Brokstukken van een burn-out (3)

Oké, blijkbaar heb je dus een burn-out gehad en ben je weg bij de organisatie waar je vastgelopen bent. En dan zit je zonder werk thuis. En dan? Wat zijn de gevolgen? Hoe ga je verder? Pak je na verloop van tijd je oude beroep weer op of moet je carrière op de schop? Kan en ga je door alsof er niets is gebeurd?

Sinds mijn vertrek in 2009 heb ik tientallen mensen ontmoet die in vergelijkbare situaties zaten. Voor ieder van hen was ontslag en/of een burn-out een serieuze wake-up call. Zeker als ze ergens lang hadden gewerkt. De meesten doorlopen daarna een heel rouwproces vol confrontaties voordat ze zichzelf weer hervinden. Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik? Sommigen hebben echt geen idee meer. Na coaching en een persoonlijke zoektocht slaat bijna iedereen een nieuwe richting in. De een gaat dit beter af dan de ander.

Voor mij had en heeft die burn-out zowel positieve als negatieve gevolgen. Hoe het in sommige van onderstaande opzichten afloopt, is nog onbekend. Beschouw het als een avontuur, een zoektocht naar een ‘eigenlijke bestemming’. Wederom een zoektocht, want hetzelfde heb ik al eerder gedaan tijdens een reisperiode.

Loopbaan
Qua werk is mijn vooruitzicht nog uiterst onzeker. Leeftijd (55 jaar), automatisering, outsourcing, verouderende diploma’s en werkervaring hinderen het vinden van een baan. Toen ik weer tijdelijke functies kreeg, liep ik in stresssituaties tegen mijn nieuwe grenzen aan. Of het nu de leeftijd is of het gevolg van een burn-out, er is een stukje elasticiteit verdwenen. (Zie het voorgaande logje Brokstukken van een burn-out (2) voor mentale gevolgen.) Daarom wil ik definitief breken met mijn vorige beroepen en broed ik nu op een alternatief.

Hulp vragen
Had ik mij tien jaar geleden toch ziek moeten melden? Was ik dan beter af geweest? Misschien zag ik onterecht te veel beren op de weg van een begeleid hersteltraject. En in retroperspectief is het bizar dat ik nooit bij een arts ben geweest. Wellicht had het weinig uitgemaakt, maar de les is helder. Ik had hulp moeten vragen. Nu signaleer ik zoiets veel sneller. Hulp vragen gaat mij inmiddels beter af. Zelfs als het om geld gaat.

Financieel
Want ja, financieel gezien zijn de gevolgen echt zeer groot. Mijn inkomsten schommelden flink de afgelopen tien jaar. Door een samenloop van omstandigheden en als voormalige zzp’er heb ik nu geen recht op een uitkering. Vandaar dat mijn inkomen tot het absolute nulpunt is gedaald. Hier moet ik nog iets mee.

Relaties
De gevolgen op het gebied van relaties zijn zowel positief als negatief. Ik mis collega’s met wie ik bij de koffieautomaat kan praten. Wel ontmoet ik via workshops en bijeenkomsten voor werkzoekenden veel aardige mensen, zoals hartelijke lotgenoten die welgemeende steun en inzichten bieden. Bovendien is de afgelopen jaren duidelijk geworden wie mijn echte vriendinnen zijn. 2019 ga ik gebruiken voor ontmoetingen met mensen buiten mijn vertrouwde kring.

Persoonlijke en professionele ontwikkeling
Grote voordelen zie ik op het vlak van persoonlijke en professionele ontwikkeling. Allereerst heb ik nu genoeg tijd voor verdieping. Ik stort me met liefde op uiteenlopende onderwerpen en verwerk mijn analyses onder andere in logjes. Zo hou ik de geest scherp en mijn schrijfvaardigheid op peil.
In verband met de rioolperikelen heb ik me vastgebeten in alles wat daar bouwtechnisch en juridisch mee te maken heeft. Desnoods pleit ik zelf voor onze zaak ten overstaan van een rechter.
Bovendien weet ik nu goed wie ik ben en wat ik kan, mede dankzij workshops en een persoonlijk balanstraject. Dit geeft rust en duidelijkheid. En ik weet op welke vlakken ik mij nog verder kan ontwikkelen. Daar is voldoende tijd voor.

Vrije tijd. Yes!
De tijd hebben is een mega gezonde en ontspannende factor! Ik leef low-budget. Met openbaar vervoer ben je langer onderweg dan met een auto, maar dat maakt voor mij weinig uit. Zelf een knoop aan een jas zetten, doe ik gelijk. Zo’n klusje zou voorheen blijven liggen tot het weekend. De kast staat altijd vol eten, want ik wandel elke dag op mijn gemak naar de supermarkt. Spontaan bij iemand langsgaan of bezoek ontvangen kan gewoon. Verder kan ik uitslapen en bij rotweer de hele dag op de bank hangen. Oh, en dan de wandelingen die ik maak … Voor werkende buren neem ik trouwens pakketjes aan. Zij zijn ook blij met mijn vrije tijd.

Conclusie en toekomst
Ondanks het gebrek aan inkomen voel ik mij vaak een spekkoper. Ik ben verhuisd naar een mooi dorp met lommerrijke omgeving waar ik volledig tot rust kan komen. Deze stap dank ik aan de nasleep van die burn-out. Het is zonder meer een van mijn betere keuzes geweest.

Na de burn-out heb ik geprobeerd mezelf weer in het harnas van de arbeidsmarkt te proppen. Maar in sommige functies lukt dat gewoon niet meer. Word ik in een toch al hectische situatie onverwachts voor het blok gezet, dan bestaat de kans dat ik heftig negatief zal reageren. Ik had juist geleerd hier mentaal en verbaal soepel mee te dealen. Assertiviteit, het op een goede manier naar anderen toe voor jezelf opkomen, is een levenslang traject. Dat blijkt weer. Een burn-out overkomt je namelijk met reden.

Dit erkennen en hiernaar handelen ervaar ik als een soort coming-out. Want wil je aan alle absurde verwachtingen van ons economische systeem voldoen, dan moet je soms wel de schijn ophouden.

Mijn grote-reizenfase (1986 – 2001) was een onconventionele vorm van assertiviteit. In die periode maakte ik al keuzes die van de stroom afweken. En dat zijn de beste keuzes in mijn leven geweest. Ook qua werk voel ik dat de oplossing in het onconventionele zit. In het alternatieve alternatief. In die stacaravan waar ik van droom. Spreekwoordelijk dan. Daarom eindigt dit verhaal met een fragment uit een gedicht dat ik koester sinds 1995 (het jaar van de Stille-Zuidzee-reis):

Two roads diversed in a wood, …

Brokstukken van een burn-out (2)

‘En toen, maakte je keuzes (of werden ze gemaakt) waardoor het beter werd voor jou? Wat was daarin het belangrijkste, ander werk, andere omgeving?’, vraagt Petronella onder het voorgaande logje over de brokstukken van een burn-out. (Bedankt hiervoor.) Jouw reactie komt binnen wanneer ik besef dat het laatste woord nog niet is gezegd. Want er zijn positieve en negatieve gevolgen: financieel en mentaal, voor mijn relaties, carrière en persoonlijke perspectieven. Al moet ik zelfs nu, tien jaar later, nog afwachten waar de nasleep van die burn-out uiteindelijk toe zal leiden.

Dat het inderdaad een burn-out was, is nu wel aannemelijk. In mijn geval waren de klachten direct gerelateerd aan een werksituatie vol stressfactoren. Dan lijkt de oplossing eenvoudig. Een andere functie binnen de organisatie of baan daarbuiten zoeken en weer fris verder. Want aan die stressfactoren zelf viel weinig te doen. Maar een alternatieve interne functie was niet aan de orde. En vooraf was duidelijk dat elders een baan vinden, ook heel lastig zou worden.

Mijn leeftijd en ongebruikelijke loopbaan, de crisis en de weinige vacatures binnen de sector speelden rond 2009 elk een rol. Daardoor kwam ik voor het blok te staan. Want ziek melden was geen optie. Dan had ik een zwaar frustrerend traject in gemoeten, waaraan de gedachte alleen al mij alle energie ontnam. Over de vervolgstappen heb ik zwijgplicht.

Een eigen bedrijf, waarmee ik naast mijn baan al was gestart, is niet goed van de grond gekomen. Later, toen ik na diverse tijdelijke contracten tussen alle regels in viel en geen enkel inkomen meer had, kwam de twijfel. Had ik mij toch gewoon ziek moeten melden? Dat doet tenslotte iedereen. Was ik dan beter af geweest? Op de praktische consequenties schrijf ik een beschouwing in een volgend log.

Persoonlijk vind ik de vraag of je blijvende klachten aan een burn-out overhoudt belangrijk. Wat doet het mentaal met je? En met je lichaam: hoeveel langdurige spanning door negatieve stress kan dat aan?

Volgens arbeids- en organisatiepsycholoog Wilmar Schaufeli zijn werk gerelateerde stressklachten ‘een van de belangrijkste redenen waarom mensen door het UWV worden afgekeurd.’* Hieruit blijkt al dat je jarenlang uitgerangeerd kan blijven. Periodiek krijgen uitkeringsgerechtigden een herkeuring. Dan kan een verzekeringsarts een eerdere afkeuring herzien of verlengen. Na een burn-out kan je ook gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden verklaard. Daarna verricht je met een gedeeltelijke uitkering aangepast werk of maak je minder uren. Toch zijn er evengoed mensen die er weer helemaal bovenop komen.

Wat ik bij mezelf leek te bespeuren, was dat ik achteraf mentaal minder aan kon, in allerlei opzichten. Eenmaal weg bij die organisatie zocht ik naar ander werk. Thuis ebden de spanning en de stress grotendeels weg. En daarmee verdwenen de fysieke klachten ook al snel. Maar er hoefde maar dít te gebeuren of de spanning kwam in volle omvang terug. Het minste bracht mij al uit balans en zorgde voor stress.

Terwijl ik vroeger redelijk nonchalant telefonisch naar een vacature kon informeren [gewoon even inbeelden dat je het kan], schoot ik nu bij voorbaat al compleet in een kramp. Het idee dat er weer iets van mij werd verwacht. Dat ik moest presteren. Dat mijn stem helder moest klinken. Dat ik geen enkele fout mocht maken. Dat ik moest voldoen aan het beeld dat men had van een ideale kandidaat. Whatever dat beeld ook was. Ik ging er zowat van hyperventileren. Of eigenlijk deed ik dat al.

Faalangst, echt verlammende faalangst. Terwijl ik dacht dat ik daar toch aardig overheen was. Maar er zat inmiddels een nieuwe generatie aan de andere kant van de lijn. Ineens waren de taal en voorwaarden op de arbeidsmarkt gewijzigd. Zomaar, terwijl ik even met wat andere zaken bezig was geweest. Alsof heel mijn CV plotseling waardeloos was.

Het leek ook wel alsof de prikkels van buitenaf heftiger binnenkwamen. En het leven in een studentenstad midden in de Randstad is woelig. Ik had behoefte aan echte stilte, en die was nergens meer te vinden. Zodra ik buiten kwam, ontstond er een sluimerend gevoel van onrust. Alsof je permanent alert moet zijn. Het vermoeide mij steeds meer. Daarom ben ik later verhuisd naar een dorp in een andere provincie.

Toen ik weer tijdelijk werk kreeg, bespeurde ik een ander opvallend verschil met voorheen. Want waar ik gaandeweg had geleerd om soepel met ad-hoc situaties om te gaan, leken mijn improvisatievermogen en flexibiliteit ineens deels verdwenen. Was er tijdens die burn-out iets beschadigd geraakt? Was mentaal de rek eruit? Kon ik niet langer snel genoeg denken? Waar waren mijn mentale elasticiteit en wendbaarheid gebleven?

Nu heb ik onder normale omstandigheden nergens last van. Zet mij in een hoekje, laat mij zelfstandig onderzoek doen, websites bijhouden, gegevens ordenen of teksten schrijven en alles loopt op rolletjes. Om informatie te vergaren bel ik zonder schroom met Jan en alleman. Maar zodra ik te veel druk ervaar of met complexe vragen worstel, duiken de symptomen weer op. Hoofdpijn, moeilijk in slaap komen. Tot op zekere hoogte leer je met mentale druk omgaan. Bijvoorbeeld door tijd te winnen om na te denken.

Toch heb ik uiteindelijk iets van mijn veerkracht verloren. Er valt nog wel wat aan te doen via bewuste keuzes, ontspanning en mindfulness. Maar heb je eenmaal een burn-out gehad, dan ben je vatbaarder voor een volgende. Dat is een gegeven. Daarom valt voor mij nu een aantal hectische functies af die ik eerder wel aan kon. Wordt er met reden ‘stressbestendig’ of ‘tien ballen tegelijk in de lucht houden’ vermeld in een vacature, dan pas ik. Want das war einmal. En ik moet er niet meer aan denken ook.

Voor * zie Ianthe Sahadat en Margreet Vermeulen, beschouwing Opgebrand, de Volkskrant, Sir Edmund, 5 januari 2019.

Brokstukken van een burn-out (1)

Allereerst: was het wel een burn-out? Opeens had iedereen een burn-out, dus ik misschien ook. Het blijft tot op de dag van vandaag een vraag. Ik ben er namelijk nooit voor naar de dokter geweest. Tuurlijk niet. Wat denk je nou? Een Oegandese dagvoorzitter meldt zich toch ook niet ziek vanwege een malaria-aanval? Ik ging volhouden en regelde het zelf wel. Maar goed. 2019 is het jubileumjaar van een verstrekkende consequentie. Een gevolg van een ‘keuze’.

Mentale uitputting is de kern van een burn-out, schrijven Ianthe Sahadat en Margreet Vermeulen in hun beschouwing Opgebrand (Sir Edmund, 5 januari 2019). Volgens de richtlijn van huisartsen hoort hier bij ‘dat mensen het gevoel hebben dat ze de controle over hun leven kwijt zijn en dat ze minder functioneren in het dagelijks leven. … Sommige patiënten hebben daarbij veel lichamelijke klachten.’ En ‘Burn-out is een veelkoppig monster. … Bij een burn-out heb je geen energie meer. Daar word je niet vrolijk van, maar tussendoor kun je toch een leuke avond hebben. Bij een burn-out word je in de loop van de dag steeds vermoeider, bij een depressie is het andersom.’

Voor mezelf is glashelder waar het vandaan kwam. De eerste twintig jaar van mijn loopbaan had ik werk dat ‘best aardig’ was, maar dat mij zelden echte voldoening gaf. Dat veranderde radicaal toen ik in de internationale ontwikkelingssector terecht kwam. Hier viel alles samen: mijn reisverleden en interesse voor culturen, mijn kennis, praktische vaardigheden en ervaring. En mijn nieuwe collega’s hadden werkelijk iets boeiends te melden. Ik kon bovendien van een ondersteunende naar een inhoudelijke functie doorgroeien. Na veel wisselingen van vorige banen was het alsof ik ‘het’ eindelijk gevonden had. Hier zou ik blijven tot mijn pensioen.

Maar alles verandert. Kort samengevat: er kwam een reorganisatie. De werkzaamheden werden complexer en de werkkamers rumoeriger. Eisen werden opgeschroefd. Aanvankelijk zat ik zonder vaste positie, waardoor ik steeds meer onrust ervoer. Terwijl het oorspronkelijke doorgroeitraject voor mij al pittig genoeg was, werd de druk versneld nog verder opgevoerd. Bij mijn nieuwe teamleider, zelf een autoritaire lakei van een zichzelf bewijzende manager, stuitte ik op onbegrip.

Het moest een keer spaak lopen, maar wat was het alternatief? Terug naar een functie die nu vooral bureaucratisch van opzet was? En dan toekijken hoe anderen mochten doen wat ik wilde doen? Buiten deze organisatie maakte ik door bezuinigingen en outsourcing ook weinig kans. En in crisistijd krijg je een eenmanszaak (naast een 32-urige werkweek) evenmin snel van de grond. Dus probeerde ik alles bij te benen en vol te houden.

Dat ik inmiddels vier dagen per week barstende hoofdpijn had, kwam natuurlijk omdat ik zo veel met mijn hoofd werkte en mij ondanks alle omringende onrust goed moest concentreren. Sowieso ben ik enigszins gevoelig voor prikkels van buitenaf. Daar heb je mee te leren leven als je mee wilt komen. En de hele dag naar een computerscherm staren, is minder goed voor je ogen. Alleen hoorde dat nu eenmaal bij het werk. Dus dan maar sterkere lenzen en brandende ogen.

Die hoofdpijn was wel erg. Ik was er regelmatig letterlijk misselijk van en ging bijna scheel zien. Soms werd ik nog duizelig ook. Terug in de trein van Den Haag naar Leiden zat ik steevast met mijn ogen dicht. Om ze een beetje rust te geven. Dat doen wel meer forenzen, trouwens. Niks bijzonders dus.

En dan ff snel boodschappen halen, tegenover het station. Meestal had ik zo’n honger dat het meerdere keren per week een magnetronmaaltijd werd. Niet verkeerd hoor, tegenwoordig zit er minder zout in. Daarna een beetje lezen, tv kijken of nog de deur uit en met vrienden een film zien. Maar tegen het eind van de week voelde ik mij soms zo gesloopt, dat ik al om 21.00 uur naar bed ging.

En dan de spanning in mijn lichaam. Die was continu voelbaar. Een dag wandelen in de buitenlucht hielp. Maar als ik aan mijn werk en alle stressfactoren dacht, dan schoot het er meteen weer in.

Verder is het niet gek dat je in de Randstad een beetje opgefokt raakt. Dat krijg je met al dat gekrioel om je heen. En waar ik woonde, was het nooit rustig. Nou ja, even dan, tussen 02.00 en 05.00 uur ’s nachts. Als mijn onderburen tenminste geen was deden en de twee ziekenhuizen in de buurt geen ambulancedienst hadden. (Slapeloosheid, nog zo iets.) Soms waren mijn reacties toch wat abnormaal. Dan kon ik plotseling als gebeten reageren. Om niks. En dan vroeg ik me achteraf wel af waar dát nou weer vandaan kwam.

Ik werd een beetje labiel. Ik trok het niet meer helemaal. Maar ach, dit was vast het begin van de overgang. Of zo. Alleen begonnen de maagklachten weer. En daarvan wist ik dondersgoed waar ze vandaan kwamen. Want dat had ik eerder meegemaakt. In een vergelijkbare uitzichtloze werksituatie. Eindelijk gingen de alarmbellen af.

Mijn ‘keuze’ maakte ik pas nadat ik bij mijn ouders vandaan kwam en onderweg naar huis op de fiets zomaar midden op de Korevaarstraat ter hoogte van de Hoogvliet spontaan in janken uitbarstte. Dat was het dan.

Even een bestelling in de winkel afhalen

De laatste fles lenzenvloeistof is bijna op en er moeten nieuwe flessen komen. Vorige keer stond ik tevergeefs in de winkel, omdat ze weinig voorraad aanhouden. Maar bestellen kan ook. Dat lijkt handig via internet, alleen ging dat eerder mis. Alle lenzen hadden een andere verpakking gekregen en de flessen vloeistof eveneens. Zelfs de artikelnamen en –nummers waren veranderd. Na een lang gesprek met de klantenservice werd toen duidelijk wat ik voortaan nodig had.

Deze keer verschijnen de flessen met herkenbare foto en naam in beeld. Desgewenst worden ze thuisbezorgd. Ook dat lijkt handig, maar regelmatig ben ik net weg als de bestelbus voorrijdt. Daarom kies ik de optie ‘ophalen in een winkel naar keuze’. Ik was toch al van plan om naar de stad te gaan, dus dat komt mooi uit. Zodra het bericht over de gearriveerde flessen verschijnt, ga ik eropuit.

In de winkel is het druk. Er zit een vrouw in een elektrische rolstoel alsof ze er al tijden zit. Een andere vrouw zit naast de ruimte voor lenzencontrole. Ook zij lijkt al een poos te wachten. Drie andere bezoeksters zoeken brillen uit. Eén medewerker is in de winkel bezig met een klant. Wanneer hij opstaat, loopt hij een achterkamertje binnen. Vermoedelijk om iets te pakken. Ruim vijf minuten later is hij echter nog niet terug. Verder is er geen medewerker te bekennen.

Dan begint de telefoon te rinkelen op de balie voor mij. Het deurtje van de andere oogmeetruimte gaat nu open en daar komt een tweede medewerker uit. Hij loopt naar de telefoon en neemt hem aan. Daarna loopt hij de winkel in om een montuur te pakken en doet dat in een plastic zakje. Er moet een papiertje bij. Vervolgens haalt hij het montuur en het papiertje weer uit het zakje en kruist twee teksten op het papiertje door. Tot besluit stopt hij het montuur met het papiertje in een ander, gebruikt, plastic zakje en legt dat op een andere balie neer.

Eindelijk kijkt hij mij aan en zegt: ‘Hallo’. Ik zeg ‘Hallo’ terug, maar aan zijn hele houding zie ik dat hij beslist niet wil dat ik nu iets vraag. Hij loopt direct weer terug naar de oogmeetruimte en komt er even later uit met een moeilijk lopende klant. Aha, vast de eigenaresse van de scootmobiel die buiten voor de winkel staat. Intussen neemt er nog een klant achter mij plaats in de zojuist gevormde rij.

Na een gevoelsmatige tien minuten komt ook de eerste medewerker weer naar buiten met een klant die kennelijk al een kwartier in het lenzen-controlehokje zat. Ze gaan met de bij het hokje wachtende vrouw aan een tafel zitten. Daar ontspint zich een heel gesprek over de ziektekosten-verzekering. Ach ja, wat stom van mij, om uitgerekend nu die flessen in de winkel af te halen! Want voor het eind van het jaar moet iedereen natuurlijk hoognodig een nieuwe bril. Daar hebben we tenslotte premie voor betaald.

Op dit punt begint enige rusteloosheid in mij op te spelen. Wachten is niet zo mijn ding. Dit is zo’n moment waarop ik echt krachtig op mezelf in moet praten. Zo van: ‘Rustig blijven, die medewerker kan er ook niets aan doen dat het nu druk is, en als je zelf aan de beurt bent, wil je toch ook dat hij alle tijd voor je neemt, en hij zit nu wel over zichzelf te praten, wat ik professioneel gezien een zonde vind, maar hij mag toch ook even aan wat anders denken dan aan al die klanten, en die mensen zijn op leeftijd, daarom duurt het allemaal lang.’

Al vind ik dat ik met mijn brave afwachtende houding suf bezig ben. Want ik kan toch gewoon even tussendoor vragen of ik een klein vraagje mag stellen? Ik hoef toch alleen maar die lenzenvloeistof af te halen en dat is toch zo gedaan, nietwaar? Trouwens, waarom zie ik mijn naam nergens in de kast met klaargezette bestellingen staan? Het zal toch niet…

‘Voordat ik van huis ging, bedacht ik nog dat het misschien handig was om een printje van het bezorgbericht mee te nemen. Maar dat heb ik niet gedaan. Als het nu maar goed gaat. Ik heb hier al lang genoeg gestaan.’

Nu begin ik echt ongedurig te draaien en zucht eens diep. Goed hoorbaar, maar toch nog enigszins beheerst. Ja, ik weet heus wel dat dit passief-agressief gedrag is. Maar de spanning loopt ook wel erg op, inmiddels.

Achter mij zie ik een andere kast met onder andere de flessen die ik nodig heb. Dus bedenk ik een plan voor het geval het alsnog mis dreigt te gaan.

Wanneer de begeleidster van degene die een bril wil bij de tweede medewerker ook nog een vraag over haar eigen bril stelt, en de medewerker daar uitgebreid op in gaat, hou ik het bijna niet meer. Ik moet iets doen. Een daad stellen. Alles beter dan deze passieve houding en die oplopende frustratie.

Dus interrumpeer ik redelijk kalm hun bezigheden en stel ik mijn vraag. Of ik een vraagje mag stellen en dat ik alleen maar mijn bestelde vloeistof kom halen. Het is al betaald.

Dat mag. En ja hoor, mijn pakketje ontbreekt. …

Gelukkig heeft de medewerker mij eerder in de winkel gezien. Zodra ik naar de kast met flessen wijs en zeg dat het ‘die rooie’ zijn, geeft hij er zomaar drie mee. Ik hoef zelfs geen naam of adres achter te laten. Dat bied ik nog aan. ‘Het zal wel goed zijn’, zegt hij.

Eenmaal terug in de frisse buitenlucht voel ik opkomende hoofdpijn. Daarom maak ik een relaxed ommetje door het leukste deel van de binnenstad. Dat helpt. Bovendien haal ik de bus nog net. Mijn geluk is terug.

Hoewel. Zodra de bus wegrijdt, bekruipt mij de twijfel of ik nu de juiste flessen heb. Het zál toch niet? Want er was onlangs toch iets gewijzigd en ik moest toch speciale vloeistof hebben? Iets met sensitive, terwijl ik nu comfort bij me heb?

Bespaar geld met vetverbranding

Ons lichaamsvet is een reservefonds, al staan we daar zelden bij stil. Dus wil je geld besparen, verbrandt dan eens wat overtollig vet. (Als je dat hebt). Nu ik veel chips en zoetigheden laat staan, hou ik verrassend genoeg geld over. Dat is winst dankzij een aangepast en gezond dieet.

Kijk maar hoeveel een persoon maandelijks kan besparen. Als voorbeeld neem ik de levensmiddelen die ik nu niet of minder eet en drink.

  • Vier pakken koek € 6.
  • Vijftien zakken chips en ander zoutjes € 15.
  • Muffins, telkens wanneer er ‘iets te vieren valt’ € 8.
  • Anderhalve fles port voor in het weekend € 10.
  • Gebakjes tijdens wandelingen met een groep € 7,50.
  • Wijntjes en dergelijke na afloop in restaurants € 10.
  • Zaans volkoren, van 6 naar 4 sneetjes per dag € 3,50.
  • Snelle hap onderweg, zoals patat of een nasischijf € 10.
  • Oliebollen (het seizoen begint voor mij op 3 oktober), omgerekend € 3.

Totaal levert dit per maand een brute besparing op van € 73. Hier gaan nog wel vier pakjes chips vervangende crackers van af (€ 8). De netto besparing bedraagt dan € 65. Zo bespaar je op jaarbasis € 780 aan eten, zonder dat je wat tekort komt. En als je frisdrank vervangt door zoet kraanwater, gaat het helemaal hard. Dat scheelt ook een hoop gesjouw.

Overigens mag je jezelf best verwennen wanneer je op dieet bent. Koop daarom gezond eten van extra goede kwaliteit. Dus vers en biologisch. Met bovenstaande besparing kan dat makkelijk uit.

Dit volwaardige dieet helpt mij om af te vallen.

Het verborgen leven van bomen

Hoe meer je leert, hoe meer je beseft hoe weinig we weten. In een bos zie je overal bomen om je heen. Staan ze dicht bijeen, dan groeien ze omhoog naar het licht. Staan ze vrij en krijgen ze alle ruimte, dan spreiden ze hun takken. Zo ver als ze maar kunnen reiken. Beuken en eiken zijn daar goed in. Zulke volgroeide bomen vinden we bijzonder mooi. Daarom geven we bomen in stadsparken volop de ruimte. Hoe verder afgezonderd, hoe beter ze tot hun recht komen. Denken wij.

Want die afgezonderde boom staat wel heel kwetsbaar en eenzaam te zijn. Het contact met zijn soortgenoten is verbroken. De geursporen waarmee zij communiceren, bereiken hem niet. Dus mist hij hun waarschuwing als er vraatzuchtige insecten aan komen. Ook ontbeert hij de belangrijke draadjes van zijn wortels naar die van zijn makkers. Terwijl hij tussen hen in veilig is. Zij kunnen hem helpen als hij ziek wordt en zelfs ondergronds voeden als hij honger krijgt. Bomen zijn sociale wezens. Ze kunnen voelen, ruiken en leren. Echt waar.

Lees Het verborgen leven van bomen van Peter Wohlleben en er gaat een wereld voor je open. Voor mij evenaart zijn kennis de wetenschap over het heelal. Ook dat is een wereld waar we nog nauwelijks iets van begrijpen. Maar alles is met alles verbonden. Geen boswandeling zal meer hetzelfde zijn. Tolkien was right.

Meer energie dankzij vetverbranding

Wanneer je energieniveau hapert, beperkt dat je mogelijkheden. Sinds ik een aangepast dieet volg, val ik echter van de ene verbazing in de andere. Niet alleen zijn de aanvallen van hypoglykemie bijna verdwenen (na veertig jaar!) Nu mijn lichaam vet verbrandt, komt ook mijn normale energieniveau terug. En daarmee mijn bewegingsvrijheid.

In 2003 deed ik nog mee aan de Heuvelland vierdaagse. Dat betekent vier dagen achtereen 28 kilometer wandelen door het glooiende Limburg. Maar mijn stofwisseling werd de afgelopen jaren steeds minder efficiënt. Ik moest alsmaar meer eten om genoeg energie te krijgen. In 2016 werd een tocht van 21 kilometer mijn Waterloo. Het gebeurde in de Achterhoek; de grens was bereikt. Vanaf toen werd 18 kilometer mijn maximum.

Je gaat dan van alles verzinnen. Het zal de leeftijd zijn, of de overgang. Of je beweegt te weinig. Iemand zei dat ik wat aan mijn conditie moest doen. Dat ik al jaren voornamelijk op suikerverbranding leefde in plaats van op vetverbranding, had ik nooit kunnen bedenken. Nou ja, er kwamen wel wat kilootjes bij. Dat werd trouwens ook meteen een reden waarom ik niet meer zulke lange wandeltochten kon maken. Want die extra kilo’s sleep je mee.

Gelukkig is er nu een keerpunt bereikt. Dat was al te merken bij twee wandelingen vorige week. Eindelijk voel ik me weer energieker, en dat urenlang. Zoiets geeft zelfvertrouwen. Ja, dit biedt zelfs perspectief voor de toekomst. Als deze ontwikkeling doorzet, kan ik namelijk werk aannemen dat veel beweging vereist. Want ook dat behoorde al heel lang niet meer tot de mogelijkheden.

Daarom is het voor mij onbegrijpelijk dat drie huisartsen jarenlang van mijn stofwisselings- en energieproblemen hebben afgeweten, maar nooit adequaat hebben ingegrepen.

Oh ja, er is inmiddels vier kilo af. Wel is het morgen 3 oktober, dus dan komt er tijdelijk weer een pondje bij.