Als je afhankelijk bent

Onafhankelijk zijn, dat is toch wat de meesten van ons willen. Zelfs binnen een relatie ben je graag autonoom. Je wil je eigen inkomen hebben en als volwaardig worden gezien. Af en toe heb je wel iemand anders nodig. Voor de verbouwing van je keuken, bijvoorbeeld, of in een juridische zaak. Dan hoop je dat de betrokken persoon betrouwbaar is en van goede wil. Want wie zegt er dat jouw belang ook zijn belang is? Misschien laat jouw behoefte hem wel compleet onverschillig.

Ik ben opgegroeid met het idee dat onafhankelijkheid een belangrijke voorwaarde is voor volwassenheid. Dit past in ons westerse gedachtegoed. Daarom voel ik mij ongemakkelijk wanneer ik in een afhankelijke situatie beland. Is het tijdelijk, dan gaat het nog. Wellicht kan ik in de toekomst wat terugdoen voor de persoon van wie ik afhankelijk ben. Zodat de onderlinge verhouding weer ‘in balans’ komt.

Maar bij volwassenheid hoort eveneens dat je hulp vraagt wanneer dit nodig is. En in bepaalde situaties ontkom je sowieso niet aan de welwillendheid van anderen. Heb je ergens hulp bij nodig, dat wil je waarschijnlijk precies dat. Niet meer en niet minder. Want gaat de ander meer hulp bieden dan je eigenlijk wil, dan neemt die de regie over. Dus moet je nog duidelijk grenzen stellen ook. En krijg je te weinig hulp of de verkeerde hulp, dan moet je evengoed voor jezelf opkomen. Het kan best lastig zijn om hulp te ontvangen.

Soms ben je van iemand afhankelijk voor wie je nooit iets terug zal kunnen doen. Gewoon, omdat het bij zijn functie hoort om zich voor jou in te zetten. Maar wat als die persoon het enorm druk heeft en jouw hulpvraag minder urgent vindt? Dan hoop je dat er een norm of regel is, die hem aanspoort. Een uiterste datum, bijvoorbeeld.

Ik verkeer nu in zo’n situatie. Een ‘grijs gebied’ wordt dit genoemd, want er geldt geen officiële termijn voor. Het enige wat nu kan werken volgens een juriste, (een andere dan de jurist waarvan ik afhankelijk ben), is een aanpak volgens het ‘piepsysteem’. Hadden jullie daar al eens van gehoord?

Welbehagen dankzij anarchisme

Vrije weergave uit een oud logje. ‘Na een douchebeurt druppen ze van het plafond op de vloer in de woonkamer. Drup … drup … drup, drup, drup. Schone, transparante, fluïde parels spatten op het laminaat uiteen. Middenin een stralenkrans van weggesprongen spetters vormden ze een plasje. Ik zie het in slow motion gebeuren. Het is mooi.

Ondertussen stromen nieuwsberichten binnen via krant, internet en tv: vluchtelingen, bomaanslagen: ellende bij de vleet. Surreëel als die druppels in slow motion. Zij vormen een schril contrast met mijn intense tevredenheid.’

Binnenkort moeten de buurvrouw en ik het gesprek aangaan met de buurman. Die een die altijd dwarsligt over de kosten van noodzakelijk onderhoud. Aan ons gedeelde rioleringssysteem, deze keer. Ik hou mij voor wat ik schreef op 19 augustus 2015. Het is een inzicht uit een log dat verder onbelangrijk was en nu is gewist.

‘Welbehagen gaat ogenschijnlijk niet samen met anarchisme, maar is het resultaat ervan.’

De eerste kilo is er af!

De eerste kilo is er af sinds ik probeer om een beetje af te vallen. Een kilo in ruim een week tijd is een gezond resultaat. Sneller moet je het niet willen. Tot nu toe gaat het me nog redelijk makkelijk af. Bij diëten kan je het beste heel goed naar je lichaam luisteren. Daarbij heb ik mijn aanpak afgestemd op mijn dagelijkse bezigheden.

Ik hou slechts drie basisregels aan:

  1. Gezond en naar behoefte voldoende eten. Dus niet meer dan dat, maar ook nauwelijks minder.
  2. Suiker sterk beperken vanwege hypoglykemie (schommeling van bloedsuikerspiegel).
  3. Af en toe iets ‘ongezonds’ eten mag. Probeer dat te compenseren met beweging.

Gezond eten spreekt voor zich: gevarieerd en met alle benodigde voedingsstoffen om goed te kunnen functioneren.

Naar behoefte betekent dat ik eten afstem op bezigheden. Ga ik wandelen, dan eet ik vooraf extra vet (saucijzenbroodje, stukjes rookworst) en/of eiwitten (ontbijt met spekjes en omelet op volkorenbrood), want die brandstof heb ik nodig. Naast de dagelijkse vier belegde boterhammen, maak ik er dan twee extra klaar. Voor de zekerheid.

’s Avonds eet ik geen bak chips meer (en al helemaal geen refill), maar slechts een grote kaascracker. ‘Een. Ja: één. Dus geen twee. Een!’ Tenzij ik voel dat ik duizelig ga worden (zie hypoglykemie). Dan mag er een halfje bij. Of een hele als dat nodig is. Luisteren naar je lichaam houdt vooral in dat je eetmomenten afstemt op de momenten waarop je energie nodig hebt.

Hypoglykemie is voor mij het echte monster. Met een hongergevoel valt tijdelijk wel te leven, maar een flinke dip in je bloedsuikerspiegel valt niet te negeren. Daarom mijd ik suiker. Wel neem ik zoetjes in de koffie en thee (zes per dag). Als ik honger krijg en het nog te vroeg is voor een maaltijd, eet ik een appel of twee dadels. Doorlopend voorkom ik de kans op schommelingen.

Dit hou ik alleen vol als ik af en toe ook iets lekkers/ongezonds mag. Dus heb ik deze week een groot stuk appelgebak met slagroom gegeten. Maar koek en port negeer ik nu bijna instinctief, omdat mijn bloedsuikerspiegel daarvan gaat jojoën. Een enkel koekje kan wel, alleen geen grote stroopwafel of gevulde koek. Dat stuk appeltaart volgde op een wandeling van ruim twee uur. Daarna moest ik nog een uur reizen, dus was die energie nodig. 😉

Belangrijk is om ingesleten eetpatronen te doorbreken. In mijn geval was dat ’s avonds veel te veel chips eten. En voorlopig schrap ik de meeste ‘ach, dat kan toch wel’-extraatjes. (‘Nou, nog eentje dan’, ‘we hebben het verdiend vandaag’, ‘zo dik zijn we toch niet’, ‘het is tenslotte vakantie’ en ‘hm, dat smaakt wel erg lekker’.)

De eerste dagen waren het moeilijkst, omdat mijn lichaam afkick-verschijnselen had. Herhaaldelijk gaf het aan dat we meestal koek nemen bij de koffie. En ’s avonds eten we toch altijd chips bij de film? Inmiddels voel ik die gewoonte-behoefte een stuk minder en wordt volhouden makkelijker. Het bijkomende voordeel is dat gebakjes eten weer speciaal wordt. Vroeger at je die toch ook alleen bij feestelijke gelegenheden?

Het helpt om een doel te hebben, of een schrikbeeld. Voor mij draait het minder om streefgewicht dan om heupomvang. Een favoriete spijkerboek was de aanleiding. Die broek ligt al drie jaar ongedragen in de kast, omdat hij niet meer past. Bij een opruimbeurt kon ik hem niet weg doen. Dat vond ik te erg. Maar aantrekken gaat evenmin, als ik wil blijven ademhalen. Vandaar.

Nu nog een paar weken doorzetten. (En daarna.)

Een poging tot afvallen

Eenmaal boven de veertig moet je op je lijn letten, zeggen ze. Vanaf dat moment gaan de hormonen opspelen en verandert je spijsvertering. Dat kan kloppen. Sinds een enkele jaren weeg ik een paar kilo’s te veel. Ik bleef altijd onder de 60 kilo en paste in maatje 38. Maat 38 was trouwens een keiharde grens. Ik zou nooit maat 40 accepteren, beweerde ik stellig. Nou ja, toch wel dus. Oh nee, toch niet.

Dit wordt mijn derde poging om er een paar kilo af te krijgen. De eerste was na een all inclusive safari. De meereizende kok zorgde drie maal daags voor een riant buffet. Tja, zie daar maar eens van af te blijven. Gelukkig is een tijdelijk eetpatroon nog geen gewoonte. Dus was ik het extra gewicht snel kwijt.

De tweede poging volgde nadat de kilo’s weer door het goede leven waren toegenomen. Vijftien jaar geleden was dat. Mijn dieetmethode bestond uit halvering van alles wat ik at, inclusief koek, chips en gebak. Dit wel afgezien van de gebruikelijke zes volkoren boterhammen per dag. Die verving ik door vier plakken zwaar roggebrood. Want een stevige basis blijft nodig, anders hou je het niet vol. Voor mij werkte dat.

Ik leef gezond, maar eet vooral ’s avonds te veel chips. En wat ik ’s avonds aan energie binnen krijg, verbruik ik nauwelijks. Daarom schrap ik deze keer alleen de chips, wat koek en een paar glaasjes port. Gezien mijn volcontinue eetpatroon zou je zeggen dat ik dan nog steeds genoeg brandstof binnen krijg. Maar mijn lichaam denkt daar duidelijk héél anders over.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 4 Woede

Van alle hoofdzonden ken ik Ira (woede) het best. Woede, toorn en wraakzucht pakken doorgaans destructief uit. Zowel voor degene waarop de woede is gericht, als voor de woedende persoon zelf. Logisch dat woede bij de zeven hoofdzonden hoort. Maar het geeft ook een enorme kracht die constructief kan werken. Wat je hiervoor moet doen, is woede kanaliseren.

De oorzaken voor woede zijn legio. Gepasseerd of genegeerd worden. Respectloos worden behandeld. Bestolen of bedrogen worden. Minder krijgen dan je rechtmatig toekomt. Verliezen. In gevaar worden gebracht door andermans rijstijl. Enzovoort. Zit je slecht in je vel, dan drijft een haperende printer je al tot razernij. Mij tenminste wel. Want je eigen gemoedstoestand heeft invloed op de mate waarin je kwaad wordt.

Sociale intelligentie, normen en waarden bepalen vervolgens hoe je met woede omgaat. De een is assertief opgevoed en kan altijd ad-rem reageren. De ander weet slechts zijn vuisten te gebruiken en ramt erop los uit machteloze frustratie. Bij bepaalde mensen lijkt het wel alsof ze leven op woede. Ook zijn er de binnenvetters en de vertwijfelden. Vaak leer je pas na veel vallen en opstaan hoe je woede goed en effectief kan aanwenden.

In Amerikaanse gevechtsfilms wordt woede verheerlijkt. De verongelukte held neemt het dan in zijn eentje op tegen de rest. Maar in het gewone leven kunnen anderen woede meestal niet waarderen. Dit maakt het extra frustrerend. Want ben je eens ontzettend kwaad, dan moet je je emoties verbergen. Omdat uiting van woede een zwaktebod zou zijn. Daar geloof ik niet in.
De emotie mag worden gezien; die is er omdat je je bedreigd voelt. Ik schaam mij niet voor woede. Wel wil ik bij een confrontatie uitspraken vermijden waar ik later spijt van krijg. De ander in zijn waarde laten terwijl je zelf kwaad bent, vergt al genoeg zelfbeheersing.

Gevoelens van onmacht zorgen voor venijn en agressie. Maar laat je bij woede niet meesleuren door irreële en negatieve gedachten. Focus op de feiten. Bij woede komt adrenaline vrij. Die energie kan je gebruiken om scherp en creatief te denken. Zodat je gericht vervolgstappen kan zetten. Dankzij woede bereik je soms meer dan normaal. Dus zelfs deze hoofdzonde heeft een voordeel.

Hoe ga jij met woede om?

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 2 Hebzucht

Gisteren dacht ik nog: ‘Zou je dat wel doen, een positieve wending geven aan die zeven hoofdzonden?’ Want luiheid is eenvoudig, maar dan de rest. De volgende hoofdzonde Avaritia (hebzucht) is bepaald een taaie. ‘Greed … is good’, zegt Michael Douglas als Gordon Gekko in de film Wall Street (1987). Je zou denken dat daar juist alle ellende mee begon. Dus valt er ook iets aardigs te ontdekken aan hebzucht?

Jawel hoor. Musea wereldwijd zijn maar wat blij met de hebzucht van rijke mensen. Want menige vermogende kunstverzamelaar wil uiteindelijk naam maken, imponeren en voor eeuwig iets tastbaars achterlaten. Zijn volledige kunstcollectie, bijvoorbeeld, met schilderijen van Rembrandt en Vermeer. Als zijn naam maar op het bordje naast het kunstwerk prijkt. Zo delen rijken hun kunstwerken publiekelijk met iedereen. Meestal zijn dat voorwerpen die voorheen eeuwenlang slechts in privékring waren te zien.

Geld is macht. Alleen moet je die macht wel uitoefenen. Bijvoorbeeld door stimulering of beïnvloeding van specifieke ontwikkelingen. Dus hebben de rijken zo hun particuliere projecten. Met hun kennis, contacten en vermogen kunnen ze problemen aanpakken die anderen laten liggen. Ik zie nog weinig in de plannen van Elon Musk. Maar Bill en Melinda Gates hebben met hun stichting nobeler doelstellingen. Waaronder een cruciale: vrije keuze voor geboortebeperking.

Naast geld en bezit omvat hebzucht een onstilbare honger naar aanzien, liefde, geluk en wijsheid. Materiële hebzucht komt naar mijn idee voort uit geestelijke armoede. Hoe rijk iemand ook wordt, geld en bezittingen zullen die leegte nooit vullen. Ze kunnen hooguit het leven veraangenamen. En je bent verblind als je denkt dat je met geld liefde of geluk kan kopen. Sommigen moeten eerst veel bezit vergaren om daar achter te komen.

Kijk je naar wijsheid, dan is hebzucht een goede zaak. Het is toch mooi als je een leven lang blijft leren en je mentaal blijft ontwikkelen. Evenals bij de hoofdzonde luiheid, wordt honger naar wijsheid pas een probleem als anderen daar onder lijden. Maar vaker lijden mensen onder het gebrek aan wijsheid bij de ander.

Afspraak is afspraak

Er is iemand met wie ik regelmatig afspreek. Meestal bel ik een week van te voren. Dan leggen we de datum vast. Elke keer zegt die ander er dan achteraan: ‘Prima, op voorwaarde dat er niets tussenkomt.’ Daar word ik nou niet goed van. Je spreekt af of je spreekt niet af. Wat moet ik met dat vage gedoe?

Geniepiger is de gedachte die dan bij mij opkomt. ‘Ben ik niet interessant genoeg of zo, dat je zo makkelijk een afspraak met mij wil kunnen afzeggen wanneer er zich iets leukers voordoet?’ Want het gaat bij deze persoon niet om zoiets belangrijks als een ziekenhuisopname. Het gaat om tussendoor komende opties voor uitstapjes.

Toch, ik weet wel beter. Dit is zo iemand die vooral van zichzelf uit gaat. Zulke mensen houden weinig rekening met andermans planning en gevoelens. Het ontbreekt hen domweg aan voldoende inlevingsvermogen. Dus gaat dit niet om mij.

Afspraak is afspraak. Zo niet, dan is de kans groot dat een relatie vroeg of laat stukloopt. Heeft iemand vertraging, dan heb ik daar alle begrip voor. En als er een kind ziek is, snap ik dat een afspraak niet doorgaat. Maar zeg je een afspraak kort tevoren af, omdat de achterneef van je buurvrouw ineens halsoverkop een oppas voor zijn kat nodig heeft … Tja. Een keer kan, misschien. Maar kom je vaker met zo’n soort reden, dan laad je toch een verdenking op je. Dat je onbetrouwbaar bent. En dat je afspraken kennelijk onbelangrijk vindt.

Afspraak is afspraak, zo werd mij van jongs af aan geleerd. Dankzij die opvatting is ons land ver gekomen. Aan de andere kant raken we geobsedeerd door tijd. Treinen moeten op de minuut precies rijden. Er is steeds minder ruimte voor afwijkingen. Alles moet perfect zijn. Want we houden niet van twijfel en onzekerheid. En onze agenda staat al vol afspraken. Dit kan doorslaan en ons verstikken.

In mijn agenda bewaar ik ruimte voor speling en verrassingen. Omdat ik die vrije marge aangenaam vind. Dit als tegenhanger voor de afspraken die er ook in staan. Want die zijn hard. Een ander wil ook van mij op aan kunnen.