Grenzen in de Wageningse uiterwaard

We zitten op het gras van het Belmonte Arboretum in Wageningen. In haar vorige baan had ze contact met asielzoekers. Hun verhalen hebben haar blikveld verruimd. En dankzij haar Zweeds-Nederlandse afkomst is ze al gewend om breder te kijken dan mensen uit een monocultuur. Herkenbaar. Ik ben gefascineerd door grenzen, snijpunten en tegenstellingen. Alsof het ene nodig is om het andere te definiëren. Wat later maak ik een wandeling over het dijkje langs de uiterwaard.

Nederland zit vol grenzen, gevormd door denkbeelden, lijnen en dijken. Ook hier in dit natuur-gebied pal naast de stad. Er staan hekken (met overstapjes). Er is schrikdraad (‘Pas op! Schrikdraad.’) Er ligt een strook asfalt (voor de fietsers) en er zijn paadjes (voor de wandelaars). Mocht je twijfelen; geen nood. Voor alle duidelijkheid staan overal bordjes bij, met verboden of aanwijzingen.

Ons land is eeuwenlang door mensenhanden geboetseerd, gekneed en in een mal gegoten. Op de speciaal daartoe aangewezen plaatsen mag het nu verruigen. Maar vaker moet het strak in het gareel blijven. Ik ben opgegroeid in een gebied waar elke vierkante centimeter een economisch doel heeft. Daarom hou ik van het ruige gebied in deze uiterwaard. Tegenstelling dus. Bovendien zit het hier vol grenzen en snijpunten.

Creëer je door de lens van je camera een tunnelvisie, dan waan je je in een wildernis. Alsof er geen stad achter je ligt. En alsof er geen oude steenfabriek is, of moderne industrie. Verpruts je daarbij je scherpe foto’s door ze op te slaan in een te lage resolutie, dan zie je ook geen hoogspanningsmasten meer. Da’s toch weer handig.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting. Oeps, aanwijzing.)

Op de grens van hoog en laag

Nederland zal alles doen om droge voeten te houden, verwacht ik. Alleen al vanwege de enorme belangen verhoogt men de dijken voortdurend. Want de zeewaterspiegel stijgt en door meer hoosbuien elders stroomt het rivierwater sneller ons land binnen. Ook hier zal het steeds harder plenzen, zo wordt voorspeld. Op de hoogtekaart van Nederland kan je exact zien op welk niveau je woont. Dankzij een verhuizing ben ik van 0.50 meter tot liefst 58 meter boven zeeniveau opgeklommen.

Heerlijk hoor, zo kun je jezelf genoeglijk in slaap sussen. Maar mijn familie woont op -2 meter in de badkuip, evenals veel medelanders. Sowieso woont een flink deel van de wereldbevolking in laaggelegen kuststeden, ook dankzij het koloniale verleden.

Hieraan denk ik tijdens een zondagmiddag wandelingetje langs de Nederrijn. Het stuk tussen de sluizen en de aanlegsteiger voor het pontje naar Driel. Dat heb ik tot dusver alleen van bovenaf op de stuwwal gezien. Nu wil ik het van onderaf bekijken. Bij de aanlegsteiger staat de koffie klaar. Overal zijn dagjesmensen: fietsers, wandelaars, vissers en iemand met een hondje. Geen drukte, de sfeer is ontspannen. Mogelijk in het moment van de stilte voor de storm. Halverwege ligt Heveadorp. Zo’n onverwacht pittoresk pareltje, waar huizen in Engelse cottagestijl staan, compleet met rieten daken.

De foto’s tonen precies wat beeldselectie bij het nieuws doet. Kijk je in de richting van de aanlegsteiger, dan zie je een Hollands laagland tafereel. Niets doet vermoeden dat direct achter mij een massieve stuwwal 52 meter omhoog torent. En zonder detailfoto mis je het minuscule leven in een ven nabij de Nederrijn. Deze zijtak van de rivier vloeit door een momenteel te droog landschap. Keurig tussen de lijntjes, waar in januari nog alle omliggende grond werd overspoeld.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

 

Grensafbakening

Met de buren praat ik over het vervangen van onze schutting. De huidige is verrot, scheefgezakt en ziet er armoedig uit. Je kan zo tussen de planken door kijken. Ik vind het een delicate klus, al gaat alles in goed overleg. Terwijl wij ons territorium afbakenen, trekken landen elders in Europa nog forsere hekken op. Ook dat ligt gevoelig.

In mijn jeugd hadden de meeste buren geen schutting van 1 meter 80 hoog, maar een lage heg. Je kon zo zien wat anderen in hun tuin deden. Kennelijk konden we daar goed mee leven. Maar ergens was er een kentering. Nu heeft iedereen een schutting die het zicht over en weer blokkeert. Daar is behoefte aan. Vooral nu er zo veel meer onbekende mensen zijn dan veertig jaar geleden. Bovendien moeten we altijd en overal bereikbaar zijn. We verlangen naar een privétuin, waar wij ons onbespied en ongehinderd kunnen bewegen.

Naarmate meer grenzen binnen Europa verdwenen, trokken burgers hun stellingen hoger op. Er kwam een tuindeur in plaats van een open ingang. Plus een slot. Want kennelijk is het nu ook minder veilig dan toen. Omdat er meer vreemden zijn. Of omdat er meer criminelen zijn. Dat laatste kan inbeelding zijn.

Afbakeningen geven ons het gevoel dat we de zaak onder controle hebben. Zo hebben we het graag. Slechts weinigen van ons voelen zich senang bij chaos. Dan kunnen we moeilijk helder denken en worden we bang. Wij zijn bereid om ver te gaan om chaos te vermijden. Heel ver. Ik zou zeggen: we doen het tegen elke prijs, ten koste van werkelijk alles. Kijk maar naar de paniekdeal van de EU met Turkije.

Over de grens

Vriendin F. en ik bewandelen het Streekpad Nijmegen. Ongemerkt passeren we de grens bij Grafwegen. Zo wandelen we langs een keurig geasfalteerde straat in Nederland. En zo volgen we een eenbaansweg met rafelrand. Vaag, maar onmiskenbaar voelt de omgeving anders aan. De huizen staan er wat rommeliger bij, niet strak op een rij. Ook de tuinen zijn minder keurig aangeharkt. Het oogt … ja … het oogt ‘vrijer’. Dit is de achterkant van Duitsland.

Ik hou van grensgebieden. Hier staat café Merlijn op de rand van bos en platteland. Een knusse kachel, een stapel spelletjes, bij elkaar geraapte stoelen en tafels. De houten wanden vol hertengeweien, foto’s, kitsch en overjarige kerstversiering. Een Duitse jachthut met Nederlandse bediening. De ongedwongen sfeer doet mij denken aan een afgelegen pleisterplaats voor backpackers. Elke bezoeker brengt zijn verhalen mee.

Verhalen genoeg bij de grens. Over vroegere smokkelroutes en spannende situaties, toen er nog bewaking was. Mensen die grenzen opzoeken, willen vrij zijn, hun gang kunnen gaan. Leven en laten leven, zoiets. Ik heb geen paspoort bij me. Er controleert toch niemand. En als er wel controle zou zijn, dan zou ik mij geen zorgen maken. Twee Nederlandse vrouwen in wandeltenue komen betrouwbaar over. Zulke bezoekers zijn altijd welkom in de plaatselijke konditorei.

IMG_3775De wandelroute brengt ons in het reichswald. Zelfs het bos ziet er hier subtiel anders uit dan in Nederland. Volgens mijn wandelgidsje heeft de rijksoverheid het ‘op typisch Duitse wijze geëxploiteerd’. Wat dat ook moge betekenen. Verderop passeren we boerderijen met uitgestrekte stukken grond. Bij de gebouwen struinen de obligate Duitse herdershonden rond.

Kranenburg doemt op. Om het plaatsje te betreden, moeten we volgens de beschrijving dwars over het spoor heen. Naast het verlaten station houdt een asfaltweg in het niets op. Geen stoeprand of mooi omzoomde cul-de-sac. Nee, gewoon zand en gras. Drie geparkeerde auto’s barricaderen het uiteinde van de weg, pal voor de spoorbaan. Frappant. Zoiets zou ik in Midden-Europa verwachten, niet vlak over de grens in Duitsland.

De hele dag wandelen we door een blank, verstild landschap. Wanneer we in Wyler aankomen, is het weer grauw en mistroostig geworden. Laaghangende bewolking, grijze nevel. Het begint te regenen. We wachten veertig minuten langs een kille weg. Totdat de Duitse bus naar Nijmegen ons daar weghaalt.

Binnen zit een caleidoscopische kleurenpracht. Aziatische vrouwen met een permanentje en tassen van een Chinese supermarkt. Volumineuze Afrikaanse dames met een lading bagage. Twee Arabische mannen, waarvan één met een zedig baardje. Vier uitbundig lachende latino meiden: uit Zuid-Amerika? Italiaanse jongens, die in het Engels een praatje maken met Duitse vrouwen.

Ik moet denken aan die Londense dubbeldekker in een Harry Potter film. Bussen zijn een universum op zich. Geen idee waar we de grens zijn gepasseerd.

Gele lijn op het station

Utrecht Centraal, zomaar een perron.
Wachtend op de trein, drentel ik wat rond.
Stap, stap, stap, gedachteloos passeer ik een gele lijn.

Mijn ogen volgen het geel.
Het vormt een vierkant geheel.
‘Heb je misschien een vuurtje?’, vraagt een jongen.
Want, tot stilstand gekomen binnen de gemarkeerde zone,
zal ik vast wel een mede-roker zijn.

Beeldvorming.
Op sommige plaatsen is de grens
tussen neutrale observatie en vooroordeel slechts een dunne lijn.