De zeven diehards en de zeven watjes

Vandaag werd weer eens duidelijk hoezeer het Nederlandse volk is gedegenereerd. We gingen namelijk wandelen en volgens Buienradar zou het een beetje gaan regenen. Er was inderdaad een beetje motregen, gevolgd door een beetje meer regen en een beetje minder regen, enkele bijna droge minuten en daarna weer langdurige motregen. We zouden met zijn veertienen op pad gaan. Uiteindelijk kwamen er slechts zeven wandelaars opdagen. Belachelijk toch?

Wie zijn nu de zeven diehards? Allereerst de kaartlezer en zijn vriendin. Verder is er een Friezin. Friezen zijn stijfkoppen die zich niet laten weerhouden. Nummer vier is een ouwe taaie. Da’s een vrouw op leeftijd die altijd pruttelt en achteraan loopt, maar wel volhoudt. Ook wandelen twee ex-militairen mee, een man en een vrouw. Zij zeuren nooit en blijven opgewekt in weer en wind. En vanzelfsprekend ben ik er bij.

Ik weet ook wie de zeven anderen zijn, ze staan op een lijst. De watjes. Die spelbrekers. Dat zooitje losers. Die kwezels zonder karakter. Die weekdieren zonder ruggengraat. Bah. Als ze maar niet denken dat ze ooit nog bij mij hoeven komen met verhalen over hun zogenaamde ‘wandelexpedities’. Want ik onthoud alles. Stelletje afvalligen.

Overigens hebben we genoten van koffie met taart bij de open haard van een monumentale herberg in Bronkhorst. Het was er heerlijk warm en na de wandeling smaakte alles extra lekker. Wat jammer toch dat die zeven dat nu hebben moeten missen.

Afrekening in de horeca

Je hoort mensen wel klagen over de hoge prijzen in de horeca. Vergeleken met Duitsland betaal je hier inderdaad flink voor een cappuccino. Al sinds mijn eerste baan bij een accountantskantoor weet ik dat cafés een zeer royale winstmarge hanteren op koffie en thee. Tenminste, als je puur naar de ingrediënten kijkt en een paar centen rekent voor energie. Waar je de klagers echter nooit over hoort, zijn de wanbetalers. Degenen die per ongeluk de rekening vergeten en weglopen omdat ze de bus moeten halen. Of zo.

Ik maak het regelmatig mee tijdens wandelingen in groepsverband. Zo’n groep is een allegaartje dat op een georganiseerde tocht intekent. Vaak verzamelen we bij een café of restaurant. Onderweg en na afloop volgt er doorgaans nog meer horeca. Jarenlang was het gangbaar om de bon te vragen en het geld op tafel bijeen te leggen. Soms ontbrak er dan een bedrag. Wat sowieso raar was, want diverse mensen hadden er ook al fooi bij gedaan. Maar dan legden we allemaal, of een persoon afzonderlijk, geld bij en dan was dat ook weer klaar.

Trouwens, ooit zal ik hier misschien nog in alle geuren en kleuren een tafereel beschrijven van een drie kwartier durende uiterst gênante heisa over welgeteld ƒ 0,25 in een restaurant op Malta in september 1993, in Valletta om precies te zijn, met bij hoge uitzondering de persoonsnaam er bij van die ene troela uit Utrecht, die ons zelfs de volgende ochtend in de hotellobby met haar berekeningen opwachtte, waar ze kennelijk de hele nacht mee bezig was geweest, en er toen alwéér over begon, maar nu even niet.

Oké, waar waren we gebleven?

De laatste jaren is het gangbaar geworden om allemaal apart af te rekenen. Zelfs als we met zijn vijftienen zijn. Nu hebben wij Nederlanders (vooral de Hollanders onder ons) een vrij slechte reputatie als je kijkt naar uitdrukkingen in de Engelse taal met ‘Dutch’ erin. Dat komt natuurlijk omdat wij eeuwenlang de grootste rivalen waren van de Britten op het koloniale wereldtoneel. Maar toch, dat apart afrekenen in restaurants is echt wel een dingetje. Ik ben er geen fan van.

Als je maar vaak genoeg meemaakt dat er een tekort is, of dat de serveerster naar de tafel komt om te zeggen dat er nog een cappuccino en appeltaart met slagroom ‘open staan’, dan leer je vanzelf om wie het gaat. In Zundert gebeurde het, en in Hoevelaken. En daar op die kersenboerderij aan het water bij Utrecht. En later opnieuw, in een bezoekerscentrum bij Veenendaal. Dat is H. dus, uit Amsterdam. Ja jongen, we weten het wel. Maar ik doe net alsof ik niets in de gaten heb en roep in de groep, terwijl hij zijn jas al aantrekt, ‘Hebben we allemaal afgerekend?’ ‘O ja,’ zegt hij dan, ‘bijna vergeten.’, en dan gaat hij toch maar betalen.

Een zwak voor gedateerde horeca

Ineens vallen ze op tijdens een wandeling van Borculo naar Ruurlo met in Goor een noodstop. (Lang verhaal.) Van die horecagelegenheden die een beetje verouderd zijn. Oh, ze zijn aangenaam genoeg. Je kan er allerlei soorten koffies krijgen en verschillende smaakjes thee. De aankleding is gezellig en sfeervol, en het is er lekker warm. Maar toch. Het kan allemaal nog net. Het is al bijna oubollig. Of, als je beter kijkt, misschien al helemaal.

Dergelijke cafés en restaurants tref je overal aan. Wel zie je ze in de Randstad steeds minder. Daar is er vaak al een bezem door gehaald. Dan heeft zo’n zaak een complete restyling achter de rug. Als bezoeker betreed je geen strakgetrokken interieur, maar een uitgekiend concept. Ofwel een inrichting die marketingtechnisch gezien goed werkt. Want daar gaat het om. Kiezen eigenaren soms een interieur uit de catalogus van de dominante brouwerij?

Vandaag belandden we in zo’n nagebouwd bruin café in Goor. Ze hadden Heineken op de tap, plus enkele andere brands. Het etablissement was nagenoeg identiek aan twee cafés in Haarlem en Deventer. Dezelfde ‘oude’ tafels en stoelen, dezelfde verhoogde zithoekjes achter hekjes en hetzelfde soort versieringen.

Die versieringen bestaan bijvoorbeeld uit sepiakleurige foto’s van mensen en straattaferelen. Of er hangt een verzameling opvallend gladde buitenlandse nummerplaten aan de muur. (Hm, waar heb ik dat ook alweer eerder gezien? Oh ja, in een Kockengense patatzaak. Al waren de nummerborden daar wel gebruikt en origineel.) Eerlijk gezegd, doe mij het oorspronkelijke werk maar. Zelfs als de koffie iets minder smaakt.

We eindigden bij De Keizerskroon in het centrum van Ruurlo. Die zaak draait zo te zien al een poosje mee. Er zal in Ruurlo vast een hippere eetgelegenheid zijn, met een trendy keuken bovendien. Maar ik heb een zwak voor authenticiteit en dat mag best wat gewoontjes zijn. Hoewel gewoon … Waar krijg je nu een specialiteit als de huisgemaakte Reurlse kroket? Oké, de website is wat gedateerd. Nou en? Hun jachtkamer hierboven op de foto is tenminste origineel. Die zie ik liever dan zo’n inwisselbaar concept nep bruin café.

Tussen Lochem en Borculo in

We zijn pas op een derde van de route, maar dit wordt een absolute topper in mijn jarenlange wandelcarrière: het Graafschapspad. Niet alleen vanwege het gevarieerde landschap met bospercelen, velden, weilanden, heuvels en riviertjes. Maar ook vanwege de rust en de gemoedelijke sfeer. Deze regio ligt letterlijk tussen de Hollandse en de Duitse cultuur in. En dat merk je.

Zaterdagmiddag, hartje Lochem. Vrienden, gezinnen en ouderen met hun rollator naast hun tafeltje zitten aan de lunch. Ze nemen uitgebreid de tijd om bij te praten en samen te zijn. Het werk is gedaan en niemand heeft haast. Er is eten genoeg en comfort alom.

Verderop, voorbij de Lochemse Berg. Wandelvriendin A. en ik strijken neer op een bank bij een braakliggende akker in de zon. Het is muisstil, op het zacht ritselende geluid van neerdwarrelende eikenblaadjes na. Waar en wanneer kon je voor het laatst blaadjes horen vallen? Er komen twee wandelaars voorbij en een hardloopster. Verder niemand. Ze passeren een geel bord naast het pad. ‘Hardlopers: Rechts. Wandelaars: Links’.

Later, koffiepauze in De Groene Jager te Barchem. Zo zie je ze zelden meer. Perzische kleedjes op tafels. De trofeeën van de club in een kast bij het biljart en het vaandel van de plaatselijke muziekvereniging achter glas. Opgezette dieren boven de bar. Dit is tenslotte het honk van de jagers hier. Halverwege de middag installeert een ouder dametje zich bij het raam met zicht op het verkeer. Haar vaste plek op zaterdag, wellicht?

Jeugdherinneringen, eind jaren zeventig. Klaverjasmiddagen bij een vriendin. Een stamkroeg met dezelfde rode kleedjes, waar permanent een rooksluier hing. Een slecht geventileerde ruimte en de geur van oud bier. Het werd in die tijd al wat oubollig. Nu voelen de opstaande draden van het tapijtje onder mijn handen weer zo vertrouwd. Wandelvriendin A. kon alleen verlangen naar de bijbehorende sfeer, toen ze opgroeide in een streng gereformeerd gezin.

Het verlies van hotel Dreijeroord

Vandaag komt de documentaire ‘Het verlies van Dreijeroord’ op TV Gelderland. Dit gaat over een Oosterbeeks hotel waaraan veteranen van WO II herinneringen bewaren. Ondanks internationaal protest is het tegen de vlakte gegaan. Er komt een verzorgingshuis voor dementerenden op die plaats. Volgens de projectontwikkelaar was het oude hotel niet meer geschikt te maken. Ook ik bewaar herinneringen aan hotel Dreijeroord, hoewel van recentere datum.

Het blijft bizar. Hier in de regio heerst nu zo’n landelijke rust, terwijl er in 1944 letterlijk om elke vierkante meter is gevochten. Dit vanwege operatie Market Garden, waarvan de Slag om Arnhem onderdeel was. Toen ik vier jaar geleden naar huizen zocht, wees een makelaar op ‘onschuldige’ scheuren in buitenmuren. Die waren door de luchtdruk bij explosies ontstaan. Ook voor mijn woning is kort na de oorlog een schaderapport opgemaakt.

Op 17 maart 2007 stond ik op een koele ochtend met een groep wandelgenoten voor hotel Dreijeroord. We snakten naar koffie met wat lekkers erbij. Maar ondanks aanbellen deed niemand open. Op een gegeven moment verscheen er een vrouwenhoofd uit een raam op de eerste verdieping. We riepen naar boven dat we graag koffie wilden. Mevrouw antwoordde dat ze daarin niet kon voorzien. ‘Er is momenteel te weinig personeel.’

Ik ben het nooit vergeten. Zowel de prachtige omgeving als dat gebouw in Zwitserse chaletstijl maakten indruk. Het betrof een wandeling van de Kreta-groep. Vrienden van een vakantie op een Grieks eiland, die nog elk halfjaar samen komen. Zojuist heb ik de datum gecheckt, want dat houden we bij. Die dag moet het eerste zaadje zijn geplant voor mijn verhuiswens naar het oosten. Nu wandel ik regelmatig langs de plek waar hotel Dreijeroord stond. En binnenkort komt de rest van de groep ook weer een dagje deze kant op.

Het beste gezelschap op het terras

Een dag langs Bossche terrasjes heeft voor helderheid gezorgd. Dat zit zo. Ik hou van terrasjes. Het is altijd leuk om met iemand naar de stad/het bos/het strand/de film of wat dan ook te gaan. Daar verwacht ik dan een terrasje bij. (Als het koud is mag het ook binnen zijn.) Het dilemma zit ‘m in mijn huidige vriendenkring. Die bestaat uit twee soorten mensen. 1. Zij die van de calvinistische soort zijn; en 2. de Bourgondiërs.

De calvinisten zien koffiepauzes als noodzakelijk kwaad. Iets wat op zijn best puur functioneel moet zijn. Dus als we ergens komen, roepen zij alvast ‘Bestel voor mij maar cappuccino (ochtend)/rooibosthee (middag)’, terwijl ze naar het toilet rennen (dan hebben ze dat alvast gehad). En zodra de bestelling wordt gebracht, trekken ze meteen hun portemonnee om af te rekenen, hoewel de ober het bonnetje nog moet brengen.

Tussendoor kieperen ze het gloeiend hete vocht naar binnen, terwijl ze kijken op de kaart hoe de route verder gaat en daarna beginnen ze hun tas alvast weer op orde te maken voor de volgende etappe. Onderwijl met groeiend ongeduld en onverholen frustratie kijkend naar mij. Want ik moet dan nog aan mijn drankje beginnen. Laat staan dat ik al naar het toilet ben geweest.

In het allerergste geval heb ik honger. Dat komt best vaak voor. Tot hun afgrijzen bestel ik er dan een gebakje bij, of een saucijzenbroodje. En ik eet langzaam, hè. Heel langzaam. Ik krijg het namelijk niet snel weg en ik laat het mij goed smaken. Als ze slim zijn, stellen ze me dan geen vragen. Wanneer ik moet praten, eet ik namelijk nog trager.

Het zal duidelijk zijn, ik heb een gróte voorliefde voor Bourgondiërs. De levens-genieters. Degenen die het breed laten hangen als dat ook maar even kan. Zij die van zo’n dag een feestje maken. Alsof het de laatste is. En zo niet, dan hebben ze toch alvast maar weer genoten. Tijdens uitstapjes in elk geval. Juist omdat ze heel goed beseffen dat het niet elke dag feest kan zijn.

Voortaan ga ik na kennismaking met een potentieel nieuwe vriend of vriendin eerst de terrasjestest doen. Is het geen terrasjestype, dan is het meteen einde verhaal. Het leven is te kort om mijn tijd met zulke mensen te verdoen. Overigens staat mijn record op een afspraak in de Foreign Correspondent Club in Phnom Penh. Die begon om 10.00 uur en we vertrokken negen uur later.

Ook met vriendin M. zit het goed. De combinatie van een uur wandelen plus drie uur op drie verschillende terrasjes, is perfect. Nu alleen nog even die Bossche Bol verwerken. 😉

De eerste terrasjes dag, wat een genot

Baal je van je werk/naasten/gezondheid/financiële staat, of van alles in je leven? Dan kan je beter niet verder lezen. Want afgelopen week, op die zalige, zonovergoten woensdag, telde ik mijn zegeningen. En dat ga ik hier overdoen.

Op een doordeweekse dag wandel ik met een groepje andere mazzelaars in het bos. Het staat er terloops. Maar laten we deze zin eens ontleden.

Op een doordeweekse dag. Sinds mijn eerste baan besef ik hoe bijzonder vrij zijn is op een doordeweekse dag. Vooral bij een fulltime baan. Dan moet je zorgvuldig je vakantiedagen plannen. Heb je genoeg van dat bestaan, dan lijkt er geen ontkomen aan. En alles moet in het weekend gebeuren. Terwijl je doordeweeks weg wil kunnen, spontaan. Maar er ligt een waslijst met klussen die gisteren moeten worden gedaan.

Wandel ik. Dit betreft geen ander, ik ben er zelf bij.

Met een groepje andere mazzelaars. We zijn allemaal vrijgesteld. Sommigen voor de rest van hun leven, anderen voor deze dag alleen. We hoeven vandaag geen geld te verdienen. Want dat is al binnen of dat komt er met zekerheid aan. We hebben voor even geen verplichting. Niemand hoeft snel een kind op te halen. Niemand moet zo naar een vergadering gaan. We zijn voldoende fit; op zijn minst naar leeftijd of omstandigheid.

Als mazzelaars treffen we het terras van de Carolinahoeve geopend aan. Precies op de eerste dag van het nieuwe seizoen. Dat wordt genieten van koffie en taartjes, terwijl we ons koesteren in de warme lentezon. Geen van ons heeft haast. We blijven net zo lang tot we helemaal rozig zijn.

In het bos. Voor wie in een polder is opgegroeid, blijft een bos bijzonder. En hier ligt het grootste bos van Nederland op loopafstand.

Een boswandeling op een doordeweekse dag met een groepje mazzelaars. Het kost weinig en het kan nog jarenlang. De rest is toekomst. Voor nu, althans.