nieuwe vraagstukken en uitdagingen met zich mee. Zo wilden vier van de zes benaderde verenigingen artikelen van mij publiceren. Zonder vergoeding voor mij.

Eind vorige maand stonden er al 300 pagina’s met mijn onderzoeksresultaat op de site. Juist dat werd steeds meer een prangend probleem. Want iedereen kon zo alles vinden wat ik na twee jaar onderzoek en schrijfwerk keurig in verhaalvorm had gepresenteerd. Wilde ik dat te gelde maken, op welke manier dan ook, dan moest dat er zo snel mogelijk af. Wat mij weer in een andere spagaat bracht. Want ik had meerdere bronnen mijn oorspronkelijke insteek voorgehouden: dat alles voor iedereen toegankelijk zou worden. Zoals dat hoort bij een maatschappelijk informatief project.

Dus daar zat ik, met diepe frustraties over het gebrek aan financiering en een vraag als een gordiaanse knoop over hoe het nu toch verder moest.

Maar à la The life of Pi zorgde een gesprek met iemand die te veel van mij vroeg ervoor dat alles in een stroomversnelling kwam. Soms kan iemand die jou niet helpt, je beste coach en raadgever zijn.

De noodzaak en luxe van rebellie

Waarom wordt iemand een rebel of dwarsdenker en hoe wenselijk is dat voor de persoon zelf? De Boekenweek staat dit jaar in het teken van rebelse schrijvers. Zij hebben het lef om taboes te doorbreken en tegen de stroom in te gaan. Dat gaat verder dan woorden alleen. Ze leven naar de keuzes die ze maken. Hierdoor staat er voor hen persoonlijk iets op het spel. Voor rebellie hoef je overigens niet meteen de barricades op te gaan. Je kan het ook bescheiden aanpakken.

Rebels word je uit noodzaak, omdat je niet anders kan. Omdat je trouw moet blijven aan jezelf en aan je overtuigingen. Vermoedelijk zegt geen enkele rebel: ‘Kom, laten we vandaag eens rebel worden.’ Er kan een acute aanleiding zijn. Vaker gaat er een geleidelijk proces aan vooraf van bewustwording, groeiend ongemak en/of verontwaardiging. Rebellie draait om de essentiële zaken waar je pal voor staat. Zoals zeggenschap over je eigen leven, maar ook de leefbaarheid van onze planeet.

Rebelsheid ontstaat binnen relaties, en breder zodra je afwijkt van algemeen heersende opvattingen. Machthebbers rebelleren zelden in eigen land, want daar bepalen zij zelf de regels. Dan heet het visie en beleid.

Vanwege de consequenties is het bepaald lastig om rebel te zijn. In het gunstigste geval vervreemd je van enkele mensen om je heen. In het ergste geval bekoop je het met de dood en breng je je familie in gevaar. Binnen een dictatuur zou ik niet gauw de held gaan uithangen. Daarmee vergeleken lijkt rebellie in ons land op kinderspel.

Lijkt. Want steeds wanneer ik denk dat hier onderhand alles mogelijk is, blijkt dat toch anders te liggen. Zelfs onschuldig ogende keuzes en situaties zijn zonder meer confronterend voor sommige mensen om mij heen.

Zeg het volgende maar eens hardop:

  • ‘Eerlijk gezegd wandel ik hier in de natuur liever een poosje in stilte. Ja, ook al is dit een groepswandeling. We kunnen straks bij de horeca wel verder praten.’
  • [Impliciet.] ‘Ik wil uitsluitend parttime werken. Maximaal anderhalve dag per week. Ik leef super low-budget en heb voorlopig voldoende.’
  • [Expliciet.] ‘Heb je eenmaal een basis opgebouwd, zoals jij hebt gedaan, dan heb je heel weinig nodig om aangenaam te kunnen leven. Dus waarom werk je nog zo veel als je dat zo zat bent?’
  • ‘Ik vind dat Nederland veel te vol is met mensen en bedrijven, en wil dat we een flinke rem zetten op de bevolkingsgroei en de alles bepalende economie.’ [Oh yes, bepaalde mensen kunnen mijn bloed wel drinken.]
  • [Na een projectoverleg met carrière makende topverdieners in Den Haag, waar ik als zzp-er tijdelijk bij betrokken was:] ‘Nee, voor vanmiddag heb ik geen andere afspraak staan. Maar ik zie dat het zonnetje lekker schijnt. Daarom ga ik nu mooi even naar Scheveningen toe voor een strandwandeling.’

Terug naar de filosofie achter rebellie. Onlangs sprak ik een familielid over typerende ervaringen. We kwamen tot de conclusie dat andere mensen ons vaak harder nodig hebben dan wij hen. Rebellie is een noodzaak … en een luxe.