Onverklaarbare intuïtie

Ogenschijnlijk was er geen verband. Op een dag zag ik een emmer staan naast de panelen op het platte dak. Er was dus iemand geweest, hiernaast. Kennelijk waren de panelen gewassen en ontdaan van Saharazand. Bruin zand.

Het was ochtend, een paar weken later. Ik lag in bed en was net wakker. Ik moet naar de schoorsteen kijken, dacht ik. Out of the blue. Het was een volkomen geïsoleerde gedachte. Er was geen enkel verband met wat ik even daarvoor had gedacht of met wat ik die dag nog ging doen. Toch moet mijn onderbewustzijn een link hebben gelegd met een andere waarneming, die al bijna in vergetelheid was geraakt.

Ik moet op zolder gaan kijken naar de schoorsteen en naar de woning-scheidende wand. Binnen, onder het dak. Waar dat grenst aan het dak van de buurman. Die slang.

Soms werkt intuïtie als een waarschuwingssignaal vanuit je onderbewustzijn. Dan besef je pas achteraf hoe je op een bepaalde gedachtegang kwam. Soms blijft intuïtie onverklaarbaar. Maar ook bij de uiterst zeldzame, volkomen onverklaarbare voorvallen heeft intuïtie mij altijd beschermd.

Een blog als dynamisch dagboek

‘Dat klinkt alsof je de geschiedenis wilt uitwissen…’, schrijft Ronald onder het log over de grote schoonmaak van Raam Open. Ik kan mij indenken dat het verwijderen van logjes deze indruk wekt. Meerdere bloggers tonen in de rechterkolom van hun site lijsten met jaartallen waarachter duizenden oude logjes schuilgaan. Hieraan kan je zien hoeveel jaar zij al op internet actief zijn. Waarschijnlijk gebruiken zij hun blog als persoonlijk archief voor alle zaken die zij belangrijk vinden.

Veel titels van mijn oude logjes ken ik uit mijn hoofd, zo zeer werden zij mij in de afgelopen jaren vertrouwd. Logjes uit de jaren 2013 – 2019, die nog steeds op Raam Open staan, zijn ware overleveraars. Zij hebben herhaaldelijk grondige opschoonsessies doorstaan. De nu overgebleven logjes zijn mij dierbaar. En meer dan dat. Ze zijn verworden tot een soort persoonlijkheden. Ik ken ze zelfs bij naam. Zodra ik hun titels lees, weet ik vrijwel woordelijk waarover ze gaan.

De wereld vergaat heus niet, Geboortebeperking als redding, Thinking out of the box, Hakken in het zand/de bijstand, Iedereen is een *s*t*e*r*, De zwerver, Authentiek Rotterdam. Zomaar wat titels uit de vroegste maanden van mijn bloggersbestaan. Er staan fundamentele gedachten, ervaringen en gevoelens in, die door de jaren heen onveranderd zijn gebleven. Deze logjes weghalen, zou aan zelfverloochening gelijk staan.

Maar in de loop der jaren heb ik eveneens teksten geschreven waarover ik ben gaan twijfelen. Vaak heb ik dergelijke logjes tussentijds geschrapt. Ik ervaar logjes waar ik niet langer achter sta als onwaar.

Een voorbeeld. Soms heb ik geprobeerd om positief te kijken naar (en te schrijven over) situaties waar ik in werkelijkheid moeite mee heb. Of heb gehad. Als ik dan zo’n logtitel weer tegenkom, dan knaagt dat. Er staan in feite onwaarheden in, want het gevoel dat nu nog overheerst, is dat ik moeite met de situatie heb. Of heb gehad.

Een positieve wending geven aan een verhaal, is overigens geen vorm van schrijven voor de bühne. Het is eerder een soort bezwering waarmee ik mezelf probeer te dwingen niet het negatieve te laten overheersen. Soms lukt dat. Soms niet. En wanneer dat niet lukt, is zo’n log met een positieve omdenking vals. Dus moet het van Raam Open af.

Van elk log op Raam Open heb ik vooraf in Word een concept geschreven. Al die concepten bewaar ik, ook nadat de logjes verdwijnen van Raam Open. Bij de concepten in Word-documenten voeg ik regelmatig voor mezelf aantekeningen toe. Want hoe persoonlijker het wordt, hoe liever ik zaken vaag hou op internet. Met als gevolg dat ik soms zelf niet meer weet waarover een verhaal precies gaat.

Zodra ik logjes definitief schrap, verdwijnen ook de reacties voor altijd. WordPress biedt voor de reacties onder gewiste logjes geen aparte prullenbak. Daarom plak ik soms een reactie onder het concept in het Word-document. Zoals een reactie van Ingrid B op Het leven is maakbaar, toch? Daarin verwijst zij naar het begrip dramadriehoek. Het log vond ik te matig en is geschrapt, maar die verwijzing naar de dramadriehoek blijft voor mij relevant.

De opmerking van Ronald heeft mij doen beseffen dat ik Raam Open gebruik als dynamisch dagboek. Dit in tegenstelling tot een dagboek op papier, dat minder flexibel is dan een website. Natuurlijk, je kan pagina’s uit een dagboek scheuren, teksten doorkrassen, of hele stukken dichtplakken (wat ik vroeger wel heb gedaan). Maar over het algemeen laten mensen alles in hun dagboek staan.

Raam Open fungeert als dynamisch dagboek en als dynamisch fotoalbum. Dynamisch in de zin dat hier mijn actuele opvattingen en inzichten staan. Van mij hoeft een blog geen geschiedenis weer te geven. Daar heb ik Word-documenten voor. Voor wat ze waard zijn, want ook daarin staat evenmin het hele verhaal. …

(Bovenstaande foto uit een verwijderd log verbeeldt de natuurlijke schoonheid van vergankelijkheid.)

Niet meer naar de kapper

Het vorige bezoek aan de kapster is drie maanden geleden en het wordt hoog tijd dat ik weer ga. Je zou zeggen: ‘Dan maak je toch gewoon een afspraak?’ Dat kan inderdaad, ja, ondanks corona. Mondkapje op en knippen maar. Maar ik ga met hoe langer hoe minder zin naar haar toe. Welbeschouwd is die tegenzin er al zes jaar. Want voor de verhuizing had ik een zeer vakkundige kapster. Iemand met wie ik bovendien gesprekken kon voeren die werkelijk ergens over gingen. Dat is een waardevolle combinatie: vakwerk met inhoud. Zeker als het om een kapper gaat.

Mijn haar is overigens reuze makkelijk te knippen. En zit het model er eenmaal goed in, dan heb ik er geen omkijken meer naar. Even wassen en kammen en dan ben ik klaar. Veel mannen ’s staan morgens langer voor de spiegel aan hun haar te frunniken dan ik als vrouw.

Een goede kapper is goud waard. Ik spreek uit ervaring, met schaamte, schade en schande opgedaan. Eerder somde ik hier al eens op wat er allemaal mis kan gaan: 1. Scheef geknipt haar. (De lange kant heb ik later zelf bijgeknipt.) 2 Mislukte highlights. 3. Driemaal de mislukte highlights overdoen met peroxide en daarna in zee gaan zwemmen. (Oeps.) 4. Brandwonden op mijn hoofdhuid krijgen van de permanentvloeistof. (‘Oh sorry, tijd vergeten., riep de kapper uit. Is het al zó laat?’) 5. Een heel ander model krijgen dan ik had gevraagd. (In dit geval liet ik vooraf een foto zien van hoe mijn haar eerder was geknipt. Zo wilde ik het weer hebben. Maar de kapster vond blijkbaar dat het deze keer anders moest.) Het is een groot geluk dat mijn haar steeds weer aangroeit.

Voorbeeld nummer 5 komt uit de praktijk van mijn huidige kapster. Dit geeft een goede indruk van hoe zij met klanten omgaat. Toen ik de foto liet zien, zei ze dat het ‘prachtig’ zat. (Ze had het nota bene zelf geknipt, zou ze dat niet door hebben gehad?) Vervolgens gaf ik met duim en wijsvinger aan hoeveel centimeter korter de bedoeling was. ‘Vier centimeter’, zei ik er ten overvloede bij. Ik bedoel, hoeveel duidelijker kan het nog? Vier centimeter is toch gewoon vier centimeter, of niet soms?

Wanneer ze begint, moet ik met mijn hoofd vooroverbuigen, zodat ze eerst (bij wijze van maatvoering) mijn nekharen kan knippen. Tegen de tijd dat ik dan weer rechtop mag zitten, is zij al halverwege. Tussendoor houdt ze altijd een hele redevoering (eenrichtingsverkeer). Of ze stelt mij een vraag, terwijl ik daar met dichtgeknepen keel zit, want voorovergebogen hoofd, in een benarde positie. Tussendoor moet ik ook nog hete cappuccino naar binnen gieten. Anders wordt het koud, of drijven er haren in. Ze werkt namelijk slordig. Ik heb veel meer oog voor detail dan zij, dat blijkt wel. Ik zou die losse haren namelijk meteen zien. Zij niet. Ze laat ook altijd van die kriebelige afgeknipte plukjes haren steken in mijn nek, precies op de rand van de cape.

Die cape is zwart. Dat is een probleem, want haar kapperstenue is eveneens zwart. Tegen een dergelijke donkere achtergrond kan zij nooit goed zien of mijn donkerbruine haar aan de linkerkant even lang is als aan de rechterkant. Maar zelf bedenkt zij dat niet. Daardoor zit het regelmatig scheef. Dat zie ik doorgaans pas thuis, omdat zij na het knippen steevast mijn haar een beetje ‘los en speels’ föhnt. Dat vindt zij kennelijk leuk. Dus dan moet ik thuis alsnog met een keukenschaar aan de slag.

Ik ga hooguit een keer per twee maanden naar de kapper, want ik vind het minder leuk. Tussendoor knip ik zelf mijn pony, zodat het er weer een maand mee door kan.

Dus dacht ik afgelopen zondag: ‘Weet je wat? Als ik mijn pony met een botte keukenschaar bij kan knippen, dan lukt de rest vast ook wel.’

Opalescentie op een gevallen blad

Diamonds are a girls best friend, zegt men wel. Mij doe je een groter plezier met Australische opalen. Volgens Wikipedia vertonen opalescerende materialen een vrij sterke verstrooiing van zichtbaar licht. Kenmerkend is dat zij in de richting van de lichtbundel en loodrecht daarop verschillende kleuren vertonen. De waterdruppels op dit blad van een tulpenboom doen denken aan het betoverende effect van deze edelsteensoort. Ik vind het een mooi effect.

Het luikje naar mijn beeldgeheugen

De werking van ons beeldgeheugen kan mij mateloos fascineren. Want wat wil het geval? Als ik een foto zie van een natuurgebied zonder enig herkenningspunt, dan weet ik soms toch direct om welk land het gaat. Tenminste, wanneer ik het land heb bezocht en dat indruk heeft gemaakt.

Bij een landschap met rode aarde roep ik meteen ‘Australië’. Waarom niet Namibië? Daar is de kleur van de woestijngrond vergelijkbaar rood. Of neem de weerfoto in het NOS-journaal, waarbij de locatie pas later wordt vermeld. Op een foto van een stukje stadsgracht zie ik direct dat het een Leidse gracht betreft, hoewel ik geen afzonderlijk gebouw herken. De foto kan evengoed in een andere oude binnenstad genomen zijn. Doorgaans klopt mijn eerste ingeving. Hoe kán dit? Ligt het aan de gebruikte baksteensoort of komt het door het licht?

Vermoedelijk bevatten dergelijke foto’s wel herkenbare elementen, die we onbewust registreren. Daarna opent er een luikje naar een beeld-herinnering. Zo’n beeld kan lang in het geheugen sluimeren totdat er iets vergelijkbaars passeert, en dan ontstaat de verbinding. Alleen blijft het luikje al dagen dicht bij bovenstaande foto. Ik weet welke locatie dit is, maar het schiet mij niet te binnen in welk ander land ik iets vergelijkbaars heb gezien.

Naar een andere dimensie

‘Sorry voor het ongemak.’, zegt ze. Ze heeft zojuist vertelt dat er iets mis is gegaan met de afspraak. Daardoor vervalt de helft van de beschikbare tijd. Over ongemak gesproken. ‘Er gaan al zo veel dingen mis in mijn leven.’ Het is er ineens uit. Het was niet mijn bedoeling om het daar hardop te zeggen. Dat doe ik alleen thuis.

En als ze daarna vraagt of ik erover wil praten, zeg ik dat ik toch niet terecht kan bij haar. Het woordje ‘nu’ in deze zin valt weg. Nu, bedoel ik, want tijd is weer schaars. Door al het gepraat resteert er nog minder van. Dat is wat ik denk. Ik voel mij opgejaagd; er is kennelijk haast, en wat ik bedoel, komt er beroerd uit.

Escaleren. Werkwoord. Stapsgewijs toenemen in omvang, intensiteit. Uit de hand lopen.

Functionele escalatie. Overdragen van een incident, probleem, of toewijzing aan een technisch team met meer expertise om bij de escalatie te assisteren.

Binnenkort heb ik een gesprek. Frappant genoeg heeft dat vooruitzicht direct effect. Want zo’n gesprek met een professional wil ik voorbereiden. Hierdoor ontstaat een breuk in een vast gedachtepatroon. Zelfs is er even de herkenning van een oudere mentale staat. Eentje die naar het era van de Grote Reizen teruggaat. Een periode vol nieuwe ervaringen, die enkele momenten van luciditeit veroorzaakten. Dan is het alsof je een opening naar een andere dimensie ontwaart.

Deze ervaring vormt een mooi bruggetje naar de 2Doc documentaire Blue Monday. Daarin komen drie jonge mensen aan het woord, die psychoses hebben meegemaakt. Bij een persoon leidde zijn psychoses hem uiteindelijk naar zijn biologische vader. Bij een ander wordt vooral inzichtelijk hoe hij worstelt met zijn positie en de verwachtingen van onze maatschappij. De derde persoon is het meest aards. Zij mist haar psychoses weleens. De meeste mensen zien enkel de waanzin of de ziekte als probleem. Maar: ‘in andere culturen wordt een psychose als bron van wijsheid en inzichten gezien.’

Overigens, een vroegere ervaring met een coach leerde mij dat je mentaal stevig in je schoenen moet staan om goed met sommige hulpverleners om te gaan.

Verkruimelde herinneringen

Bitrot, zo heet het proces van teloorgang van gegevens op compact disks, dvd’s, blu-rays en usb-sticks. ‘Wie niet bezig is zijn fysieke archief op orde te houden, raakt dingen kwijt.’, schrijft Cesar Majorana in de VPRO Gids, na de vondst van een oude verhuisdoos met zijn verzameling verkruimelende cd’s.

Wat we ook doen, al onze gegevensdragers zijn aan verval onderhevig. Eeuwenoud papier kan door droogte verpulveren, verbranden of verkruimelen door inktvraat. Ook kan het in het water vallen, waarna de tekst onleesbaar wordt. Mondelinge overdracht is al even krakkemikkig, want wie onthoudt een verhaal exact zoals het is verteld?

Het document met verzamelde vondsten voor mijn onderzoek staat op mijn laptop, maar sla ik eveneens op meerdere usb-sticks op. Het omvat 400 pagina’s samengebrachte informatie en is het resultaat van ruim een jaar werk. Een van die usb-sticks bewaar ik zelfs buitenshuis. Stel dat de hele boel hier in elkaar stort, dan heb ik tenminste dat onderzoekbestand nog.

Ik geniet van de tastbare originele archiefstukken. Zo lang die niet zijn gedigitaliseerd, zijn ze nog opvraagbaar in zo’n heerlijk ouderwetse studiezaal. Waar je stil moet zijn, om andere onderzoekers niet te storen. Waar de archiefstukken in een hard-papieren folder zitten, met een geweven touwtje omwikkeld. Wanneer een medewerker het door jou opgevraagde materiaal brengt, het is alsof je een cadeautje krijgt. Eerst moet je de strik los trekken, waarna het papier zich ontvouwt en het grote ontdekken kan beginnen. De geur van dat papier alleen al …

Nee, usb-sticks zijn niet alles. Soms vraag ik mij af hoe erg het eigenlijk is, wanneer onze foto’s en documenten verloren zouden gaan. Al wat interessant, leerzaam of van belang is, is reeds door onze voorgangers vastgelegd of gedaan. Wie zijn wij, huidige stervelingen, op wetenschappers na, dat we ons verbeelden nog iets werkelijk nieuws te kunnen brengen?

(Op de foto sporen van hoogwater langs de Maas op de afrastering van een weiland bij kasteel Geijsteren, twee maanden later.)