Nieuwe serre in de voortuin

Serre in de voortuin

‘Kom’, dacht ik, ‘laten we eens makkelijk doen.’ Normaal gesproken duurt een verbouwing of woningrenovatie maanden. Maar dat hoeft niet. Heb je geld in overvloed, dan huur je daar een speciaal bedrijf voor in. Dat tovert je huis en tuin volledig om. Binnen een handomdraai. Ik zie het in de buurt weleens gebeuren.

Dorpsgenoten laten landelijke stulpjes optrekken met een uitstraling alsof die er al honderd jaar staan. Denk aan de in bepaalde kringen populaire notariswoning. Zo’n pand wordt kant-en-klaar opgeleverd. Desgewenst compleet met prachtig bewerkte houten daklijst, glas-in-loodramen en Oudhollandse luiken. En met bijbehorende oprijlaan waarlangs binnen een dag volgroeide bomen staan. Echt waar, alles is mogelijk. Zulke bedrijven kunnen de algehele inrichting van tuinen en woningen verzorgen.

Een rustiek ingerichte serre in de voortuin, dat leek mij wel wat. Vandaag kwam het totaalconcept voorrijden. Kijk, zo is het geworden.

Mijn huis is een ‘hij’

Er bestaat een woord voor wat ik soms doe: antropomorfisme. Ofwel menselijke eigenschappen toekennen aan niet-menselijke wezens en dingen. Dit doe ik alleen bij voorwerpen die zeer belangrijk voor mij zijn. Zoals vroeger mijn motor in Australië, en nu mijn woning. Allebei hadden ze al heel wat meegemaakt toen ik hen leerde kennen. Dat zie je terug in hun gedrag. Mijn huis vertoont namelijk menselijke trekjes.

Veel mensen vinden het normaal dat je tegen een auto praat. Het is een maatje waarmee je overal naartoe gaat. Zo iemand ook waarvan je hoopt dat hij je nooit in de steek laat. Samen maak je bijzondere dingen mee of ontloop je ternauwernood een confrontatie. Daaraan bewaar je dan mooie gedeelde herinneringen. Ik moest hem in Sydney achterlaten, mijn motor. Maar hij staat al dertig jaar op een foto in mijn woonkamer. Die motor was een ‘hij’, want hij bleef onder elke omstandigheid stoer en onverstoorbaar.

Mijn huis zou een ‘zij’ kunnen zijn, maar waarschijnlijker is het een ‘hij’. Hij is ooit een keer bedrogen en herhaaldelijk verlaten. Dat merk ik aan alles. Hij blijft mij maar uittesten. Hij wil absoluut zeker weten dat ik om hem geef. Dat deden de vorige eigenaren lang niet allemaal. Of misschien ook wel; in het begin toch.

Dit huis kan nukkig doen. Dan geeft hij je het gevoel dat hij je gewoon niet wil. Maar dat kan ik evengoed, dus we zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd. Natuurlijk vraag ik mij weleens af waarom ik bij hem blijf. Soms kijk ik zelfs weer even rond op Funda. Dit voelt dan al bijna alsof ik vreemd ga.

Het is geen kwaaie. Hij is juist slim en haalt nu ruimschoots de schade in. Logisch toch, na al die jaren van verwaarlozing en gebrekkig onderhoud? Daarom heeft hij ook zo’n behoefte aan bevestiging. In feite is hij het type ruwe bolster, blanke pit. Oh, en hij weet heel goed hoe hij mijn aandacht kan krijgen. Maar bij hem voel ik mij thuis en hij beschermt mij indien nodig. Bovendien maakt hij al zijn beloftes waar. Daarom vind ik hem nog steeds de moeite waard.

Bouwvakkers inhuren is als Russische roulette

Vrijdagavond 23:00 uur. Net wanneer ik naar bed ga, klinkt er een vreemd geluid in de slaapkamer. Of eigenlijk klinkt het erg bekend: drup, drup, drup. De dakkapel deze keer. Bij de bouwkundige keuring bleek al dat de bedekking daarvan binnen enkele jaren aan vervanging toe zou zijn. Nu moet ik naar een goede dakdekker op zoek. Nou, brace yourself and let the game begin. Want dit wordt weer zo’n spelletje Russische roulette.

Wie kiest er een dakdekkersbedrijf op basis van rationele argumenten? Ik niet. De welgeteld 39 (!) bouwvakkers die hier al over de vloer kwamen (en ik vergeet er vast nog een paar), koos ik per toeval. Of op basis van een soort onderbuikgevoel. Kort na de verhuizing naar Gelderland kende ik hier geen vakmensen. Daarom vroeg ik bij buren naar hun ervaringen. Maar verstaan zij wel hetzelfde als ik onder ‘goed en betrouwbaar’? We hanteren uiteenlopende maatstaven en deze termen zijn multi-interpretabel.

Gisteren vroeg ik om tips via de buurt-app. Er kwamen diverse reacties binnen. Allemaal verschillend. Iemand schreef dat ik vooral niet met bedrijf X in zee moet gaan. Dat bedrijf levert wel goed werk, maar afspraken maken en communiceren verloopt nogal moeizaam. ‘Welkom in de wondere wereld van huizenbezitters’, dacht ik. Want dit is tamelijk gangbaar.

Als informatie inwinnen meer twijfels oplevert, kan je verder rondkijken op internet. Daar staan websites van zzp’ers en bouwbedrijven inclusief referenties en beschrijvingen van geleverd werk. Sommige vaklieden hebben een hoge rating, anderen nul sterren. Wat zegt dit? Weinig. Referenties kunnen door vrienden zijn ingevuld. En een gelikte website kan het werk zijn van een veertienjarig achternichtje, dat toevallig Multimedia & Communicatie op school heeft gedaan.

Die opmerking over dat foute bedrijf maakte mij trouwens wel nieuwsgierig. Het betreft een samenwerkingsverband van twee families. Waarschijnlijk vormt één daarvan een heuse dynastie. Die familie draagt namelijk dezelfde achternaam als de rioolservicemeneer. En hij is zeker lid van een plaatselijke clan. Of gang, dat weet ik niet precies. Maar hem vind ik tenminste sympathiek.

Alleen, wat zegt dit over de andere leden van zijn familie? Die van de dakdekkerstak, bedoel ik. Volgens hun referenties lopen de meningen flink uiteen. Dus wat nu?

Zal ik een dakdekker bellen die ooit foldertjes in de buurt achterliet? Of zal ik twee dakdekkers bellen over wie buurtgenoten positief zijn? (Die buurtgenoten ken ik evenmin.) Ook kan ik de man van de rioolservice vragen of hij de mensen van het dakdekkersbedrijf aanraadt.

Er is een alternatief. Namelijk Googelen op ‘dakdekkers’ en dan met gesloten ogen een willekeurig bedrijf aanwijzen op het beeldscherm. Dat deed ik eerder voor de complete keukenverbouwing. Toen kon ik ook al zo moeilijk een weloverwogen keuze maken.

Sowieso is het idee dat we kiezen op basis van ratio een illusie. Dat geldt zowel voor mij als voor bouwvakkers zelf. Misschien plaats ik de klus wel gewoon op Werkspot. Dan vraag ik om een dakdekker die houdt van Russische roulette.

Penseelkever of trichius zonatus op bezoek

‘Wat zit daar een rare bij’, denk ik wanneer hij in de tuin opduikt. ‘Eentje met op elke vleugel drie zwarte vlekjes. En die vleugels zien er wel erg dik uit.’ Het is een harig beestje. Net zo’n donzen propje als de solitaire bijen die hier rondzoemen. Direct na de verhuizing, bijna drie jaar geleden, heb ik alle tegels weggehaald en veel bloeiers voor de bijen gezaaid. Daarom verwacht ik bijen. Maar er vliegt inmiddels van alles en dit is een kever. Om precies te zijn: de penseelkever of trichius zonatus.

Half Nederland heeft vast al zo’n insect op zijn blog staan. Maar niemand anders kan deze penseelkever exact zo op de foto hebben gekregen. Namelijk van boven, van opzij, als portretfoto, vliegend én samen met een grote vos op een boerenjasmijn. En dat alles in de unieke omgeving van mijn tuin. Zo, dan ben ik met deze kleine fotoserie nu ook eens origineel.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Ekster richt ravage aan op vensterbank

Soms is mijn leven net een film. De deur naar de achtertuin staat open, wanneer ik naar boven loop en even later terugkom in de huiskamer. Ik hoor getrippel op de vloer en plots fladdert er een ekster op! Prompt vliegt hij naar het raam en stoot zijn kop. Verdwaasd fladderend belandt hij op de vensterbank, waar een plant en allemaal breekbare siervoorwerpen staan. Waaronder een porseleinen lepeltje en schotel uit de Franz dragonfly en butterfly collecties. ‘Oh nee’, kreun ik. Want elk voorwerp is mij dierbaar, overal kleven herinneringen aan.

Zodra ik naar het raam toe loop, vliegt de ekster naar de overzijde van de woonkamer. Boink, in volle vaart tegen het andere raam. Ook daar stort hij verdwaasd neer, bovenop een andere plant. En ook die wordt geflankeerd door fragiele souvenirs. Een tak breekt af. Terwijl het beest vertwijfeld zoekt naar houvast, gooit hij een volle gieter om. Vlak naast apparatuur en een stekkerdoos waar stroom op staat. Vervolgens klettert een emaillen schaaltje op de grond. Waarna ook nog een aardewerk beeldje naar beneden stort.

Ik sta er niet bij stil; dat beest moet eerst het huis uit. Als hij de andere kant op vliegt, weet ik wat me te doen staat. Er vloog al eens eerder een vogel naar binnen, vroeger in mijn appartement. Daar heb ik toen alle gordijnen dichtgetrokken, behalve voor een open raam. Meteen vloog het diertje recht naar buiten. Dus trek ik de gordijnen dicht voor het raam waar de ekster al een ravage heeft aangericht.

Ik ren naar het andere raam waar hij weer vervaarlijk dicht bij mijn kunstwerkjes vliegt. En nu krijg ik hem te pakken. Voorzichtig en wat onhandig hou ik hem vast. Hij klemt meteen zijn klauwtjes om mijn vinger. Even vrees ik dat hij met zijn grote snavel zal pikken. Van heel dichtbij zie ik zijn metallic blauwgroene verenpracht. Zijn veren voelen koel en glad aan. Maar al snel wurmt hij zich los en slaat zijn vleugels uit.

Even later trippelt hij parmantig over de keukenvloer. Heel zelfverzekerd, zoals eksters dat doen. Hij is niet bang. Welnee, hij verkent gewoon de boel. Dan verdwijnt hij door een andere openstaande deur naar de wc. Maar die ruimte biedt geen uitgang en voor de open buitendeur in de keuken hangt een gaasgordijn. Ik hou dat zo ver mogelijk opzij zodat hij moeilijk naar de huiskamer terug kan, en roep hem dan: ‘Kom dan, ekster, kom dan.’ Hij luistert nog ook en komt uit de toiletruimte tevoorschijn. Rakelings vliegt hij langs mij heen, toch weer de woonkamer in. Wat een toestand.

Ik heb nog geen tijd gehad om het gordijn te sluiten bij het andere raam. Na een rondje door de kamer knalt hij opnieuw met zijn kop daartegenaan. Weer stort de ekster neer op de vensterbank. Waardoor het porseleinen Franz lepeltje op de vloer klettert en breekt. Nee! Zijn vleugelslag doet de plant tollen en zijn pootjes trappelen vervaarlijk boven het Franz schoteltje. ‘Neeeee! Niet dat schoteltje!’, roep ik in stilte. Jawel hoor, daar gaat het al.

In kinderfilms zie je vaak mensen struikelen terwijl ze krampachtig in slow-motion met delicate spullen balanceren. Of er vliegen taarten door de lucht die vol in het gezicht van boze schoolmeesters belanden. Verzinsels van Hollywood, denk je dan. Maar nu beleef ik zelf zo’n moment.

Onderhand ben ik beduusder dan de ekster. Zelf vliegt hij kalm naar buiten langs het wapperende gaas voor het deurgat. Aan mij de taak om de plas water en alle brokstukken op te vegen die hij achterlaat.

Verzamelde brokstukken.

Prepensioen dankzij koopwoning

Nederlanders zijn als eekhoorntjes die net zo lang hun nootjes bewaren tot ze geen tanden meer hebben om ze op te knabbelen. (Belgisch grapje.)

Mijn vader mocht stoppen toen hij 54 jaar was en daar nam ik lange tijd een voorbeeld aan. Ik trof al vroeg maatregelen. Maar het mooie financiële product bleek een woekerpolis en er zitten gaten in mijn pensioen. Gelukkig heb ik tegelijk een alternatief pad bewandeld, want risico’s moet je spreiden. En waarom wachten met dingen die je altijd al hebt willen doen? Een klant van mijn eerste werkgever ging met pensioen en was drie maanden later dood. Dit zette mijn toekomstbeeld voorgoed op scherp. Je kan je dromen beter niet uitstellen.

Een voorschot in pensioentijd nemen
Vanaf het moment dat die klant overleed, zocht ik naar manieren om eerder verlof te krijgen. Bij hoogconjunctuur kneep ik er enkele malen tussenuit en ging reizen. Zelfs nadat ik een appartement had gekocht. Er was tenslotte werk genoeg. Die periodes leverden samen een voorschot aan pensioentijd op van 29 maanden. Je hoeft trouwens niet steeds een baan op te geven, want ik mocht ook een sabbatical nemen. Zo is een voorschot op je pensioen eveneens haalbaar.

Deeltijd prepensioen dankzij woning
Het moet gezegd: dat appartement kocht ik op het allerbeste moment in de afgelopen 400 jaar. Daarbij boden mijn ouders een steuntje in de rug. Vervolgens steeg de waarde 338% in twintig jaar. Dit, terwijl de hypotheeksom gelijk bleef. Na enkele salarisverhogingen kon ik eenvoudig rondkomen van een driedaagse werkweek. En na een salarisdaling van 40% lukt dat nog steeds. Welbeschouwd ben ik al sinds mijn dertigste met deeltijd prepensioen.

Dromen naar voren halen
Een bejaarde vriendin moest vanwege echtscheiding en verplichtingen steeds al haar reiswensen uitstellen. Nu zij met pensioen is, heeft ze lichamelijke ongemakken. Onlangs bezocht zij Japan en hield dat slechts met pijnstillers vol. Ik heb het precies andersom kunnen doen. Al voor mijn vijftigste werkte ik een complete verlanglijst met bestemmingen af. Met de huidige vooruitzichten is dat maar goed ook. Alles wat nu nog volgt, is extra. Bijvoorbeeld een maandenlange rondreis door de Verenigde Staten. Die hou ik graag tegoed, zodat er nog iets te wensen overblijft. Kortom, je kan je dromen ook alvast in stukjes en beetjes uitvoeren.

Zekerheid in bange dagen
Nu de arbeidsmarkt weinig houvast biedt en pensioenen onder druk staan, beschouw ik onroerend goed als laatste zekerheid. Een onderkomen heb je sowieso nodig en de bevolking zal voorlopig toenemen. In regio’s met werk blijft de vraag groot en daarmee de waarde hoog. Tijdens die sabbatical verhuurde ik mijn appartement. Dat bracht alvast wat op. In noodgevallen kan je je huis verkopen en in een caravan gaan wonen. Ik heb dit voor de verhuizing zeer serieus overwogen. Maar een hypotheekvrije en goed onderhouden woning is voordeliger qua maandlasten. Ja, zelfs goedkoper dan een middenklasse stacaravan op een Nederlands recreatiepark.

Lage vaste lasten door verstandig investeren
De situatie op de arbeidsmarkt mag voor vijftigers zorgelijk zijn, lage vaste lasten geven wel gemoedsrust. Die kan je op allerlei manieren in bedwang houden. Denk aan tussentijds aflossen, je huis op tijd een lik verf geven, isolatiemateriaal aanbrengen, je gezondheid op peil houden, een deelauto gebruiken en spullen van goede kwaliteit kopen. Via duurzaam investeren bespaar je geld of verdien je het zelfs terug. Bovendien levert spaarrente voorlopig bedroevend weinig op. En wat heb je nu echt nodig om aangenaam te leven?

Een verbouwing ondergaan

Toen ik voor het eerst door de makelaar in dit huis werd rondgeleid, kwamen we bij de keuken aan. Een hele hoek werd in beslag genomen door het toilet, waarvan de deur niet volledig open kon. Want dan stootte je tegen het aanrecht. ‘Wat je hier bijvoorbeeld kunt doen,’ zei hij, ‘is het toilet wegbreken en dan van het stalletje een wc-ruimte maken.’ Ik vond het een goed idee. En nu zit ik al twee weken middenin de uitvoering daarvan.

Je zou denken dat er genoeg bouwbedrijven zijn die zo’n klus willen aanpakken. Nog voor de verhuizing in juni ging ik al op zoek naar geschikte zaken. Vrienden en familie konden met moeite enkele bedrijven noemen waar zij redelijke tot goede ervaringen mee hadden. Terwijl de verhuisdozen nog niet waren uitgepakt, kwamen de eerste vertegenwoordigers op bezoek.

Het mocht niet baten. De een kwam wel (een timmerende zzp’er), maar die stuurde geen offerte. De tweede was al te laat voor zijn afspraak en hoefde niet meer te komen. De derde stuurde een voordelige offerte en liet ik eerst enkele kleinere klussen uitvoeren. Daardoor werd gauw duidelijk dat ik ook daarmee niet verder wou. Nou, en toen was de bouwvak al bijna begonnen.

Intussen had ik een strooptocht langs keukenzaken afgelegd en een mooie keuken gevonden. De levering stond in week 39 gepland. Deze week dus. Die week kwam steeds naderbij en ik zat nog steeds zonder bouwbedrijf. De lekkage van vorige maand bracht enige uitkomst. Want de monteur verwees mij naar een aannemer. Daarnaast had ik via internet ook een Achterhoeks bouwbedrijf gevonden. Weer kwamen er gegadigden langs om een offerte uit te brengen. Twee heren en een mevrouw deze keer.

Om een lang verhaal kort te maken. De keuze viel op het familiebedrijf van mevrouw, dat al drie generaties bestaat. Voor mij volslagen onbekend. Maar zij, (en heren bouwlieden, let nu even op) spreekt als ingenieur zowel de taal van de bouwvakker als van de vrouwelijke klant.

Bovendien, haar offerte was wel de duurste, maar ook de best onderbouwde. Bij haar liep ik de minste kans op zwaar tegenvallende stelposten en andere onaangename verrassingen. Na wat heen en weer ge-e-mail kon ik de offerte goedkeuren. Geen dag te laat overigens, want de volgende dag belde de keukenzaak. Over de levering in week 39 dus. Mevrouw heeft halsoverkop de planning aangepast en vanaf vorige week maandag zijn ze nu bij mij aan de slag.

Als een soort rots in de branding is daar T. Een jonge timmerman die nog bij zijn moeder woont. Een rustige en beresterke gast die onverstoorbaar en vakkundig al het zware werk doet. Dat terwijl de loodgieter, de elektricien en langskomende voormannen om hem heen lopen te drentelen. Veel zegt hij niet en zijn leven ziet er behoorlijk overzichtelijk uit. Werken, voetballen, uitgaan in Z. (de naburige ‘grote’ stad), plus vakantie vieren in Chersonissos en soortgelijke oorden. Hij ziet er zelf trouwens een beetje Grieks uit.

Hij houdt ook van muziek. Daarom brengt een Makita bouwradio de godganse dag Nederlandstalige liedjes ten gehore. De meesten daarvan heb ik in geen veertig jaar meer gehoord. Angeline van Peter Koelewijn kwam al langs en ook zo’n gouweouwe als Henk Wijngaard met zijn vlam in de pijp. Af en toe komt er het betere mannen-met-baarden-werk voorbij: Gimme all your loving. Hugs and kisses too.

Er zijn genoeg redenen om in de stress te schieten van een verbouwing. Mijn huis is een chaos. Ik moet iedere dag alles van zolder tot kelder toe stofzuigen. En oh ja, de kelder is even gebarricadeerd. Want de keuken werd inderdaad in week 39 geleverd, maar het stucwerk op de muur was nog niet droog. Nu staan er veertien grote dozen met kasten middenin de woonkamer.

Maar ik weet nu al dat ik T. ga missen als de verbouwing straks af is. We hebben inmiddels een vast patroon. Hij komt rond 8.30 uur binnen en gaat dan beneden aan de gang, terwijl ik boven in mijn werkkamer mailtjes weg zit te werken. Dan volgt er koffiepauze beneden. Rond half een is het lunchtijd. Meestal zitten hij, ik en eventuele andere collega’s dan gezellig aan de eettafel. Zij met hun meegebrachte lunchpakket en ik aan de veelgeprezen magnetronmaaltijd. In de middag is er nog eens koffie en rond een uur of vier is zijn werkdag klaar. Hij heeft zelfs de sleutel van mijn huis.

Nog ongeveer een week, dan is de verbouwing voorbij. Ik vind het bijna jammer.