Eens katholiek, altijd katholiek

De kerken lopen leeg en menigeen is katholiek-af. Alleen betwijfel ik of dat wel kan: niet langer katholiek zijn. Het is alsof je tegen je familie zegt dat er geen bloedverwantschap meer is. Ik ben opgegroeid in de jaren zestig toen de kerk nog stevig in het zadel zat. Bij ons in het dorp zeker, al was er concurrentie van de protestanten. Maar dat waren ‘de anderen’. Daar ging je als kind weinig mee om. Ik wist exact welke buren katholiek waren en welke protestant.

Als je katholiek bent, dan ben je daar mede door gevormd. Dit begint al jong. Eerst de doop en de Heilige Communie, naast reguliere bezoeken aan de kerk. De kerkdienst bestaat uit een vaste verzameling rituelen vol symboliek. Het theater is er niets bij. Dit maakt indruk en door de herhaling beklijft alles goed. Denk aan het brood en het Lichaam van Christus, denk aan de beker met wijn als bloed. Eén snufje wierook en je bent weer terug in je jeugd. Wie ooit na afloop van de laatste avondkerstmis aan de maaltijd heeft gezeten, verlangt daar de rest van zijn leven naar terug.

Ik ging naar een katholieke lagere school en daar kregen we godsdienstles. Rond mijn tiende werd ik lid van een club in het parochiegebouw. Daar speelden we spelletjes en deden we knutselwerkjes. Ik vond het er leuk. ‘s Zomers gingen we op kamp bij boerderijen in hartje katholiek Brabant. Van het Vormsel is het niet meer gekomen, maar waarschijnlijk ben ik nog altijd lid van de katholieke kerk.

Voor tieners waren er discoavonden van de KPJ: Katholieke Plattelands Jongeren. Toen ik begon uit te gaan, was ik echter al volledig op ‘de stad’ gericht, want in naburig Leiden gebeurde het. Wel was mijn middelbare school katholiek. Die werd zelfs door nonnen gerund, dus de vorming kwam toch wel.

Die vorming zorgt ervoor dat ik katholieke symboliek direct herken. De rijke versieringen, de bijbehorende cultuur, een processie, een geur. Het geeft mij waar ook ter wereld onmiddellijk het gevoel dat ik er bij hoor. Zelfs wanneer ik geen woord versta, weet ik wat er tijdens een dienst van mij verwacht wordt. Alsof ik lid ben van de plaatselijke familie.

Tot op heden worden er in het dorp missieveilingen georganiseerd waarbij waanzinnige bedragen worden geboden. € 1.000 bijvoorbeeld, voor een ‘Boerenkaas en tosti apparaat’. Dat wil je natuurlijk dolgraag winnen.

Vandaag was ik voor het eerst in 35 jaar terug op het oude honk: de kerk waarin ik ben gedoopt en Eerste Communie heb gedaan. Hij zat stampensvol voor een herdenkingsdienst en daarna een begrafenis op het kerkhof achter het gebouw. Overal zaten familieleden, aangetrouwden en dorpsgenoten, maar ook mensen die mij volslagen onbekend waren. De begrafenisondernemer was wel mijn klasgenoot van de lagere school.

Als je daar de namen op de grafstenen leest, weet je: zelfs de onbekenden zijn allemaal verwant aan elkaar. Dus niet-katholiek worden is zoiets als breken met je familie. Dat is simpelweg onmogelijk, zelfs al zou je het willen.

Plog – Cirkels en een stralenkrans in het bos

Op zoek naar onderwerpen voor fotografie vond ik deze afgezaagde stammetjes.

Zwammen omkransen de cirkels die door zaagwerk zijn ontstaan en vormen lijnen van rushes in diepe groeven van de bast. Samen met de halfronde sporen die de zaag op het hout heeft achtergelaten, roepen de cirkels een beeld op uit mijn vroege jeugd.

Eind jaren zestig/begin jaren zeventig, waarschijnlijk een zaterdagavond. In mijn pyjama op de bank voor de tv, haartjes nog nat van het bad. Dit is de avond van een bijzondere uitzending. Er verschijnt een stralenkrans op de televisie en er klinkt trompetgeschal.

Je herkent het vast: dat oude logo voorafgaand aan het Eurovisie Songfestival. Volgens internet had elk Europees land een sterk gelijkende, maar net even andere variant. Zo klonk het trompetgeschal in Nederland:

Opgerakelde reisherinneringen

Doen we het niet allemaal? Andermans logjes lezen op zoek naar herkenning en vertrouwdheid. Sociale media halen soms het slechtste in ons naar boven. Maar het sociale zit hem volgens mij vooral in het delen. Het delen van verhalen, ervaringen, gevoelens, ideeën. Die je laten beseffen dat er meer mensen zijn met vergelijkbare vragen en belevenissen. En wanneer volgers moeite doen om zich in te leven, creëren sociale media verbindingen die even waardevol zijn als ontmoetingen met vrienden.

Vaak rakelen bloggers met hun anekdotes herinneringen bij mij op. Ik popel dan om te reageren: ‘Oh ja, dat herken ik. Want toen ik  … bla die bla die bla die bla.’ Gaap. Gisteren kwam het in de film Crazy, Stupid, Love nog voorbij. Hoe je mensen vooral niet en hoe je ze vooral wel moet benaderen. Want voordat je het weet, ga je aan iemand voorbij.

Vandaag verscheen er een logje over een reiservaring die zo totaal mijn ervaring was. Niet letterlijk. Het vond elders plaats, op een ander moment. Maar de kracht van dat logje schuilt in het oproepen van een scala aan herinneringen waarin ik mij exact hetzelfde heb gevoeld. Althans, dat vermoed ik. Je weet nooit helemaal zeker waarop een schrijver precies doelt, tenzij hij het expliciet verwoordt. En dan nog. Bij hem kan een ervaring evengoed andere associaties oproepen, met net even andere gevoelens.

Oudejaarsnacht 2018/2019 in een Duits Hanzestedenstadje verschilt van carnaval in 1988 aan een Griekse boulevard. Oudejaar lijkt evenmin op een regenachtige novemberavond in Carcassonne, Frankrijk. Of op die donkere namiddag in dat kleine Chinese eettentje, in een kille, troosteloos mistige Londense straat. Een refuge was het voor warmtezoekers uit tropische oorden.

En toch, en toch. Het gevóel dat dat tafeltje in het logje bij mij oproept. … Dat kleine eenpersoonstafeltje bij de ingang van het restaurant. En dan later op de avond, de andere gasten die daar allemaal samen zijn.

Om alsnog overvallen te worden door eenpersoonsgeluk naderhand.

Lees het logje Last minute vlucht van Mark Nankman.

Back to the seventies! (met muziek)

De ontdekkingsreis door vijftig jaar muziekgeschiedenis is begonnen. Wat er allemaal wel niet op die 100 oude cassettebandjes staat … Het gaat van pop naar punk en van soul naar hardrock. Sommige liedjes hoor je nu vrijwel nooit meer, zoals Ce coir van de Golden Earring. Toch een van hun beste songs, nietwaar? De grootste hits worden in elke top 1000 grijs gedraaid, maar het onbekendere werk is vaak interessanter. Dankzij die cassettebandjes met opnamen passeert er een heel tijdperk vol jeugdsentiment.

Deze bijna vergeten muziek roept vast ook bij jullie herinneringen op. Daarom zet ik hier zeven willekeurig gekozen opnamen op een rij, met linkjes naar YouTube. Genieten maar!

  1. Golden Earring – Ce coir
  2. Genesis – Turn it on again
  3. Gary Rafferty – Get it right next time
  4. Dooly Silverspoon – Bump me baby
  5. Sylvester – You make me feel (mighty real)
  6. The Shirts – Laugh and walk away
  7. En de mooiste: Japan – Nightporter

PS: Ik zoek al jaren naar een extended version remix van Donna Summers I feel love met zwaardere bassen dan in de oorspronkelijke vorm. Wie weet hem te vinden?

Lief dagboek in de vuilnisbak

Een wandelvriendin luistert elke zondag naar het NTR-programma Lief Dagboek. Daarin lezen mensen voor uit hun pubertijd dagboek. Het is gênant, aandoenlijk, komisch en vooral: oh zo herkenbaar allemaal. Ook ik heb jarenlang dagboeken bijgehouden. Niet dagelijks, maar telkens wanneer ik mijn hart moest luchten. Met als gevolg dat ze inderdaad aandoenlijk waren om terug te lezen, komisch eveneens, maar bovenal: te gênant voor woorden.

In 2008 was ik 45 jaar en heb ik al dat beschamende materiaal weggedaan. Want stel je voor dat ik plotseling dood neer zou vallen en mijn naaste familie die documenten in handen zou krijgen. Dat nooit. Vandaar. Dit is een ingekorte versie van de balans die ik toen heb opgemaakt.

‘Het verleden is nu echt voorbij, het heden is niet zoals toen gedacht en de toekomst is anders. Of toch niet helemaal.

Vandaag 31 augustus 2008 heb ik een stap gezet die ik wijselijk enkele malen heb uitgesteld. Maar ineens was de tijd er rijp voor. Ik heb mijn twee dagboeken inclusief aantekeningen op losse blaadjes sinds 1975 verscheurd en weggedaan. Nu liggen ze boven op het groenteafval en besmeurd door de koffieprut in een donkergrijze vuilniszak op de P.weg in de afvalbak. Tot de vuilniswagen komt en dan is de verwijdering definitief.

Ze gaan dezelfde weg als de beschamende dagboekpagina’s die ik jaren geleden al had dicht geplakt, daarna uitgescheurd en weggegooid. Evenals die oude schoolagenda’s en lelijke foto’s, die ik al eerder wegdeed. Zoals ik nu ook een enkel reisverslag uit de pubertijd, nog meer oude agenda’s en een aantal brieven wegdoe. Ik hoef ze niet meer te zien, te lezen of in mijn handen te houden. Het gebeurde ligt achter mij en ik neem het niet mee als ballast.

Waarom zou ik? Ik ben al jaren niet meer de persoon die ik toen was. Ik hoef mezelf niet te kwetsen door goudeerlijk mislukte foto’s in te plakken. En waarom zou ik opgetekende frustraties en verdriet bewaren? Neergepend om te verwerken en afstand te nemen. Niet om steeds te herlezen.

Er waren toch ook veel mooie momenten om op te tekenen? Om vast te houden? Ja, die zijn nu eveneens weg, maar niet werkelijk. Ik heb lieve, leuke, boeiende brieven bewaard, veel foto’s, en reisverslagen van alle mijlpalen in mijn leven.

Waarom dan nu deze stap? Omdat ik vanmorgen ineens bedacht dat ik misschien op de helft ben (ruim 45 jaar oud). Wellicht gaat het leven zich vanaf dit punt in spiegel­beeld ontvouwen. Minder glad en jong van uiterlijk, maar rijper en meer volwassen van geest. Minder aantrekkelijk en onzeker, maar met veel zelfvertrouwen. Minder naïef, maar ook minder onwetend. Minder oppervlakkig, maar met meer diepgang. Minder rusteloos; maar met meer rust en zelfs een soort berusting. Geen toekomst zoals ik had gedacht, maar wel een kans op goede alternatieven. Als ik ze kan zien en er iets mee kan doen. Dat is niet veranderd.

Er komt misschien nog een moment waarop ik alles zou willen teruglezen. Die agenda uit 1987 zou willen vasthouden. Ja, vooral op oudejaarsavond. Die is er dan niet meer. Maar ik ben al die dagboekaantekeningen gewoon zat. Het is steeds hetzelfde. Steevast een terugblik op hoogte- en dieptepunten. Weer over mijn werk, over relaties met anderen, over nog geen man, altijd over reisplannen, over vorige vakanties, speciale uitstapjes en concerten. Tja. Waarom zou ik dat blijven teruglezen? De pijnlijke momenten herinner ik mij toch wel. En voor het geval ik een black-out krijg, herhaal ik de hoogtepunten tot nu toe hier:

  • Reizen naar Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, South Pacific I, SP II, IJsland, Iran, Oman, Dubai, Beiroet, Madagaskar en al die andere prachtige landen. Bijzondere en heerlijke bestemmingen waar ik een fijne tijd heb gehad. Nooit zal ik spijt krijgen dat ik daar soms een baan voor heb opgezegd. Ik heb de mogelijkheden benut. Het blijven de beste keuzes uit mijn leven.
  • Andere successen, zoals de aankoop van mijn appartement. Het genealogische onderzoek en de kwaliteit daarvan. Motor- en autorijbewijs in één keer gehaald. Op mijn veertigste alsnog beland in een universitaire collegebank. Een baan in de internationale ontwikkelingssector. En het assessment waardoor bekend werd dat ik HBO werk- en denkniveau heb. Dat laatste lijkt zo gewoon, maar het heeft mijn zelfbeeld als laatbloeier wel compleet gekanteld.
  • Mensen. J. vanzelfsprekend; ondanks alles. Met hem heb ik iets gehad wat lang niet iedereen is gegeven. En tegen alle verwachtingen in was daar ineens die kans om hem in 2006 na twaalf jaar weer te ontmoeten. Ook F. uit Adelaide, voor de droom die hij aanreikte. Van een heel andere orde M. Verder E. & L. en M. Voor de opening naar een andere werkwereld: G., W., I., en A., En voor de grootste lol: I. en G. En opvoeden valt niet mee. Al met al hebben mijn ouders mij ook heel wat meegegeven.
  • Bijzondere ontmoetingen. Via associatieve gedachten wordt mijn geest af en toe getriggerd en dan schieten ze mij weer te binnen. Zoals met die behulpzame Nieuw-Zeelander in 1995, toen ik op een straathoek een plattegrond raadpleegde. En dan die verkeersagent in het Libanese Tripoli, die het razende verkeer tegenhield toen ik wilde oversteken. Hun samenlevingen zijn kwetsbaar.

Ik weet niet waar het naartoe gaat met de wereld en of Australië nog wel zo zal zijn als ik mij nu voorstel tegen de tijd dat ik stop met werken. Ik weet niet of ik er dan naartoe kan om voor langere tijd te wonen, en of ik dat dan nog wil. […] Wat eerst een vast gegeven leek, is nu in een heel ander perspectief komen te staan. Ooit was het politiek correct om pro Israël te zijn. Nu zijn het de Palestijnen die als underdog op begrip mogen rekenen.

Ik weet niet of we de huidige comfortabele werkvoorwaarden behouden als China en andere landen steeds harder gaan concurreren met Europa. Misschien is onze gouden tijd werkelijk voorbij. Qua werk, qua natuurschoon, qua beschaving, als ik even een geromantiseerde versie van Engelse omgangsvormen voor ogen hou. In de afgelopen twintig tot dertig jaar is veel al enorm veranderd.

Wellicht heb ik daarom de tastbare herinneringen aan het verleden zo lang vastgehouden. En waarschijnlijk zoek ik daarom steeds weer herkenning in westerse samenlevingen en andere ‘vertrouwde’ gebieden. Zoals het Midden-Oosten en een land als Indonesië.

Toch zie ik regelmatig mooie nieuwe dingen: kunstuitingen, muziek, een uitvinding als het internet, toegankelijkheid van kennis. Ontwikkeling is verandering, daarvoor moet je ook kunnen loslaten. Jongeren van twintig leven in een heel andere, zeer dynamische wereld met veel kansen. Meer dan mijn generatie in de jaren tachtig had.

Soms ben ik daar verbitterd over en ik voel natuurlijk dat een aantal stadia voorgoed zijn gepasseerd. Ik ben 45 jaar oud, dus van middelbare leeftijd. Het zij zo. Ik ga verder en blijf uitkijken naar nieuwe kansen. Op werkgebied, qua reisbestemmingen en wie weet toch nog op relatiegebied. Oude ballast kan je maar beter kwijt zijn wanneer je de toekomst in stapt. Vandaar.’

Inzichten uit het gewiste verleden van Raam Open

Een grote schoonmaak kan nog weleens tot hernieuwde inzichten leiden. Na het wissen van 115 logjes op Raam Open deel ik ze graag, voordat ze in de prullenbak verdwijnen.

Verwondering is het begin van alle wijsheid. Aristoteles, Griekse filosoof.

‘Ach, wat ben je toch afhankelijk van anderen om zelfstandig te kunnen zijn.’

Some people are so poor, All they have is money. Gelezen op consuminderen met plezier.

‘Soms is niets wat het lijkt en bepaalt de context alles.’

En dit oudje van 21 november 2014 krijgt een tweede kans, want de tekst is toepasselijk en de muziek is het beluisteren waard:

‘December nadert en daar kijk ik altijd naar uit. Het is typisch zo’n wintermaand om heerlijk thuis te blijven. Vooral wanneer het buiten koud en donker is. Nu werken de meesten van ons nog naar de kerstvakantie toe. Wanneer het zover is, komt bijna alles tot rust. Ik heb dan stapels tijdschriften en vakantiegidsen in huis. Muziek en port erbij, genieten maar. Een onnavolgbare gedachtekronkel leidt mij naar het Midden-Oosten … December, kerst, Bethlehem? Vul zelf maar in. Met muziek ben je er zo.’ Uit: Decemberdwaling.

De foto komt uit het logje: Nagenieten van Ierland.

Tussen Lochem en Borculo in

We zijn pas op een derde van de route, maar dit wordt een absolute topper in mijn jarenlange wandelcarrière: het Graafschapspad. Niet alleen vanwege het gevarieerde landschap met bospercelen, velden, weilanden, heuvels en riviertjes. Maar ook vanwege de rust en de gemoedelijke sfeer. Deze regio ligt letterlijk tussen de Hollandse en de Duitse cultuur in. En dat merk je.

Zaterdagmiddag, hartje Lochem. Vrienden, gezinnen en ouderen met hun rollator naast hun tafeltje zitten aan de lunch. Ze nemen uitgebreid de tijd om bij te praten en samen te zijn. Het werk is gedaan en niemand heeft haast. Er is eten genoeg en comfort alom.

Verderop, voorbij de Lochemse Berg. Wandelvriendin A. en ik strijken neer op een bank bij een braakliggende akker in de zon. Het is muisstil, op het zacht ritselende geluid van neerdwarrelende eikenblaadjes na. Waar en wanneer kon je voor het laatst blaadjes horen vallen? Er komen twee wandelaars voorbij en een hardloopster. Verder niemand. Ze passeren een geel bord naast het pad. ‘Hardlopers: Rechts. Wandelaars: Links’.

Later, koffiepauze in De Groene Jager te Barchem. Zo zie je ze zelden meer. Perzische kleedjes op tafels. De trofeeën van de club in een kast bij het biljart en het vaandel van de plaatselijke muziekvereniging achter glas. Opgezette dieren boven de bar. Dit is tenslotte het honk van de jagers hier. Halverwege de middag installeert een ouder dametje zich bij het raam met zicht op het verkeer. Haar vaste plek op zaterdag, wellicht?

Jeugdherinneringen, eind jaren zeventig. Klaverjasmiddagen bij een vriendin. Een stamkroeg met dezelfde rode kleedjes, waar permanent een rooksluier hing. Een slecht geventileerde ruimte en de geur van oud bier. Het werd in die tijd al wat oubollig. Nu voelen de opstaande draden van het tapijtje onder mijn handen weer zo vertrouwd. Wandelvriendin A. kon alleen verlangen naar de bijbehorende sfeer, toen ze opgroeide in een streng gereformeerd gezin.