Ben moe

(Nog vier dagen tot de opening.)

‘Lieve God,’ schreef ik eerder deze week in mijn schrift vol dingen die ik nog moet, ‘geef mij alstublieft sneller werkende hersenen, zodat ik mijn werk als waakhond efficiënter kan doen. U weet dat ik bezig ben met die foto-expositie. Nou, wat mij nu toch weer is overkomen …’ Hier bleef het bij, omdat ik te moe was om verder te schrijven en dan worden mijn hersenen sloom.

In mijn hoofd tolde van alles rond en dat kost veel energie. Dat heb ik altijd wanneer iemand onzalige ideeën door wil drijven en zonder overleg zijn of haar eigengereide ding gaat doen. Uiteindelijk heb ik alles af kunnen wenden en daarom gaat het nu goed.

Weer terug onder de mensen

De afgelopen periode heb ik een teruggetrokken leven geleid. Het begon met de lockdown. Die haalde een dikke streep door bijna alle afspraken in mijn agenda. Er kwamen alleen nog ‘noodzakelijke’ dienstverleners langs. Verder waren er ontmoetingen met buurtgenoten, een netwerkgesprek en drie sporturen in een park. Steeds keurig op anderhalve meter afstand. Maar dat was alles.

Voor een poosje vond ik deze afzondering wel prettig. Ik begon er zelfs aan te wennen. Er is zo veel ruis en zo veel eenrichtingsverkeer in het normale leven. Dat kan ik goed missen.

Misschien moeten we selectiever worden in onze ontmoetingen en in onze handelingen. Dan ontstaat er vanzelf meer ruimte voor wat we belangrijk vinden.

Voorzichtigheid in coronatijd

Vandaag maakte ik sinds half maart mijn eerste treinritje in coronatijd. Wat een belevenis. Ons plaatselijke boemeltje rijdt in precies vier minuten naar het volgende dorp. Daarna heb ik wandelend de terugweg volbracht.

Het risico op besmetting bleef beperkt. Inchecken kan met een OV-kaart zonder iets aan te raken. En voor het instappen drukte iemand anders op het knopje om de deur te openen. Alleen bij het verlaten van de trein moest ik een knopje met mijn mouw aanraken. Achteraf gezien vormden rakelings passerende mountainbikers op het wandelpad een groter gevaar.

‘Reis alleen met de trein als het echt moet’, maant de NS. Maar al mijn uitstapjes en familiebezoeken zijn recreatief. Laten mensen zich nog door deze vermaning weerhouden? Of vrezen ze de komende versoepeling en blijven ze, indien mogelijk, toch maar liever thuis? Ik ben voorzichtig. Tenslotte weet niemand werkelijk wat wijsheid is in deze situatie.

Straks gaat alles weer van het slot

De eerste uitnodigingen komen al binnen. We gaan direct van start zodra de lockdown versoepeld wordt. De sportclub verhuist van de gymzaal naar het park; de planning van het straatfeest wordt hervat. Alles volgens de regels van onze nieuwe anderhalvemetersamenleving. Volgende week zal ook de drukte in het verkeer weer toenemen.

Weg rust, weg stilte. Dag vogelgeluiden, dag schone blauwe lucht zonder vliegtuigstrepen. Het was fijn, maar nu wordt het wederom dringen geblazen.

Ik zie ons imminente gekrioel met gemengde gevoelens tegemoet. En velen met mij. Daarom is het zo opmerkelijk als zulke mensen mijn berichten verkeerd interpreteren waarin ik op genuanceerde wijze schrijf dat ik Nederland te vol vind.

De psychologie achter een hek

Zou dit een Freudiaanse uitbeelding zijn van mijn diepste verlangens? Waarom anders gaan zo veel logjes op Raam Open over grenzen? Zowel persoonlijke, maatschappelijke, geografische als formele. Ingebeelde en echte. En waarom steeds die foto’s van omheiningen en hekken?

Dan is dit een afkickverschijnsel, veroorzaakt door een gebrek aan kerosine. Dan zoek ik hier ook geen diepere betekenis achter en dan is dit gewoon een mooi hek.

Als je afhankelijk bent

Onafhankelijk zijn, dat is toch wat de meesten van ons willen. Zelfs binnen een relatie ben je graag autonoom. Je wil je eigen inkomen hebben en als volwaardig worden gezien. Af en toe heb je wel iemand anders nodig. Voor de verbouwing van je keuken, bijvoorbeeld, of in een juridische zaak. Dan hoop je dat de betrokken persoon betrouwbaar is en van goede wil. Want wie zegt er dat jouw belang ook zijn belang is? Misschien laat jouw behoefte hem wel compleet onverschillig.

Ik ben opgegroeid met het idee dat onafhankelijkheid een belangrijke voorwaarde is voor volwassenheid. Dit past in ons westerse gedachtegoed. Daarom voel ik mij ongemakkelijk wanneer ik in een afhankelijke situatie beland. Is het tijdelijk, dan gaat het nog. Wellicht kan ik in de toekomst wat terugdoen voor de persoon van wie ik afhankelijk ben. Zodat de onderlinge verhouding weer ‘in balans’ komt.

Maar bij volwassenheid hoort eveneens dat je hulp vraagt wanneer dit nodig is. En in bepaalde situaties ontkom je sowieso niet aan de welwillendheid van anderen. Heb je ergens hulp bij nodig, dat wil je waarschijnlijk precies dat. Niet meer en niet minder. Want gaat de ander meer hulp bieden dan je eigenlijk wil, dan neemt die de regie over. Dus moet je nog duidelijk grenzen stellen ook. En krijg je te weinig hulp of de verkeerde hulp, dan moet je evengoed voor jezelf opkomen. Het kan best lastig zijn om hulp te ontvangen.

Soms ben je van iemand afhankelijk voor wie je nooit iets terug zal kunnen doen. Gewoon, omdat het bij zijn functie hoort om zich voor jou in te zetten. Maar wat als die persoon het enorm druk heeft en jouw hulpvraag minder urgent vindt? Dan hoop je dat er een norm of regel is, die hem aanspoort. Een uiterste datum, bijvoorbeeld.

Ik verkeer nu in zo’n situatie. Een ‘grijs gebied’ wordt dit genoemd, want er geldt geen officiële termijn voor. Het enige wat nu kan werken volgens een juriste, (een andere dan de jurist waarvan ik afhankelijk ben), is een aanpak volgens het ‘piepsysteem’. Hadden jullie daar al eens van gehoord?

Welbehagen dankzij anarchisme

Vrije weergave uit een oud logje. ‘Na een douchebeurt druppen ze van het plafond op de vloer in de woonkamer. Drup … drup … drup, drup, drup. Schone, transparante, fluïde parels spatten op het laminaat uiteen. Middenin een stralenkrans van weggesprongen spetters vormden ze een plasje. Ik zie het in slow motion gebeuren. Het is mooi.

Ondertussen stromen nieuwsberichten binnen via krant, internet en tv: vluchtelingen, bomaanslagen: ellende bij de vleet. Surreëel als die druppels in slow motion. Zij vormen een schril contrast met mijn intense tevredenheid.’

Binnenkort moeten de buurvrouw en ik het gesprek aangaan met de buurman. Die een die altijd dwarsligt over de kosten van noodzakelijk onderhoud. Aan ons gedeelde rioleringssysteem, deze keer. Ik hou mij voor wat ik schreef op 19 augustus 2015. Het is een inzicht uit een log dat verder onbelangrijk was en nu is gewist.

‘Welbehagen gaat ogenschijnlijk niet samen met anarchisme, maar is het resultaat ervan.’