Back to the seventies! (met muziek)

De ontdekkingsreis door vijftig jaar muziekgeschiedenis is begonnen. Wat er allemaal wel niet op die 100 oude cassettebandjes staat … Het gaat van pop naar punk en van soul naar hardrock. Sommige liedjes hoor je nu vrijwel nooit meer, zoals Ce coir van de Golden Earring. Toch een van hun beste songs, nietwaar? De grootste hits worden in elke top 1000 grijs gedraaid, maar het onbekendere werk is vaak interessanter. Dankzij die cassettebandjes met opnamen passeert er een heel tijdperk vol jeugdsentiment.

Deze bijna vergeten muziek roept vast ook bij jullie herinneringen op. Daarom zet ik hier zeven willekeurig gekozen opnamen op een rij, met linkjes naar YouTube. Genieten maar!

  1. Golden Earring – Ce coir
  2. Genesis – Turn it on again
  3. Gary Rafferty – Get it right next time
  4. Dooly Silverspoon – Bump me baby
  5. Sylvester – You make me feel (mighty real)
  6. The Shirts – Laugh and walk away
  7. En de mooiste: Japan – Nightporter

PS: Ik zoek al jaren naar een extended version remix van Donna Summers I feel love met zwaardere bassen dan in de oorspronkelijke vorm. Wie weet hem te vinden?

Lief dagboek in de vuilnisbak

Een wandelvriendin luistert elke zondag naar het NTR-programma Lief Dagboek. Daarin lezen mensen voor uit hun pubertijd dagboek. Het is gênant, aandoenlijk, komisch en vooral: oh zo herkenbaar allemaal. Ook ik heb jarenlang dagboeken bijgehouden. Niet dagelijks, maar telkens wanneer ik mijn hart moest luchten. Met als gevolg dat ze inderdaad aandoenlijk waren om terug te lezen, komisch eveneens, maar bovenal: te gênant voor woorden.

In 2008 was ik 45 jaar en heb ik al dat beschamende materiaal weggedaan. Want stel je voor dat ik plotseling dood neer zou vallen en mijn naaste familie die documenten in handen zou krijgen. Dat nooit. Vandaar. Dit is een ingekorte versie van de balans die ik toen heb opgemaakt.

‘Het verleden is nu echt voorbij, het heden is niet zoals toen gedacht en de toekomst is anders. Of toch niet helemaal.

Vandaag 31 augustus 2008 heb ik een stap gezet die ik wijselijk enkele malen heb uitgesteld. Maar ineens was de tijd er rijp voor. Ik heb mijn twee dagboeken inclusief aantekeningen op losse blaadjes sinds 1975 verscheurd en weggedaan. Nu liggen ze boven op het groenteafval en besmeurd door de koffieprut in een donkergrijze vuilniszak op de P.weg in de afvalbak. Tot de vuilniswagen komt en dan is de verwijdering definitief.

Ze gaan dezelfde weg als de beschamende dagboekpagina’s die ik jaren geleden al had dicht geplakt, daarna uitgescheurd en weggegooid. Evenals die oude schoolagenda’s en lelijke foto’s, die ik al eerder wegdeed. Zoals ik nu ook een enkel reisverslag uit de pubertijd, nog meer oude agenda’s en een aantal brieven wegdoe. Ik hoef ze niet meer te zien, te lezen of in mijn handen te houden. Het gebeurde ligt achter mij en ik neem het niet mee als ballast.

Waarom zou ik? Ik ben al jaren niet meer de persoon die ik toen was. Ik hoef mezelf niet te kwetsen door goudeerlijk mislukte foto’s in te plakken. En waarom zou ik opgetekende frustraties en verdriet bewaren? Neergepend om te verwerken en afstand te nemen. Niet om steeds te herlezen.

Er waren toch ook veel mooie momenten om op te tekenen? Om vast te houden? Ja, die zijn nu eveneens weg, maar niet werkelijk. Ik heb lieve, leuke, boeiende brieven bewaard, veel foto’s, en reisverslagen van alle mijlpalen in mijn leven.

Waarom dan nu deze stap? Omdat ik vanmorgen ineens bedacht dat ik misschien op de helft ben (ruim 45 jaar oud). Wellicht gaat het leven zich vanaf dit punt in spiegel­beeld ontvouwen. Minder glad en jong van uiterlijk, maar rijper en meer volwassen van geest. Minder aantrekkelijk en onzeker, maar met veel zelfvertrouwen. Minder naïef, maar ook minder onwetend. Minder oppervlakkig, maar met meer diepgang. Minder rusteloos; maar met meer rust en zelfs een soort berusting. Geen toekomst zoals ik had gedacht, maar wel een kans op goede alternatieven. Als ik ze kan zien en er iets mee kan doen. Dat is niet veranderd.

Er komt misschien nog een moment waarop ik alles zou willen teruglezen. Die agenda uit 1987 zou willen vasthouden. Ja, vooral op oudejaarsavond. Die is er dan niet meer. Maar ik ben al die dagboekaantekeningen gewoon zat. Het is steeds hetzelfde. Steevast een terugblik op hoogte- en dieptepunten. Weer over mijn werk, over relaties met anderen, over nog geen man, altijd over reisplannen, over vorige vakanties, speciale uitstapjes en concerten. Tja. Waarom zou ik dat blijven teruglezen? De pijnlijke momenten herinner ik mij toch wel. En voor het geval ik een black-out krijg, herhaal ik de hoogtepunten tot nu toe hier:

  • Reizen naar Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, South Pacific I, SP II, IJsland, Iran, Oman, Dubai, Beiroet, Madagaskar en al die andere prachtige landen. Bijzondere en heerlijke bestemmingen waar ik een fijne tijd heb gehad. Nooit zal ik spijt krijgen dat ik daar soms een baan voor heb opgezegd. Ik heb de mogelijkheden benut. Het blijven de beste keuzes uit mijn leven.
  • Andere successen, zoals de aankoop van mijn appartement. Het genealogische onderzoek en de kwaliteit daarvan. Motor- en autorijbewijs in één keer gehaald. Op mijn veertigste alsnog beland in een universitaire collegebank. Een baan in de internationale ontwikkelingssector. En het assessment waardoor bekend werd dat ik HBO werk- en denkniveau heb. Dat laatste lijkt zo gewoon, maar het heeft mijn zelfbeeld als laatbloeier wel compleet gekanteld.
  • Mensen. J. vanzelfsprekend; ondanks alles. Met hem heb ik iets gehad wat lang niet iedereen is gegeven. En tegen alle verwachtingen in was daar ineens die kans om hem in 2006 na twaalf jaar weer te ontmoeten. Ook F. uit Adelaide, voor de droom die hij aanreikte. Van een heel andere orde M. Verder E. & L. en M. Voor de opening naar een andere werkwereld: G., W., I., en A., En voor de grootste lol: I. en G. En opvoeden valt niet mee. Al met al hebben mijn ouders mij ook heel wat meegegeven.
  • Bijzondere ontmoetingen. Via associatieve gedachten wordt mijn geest af en toe getriggerd en dan schieten ze mij weer te binnen. Zoals met die behulpzame Nieuw-Zeelander in 1995, toen ik op een straathoek een plattegrond raadpleegde. En dan die verkeersagent in het Libanese Tripoli, die het razende verkeer tegenhield toen ik wilde oversteken. Hun samenlevingen zijn kwetsbaar.

Ik weet niet waar het naartoe gaat met de wereld en of Australië nog wel zo zal zijn als ik mij nu voorstel tegen de tijd dat ik stop met werken. Ik weet niet of ik er dan naartoe kan om voor langere tijd te wonen, en of ik dat dan nog wil. […] Wat eerst een vast gegeven leek, is nu in een heel ander perspectief komen te staan. Ooit was het politiek correct om pro Israël te zijn. Nu zijn het de Palestijnen die als underdog op begrip mogen rekenen.

Ik weet niet of we de huidige comfortabele werkvoorwaarden behouden als China en andere landen steeds harder gaan concurreren met Europa. Misschien is onze gouden tijd werkelijk voorbij. Qua werk, qua natuurschoon, qua beschaving, als ik even een geromantiseerde versie van Engelse omgangsvormen voor ogen hou. In de afgelopen twintig tot dertig jaar is veel al enorm veranderd.

Wellicht heb ik daarom de tastbare herinneringen aan het verleden zo lang vastgehouden. En waarschijnlijk zoek ik daarom steeds weer herkenning in westerse samenlevingen en andere ‘vertrouwde’ gebieden. Zoals het Midden-Oosten en een land als Indonesië.

Toch zie ik regelmatig mooie nieuwe dingen: kunstuitingen, muziek, een uitvinding als het internet, toegankelijkheid van kennis. Ontwikkeling is verandering, daarvoor moet je ook kunnen loslaten. Jongeren van twintig leven in een heel andere, zeer dynamische wereld met veel kansen. Meer dan mijn generatie in de jaren tachtig had.

Soms ben ik daar verbitterd over en ik voel natuurlijk dat een aantal stadia voorgoed zijn gepasseerd. Ik ben 45 jaar oud, dus van middelbare leeftijd. Het zij zo. Ik ga verder en blijf uitkijken naar nieuwe kansen. Op werkgebied, qua reisbestemmingen en wie weet toch nog op relatiegebied. Oude ballast kan je maar beter kwijt zijn wanneer je de toekomst in stapt. Vandaar.’

Inzichten uit het gewiste verleden van Raam Open

Een grote schoonmaak kan nog weleens tot hernieuwde inzichten leiden. Na het wissen van 115 logjes op Raam Open deel ik ze graag, voordat ze in de prullenbak verdwijnen.

Verwondering is het begin van alle wijsheid. Aristoteles, Griekse filosoof.

‘Ach, wat ben je toch afhankelijk van anderen om zelfstandig te kunnen zijn.’

Some people are so poor, All they have is money. Gelezen op consuminderen met plezier.

‘Soms is niets wat het lijkt en bepaalt de context alles.’

En dit oudje van 21 november 2014 krijgt een tweede kans, want de tekst is toepasselijk en de muziek is het beluisteren waard:

‘December nadert en daar kijk ik altijd naar uit. Het is typisch zo’n wintermaand om heerlijk thuis te blijven. Vooral wanneer het buiten koud en donker is. Nu werken de meesten van ons nog naar de kerstvakantie toe. Wanneer het zover is, komt bijna alles tot rust. Ik heb dan stapels tijdschriften en vakantiegidsen in huis. Muziek en port erbij, genieten maar. Een onnavolgbare gedachtekronkel leidt mij naar het Midden-Oosten … December, kerst, Bethlehem? Vul zelf maar in. Met muziek ben je er zo.’ Uit: Decemberdwaling.

De foto komt uit het logje: Nagenieten van Ierland.

Tussen Lochem en Borculo in

We zijn pas op een derde van de route, maar dit wordt een absolute topper in mijn jarenlange wandelcarrière: het Graafschapspad. Niet alleen vanwege het gevarieerde landschap met bospercelen, velden, weilanden, heuvels en riviertjes. Maar ook vanwege de rust en de gemoedelijke sfeer. Deze regio ligt letterlijk tussen de Hollandse en de Duitse cultuur in. En dat merk je.

Zaterdagmiddag, hartje Lochem. Vrienden, gezinnen en ouderen met hun rollator naast hun tafeltje zitten aan de lunch. Ze nemen uitgebreid de tijd om bij te praten en samen te zijn. Het werk is gedaan en niemand heeft haast. Er is eten genoeg en comfort alom.

Verderop, voorbij de Lochemse Berg. Wandelvriendin A. en ik strijken neer op een bank bij een braakliggende akker in de zon. Het is muisstil, op het zacht ritselende geluid van neerdwarrelende eikenblaadjes na. Waar en wanneer kon je voor het laatst blaadjes horen vallen? Er komen twee wandelaars voorbij en een hardloopster. Verder niemand. Ze passeren een geel bord naast het pad. ‘Hardlopers: Rechts. Wandelaars: Links’.

Later, koffiepauze in De Groene Jager te Barchem. Zo zie je ze zelden meer. Perzische kleedjes op tafels. De trofeeën van de club in een kast bij het biljart en het vaandel van de plaatselijke muziekvereniging achter glas. Opgezette dieren boven de bar. Dit is tenslotte het honk van de jagers hier. Halverwege de middag installeert een ouder dametje zich bij het raam met zicht op het verkeer. Haar vaste plek op zaterdag, wellicht?

Jeugdherinneringen, eind jaren zeventig. Klaverjasmiddagen bij een vriendin. Een stamkroeg met dezelfde rode kleedjes, waar permanent een rooksluier hing. Een slecht geventileerde ruimte en de geur van oud bier. Het werd in die tijd al wat oubollig. Nu voelen de opstaande draden van het tapijtje onder mijn handen weer zo vertrouwd. Wandelvriendin A. kon alleen verlangen naar de bijbehorende sfeer, toen ze opgroeide in een streng gereformeerd gezin.

1584 – 1918 – 1945: als … dan …

Als Nederlandse ouderen over ‘de oorlog’ praten, dan bedoelen ze die van 1940 – 1945. De oorlog van 1914 – 1918 komt amper ter sprake, terwijl daarin de kiem voor de ‘tweede’ school. Als het over die ‘eerste’ oorlog gaat, dan is Ieper nooit ver weg. Maar herinneringen vervliegen snel.

Wie denkt nog aan Ieper als figurant in de Tachtigjarige Oorlog? Een deel van mijn Vlaamse voorouders komt er vandaan. Noodgedwongen verlieten ze rond 1584 huis en haard en kwamen in Leiden aan. Daar wonen hun nakomelingen nog steeds, dertien generaties later.

Als … dan. Welbeschouwd dank ik mijn leven aan die oorlog van lang geleden.

Oorzaak en gevolg. Het steentje in de rivier.

We beseffen zelden hoe ver de reikwijdte en invloed van onze geschiedenis gaat.

Kinderen en stilzitten

Op Radio Gelderland vertelt de nieuwslezer over een jeugdzorginstelling. Daar moesten kinderen voor straf lang stilzitten en hun mond houden. Na klachten van ouders wordt deze straf niet meer toegepast. Het is kennelijk niet goed voor kinderen om lang stil te zitten. Dan is het in mijn jeugd wel heel ernstig misgegaan.

Mijn zus en ik moesten als kind aan volwassenen gehoorzamen. Wanneer we naar een familieverjaardag gingen, zaten we in de auto redelijk stil. Na aankomst gingen we weer in een kring op stoelen zitten. De kinderen werden af en toe bij het gesprek betrokken, al spraken de volwassenen meestal. Waarschijnlijk speelden we soms buiten met neefjes en nichtjes. Maar bij mijn weten zaten we vooral langdurig stil.

Verder kan ik mij bezoeken aan de kerk herinneren. Daar moest je héél stil zitten en héél stil zijn. Gelukkig gingen we af en toe staan tijdens het zingen. En ook moesten we knielen (op keiharde planken met van die vilten matjes). Als toppunt van beweging haalden we ergens tussen de preek en het zingen in een hostie. Dan sloot je achter in de rij aan en schuifelde je naar het altaar. Met de hostie op je tong liep je daarna zelfbewust terug naar je plaats. Die hostie kwam wel pas na de Heilige Communie. Toen was ik al een jaar of acht. Stilzitten in de kerk duurde erg lang.

Op school moesten we alweer stilzitten. Per les zeker vijftig minuten lang. Op de kleuterschool mocht je nog spelen in de zandbak. Maar op de lagere school werd het serieus. Dat stilzitten was soms best een uitdaging. Mijn eerste spijbelmoment gaat dan ook terug tot de eerste klas. En toen moesten de pubertijd en middelbare school nog beginnen. Ik heb tussen mijn zesde en zestiende levensjaar bijzonder vaak stilgezeten. Tot vervelens toe.

Bovendien was mijn vader al vroeg de trotse eigenaar van een automobiel. Daarom ben ik een kind van de achterbank. De ritjes naar de stad of familie vielen mee qua afstand. Maar wij gingen ook op vakantie naar het buitenland. Dat begon zo ongeveer toen ik drie was en dat herhaalde zich elk jaar weer. Uren heb ik op de achterbank doorgebracht, van benzinestation naar tolweg, et cetera.

Het komt allemaal terug en weet je wat nu zo sterk is? Dat ik ze ineens weer zo ontzettend mis. Die poortjes en de zware dieselwalmen bij de Franse péages uit mijn jeugd. Want er is weinig waar ik meer van geniet dan van passerend landschap. Gezien vanaf de passagiersstoel of de achterbank.

Raam Open is jarig

Vandaag bestaat dit blog vijf jaar. Als blogger begin je daar vol goede moed aan. Vervolgens moet je afwachten hoe het verder gaat. Hou je voldoende inspiratie? Blijft het leuk om bijna dagelijks te publiceren? En zijn er wel belangstellenden die je logjes willen lezen?

Raam Open is het podium geworden waarop ik had gehoopt. Ik kan er mijn ideeën over de wereld op slijpen. En ik kan er mijn persoonlijke ervaringen op kwijt. Zoals gebeurtenissen uit het dagelijkse leven; herkenbaar voor iedereen. Soms moet ik mijn gal spuwen. Maar vaker deel ik zaken die het leven veraangenamen. Humoristische voorvallen, mooie beelden en blijken van medemenselijkheid.

Raam Open is daarnaast een soort dagboek geworden. Onbedoeld, aangezien ik steeds een zekere afstand wil bewaren. Niet alles hoeft op internet. Maar welbeschouwd is er weinig dat ik zou willen terugnemen. Juist dankzij de remmende invloed van datzelfde internet. Mijn enige verzuchting is dat ik eerder met dit blog had willen beginnen. Het schrijven zet aan tot nadenken en er zijn al zoveel anekdotes in vergetelheid geraakt.

Blijft Raam Open voor anderen boeiend? Ik hoop het. Een blog draait op gedeelde interesses en herkenning. Terwijl mijn basisvisie stabiel blijft, veranderen mijn bezigheden wel. Af en toe maken logjes wat los. Soms inspireren ze en brengen ze iemand op een idee. En soms irriteren ze.

Het leven zelf is de toekomst van Raam Open. Gaan we richting Mad Max of wordt het iets anders? Er volgt nog materiaal genoeg.