Pleidooi voor diversiteit in kleding

Bij een concert of voetbalwedstrijd herken je je mede-fans direct aan hun kleding. Dit schept een band. Reageerde een wandelgenoot daarom zo afgunstig op een processie van de Orde van Malta? Want ‘daar loopt veel geld voorbij’, meende zij. Ik geniet altijd van eeuwenoud ceremonieel vertoon. Ook hou ik wel van diversiteit. Wij hebben wereldwijd al zo veel moois verruïneerd met onze overheersende westerse kledingstijl.

We houden toch van variatie. Als de temperatuur flink schommelt, kan je fijn van kleding wisselen. Wordt het warm, dan voelt een luchtig jurkje of korte broek koel aan. Daalt het kwik, dan zitten laarzen en een wollen trui weer comfortabel. En moet je op pad voor een lastige opdracht, dan kan een strak jasje geborgenheid simuleren. Want in een stevig omhulsel voel je je veilig. Dat wisten ze al in de middeleeuwen. Wellicht gaat dit gevoel terug tot de baarmoeder.

Die ervaring van geborgenheid zoeken we ook binnen groepen. Met kleding en symbolen onderstrepen we onze eenheid. Ik ben opgegroeid met de Taptoe en de optocht tijdens 3 oktober. Dan paraderen tal van groepen in uniform met vaandels voorbij. In Leiden is dit een relatief onschuldig fenomeen met een lange traditie. Dus hoort groepskleding erbij. De zwarte mantels van de Orde van Malta lijken weer op die van hoogleraren van de universiteit. Hun statige processie met zwarte capes en groot kruis als symbool wekken zodoende vertrouwen. Al gaat de wereld ten onder door Trump; deze orde houdt stand. (Hoewel?)

Slechts vijftig jaar geleden liepen overal nog mensen in traditionele klederdracht. Denk aan Turkije en Oost-Europa op het platteland. Of denk aan grote delen van Azië en het Midden-Oosten. Voor traditionele gewaden moet je nu snel in India en omstreken rondkijken. Zal ook daar die kledingstijl op termijn voor de westerse wijken?

Bijna wekelijks ga ik met de bus naar Wageningen. Dan stapt er vaak een Aziatische vrouw in die Nederlandse les volgt. Ze is vrij stevig. Haar lichaam puilt weinig flatteus door haar goedkope westerse kleding heen. Maar onlangs, op een snikhete dag, droeg ze iets traditioneels. Een prachtige bloedrode sari met dito shirtje vol gouden glitters. Ineens zag ze er super elegant uit. Ach, wat zou ons straatbeeld toch boeiend worden als we qua kleding allemaal naar onze roots teruggaan.

De Leidse collectie

Na het veel te lange logje van vannacht (waarin ik nu de helft heb geschrapt), is een ultrakort logje gepast.

Goed, het begin van de Leidse collectie is er. Vanaf nu leg ik stapsgewijs alle vertrouwde plekjes in ex-eigen stad vast. Gisteren was daarvoor een uitgelezen dag.

Rozen op het Rapenburg

Ben je wie je wil zijn?

Onze identiteit ontwikkelen we al vanaf onze babyfase. Bij elke volgende stap spelen drie basisbehoeften een rol. Namelijk de behoefte aan geborgenheid, aan autonomie en aan bewondering. Nu bevat deze drie-eenheid een contradictio in terminis. Want als je voor volledige vrijheid en onafhankelijkheid kiest, kan je geborgenheid wel vergeten. En hoe meer je hunkert naar de veiligheid van samenleven in een groep, hoe meer autonomie je kan verliezen. Want dan moet je voldoen aan groepsnormen en –waarden, ook als ze knellen. Bovendien: wanneer je geheel autonoom bent, zou het je koud moeten laten of je wordt bewonderd. Maar is er iemand die geen enkele behoefte heeft aan bewondering?

We hebben allemaal onze strategieën om met deze tegenstrijdigheden om te gaan. Individueel en collectief als samenleving. Hierover schrijft emeritus hoogleraar psychiatrie Frank Koerselman in Wie wij zijn – Tussen verstand en verlangen.

Ik vind het spanningsveld tussen die drie basisbehoeften interessant. Welke daarvan is voor jou het belangrijkst en hoe ver wil je gaan als je concessies moet doen? Wanneer ben je nog jezelf? Of ben je ook dan gewoon jezelf?

Sicilië

Hoe de allochtoon in mijn leven kwam en er weer uit verdween

Je hoort soms de vraag met hoeveel allochtonen een autochtone Nederlander eigenlijk contact heeft. Los van deze termen, gaat het dan meestal over heikele zaken. Zoals over wederzijds wantrouwen en onbegrip. Want onbekend maakt onbemind. Momenteel ontmoet ik zelden mensen uit een andere cultuur. Dat is weleens anders geweest, dus wat is er gebeurd? Een kleine geschiedenis.

In de jaren zestig groei ik als kind op in een agrarisch dorp. Mijn ouders zijn zelf import uit het naburige Leiden. Dat besef zit er goed in. Tegenover ons woont één van de twee ‘buitenlandse’ gezinnen. Die zijn van Indonesische komaf. Op oudejaarsavond hebben zij het mooiste en hardst knallende vuurwerk van het hele dorp. Dat is leuk. Verder hebben we weinig contact met bewoners aan de overkant. Want meestal lopen we naar buiten via de achterdeur.

Mijn buurmeisje kent het andere Indonesische gezin dat een straat verderop woont. We gaan er op een dag naartoe en worden binnen genodigd. Daar krijgen we nog dampende bakbanaan in een krokant jasje. Zelden heeft iets zo lekker gesmaakt als die banaan toen. Op de lagere school komt een Hongaarse jongen in onze klas en later een Engels meisje. Wat later vestigt zich een Chinese tandarts in het dorp, waar we patiënt bij worden.

Ook de middelbare school is een vrijwel exclusief blanke aangelegenheid. Ik heb er net mijn klassenfoto’s op nagekeken. Een paar meisjes uit Suriname, een jongen met Indonesische ouders, een meisje van de Antillen. Dat is het wel zo’n beetje op drie verschillende scholen.

Intussen begint het uitgaansleven. Ik trek veel op met een vriendin van de lagere school. Via haar komen de eerste allochtonen in mijn leven. Want zij is blond en rond. Voorheen lachten enkele klasgenootjes besmuikt om haar overgewicht. Maar nu werkt haar uiterlijk ineens als een magneet. Op Turken, op Marokkanen, op Surinamers en op Antillianen. Ik ben dan nog erg slank en heb donker haar. Mij zien ze nauwelijks staan. Dit is de tijd van de discotheek in Scheveningen.

In die verwarrende puberperiode heb ik er moeite mee dat ik amper opval. Maar jaren later benut ik die ervaring ten volle in Turkije en het Midden-Oosten. Daar verwerf ik dankzij mijn afkomst, houding en kleding soms de positie van een honorary male. En wanneer je door mannen in een patriarchale samenleving met respect wordt behandeld, krijg je vanzelf een extra goed kijkje in de lokale cultuur.

Wanneer ik als zeventienjarige mijn eerste baan op een kantoor krijg, verwatert het contact met die vriendin. En daarmee verdwijnen de allochtonen uit beeld. Ik beland wederom in een vrijwel blanke wereld. Van schoonmaker tot directeur, bijna niemand heeft een kleur. Behalve enkele ongeschoolde Marokkaanse klanten, die hun T-biljet laten invullen. Ze hebben allemaal als geboortedag 1 januari, omdat ze niet precies weten wanneer ze ter wereld kwamen.

Vanaf de jaren tachtig verblijf ik enkele periodes voor reis, studie of werk in het buitenland. Dan pas kom ik intensief in contact met andere culturen. Vooral dankzij ontmoetingen met mensen uit Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Brazilië. Ook lees ik uit interesse wetenschappelijke beschrijvingen van Arabische en Afrikaanse samenlevingen. Veel wordt herkenbaar tijdens gesprekken en in het dagelijks leven. Zo vallen theorie en praktijk samen.

Dit staat nogal in schril contrast met mijn leven in Nederland. Als huurder in de sociale sector en als huiseigenaar heb ik steeds blanke buren. Exotischer dan Spaans en Italiaans wordt het lange tijd niet. Later komen er verderop Chinezen in mijn oude buurt. Dit zijn heel andere mensen dan de arme gastarbeiders die hier in de vorige eeuw aankwamen. En in mijn huidige woonplaats lopen vooral blonde mensen rond. Wil ik allochtonen ontmoeten, dan moet ik naar de stad gaan.

Want zij komen niet bepaald mijn kant op. Geen allochtoon bezoekt de bijeenkomsten voor werkzoekenden hier en in Wageningen. Terwijl zij toch ook moeite hebben met werk vinden. Bijna nooit meldt een allochtoon zich aan voor de gratis wandeltochten in heel Nederland. Terwijl iedereen welkom is om mee te doen. Geen allochtoon komt naar de lezingen of muziekuitvoeringen die ik hier en in Arnhem bezoek. Van alle bouwlieden die ik over de vloer krijg, is er slechts één Marokkaan. En het enige bedrijf dat geen enkele reactie op mijn sollicitatie geeft, is van een Iraniër.

Dit is gewoon wat ik zie en ervaar, niet meer en niet minder.

Langs Leidse winkelpanden 2004 – 2016

Gisteren bezocht ik mijn ouders en dan ga ik ook af en toe naar de stad. De stad is in dit geval Leiden en op zaterdag is het centrum daarvan de markt. Het begint een familietraditie te worden. Mijn oom, die zestig jaar geleden verhuisde naar Culemborg, keert er eveneens voor terug op zaterdag. En we zijn niet de enigen. Op station Driebergen-Zeist stapte een Leids echtpaar in dat ook onderweg was naar de markt. Zij raakten in gesprek met passagiers die dezelfde bestemming hadden. Ik had even de neiging om er gezellig bij te gaan zitten.

Steeds wanneer ik met tussenposes in Leiden kom, valt mij op dat er weer iets is veranderd. Een voorbeeld is bakkerij & lunchroom Van Maanen op de Nieuwe Rijn. Die zaak opende daar eind 2015 en draait als een tierelier. Ik kan mij herinneren dat de markt vroeger slechts enkele terrasjes telde. Inmiddels gaat de verhouding marktkraam/terras qua oppervlak richting de 50%/50%.

Het boekje ‘Langs Leidse winkelpanden’ geeft de veranderingen goed weer. Daarin staan 37 opvallende winkelpanden, waaronder dat van mijn overgrootvader. De meesten hebben een pui met Jugendstil-elementen. Het is uitgegeven in 2004 en bevat foto’s met beschrijvingen. Laten we eens kijken welke winkels er na twaalf jaar nog zitten. Ik zoek via internet en volg de route uit het boekje. Mogelijk hebben sommige panden alweer een nieuwe bestemming. Aanvulling zijn welkom.

  • Steenstraat 9. Toen leegstaand of een reisbureau?, nu Night Markt.
  • Steenstraat 12. Toen Naaimachinecentrum Benning, nu Pars Computer Service.
  • Morsstraat 2-6. Toen The Printer fotokopieerservice en Jills restaurant, nu The Printer en Wining & Dining by Jills Leiden (Morsstraat 6-8, nieuwe eigenaren restaurant.)
  • Kort Rapenburg 14. Toen Spulletjes & Spulletjes, nu Omonia – Griekse specialiteiten en maaltijden.
  • Kort Rapenburg 18. Toen en nu Expo Religia Kings Cross.
  • Breestraat 52. Toen het onvolprezen reisbureau NBBS, nu marketingbureau The Sales Unit Leiden.
  • Breestraat 65. Toen boekhandel De Slegte, nu The Mayflower Bookshop die eerder op de Hogewoerd zat.
  • Pieterskerkchoorsteeg 21. Toen en nu Italiaanse traiteur de Spiekeria.
  • Breestraat 90. Toen herenmodezaak Albert Timmerman (gesloten in 2004), nu juwelier Rob van Gerner die eerder jarenlang om de hoek in de Maarsmansteeg zat.
  • Maarsmansteeg 8. Toen en nu Bagels & Beans.
  • Maarsmansteeg 23. Toen mij niet meer bekend (mogelijk een magazijn van V&D?), nu retro dameskleding en accessoires Art & Casey.
  • Maarsmansteeg/Aalmarkt/Breestraat. Toen V&D, nu La Place en een verzameling pop-upstores.
  • Vismarkt 4. Toen muziekwinkel Elpee, nu traiteur Tokyo Kitchen.
  • Koornbrugsteeg 5. Toen? (wat vergeet je zoiets snel), nu Roberto’s IJssalon.
  • Breestraat 106. Toen en nu croissanterie boulangerie Paris Pain.
  • Botermarkt 15. Toen en nu banketbakker/lunchroom Snijers (familie-eigendom sinds 1829). Dit is het op vier na oudste bedrijf in Leiden.
  • Breestraat 146. In 2004 zat boven Sjenkels en een deel van de ruimte was te huur, nu boven kapsalon No Jokes voor black hair. Beneden toen en nu Overgauw Hifi.
  • Gangetje 2-14/Hogewoerd 2-4. In dit gebouw met ronde hoek uit de twintigste eeuw zaten toen onder meer damesmodezaak WéPé, schoenenzaak Oerlemans en The Printer. Nu zitten hier onder andere Franse bakker Mamie Gourmande, fietswinkel Trappers, restaurant Haar Gangetje, restaurant Anne en Max, juwelier Casa-Blanka.
  • Hogewoerd 7/Korevaarstraat 2. Ook dit relatief nieuwe gebouw heeft een ronde hoek. Toen en nu bezoekersruimte van verzekeraar Zorg en Zekerheid.
  • Hogewoerd 15. Hier zit sinds 1760 het Klaverblad, de naar verluid oudste koffie- en theewinkel van Nederland. Het Klaverblad Hogewoerd
  • Hogewoerd 18. Toen en nu café Odessa.
  • Hogewoerd 22. Toen en nu Italiaans restaurant pizzeria Sorrento (adres Watersteeg 2).
  • Nieuwe Rijn 58. Toen mij niet meer bekend, nu Jut & Juul Lifestyle for Kids.
  • Nieuwe Rijn 39/40. Toen interieurartikelen winkel Lifestyle Furniture and Decorations, nu de boven genoemde bakker Van Maanen.
  • Nieuwe Rijn 27. Toen galerie Kaas, nu bistro & aperitiefbar Jeanpagne.
  • Nieuwe Rijn 23/23A. Toen en nu sieradenwinkel Entresol.
  • Nieuwe Rijn 11. Toen de in Leiden wereldberoemde winkel van Paddenburg, nu State of Art Menswear.
  • Nieuwe Rijn 8-9-10. Toen Abaï, nu Sandwich Fashion.
  • Nieuwe Rijn 2. Toen antiquariaat boekhandel Smitskamp, Het Oosters Antiquarium, in april 2016 verkocht als winkel/woonhuis met elf kamers.
  • Janvossensteeg 43. Toen een woonhuis, nu waarschijnlijk idem, bewoond door en/of atelier van fotograaf Jan Scheerder.
  • Lange Mare 53. Toen bergruimte voor bovengelegen woning, nu woonruimte van andere eigenaar.
  • Lange Mare 51. Toen een antiekwinkel, nu bloemenzaak Fiori.
  • Haarlemmerstraat 125. Toen juwelier en goudsmid Van Kampenhout, nu Shirt Deal en zeepjeswinkel Sabon.
  • Haarlemmerstraat 78. Toen en nu slagerij Van der Zon.
  • Haarlemmerstraat 69-73. Gebouw het Volkshuis, toen en nu o.a. Het Oorzaakje, nu verder ook Via Mio, Scotch & Soda.
  • Nieuwe Beestenmarkt 26. Toen een woning of café?, nu woningverhuurmakelaar Vijf Sterren Leiden O.G.
  • Lammermarkt 1-3-5. Toen o.a. de etalage voor gereedschap- en ijzerwarenwinkel Hartwijk, nu de winkel van Hartwijk die vanaf de Nieuwe Beestenmarkt is verhuisd.

Stam, volk of etnische groep

In Zonder kreukels noem ik de tientallen bevolkingsgroepen in Kenia ‘stammen’. Het is typisch zo’n woord waarbij ik enige twijfel ervaar. Toch gebruik ik slechts de vertaling van het daar gangbare Engelse tribe. Of liever, je hoort dat woord in Kenia vaak wanneer men over de etnische diversiteit praat. Dan zal het wel goed zijn. Het is al bijna bedtijd, dus plaats ik het zo op internet.

Wellicht was het beter geweest om te wachten met publiceren. Het betrof al een gevoelig onderwerp. Ik had de volgende dag mijn taalgebruik kunnen verifiëren. Kort daarna schrijft Mathilde (van Sprokkelen): ‘Mooi stukje, maar ik houd niet van het woord stammen. Klinkt zo primitief.’ Ik leg uit hoe ik heb gewikt en gewogen en waarom ik uiteindelijk voor die term heb gekozen.

Daarna schrijft Mathilde: ‘Maar het woord stammen wordt veel gebruikt door mensen die nauwelijks kennis van Afrika hebben, daar voor het eerst heengaan en dan ook een echte lokale stam bezocht hebben. Nou ja zoiets. Ik vind het een denigrerend woord, maar ik weet best dat jij het niet zo bedoelt. Ik gebruik consequent volkeren. Volkeren gebruik je voor de hele wereld behalve bij Indianen en Afrikanen. Ik vind dat volkeren precies aangeeft wat het zijn.’ Goed, daar zit zeker wat in. We hebben het dus over een woord met een extra lading. Dat is wel een onderzoekje waard.

Even snuffelen op internet bevestigt wat zij bedoelt. Het woord ‘stammen’ komt relatief vaak voor op toeristische websites. Denk aan beschrijvingen van rondreizen in Kenia. Waarin, naast enkele wildparken, ook een bezoek aan de Masai is opgenomen. Je moet een goede gids treffen, wil dat niet in ‘aapjes kijken’ ontaarden. Afrikaanse landen trekken regelmatig types aan die het tijdperk van het Wilde Westen en Stanley & Livingstone blijven missen. Inclusief de bijbehorende denkbeelden.

Daarom pak ik de Dikke Van Dale voor een (ingekort) taalkundig advies:
‘Stam = de gezamenlijke personen die uit één stamvader zijn voortgesproten.’ Longman Dictionary is bij ‘tribe’ explicieter: ‘… usually of a fairly low civilization’ . Dan Van Dale weer: ‘Volk = 1. De gezamenlijke bewoners van een staat, in betrekking tot hun soeverein. 2. De gemeenschap van bewoners van een land die taal, zeden, overlevering gemeen hebben. 3. (In beperktere zin, meer als geografisch en etnologisch begrip) de gezamenlijke bewoners van een landstreek, zoals door ondergeschikte raskenmerken, taal en zeden van andere groepen onderscheiden.’
Oké, nummer 3 is in de Keniaanse context niet 100% accuraat, maar komt best in de buurt.

Zijn we er dan? Ik stuit op het artikel Stammen in Afrika, wat zijn dat? Daarin luidt de conclusie dat ‘stammen’ ooit een koloniaal verzinsel was, maar nu een realiteit is. En: ‘Andere journalisten zeggen dat alleen westerlingen ‘stam’ interpreteren als negatief.’ Misschien hebben die journalisten gelijk. Het liefst zou ik Kenianen naar hun mening willen vragen. Want ik weet het gewoon niet.

De auteur schrijft in hetzelfde artikel prijzend over de Carnivore. Dat is een club in Nairobi waar ‘elke avond in het teken van een andere stam staat.’ Toevallig heb ik er ook gegeten. Het restaurant is geliefd bij toeristen, expats en rijke Kenianen. Je kan je er, excusez le mot, compleet klem vreten aan ‘exotic game meats. In recent years, however, strict new laws mean that zebra, hartebeest, kudu and the like are now off the menu, and you have to be content with camel, ostrich and crocodile …’ (Lonely Planet) Daar klinkt toch weer iets spijtigs door, zo lijkt het wel. Weemoed over de vergankelijkheid van het koloniale paradijs?

Sinds mijn laatste bezoek in 2008 gingen de ontwikkelingen door. Wel hangt in Kenia nog veel af van het volk waartoe je behoort. Bijvoorbeeld of je gemakkelijk werk krijgt bij de overheid. En dat in een land waar vaste banen schaars zijn. Of welke rechtsvorm er voor jou geldt wanneer een dorpshoofd de dienst uitmaakt in een afgelegen plaats. Nog tijdens de onlusten in 2008 kon etniciteit het verschil maken tussen leven en dood.

Dan een andere kwestie van aanduiding. Afro-Amerikaans betekent volgens Wikipedia: ‘inwoners van de Verenigde Staten met een volledige of gedeeltelijke Afrikaanse afkomst.’ Bij dat gedeeltelijke vraag ik mij af waarom iemand zijn afkomst deels weglaat. Anders zou je kunnen zeggen: AfroEuro-, AfroAsian-, AfroLatin- of AfroIndigenous-Amerikaans. Of AfroMix-Amerikaans. Het is misschien een kwestie van onwetendheid. Tegenwoordig kan je echter je hele genetische herkomstgebied in kaart laten brengen. Tot in Ghana aan toe. Dus zoek het uit en wees accuraat. Gebruik je een politiek-correcte term, streef dan naar volledigheid.

Als twee partijen beiden in een vreemde taal communiceren, ontstaan er gauw mis vattingen. In Kenia werd ik officieel als ‘alien’ bestempeld toen mijn visum werd verlengd. Ik vond die benaming wel grappig, maar dacht ook: alsof ze vinden dat ik niet menselijk ben. Tot dan toe was de film E.T. voor die term mijn enige referentiekader. De Keniaanse overheid gebruikte alien echter in een gangbare betekenis. Namelijk: a foreigner who has not become a citizen of the country where he or she is living. (Longman dictionary.) Deze anekdote illustreert een dieper probleem. Onder meer Tolerance.org wijst op het verschil in definitie van tribe bij Afrikanen. Waar een Engelsman ‘stam’ hoort, bedoelt een Zulu ‘natie’ of ‘volk’.

In de Bijbelse tijd werd al gesproken van stammen om verschillende volken aan te duiden. Op zich was die term neutraal. Daarom wil ik toch een heikele kwestie aankaarten. Want dat gedeeltelijk weglaten van afkomst in de term Afro-Amerikaans zegt veel. Er zijn genoeg zwarte Amerikanen die weten dat ze ook blank of ander bloed in zich hebben. Volgens mij is het onmogelijk om een deel van je voorouders te negeren. Daarmee wijs je een deel van jezelf af en dat komt gevaarlijk dicht bij zelfhaat.

Bij mijn eigen genealogische onderzoek vreesde ik soms ook voor wat ik vinden zou. Diverse mannen stapten aan boord van VOC-schepen. En een kleinzoon vertrok met de WIC naar Brazilië. Bij mijn weten waren zij in dienst als matroos of soldaat. Het waren geen slavenhandelaren, en toch is een vraagteken over hun rol hier op zijn plaats. Dat onderzoek heeft mij geleerd dat je in elke familie vroeg of laat foute types tegenkomt. Of wat daar tegenwoordig voor doorgaat.

Belangrijke zaken moedwillig verzwijgen is gewoon geschiedvervalsing. Ook in het tenenkrommende ‘tot slaaf gemaakten’ ontbreekt een cruciaal element. Ik citeer Wikipedia: ‘Rond 1660 ontstond een tekort aan arbeiders in de VS. … Men ging op grote schaal slaven importeren uit Afrika. Daar hadden zwarte stamhoofden ontdekt dat het lucratief was de bij een stammenoorlog buit gemaakte gevangenen niet meer te doden, zoals te doen gebruikelijk was, maar voor een goede prijs te koop aan te bieden.’

Of het woord ‘stammen’ hier met bijbedoelingen wordt gebruikt, maakt weinig uit. We kunnen gerust vaststellen dat elk volk rotte appels telt of duistere periodes heeft gekend. Geen enkele politiek-correcte term kan dat verbergen. Ik hoop dat we ooit een normaal gesprek kunnen voeren over Zwarte Piet. Zolang het voor betrokkenen aan beide zijden te pijnlijk is om de eigen geschiedenis volledig onder ogen te komen, lukt dat niet.

Zonder kreukels

Onlangs dacht ik even terug aan een bijzondere gewaarwording. Voor mijn werk verbleef ik een half jaar in Kenia. Daar werd ik vanzelfsprekend omringd door Afrikanen. Na verloop van tijd kon ik aan hun uiterlijke kenmerken soms leden van verschillende stammen herkennen. Je raakt gewend aan wat je ziet in je omgeving. En ineens vond ik dat mijn blanke huid er een beetje raar uitzag. Zo wit, met hier en daar wat rode vlekjes en zonverbrande plekjes. Er verschenen zelfs wat rimpels. (Die tropenzon is namelijk killing voor een gevoelige huid.) In feite zag ik er best wel kreukelig uit.

In vergelijking met de lokale bevolking dan. Want die wordt amper grijs, of pas op zeer hoge leeftijd. En in subtiel afgeronde gezichten zie je weinig diepe groeven. Ik schreef het al eens eerder: blanken zien er nogal afwijkend uit daar. Maar wat ik eigenlijk wil zeggen, is dit. Had ik maar het figuur van Chimamanda Ngozi Adichie. Dan zou ik net zulke mooie jurken aantrekken als zij draagt. En dan deed ik ook elke maand iets anders met mijn haar.