Lange slungels met pokdalige tronies

Als je wil weten hoe je voorouders er in het pre-fototijdperk uitzagen, mag je hopen dat je uit een rijke familie komt. Dan wilde men nog weleens een schilderijtje laten maken. De meesten van ons moeten het echter zonder portretten doen. Toch zijn de uiterlijke kenmerken van veel mannen genoteerd. Met dank aan Napoleon. Want tussen 1811 en 1941 werden alle mannen op hun 19de voor militaire dienst geregistreerd. Zo stuit je soms op aardige verrassingen.

Lange opa
Mijn opa van moederszijde ken ik alleen van oude foto’s. Als militair poseert hij in zijn uniform en glimmende laarzen met een groepje lotgenoten voor de Leidse burcht. De mannen staan op lengte naast elkaar en opa torent boven de rest uit. Alleen wist ik nooit precies hoe lang hij was. Gisteren ontdekte ik dat op wiewaswie.nl. Hij is als jongeman in 1909 exact 1,804 meter lang. Voor een Leidenaar is dat heel wat.

Nationale groeitrend
Al jaren wordt de Nederlandse bevolking steeds langer. De gemiddelde lengte van de Nederlandse man is toegenomen van 167 cm in 1865 tot 184 cm in 1997. Leidenaren haalde het gemiddelde iets naar beneden. Daar maten mannen rond 1800 circa 166,7 cm, terwijl ze in Zwolle bijna 173 cm lang waren. Misschien is dat een verklaring, want opa’s vader kwam uit die stad.

Ziekten beïnvloeden lengte
De Leidse bevolking kreeg het in de 19de eeuw flink voor haar kiezen. Er was armoede door de eenzijdige economie en men at slecht. Bovendien teisterden wel zeventien epidemieën de stad tussen 1795 en 1894: drie maal mazelen, vijf maal cholera, vijf maal pokken, een maal dysenterie, twee maal tyfus en een maal roodvonk. Ziekten hadden vrij spel omdat fabrieksarbeiders dicht bijeen woonden in tochtige en lekkende panden.

Verwensingen met alle mogelijke dodelijke ziekten zijn dan ook erg populair in het plaatselijke dialect. Als iemand tegen je roept: Juh (als je een man bent), tyfusleier, teer op (= rot op, van tering ofwel tuberculose) of pleur op (pleuritis)!’ dan antwoord jij: ‘Meh (als het een vrouw is), krijg de klere (cholera)!’ Enzovoort. Met Leidse rrr. Zo hoort dat.

Pokdalig
Afijn, waar waren we gebleven? O ja, ook mijn familie kreeg pokken. Volgens notities voor de Nationale Militie had de schoonvader van mijn opa een pokdalig gezicht. Kennelijk schrok dat zijn vrouw, mijn overgrootmoeder, niet af. Zij had al twee ooms wier gelaat door de pokken was aangetast.

Een van die heren staat zo te boek: ‘Gezicht: ovaal, voorhoofd: hoog, ogen: blauw, neus: gewoon, mond: gewoon, kin: spits, wenkbrauwen: bruin, haar: bruin, lengte: 1,744 mtr. 1 el, 7 palm, 4 duim, 4 streep. Overige kenmerken: pokdalig.’ Hij en zijn broer groeiden op in dezelfde woning en het pokkenvirus is nogal besmettelijk. Verder leed die kant van mijn familie weinig gebrek. Ze bezaten huizen en de mannen waren bovengemiddeld lang.

Spraakgebrek
Ook interessant: een andere oom van mijn overgrootmoeder werd afgekeurd wegens zijn spraakgebrek. Kennelijk kon je daar niet mee vechten. Maar hij was best in staat om vrouwen te versieren. Want hij trouwde twee keer. Ach, wie weet had-ie genoeg andere kwaliteiten.

Clichèbeeld en fantasie
Door deze omschrijvingen gaan wel al mijn clichébeelden eraan. Het Franse deel van de familie is niet klein van gestalte. Dit terwijl de Hollanders vaak klein en gedrongen zijn. Trouwens, hoe ziet een ‘gewone’ neus of mond er uit? Bovendien komen bij haarkleuren tal van tinten bruin, grijs, rood en blond voor. Welke tint hadden zij dan precies? Nou ja, misschien kunnen we dit alles maar beter aan onze fantasie overlaten.

Bron lengten in Nederland en epidemieën: Hoe lang nog? De lichaamslengte van de Nederlander, rede door George Maat, HOVO, Universiteit Leiden, 15 mei 2006.

Foute mening over ras en IQ

Baudet heeft iets geroepen over de relatie tussen ras en IQ. Dat zwarte mensen dom zijn, of zo. En nu heeft iedereen het erover. Maar je ziet toch dat hij uitsluitend bezig is met zijn opgeblazen ego? Het manneke heeft geen tijd voor wetenschappelijke onderzoeksrapporten. Over de relatie tussen hongersnood en de schade die dat in de hersenen van ongeboren kinderen aanricht, bijvoorbeeld. Hongersnood maakt geen onderscheid tussen ras of nationaliteit. Het effect is op alle mensen gelijk. Waar ook ter wereld.

Als we dan toch bezig zijn over het IQ, wil ik best even mijn mening ventileren. Weet je wie er volgens mij superslim zijn? Dat zijn joden. Eeuwenlang overal vervolgd en in het nauw gedreven, hebben zij de ergste noden en agressie doorstaan. Alleen de sterkste, slimste en meest geluk hebbende mensen overleefden. Precies zoals het in de natuur werkt volgens de evolutieleer. Maar dat zal wel weer een foute opvatting zijn. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen druppel joods bloed. Jammer wel, eigenlijk.

Baudet zou wat aan ontwikkelingssamenwerking kunnen doen. Met Afrikanen. Kan-ie nog veel van leren. Of, zoals de joodse Arnon Grunberg schrijft: ‘James Rondeau van het Art Institute of Chicago vraagt zich af welke beslissingen moeten worden genomen om ‘aan de juiste kant van de geschiedenis’ te staan.’

Wijze woorden. Intussen kan Baudet slechts dromen van een heldhaftige afkomst van Hugenoten. Of van joden, nu we het er toch over hebben.

Een heel klein beetje bloedverwant

Na lang speuren weet ik wel ongeveer van wie ik afstam. Genealogisch onderzoek is echter riskant om waarden en conclusies aan te verbinden. Laten we wel wezen. Meestal is het zonneklaar wie de moeder van een kind is. Maar van de vader kan je het nooit helemaal zeker weten. Toch laat ik mij graag meeslepen door een tot de verbeelding sprekend verleden. Wat mij uitermate fascineert, is dat ik van Franse komaf ben.

Nu is dat niets bijzonders. Half Noord- en Zuid-Holland stamt af van Hugenoten.
Maar ik heb nu eenmaal donkerbruin haar en zie dat graag als een kenmerkend teken. Dat er evengoed blonde mensen in mijn familie zitten (of zelfs in Frankrijk rondlopen), is een vergissing van Moeder Natuur. Voeg hier mijn gebruikelijke breedsprakigheid aan toe – als jullie toch eens wisten hoeveel tekst ik schrap – plus mijn naturelle uitspraak van de Franse taal. Dan weet je het zeker. Dat is de Franse invloed en mijn aangeboren tongval.

Ik herken de ene na de andere karaktertrek in het programma ‘Op zoek naar Frankrijk’. Zoals de koppigheid van de Bretons. Mijn voorouders komen uit een andere regio. Maar die oude Hugenoten waren ook behoorlijk standvastig en eigenwijs. Dus dat zit gewoon in de genen. Of die verwanten uit het noorden van Frankrijk kwamen, dat toen grotendeels bekend stond als de Zuidelijke Nederlanden, is vanzelfsprekend irrelevant. Want ik heb Franse voorouders aan zowel vaders- als moederskant.

Nou ja, van mijn vaderskant moet gezegd dat het wel een enigszins fragiel lijntje is.
Ik heb het berekend. Want ik kwam een portretje van de broer van mijn voorvader in de zevende generatie tegen. Dus een volle zoon (mag ik aannemen) van mijn voorvader in de achtste generatie. Dan wordt het: generatie 1  = 1 persoon, generatie 2  = 2 ouders, generatie 3 = 4 grootouders, generatie 4 = 8 overgrootouders. En zo voort tot en met de achtste generatie. Dus: generatie 8 = 128 voorouders. Uhm, ja. Waarvan één man en één vrouw Frans zijn. Nou ja, ze spreken Frans. Denk ik. Want ze komen uit Luik. Pardon: Liège. Of daaromtrent. Nou ja, daar ergens dus. (Ik moet dat nog opzoeken, eigenlijk.)

Maakt allemaal niets uit! Ik heb een afbeelding van hem, mijn Franse achttiende eeuwse bloedeigen verwant.

De essentie van vrijheid

De recente gebeurtenissen in Frankrijk vragen om een zoektocht naar de essentie van vrijheid. Naar mijn idee vormen vrijheid, verbondenheid, tevredenheid en gezondheid het hoogst haalbare. Samen leiden ze tot momenten van geluk. Maar wat is vrijheid nu precies? Wanneer ben je werkelijk vrij?

Mijn gedachten meanderen via een oorlog, definities van vrijheid en onze behoefte aan regels naar een conclusie.

Oorlog
Bij mijn geboorte kreeg ik de naam Karin. Mijn moeder dacht dat dat ‘vrije vrouw’ betekende. Onafhankelijk. Vrij in haar denken, doen en laten. Het is wel logisch dat mijn moeder vrij zijn belangrijk vond.

Zelf bracht zij vier jaar van haar jeugd in een oorlogssituatie door. Haar oudste broer werd opgepakt en gedwongen tewerkgesteld door de Duitsers. Haar tweede broer moest zich bij elke huiszoeking verstoppen, anders zou ook hij worden weggevoerd. Er liepen soldaten van een bezetter op straat. Nederlanders moesten zich in hun eigen land gedeisd houden. De dreiging en belemmeringen waren tastbaar.

Vaak nemen we vrijheid voor lief. Alsof het iets vanzelfsprekends is.

Vrijheidslievend
Ik ben ervan overtuigd dat mijn denken en doen mede is beïnvloed door de karakters en keuzes van mijn voorouders. En dan in het bijzonder de Hugenoten en de ondernemers in dat gezelschap. Vrijheidslievende mensen die trouw bleven aan hun overtuiging en waarde hechtten aan onafhankelijkheid. Althans, zo stel ik mij hen voor.

Betekenis volgens Van Dale
Van Dale geeft meerdere definities van vrijheid. Zoals: kunnen gaan en staan waar je wil, onbelemmerd, vrijheid van beweging, ongehinderd door anderen, niet onderworpen, geen dwang, maatschappelijke onafhankelijkheid, zelf mogen kiezen, kunnen zeggen wat je wil, omgaan met wie je wil, niet hoeven werken. Ik ga brainstormen over wat dit betekent.

Kunnen gaan en staan waar je wil
Er zijn geen grenzen en geen obstakels. Overal ben je welkom, ongeacht je afkomst, religie of aard. Laat je paspoort maar thuis. Je hebt de middelen en lichamelijke gesteldheid om op elke plek te komen. Alle deuren gaan voor jou open. Als ik dit letterlijk neem, mag ik bij iedereen ongevraagd thuis binnen komen wandelen en anderen bij mij.

Wij zijn relatief rijk en ons land heeft verdragen met de meeste andere naties. Daarom kunnen wij vrijwel overal naartoe reizen. Er zijn echter grenzen, want voor een permanent verblijf gelden regels. Daar ben ik keihard mee geconfronteerd.

Onbelemmerd, vrijheid van beweging
Wanneer ben je geheel vrij in je bewegingen? Volgens mij wanneer je in het luchtledige zweeft of vliegt. Als je vrij staat, kan je naar elke windrichting bewegen en een sprongetje omhoog maken. Maar door de grond zakken of de diepte in springen is moeilijk. Dan is er een barrière, mentaal en fysiek.

Loskomen en loslaten zijn we niet gewend. Dat lukt pas wanneer je een stadium van mentale vrijheid bereikt.

Ongehinderd door anderen
Je deelt een ruimte met mensen die jouw comfort zone respecteren. Andere weggebruikers houden voldoende afstand. Je kan vrijelijk het huis van de buren passeren. Eerlijk gezegd voel ik mij hier wel regelmatig gehinderd door anderen. Stap maar in een trein tijdens de spits.

Niet onderworpen, geen dwang
Zoals wanneer niemand anders gezag of beschikkingsrecht over je heeft. Je zit niet in de gevangenis en woont niet in Noord-Korea. Je bepaalt zelf wat je doet met je leven, je lichaam en je dood. Je staat niet onder het gezag van je man. Je woont in een democratisch land. Geestelijken laten je vrij in je godsdienstbeleving. Vaak is er hevig gevochten voor deze verworvenheden.

Maatschappelijke onafhankelijkheid, zelf mogen kiezen
Hierbij denk ik aan inspraak als burger bij gemeentebeleid. Je wordt in staat gesteld om zelfredzaam te zijn. Je hoeft geen ambtenaar om te kopen voordat hij je paspoort afgeeft. Je hebt vrij toegang tot internet. Je mag zelf een beroep, een woonplaats en een partner kiezen. Ook als je een vrouw bent.

Kunnen zeggen wat je wil
Je voelt je vrij om je mening te geven en wordt niet bedreigt als je die in het bijzijn van andersdenkenden uit.

Dit is de eerste in het rijtje waarbij ik serieus ongemak ervaar. Vergeleken bij inwoners van andere landen hebben wij uitzonderlijk veel ruimte om te zeggen wat we denken. Ik ben in gebieden geweest waar tal van onderwerpen absoluut taboe zijn. Toch doen zelfs wij hier aan zelfcensuur. Soms is het onschuldig, zoals een leugentje om bestwil wanneer je iemand wil ontzien. Maar op internet ben je echt niet vrij. Over bepaalde onderwerpen kan je beter zwijgen of anoniem schrijven.

Omgaan met wie je wil
Je mag je eigen vrienden, sportmaatjes, collega’s en partner kiezen. Wie of wat ze ook zijn. Je mag met hen een groep vormen, zo groot of klein als je maar wenst.

Niet hoeven werken
Wanneer je alle andere vormen van vrijheid al hebt, blijft er vaak één over die ontbreekt. Volledige financiële onafhankelijkheid. Een enkeling lukt het om zich te bevrijden van de behoefte aan aardse goederen. Die bereikt een staat van mentale vrijheid.

Persoonlijk zou ik het als een absolute verlossing beschouwen als ik niet meer voor het geld hoefde te werken. Als werknemer en zelfs als zzp’er ben je nooit echt vrij. Toch zou ik wel bezigheden en ontplooiing blijven zoeken. Een leven zonder zingeving is een leeg bestaan.

Wat is dan vrijheid?
Je zou denken dat vrijheid een samenvatting is van al het bovenstaande. Onze individuele vrijheid is echter soms zo ver doorgeschoten dat het de bewegingsruimte van anderen beperkt. Daarom kom ik uit bij: vrij zijn in je denken, doen en laten, met respect voor de vrijheid van anderen.

Kennelijk zijn regels nuttig, ook al lijken ze vrijheid te beperken. We verlangen een kader, waarbinnen we voldoende speelruimte hebben. Bovendien zoeken veel mensen naar houvast en zingeving buiten zichzelf. We zijn bang voor verlies en gebrek (loslaten). We kunnen pas zonder kader leven als onze angsten verdwijnen en we mentale vrijheid bereiken.