Voorbereid op vergankelijkheid

Heb je een druk leven, dan sta je zelden stil bij vergankelijkheid. Je hebt nog een toekomst voor je. Je maakt plannen voor de volgende vakantie. Maar je doet ook aan sport voor een goede conditie, want je weet dat gezondheid niet vanzelfsprekend is. Voor de zekerheid tref je maatregelen om je eigen vergankelijkheid zo lang mogelijk uit te stellen. Toch, deze persoonlijke stapjes zijn druppels op een gloeiende plaat.

Vergankelijkheid is overal. Denk aan het leven zelf: van geboorte naar groei en volle wasdom tot aan ouderdom en overlijden. Of denk aan koninkrijken en ideologieën, die opkomen en weer gaan. De wereld is al miljarden jaren aan het vergaan. Het hoort erbij. De aarde heeft al veel veranderingen doorstaan. Kijk naar het ontstaan van continenten, gevolgd door erosie en de verdwijning van complete bergen. En hoe anders was het leven 1.000 jaar geleden op al die continenten? Welke sporen zijn daarvan in de huidige culturen blijven bestaan?

De versnelling van klimaatopwarming en geopolitieke ontwikkelingen bezorgen mij een gevoel van urgentie. Alsof de laatste twee minuten voor middernacht zijn ingegaan. Wat wil ik nog zien? Wat moet ik doen? Wat is echt belangrijk? Deze gedachten zijn betrekkelijk en egoïstisch. Maar bekijk het eens breder; wat is dan haalbaar?

In de westerse wereld beleven we een hoogtepunt, zowel qua welvaart als maatschappelijk gezien. Kennis wordt alom gedeeld en we leven in vrijheid. Ook bedenken we slimme oplossingen en produceren we duurzame energie. Tegelijkertijd gaan recente ontwikkelingen in tegengestelde richting.

Bevolkingstoename, verlies van natuur en leefgebied, geopolitiek, vervuiling, et cetera. Wie redt de oeroude kennis van medicinale planten onder indianen in de Amazone? Hoe ver moet je reizen voor echte rust en stilte? Maar wacht, het ijs smelt al. Ook boven de bunker waar miljoenen zaden uit de hele wereld worden bewaard, voor het geval dat de halve wereld vergaat.

Het gaat er in deze eeuw om spannen wie of wat de overhand krijgt. Een machthebber, een groepje rijken, een ideologie, een mensenmassa, het klimaat? We moeten ons mentaal voorbereiden op wat er tijdens ons eigen bestaan al zal vergaan.

Nieuwsbespreking op de hei

We zitten op een bankje bij de hei en bespreken de stand van Nederland. Dat is ons toevertrouwd; we hebben een beroepsmatige kijk op zaken. Het hele spectrum aan hete hangijzers komt voorbij. De zorg, het onderwijs, de banken, de arbeidsmarkt, die blunder in Syrië, de EU en wat we nu toch aan moeten met dat kinderpardon. En dan zijn er nog die één miljoen huizen, die ze hier voor 2030 willen bouwen. We zuchten en krijgen het er benauwd van.

Ik vertel over mijn uitstapje onlangs naar Schaijk en over wat ik daar aantrof. Bijvoorbeeld een groot staalbedrijf, wat je niet verwacht bij een klein dorp. Het ligt aan een landweg met vooral bungalowparken, akkers en stallen. Er zijn ook opvallend veel hekken en bewakingscamera’s. Recht tegenover het bedrijf staat het huis van de staalmagnaat op een mega-terrein. Hij heeft zijn eigen helikopter haven. Aangrenzend bevindt zich het optrekje van een familielid met riante manege. ‘Nou’, gis ik, ‘die magnaat heeft de gemeenteraad vast in zijn broekzak.’ Weet ik veel.

’s Avonds lees ik de Volkskrant. Daarin staat een artikel over natuurgebied Kampina in Brabant. Een investeerder wil daar pal naast kwetsbare natuur een mega-varkensstal bouwen. Iedereen is mordicus tegen, want de stikstofuitstoot zal het hele gebied verzieken. De vergunning is echter al jaren geleden afgegeven. Kwestie van belangenverstrengeling bij de gemeente in het verleden.

We zijn hier nauwelijks verheven boven een bananenrepubliek. Maar de clan van de staalmagnaat en die varkensboer zijn klein bier. Nederland telt weer zoveel duizend miljonairs meer. De grootste stijging zit bij de beroepen agrariër, advocaat en medisch specialist.

Over de medische wereld gesproken. Vanaf volgend jaar betalen we € 30 per persoon per jaar meer aan ziektekostenverzekering. Dit onder andere vanwege de allerduurste medicijnen. De extra kosten komen bovenop de twee miljard euro die we in 2017 al afdroegen voor enkele duizenden patiënten. Want elk Europees land moet afzonderlijk onderhandelen met de farmaceutische industrie. Deze bedrijven dwingen geheimhouding af, zodat landen niet kunnen samenspannen. Durft een land of ziekenhuis af te wijken, dan krijgt het meteen een advocaat op zijn dak.

De farmaceutische industrie beroept zich op torenhoge ontwikkelings-kosten. Intussen leunt ze wel op wetenschappelijk onderzoek dat is betaald door de samenleving. De medisch specialist wil helpen en als professional scoren. (Wellicht ook financieel?) De patiënt wil een dragelijk leven en vraagt er dus om. De politicus zit in de tang, want die durft de zieke kiezer geen nee te verkopen. De lobbyist spint er op alle fronten garen bij. En de farmaceutische industrie kan haar aandeelhouders weer pleasen. Waartoe overigens ook Nederlandse pensioenfondsen behoren. Hoe is het mogelijk dat EU-landen zich zo laten uitspelen en ringeloren? Dit is gewoon een ordinair gevalletje consumptiemaatschappij.

We zijn het met elkaar eens. Gezeten op het bankje kijken we weer om ons heen. De paarse heide combineert mooi met het bruine gras en de groene dennen ertussen. Ja, ja.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 6 Gulzigheid

Met de volgende hoofdzonde in de serie belanden we bij gulzigheid (Gula). Ook wel vraatzucht of onmatigheid genoemd. Ik vraag me af of dit zo’n grote zonde is, zeker als het om eten gaat. Wellicht zegt de keuze voor deze hoofdzonde meer over het instituut dat ze heeft opgesomd: de katholieke kerk. Eeuwenlang moesten we hard werken voor voedsel en andere levensbehoeften. Nu is er een enorme overvloed. Voor iedereen is er genoeg. Alleen is de verdeling ongelijk en draaien veel productiemethoden op roofbouw.

Toch, zeg je vraatzucht, dan denk ik direct terug aan een Brabantse reisgenoot. Ik ontmoette hem tijdens een groepsreis in Indonesië. Hij was minstens een kop groter dan ik en tonnetje rond. Doorgaans was hij de gemoedelijkheid zelve. Tenzij er wat te halen viel.

Eten, vooral. Maar ook de voorste plek in de bus en de prominentste plaats bij elk uitkijkpunt. Dan zag de rest weinig meer vanachter zijn grote lijf. Op het vliegveld moest hij persé als eerste door de slurf. Zelfs als er werd omgeroepen dat gezinnen met kleine kinderen voor mochten. Wat, opzij gaan? No way. Hij bleef dringen bij de gate en blokkeerde met al zijn vet de volle breedte van de doorgang.

We gingen op Bali ‘s avonds naar een show met muziek en elegante danseressen. Vooraf kregen we een diner met overheerlijk eten, in de vorm van een buffet. Kortom, daar viel wat te halen. Nou, vermenigvuldig de porties die Russen in all inclusive resorts bijeen graaien gerust met een factor drie. Dan heb je een idee van de hoeveelheid die hij verstouwde. Hij versloeg zelfs mij.

Een kleine Indonesiër stond bij het buffet saté-stokjes klaar te maken. De eerste keer dan onze Brabander die avond saté ging halen, bracht hij een bord met twaalf stokjes mee. Ik dacht nog even dat hij die voor onze hele groep had meegenomen. Maar nee. En we waren niet de enige groep daar. Voor die arme saté-maker was het gewoon niet bij te benen.

Al met al zie ik weinig nadelen in gulzigheid. Zolang onmatigheid niet ten koste gaat van iets of iemand anders. Vooralsnog verspillen we enorme hoeveelheden voedsel en grondstoffen. Door gebrekkige opslag- en transportmethoden gaat in Afrikaanse landen tot wel 40% van de oogsten verloren. Tot dat verbetert, kunnen de mensen daar zich wellicht beter volvreten (en het voedsel met hun buren delen), dan dat de ratten het doen.

Vijf atleten uit Zuid-Soedan

Vlag Zuid-SoedanAan de Spelen in Rio de Janeiro doet voor het eerst een Olympisch Vluchtelingen Team mee. Van de tien internationale leden komen er vijf uit Zuid-Soedan. Zeg je Soedan, dan zeg ik 2005. Buitenlandse Zaken, handen schudden met vicepresident John Garang. En: Nairobi, een uitzinnige, hoopvolle avond tijdens de eerste Miss Malaika South Sudan.

Een niet doorgegane dienstreis naar Zuid-Soedan markeerde via een bizarre samenloop van omstandigheden voor mijn carrière het begin van de ondergang. Ik heb er inmiddels vrede mee. En die wending was absoluut niets vergeleken bij het lot van de inheemse bevolking. Daaraan loopt nog steeds vrijwel iedereen voorbij.

Ondertussen speelt Coldplay Amsterdam. Want Coldplay was erbij, in Nairobi, 2005. Ik kocht hun CD A rush of blood to the head later, met deze tekst op de flap: For countries to develop or even survive they need to be able to trade fairly. At the moment poorer countries are strangled by ridiculous international trade laws and ruthless western businesses, … Vul die businesses voor Zuid-Soedan gerust aan met Arabic and Asian.

Hebzucht is slechts één van de vele oorzaken voor de rampzalige situatie in dat jonge land. Even ontluisterend zijn de bedoelingen van degenen die zeggen: we come as friends (zie tekst onder trailer).

Ik hoop dat ze winnen, die vijf atleten uit Zuid-Soedan. Hun namen zijn:

  • Paulo Amotun Lokoro, voormalig veehoeder.
  • Yiech Pur Biel, ‘Door onderwijs kun je de wereld veranderen.’
  • Rose Nathike Lokonyen, trainde aanvankelijk zonder loopschoenen, woont nabij Nairobi.
  • Anjelina Nadai Lohalith, raakte als zesjarige gescheiden van haar ouders, die ze niet meer heeft teruggezien.
  • James Nyang Chiengjiek, vluchtte uit Zuid-Soedan uit angst als kindsoldaat te moeten vechten.

Ze zullen het bovenal zelf moeten doen.

Bron atleten: VPRO Gids # 32, 2016. In navolging van Coldplay: http://www.maketradefair.com.

Bij corruptie overgeleverd aan willekeur

In de Volkskrant van 9 mei staat het verhaal van Edward van der Ree, een Groninger die een leuke tijd dacht te krijgen in spiritueel Nepal. In plaats daarvan overlijdt een Nepalese vriend en wordt hij als schuldige aangewezen. Dan begint de nachtmerrie met zeven maanden verblijf in een overvolle gevangenis. Overgeleverd als hij is aan corrupte rechters en geldbeluste nabestaanden. Ik ken deze duistere kant van veel landen.

Wonderbaarlijk genoeg heb ik nooit smeergeld hoeven betalen. Toch waren er situaties die heel onaangenaam hadden kunnen worden. Zo heb ik zes maanden in Kenia gewerkt. Mijn werkgever had geen officiële werkvergunning geregeld, want dat geeft in zo’n corrupt en bureaucratisch land nogal wat gedoe. Ik kwam, als ik mij goed herinner, op een zakenvisum binnen. Dat moest na drie maanden worden verlengd. Het was misschien niet helemaal de gebruikelijke manier, maar ik had een goed onderbouwd verhaal. Voor het geval daarnaar zou worden gevraagd.

Met de chauffeur van ons kantoor bezocht ik het overheidsbureau in het centrum van de stad. Dat is zo’n lelijk betonnen geval, aangevreten door het tropische klimaat. Sinister, als je de geschiedenis ervan kent. De visumdienst huisde er in de kelderverdieping. Daar beland je in een ruimte zonder ramen. Alles ziet er aftands en versleten uit. Oude bureaus vol vlekken en beschadigingen. Kale viezige kamers met goedkope kalenderplaten en een ingelijste oorkonde aan de muur. Veel rondhangende medewerkers waarvan onduidelijk is wat ze doen.

Je moet van loket naar loket, stempeltjes halen, vingerafdrukken maken, formulier voor ‘aliens’ invullen. Uiteindelijk mag je naar de wachtkamer. Dan zit je op van die warme, plakkerige met skaileer bekleedde stoeltjes te wachten. Voor de gesloten deur van de persoon die goedkeuring moet verlenen. Het is dertig graden in de bedompte ruimte en de ventilator kan die temperatuur niet aan.

Die kelder is een verhaal apart. Er was kort daarvoor een andere regering aan de macht gekomen. Voorheen was dit gebouw uiterst berucht. Precies in die kelderverdieping waren de martelkamers van het vorige corrupte en totalitaire regime.

Wanneer je de kamer van de hoogwaardigheidsbekleder in mag, pas je wel op je woorden. Want Kenia is onveranderd door en door corrupt. En ik wilde graag nog een paar maandjes in Nairobi blijven werken. Er werden wat vragen gesteld. Ik weet niet of het geholpen heeft, maar ik kan bijzonder zelfverzekerd uit mijn ogen kijken, mijn stem en houding aanpassen, en doen alsof ik een echte vrouw van de wereld ben. Plus respectvol zijn, ongeacht wat ik denk. Het stempeltje en de handtekening werden gezet. Er was geen enkel probleem.

Ach, wat stelde het eigenlijk voor. Mijn oom heeft ruim 20 jaar geleden zijn kleindochters uit Egypte moeten vrijkopen. De rechter aldaar heeft van het geld een nieuw huis gebouwd.

De biecht van de bankier

Zondag bracht VPRO’s Tegenlicht een topper met ‘De biecht van de bankier.’ In één woord ontluisterend, maar ik begin met een toepasselijk citaat. Metal roofs have replaced palm thatch, but Laudromats have yet to appear in the Marquesas, French Polynesia’s most remote and disadvantaged archipelago. Material expectations will rise, however, now that islanders have a new window on the world: satellite television. ‘Now our young people want the same things as young people everywhere’, complains a local official. ‘So, they leave.’ In juni 1997 staat dit met foto in de National Geographic.

Financiële constructies
Bankiers bedenken ingewikkelde financiële constructies met hulp van advocaten. Volgens het programma staat ons nog wat te wachten. Banken hebben welbewust gemeenten en semipublieke instellingen opgezadeld met producten waarvan zij wisten dat hun klanten ze onvoldoende konden doorgronden. Zoals interest rate swaps. Plus vastgoedleningen en grondaankopen met leningen die gemeenten niet kunnen terugbetalen. Dit is in heel Europa gebeurd. Bijna iedereen wil steeds meer. Een opmerking zet de zaak op scherp. Sommige mensen kunnen enorme winsten maken door het destabiliseren van de euro.

Alternatieve ontsnappingsroute
We hoeven geen financiële en ecologische Apocalyps af te wachten. Volgens sprekers in het programma zijn er alternatieven. In ons land zijn innovatieve bedrijven actief. Zij richten zich op recycling en hergebruik van diverse grondstoffen. Maar zij krijgen hun financiering nauwelijks rond. Terwijl juist in die branche een belangrijk deel van onze toekomst ligt. Amerika heeft, anders dan Europa, de banken in 2008 gedwongen om gelijk schoon schip te maken. Dan kan bij ons nog steeds. Meerdere mensen wijzen op het belang van een parallel monetair systeem. Een voorbeeld is de WIR Bank in Zwitserland. Dit systeem vangt schommelingen van andere munteenheden op.

Zekerheid en status via sociale cohesie
Andere alternatieven zijn gebaseerd op versterking van sociale cohesie. Als we hieraan zekerheid en status kunnen ontlenen, hebben we dan nog zo’n behoefte aan materieel bezit? Een aantal kleine Duitse gemeenschappen kent een systeem dat draait op tijdeenheden. Iemand doet een boodschap voor een oudere, een ander vangt de kinderen na schooltijd op. Beiden krijgen een tijdeenheid als munt. Duitsland is toch al een land dat sterk is in kleinschalig ondernemerschap. Dat gezamenlijk tegenwicht kan bieden aan grote spelers.

Bankiers en consorten
Het huisje op de foto is eenvoudig, maar het is er goed toeven. Al moet je het op een tropisch eiland kunnen uithouden. Want ook met internet is het leven daar eentonig. En ook daar is status geconcentreerd bij een elite. Deze mensen hebben nauwelijks invloed op klimaatverandering door winstbejag elders. Terwijl zij er als eerste last van krijgen. Ik heb weinig begrip voor inhalige bankiers, advocaten, aandeelhouders, marketeers en vervuilers. Het wordt tijd dat zij de schade ongedaan maken en hun kennis inzetten voor de samenleving, in plaats van ertegen.

Haat/liefde-gevoel voor Amsterdam

Het nieuwe jaar is in zicht en ik wil schoon schip maken. Dus pak ik nu mijn hevige aversie tegen Amsterdam aan. Als ik nadenk, wordt vanzelf duidelijk waar die vandaan komt.

Nostalgie
Heel lang vond ik het heerlijk om Amsterdam te bezoeken. Als dertienjarige had ik een hele zomer vakantiewerk gedaan. Met mijn oudere zus, neef, nicht en vriendinnen gingen we de bloemetjes buiten zetten in Amsterdam. Ik was er nog nooit geweest en keek mijn ogen uit. Die dag ging mijn hele salaris er doorheen, de stemming was opperbest.

Toen kwam de tijd waarin ik zelf ging ontdekken en reizen. Vanaf het centraal station werd de vertrouwde halve cirkel steeds breder, boeiender en verrassender. Ik bezocht kantoren van luchtvaartmaatschappijen, touroperator Greyhound en het Amerikaanse consulaat. Daarna volgden musea, 48 onvergetelijke kruisraketten, concerten, en een informatiedag over de zijderoute.

Keerpunt
De kentering kwam toen ik overal in ons land op kunstmarkten ging staan. Misschien lag het aan de locatie. Maar in Amsterdam zag ik vooral verwende mensen. Het type dat bakken met geld verdient, zelden tevreden is, zich stierlijk vervelende kinderen meesleept, en alles al heeft.

De organisatoren spelen het hard. Zij kunnen een voorbeeld nemen aan dorpjes in mijn provincie. Daar krijg je als standhouder op de koude kerstmarkt ’s ochtends gratis koffie en ’s middags warme glühwein. Nee, in Amsterdam moet je als standhouder dokken voor de wc. Ze laten buitenmarkten zelfs doorgaan als het KNMI waarschuwt niet de weg op te gaan. Anders zijn ze namelijk verplicht om het staangeld terug te betalen.

Mentaliteit
Amsterdam is zo trots op zijn allereerste aandelenbeurs. Maar feitelijk is dat de bakermat van de graaicultuur. Achter de pracht en praal van grachtenpanden gaat een rotte mentaliteit schuil. Die gebouwen zijn vaak bekostigd met geld van uitbuiting, afpersing, bedrog, geweld en slavenhandel. Fraai hoor. Ik weet dat dit te zwart/wit is gesteld. Ik ken ook super hartelijke ras-Amsterdammers uit de Jordaan. En één van mijn beste vriendinnen komt er vandaan. Toch vraag ik mij af wat Amsterdam zou zijn, zonder de toestroom van getalenteerde provincialen.
En als je ziet hoe ze daar tewerkgestelde bijstandsgerechtigden behandelen, vraag je je af of ze al beseffen dat we geen plantages in de tropen meer hebben. Deze mensen moeten verplicht aan tafel blijven zitten in hun pauze.