Over beïnvloeding en zwavelkoppen

Soms denk je dat je origineel bent en iets zelf bedenkt. Om vervolgens te ontdekken dat je daarmee niet de enige bent. Zo’n ervaring had ik na het logje De man van de rioolservice. Dit gaat onder meer over communicatie met een familiebedrijf. Aan de telefoon komt de zus, moeder, tante, echtgenote of vriendin van de rioolmeneer. Als uitsmijter herhaal ik dit riedeltje in de slotzin nog een keer. Prompt lees ik kort daarna een column van Eva Hoeke waarin zij exact datzelfde trucje uithaalt. Hoe kan dit?

We zijn vast beïnvloed door auteurs die iets vergelijkbaars hebben gedaan. Zo kunnen we ons ongemerkt ideeën van anderen toe-eigenen. Onlangs kwam een vriendin met een slim idee. Ik vond dit wel grappig, want zij laat zich zelden beïnvloeden. Terwijl ik ‘haar’ idee al twee weken geleden in een e-mail had voorgesteld. Aan haar.

Als vaste volger denk je hierboven wellicht iets nieuws te zien. Dit zijn volgroeide zwavelkoppen op een beukenstronk. Toch zijn precies deze paddenstoelen al eerder voorbij gekomen, in een andere vorm. Kijk maar eens naar de tweede foto in het Plog – Over zwammen gesproken.

Onvoorwaardelijk basisinkomen

Op maandagochtend maak ik een inspirerende wandeling met iemand van het netwerk voor werkzoekenden. We pauzeren in de mist op het terras van de Westerbouwing wanneer onder de opstijgende wolkenflarden ineens een zonovergoten rivierlandschap verschijnt. Dan denk je echt: wat is nu eigenlijk het probleem? Thuis wacht een e-mail over een petitie voor het basisinkomen. Om diverse redenen ben ik daar voorstander van.

Over de hoogte van het bedrag, de wijze van financiering en de minimaal benodigde criteria valt nog best wat te zeggen. Denk aan maandelijks circa € 1.200 voor iedere Nederlandse staatsburger boven de 18 jaar. Dan zie ik deze voordelen van een onvoorwaardelijk basisinkomen:

  1. De WW, WAO, AOW, ziektewet, bijstand, studiefinanciering en veel aanvullende randvoorzieningen worden overbodig. Dat scheelt een enorme administratieve rompslomp voor de overheid. En het bespaart uitkeringsgerechtigden betutteling, frustratie en ergernis. Een deel van de aan stress gerelateerde zorgkosten valt weg. Premies voor ziektekostenverzekeringen kunnen omlaag. Een deel van de landbouwsubsidies kan worden afgebouwd.
  2. Alle huisvrouwen/-mannen, vrijwilligers en mantelzorgers worden automatisch betaald. Dat is erkenning en waardering voor hun sociale en maatschappelijke werk. Een deel van de kosten voor kinderopvang kan vervallen. Mensen krijgen meer tijd voor vrijwilligerswerk, de zorg voor kinderen en voor elkaar. Er ontstaat meer ruimte voor sport, cultuur en natuurbeheer. Dat levert ook financieel winst op. Het mooiste werk is in ons land vaak onbetaald.
  3. Je kan gewoon blijven werken en daarmee extra geld verdienen. Leuk voor degenen die van luxe houden, dure hobby’s hebben of ambitieus en competitief zijn.
    (Uit onderzoek blijkt dat mensen die twintig jaarlijkse cheques van USD 25.000 in een loterij winnen, meer sparen en iets minder gaan werken. De meesten blijven aan de slag. Bron: Guido Imbens, de Volkskrant 10 oktober 2016.)
  4. Met een basisinkomen heb je minder zorgen. Ontspannen mensen hebben de mentale ruimte om echt innovatieve ideeën te ontwikkelen voor de toekomst van de arbeidsmarkt. Daar is nu een grote behoefte aan.
  5. Je kan stoppen met werken wanneer je dat zelf wilt, want de AOW-leeftijd is voortaan onbelangrijk. De ‘concurrentie’ tussen generaties op de arbeidsmarkt neemt af. Voor mij zou dat een opluchting zijn. Ondanks mijn vier beroepen vind ik trouwens moeilijk werk. Dit komt mede door automatisering, overheveling van werk naar het buitenland en structurele bezuinigingen. Veel functies werden complexer en de omstandigheden zijn nu hectischer. Een deel van de bevolking kan dat gewoon niet (meer) aan.
  6. Je kan een voltijdsstudie voor een kansrijk beroep volgen wanneer je al vijftig bent en je zo omscholen. Daarna ben je weer beter inzetbaar op de arbeidsmarkt.
  7. Mensen die nu geen of nauwelijks inkomen hebben en zwaar interen op hun vermogen, krijgen een vangnet. Ze vallen nu tussen de wal en het schip.
  8. Als je een bescheiden inkomen gewend bent, hoef je bij tegenslag (langdurige ziekte, werkloosheid, faillissement) minder snel je huis te verkopen.
    Anderzijds kan een basisinkomen mensen makkelijker aan een hypotheek helpen. Dat is weer gunstig voor de huizenmarkt en aanverwante sectoren.
  9. Vermoedelijk neemt criminaliteit af. (In verschillende voorstellen krijgen gevangenen overigens geen basisinkomen.) Dit leidt tot een veiliger gevoel.
  10. En misschien wel het grootste voordeel (van basisinkomen2018.nl): Het monopolie van betaalde arbeid als zou het de hoogste vorm van zingeving zijn, zal verminderen. (Hear, hear!)

GroenLinks wil in onze gemeente een basisinkomen experiment uitvoeren met mensen in de bijstand. Na wat heen en weer ge-e-mail leer ik dat bijstandsgerechtigden voor de lokale politiek extra interessant zijn. Daar baal ik van, want zo gaat die partij op verkeerde wijze met het plan aan de haal. Het onvoorwaardelijk basisinkomen is bedoeld voor iedereen. Dus ook voor mensen met een parttime baan, voor een tweeverdiener en voor een miljonair. Met een beperkt gedefinieerde doelgroep krijg je onbetrouwbare resultaten en ondermijn je de steun van mensen die uitgesloten zijn. Daarom vind ik dat ze een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking moeten nemen.

Bij de petitie van GroenLinks ontbreken concrete cijfers voor de financiering. Maar op internet staan berekeningen voor een landelijk basisinkomen. De een wil het geld halen bij banken en nutsbedrijven. De ander kijkt naar microbelasting van financiële transacties. Logischer is onder andere een samenvoeging van de budgetten voor alle sociale voorzieningen en verwachte besparingen. Dat zal echter niet genoeg zijn. (Een overzicht van diverse opties en berekeningen stond op basisinkomenvoordummies.nl.) Ik ben ervan overtuigd dat de financiering rond kan komen. Alleen al omdat de ECB een zinvolle(re) bestemming voor vers geperst geld nodig heeft.

Het initiatief van GroenLinks past in een beweging die ook elders in het land opduikt. Men wil eerst lokaal experimenteren en het basisinkomen vervolgens nationaal invoeren. In dat geval gaan onmiddellijk andere factoren meespelen. Zoals een internationaal aanzuigende werking.

Ik denk dat linkse partijen er goed aan doen om rechtse partijen al bij voorbaat de wind uit de zeilen te nemen. Dat kan door rechts te denken en passende voordelen klaar te hebben. Maar dan moet links de vaak terechte zorgen van rechts wel serieus nemen. Want zo’n proef is op termijn de kans om uiteindelijk wereldwijd bestaanszekerheid te bereiken.

Tweede kans voor leeg winkelpand

In de Randstad lijkt het nog mee te vallen. Maar daarbuiten zie je soms hele winkelstraten kampen met leegstand. Tegelijk is er een snel groeiend tekort aan sociale huurwoningen. Veel huizen zijn in de afgelopen jaren verkocht door corporaties, terwijl er weinig sociale huurwoningen worden bijgebouwd. Het wordt tijd voor betere afstemming tussen vraag en aanbod.

Veel mensen met een urgentieverklaring wachten al op een sociale huurwoning. Daar zitten gehandicapten en ouderen bij die vanuit instellingen verhuizen. Voor deze groep zie ik opties in een winkelgebied. Want velen van hen hebben weinig contacten. Dan is wonen in een straat met een mix van huizen en winkels wellicht aantrekkelijk. Daar komen altijd mensen langs. Menig overdekt winkelcentrum is al favoriet bij scootmobilisten en bejaarden. Vooral wanneer er bankjes staan waarop ze rustig kunnen zitten.

Bouw leegstaande winkels op de begane grond om tot woningen voor senioren en gehandicapten. Er bestaan al inpasbare modelbouwwoningen voor lege kantoren. Wellicht is iets dergelijks ook haalbaar voor winkelcentra. In oude binnensteden staan bovendien veel etages boven winkels leeg. Met een gesplitste ingang beneden kan boven een appartement voor jongere bewoners worden gemaakt. Richt een naburig winkelpand in als wijkgezondheidspost. Dat trekt weer extra bezoekers naar de overgebleven winkels toe.

Herbestemming van bestaande panden voorkomt dat er op bepaalde plaatsen te veel wordt bijgebouwd. Dat is voorheen door onderling wedijverende gemeenten al te vaak gedaan. Bovendien veranderen onze woonbehoeften geleidelijk. Dan kan je maar beter gebouwen hebben die met de tijd mee kunnen gaan.

De toestand in de wereld op een verjaardag

Mijn moeder is jarig en we zitten in een kring. Vijf tachtigers en drie vijftigers. Allemaal familie van elkaar. De oudste van 88 jaar is net begonnen met contactlenzen. Hij is een beetje doof, maar gaat prima met zijn tijd mee. Alle aanwezigen hebben hun schaapjes aardig op het droge, hoewel hen dat niet is komen aanwaaien. De sfeer is gemoedelijk. Iedereen beseft dat er volgend jaar weer een minder kan zijn. Zo gaat dat bij bejaarden uit grote gezinnen.

Natuurlijk heeft er in het verleden wel eens wat gespeeld. Maar de algemene regel is: we houden het gezellig onder elkaar. We zijn een familie van krantenlezers, vakantiegangers en leergierige mensen. Het gesprek gaat over koetjes en kalfjes. Een van de vijftigers, een verpleegkundige, roert een ‘toestand van de wereld’-onderwerp aan. En dan, ineens, laait een felle discussie op. Want de meesten zijn somber over de toekomst, voor hun kinderen en kleinkinderen.

Hun uitlatingen en argumenten zal iedereen herkennen. De onderwerpen vliegen in het rond. De economie, de vervuiling, het punt dat Wilders toch ergens wel gelijk heeft, de massale toestroom op Lampedusa, het falen van de ontwikkelingsorganisaties, de graaiers volgen er direct achteraan. De meer genuanceerde types komen amper uit boven degenen die zo zeker zijn van zichzelf. De Telegraaf-lezer (please, please laat het de enige in mijn familie zijn die dat stuk vergif aanraakt) gaat tegen mij in als ik ook andere kanten van het verhaal laat zien.

Wat willen ze eigenlijk? Dat ik mee ga huilen met de rest? Dat ik zeg: ‘ja, het is echt vrésélíjk, die huidige toestand in de wereld. Als het zo door gaat, gaan we allemaal naar de verdoemenis.’ Inderdaad. Een feit is dat ik dat zeker denk. Niet voor niets heet mijn allereerste bericht en meesterwerk op dit blog De wereld vergaat heus niet.

Nooit eerder ben ik zo zeker van mijn zaak geweest als vandaag. Dat de risico’s inderdaad enorm zijn, dat het welvarende leven in Europa werkelijk van alle kanten wordt bedreigd door nationalisme in ons midden en aan de oostgrens. Plus door droogte en enorme werkloosheid onder jongeren in het Midden-Oosten en Afrika. Dit vanwege het wanbeleid, de corruptie en de steeds maar doorfokkende mannen daar, ongeacht wat hun vrouwen willen. De huidige problematiek zag elke deskundige in de ontwikkelingssector vijftien jaar geleden al aankomen.

Tuurlijk zie ik de direct hieraan gerelateerde vernietiging van onze enige habitat. Mede omdat China, de VS en India niet snel genoeg hun milieubeleid bijdraaien en wij met zijn allen elk jaar het vliegtuig in stappen. Ik ben ervan overtuigd dat we wereldwijd een aantal zware jaren tegemoet gaan.

Alleen is dat niet het hele verhaal.

De discussie waait weer over. Eigenlijk zijn we het in de kern allemaal met elkaar eens. Het gesprek kabbelt weer gemoedelijk verder, zoals we gewend zijn. Want je weet ook maar nooit. Deze dag kan de laatste zijn waarop we nog in deze samenstelling bij elkaar zitten.

Tip van de dag: kijk eens wat vaker naar Canvas.

Vijftigers en hun imago

In de VPRO-gids van deze week staat een interview met Mikkel Nørgaard (1974), de Deense regisseur van The Keeper of Lost Causes. Hij vertelt dat inspecteur Mørk veruit het moeilijkste personage was om te casten. Hij zocht een half jaar lang naar een acteur in de groep vijftigers. Maar ‘Hij [het personage] was te oud. Dat sombere en cynische van Mørk wilde ik wel houden, maar ik wilde dat in een jonger personage. Zodat het publiek in ieder geval nog de hoop kan koesteren dat Mørk kan veranderen. En zo kwam ik terecht bij de veertigers, een heel andere groep acteurs.’ Min of meer in zijn woorden: vijftigers hebben alles al opgegeven, ze willen niet langer jagen. Als je veertig bent, wil je nog iets bereiken.

Het sluit aan bij het kennelijk heersende beeld onder werkgevers dat vijftigers niet meer flexibel zouden zijn. Personeelsfunctionarissen zijn zelf gemiddeld 35 jaar oud. Ik vind bovenstaand citaat uit de mond van een regisseur nogal fnuikend. Het kan zijn dat hij inspeelt op een heersende gedachte en rekening heeft te houden met kijkcijfers. Maar wat hij doet is die gedachte via media nog eens extra bevestigen en verspreiden. En dit zonder dat hij zelf flexibiliteit van geest toont.

Het is pas echt origineel en gewaagd als hij een bijna zestiger, tegen gangbare verwachtingen in, neerzet als iemand die nog steeds iets van een jonge hond heeft. Die wellicht cynisch (realistisch?) overal op afstapt, maar zijn energie haalt uit dingen die inhoud geven aan zijn leven. Iemand die jagen als een spelletje blijft zien, ook al gaat dat iets minder makkelijk. En daarom zijn tactiek aan zijn mogelijkheden aanpast. Iemand die juist zingeving zoekt in het onderhouden en verdiepen van langdurige relaties. Omdat hij al te veel oppervlakkigheid heeft gezien. In plaats van somber de hele wereld de rug toe te keren. Dat zou ik nou verfrissend vinden.

Naschrift: dit bericht haalde als ingezonden brief de VPRO-gids.

Thinking out of the box

Dit herken je vast: Je zit op je werk, staat op het voetbalveld, of bent op bezoek bij je schoonfamilie. Je krijgt een briljante ingeving. In je enthousiasme deel je jouw idee met iedereen die het maar wil horen. Helaas. Niemand wil het horen. Sterker, ze kijken je een beetje meewarig aan. Zo van: heb je haar of hem ook weer. Ik moet eerlijk bekennen dat mij dit op het werk herhaaldelijk is overkomen.

Wat mij ook overkomt, is dit: ik heb een briljant idee en een ander gaat er mee aan de haal. Als voorbeeld denk ik terug aan een waargebeurde situatie. Ik was met een groepje Nederlanders op vakantie in Jordanië. Wij lagen even buiten Aqaba lekker te zonnen op het strand en zwommen in zee. Toen stopte er een auto. Er stapten vier Saoedische mannen uit en die kwamen naar ons toe. Ze gingen vlak bij ons staan en keken minutenlang ongegeneerd en verlekkerd naar al dat bijna blote blanke vlees. Het werd toch ietwat irritant. En let nu even op. Toch zei ik dus tegen het meisje naast mij: ‘We moeten rustig naar ze toe lopen, pontificaal voor ze gaan staan en dan heel kalm van ieder van hen een foto maken’. Zij stond op en deed het nog ook. De vier mannen wisten niet hoe gauw ze met hun dikke buiken moesten terug rennen, in de auto springen en wegwezen. Geweldig! We hebben er smakelijk om gelachen. Zij had ze maar mooi weggejaagd. Dat vond ik ook. Maar toen begonnen mensen, waar ik bij stond, haar te complimenteren met het goede idee. En wat deed zij? Zij hield haar stomme fantasieloze kop en wees niet naar mij.

Ik krijg trouwens vaak alsnog gelijk, wanneer men mijn ideeën niet serieus neemt. Ik wrijf het er niet in hoor, zo ben ik helemaal niet. Ik waarschuw alleen maar even. Want een idee van mij werd in oktober door de Volkskrant niet gepubliceerd. Gisteren bleek dat de Duitsers het nu gaan uitvoeren. Geen wonder dat zij ons zo vaak voorbijstreven. Mijn volgende idee voor de redding van onze economie komt er zo aan.