Bijna dood door blauwe monnikskap

Bloemen van blauwe monnikskap

In ons overgereguleerde land koop je het dodelijkste gif gewoon bij elk tuincentrum. Jij denkt nu vast aan flessen vol insectenverdelger (tegen luizen, buxusmot, et cetera.) Maar hou die tuinplanten ook in de gaten. Steevast tuinier ik met handschoenen aan. Toch gaat er geen zomer voorbij, of ik krijg wel ergens huiduitslag van.

Eerst dacht ik dat het door de klimop kwam. Sinds kort verdenk ik de blauwe monnikskap. Misschien heb ik de blaadjes onbewust aangeraakt bij het snoeien van andere planten. Volgens Wikipedia is blauwe monnikskap zeer giftig. Een paar gram is dodelijk voor de mens. Ik citeer: ‘De blauwe monnikskap werd vroeger weleens aan ter dood veroordeelden gegeven. … Na het aanraken van de plant dient men de handen te wassen, omdat de gifstof door de huid kan dringen.’

Lekker dan. En het valse kreng staat daar maar te bloeien. Zelfs medio oktober trekken de bloemen nog hommels aan. Die hebben kennelijk nergens last van, terwijl ik al huiduitslag krijg wanneer ik enkel foto’s maak. Zoals de foto hierboven, genomen met gevaar voor eigen leven.

Een heel weekend lang kiespijn

Heb je Tom Hanks in de film Cast Away bezig gezien met zijn rotte kies? Dan weet je dat je niet moet doorlopen met kiespijn. Maar net zoals hij, geef ik daar geen prioriteit aan wanneer ik een zeurende pijn voel. De pijn verdwijnt af en toe weer, dus misschien valt het mee. Tot donderdagavond lukt het om mezelf dit wijs te maken. Dan bijt ik in een stuk chocola. Een scherpe pijnscheut trekt – letterlijk – door het merg en been van een kies en mijn kaak heen. Na flink spoelen gaat het een beetje beter.

Ik wil geen kiespijn. Het komt nu niet goed uit. De klusser is net weer begonnen en ik wil dat hij door kan gaan. Daarom geef ik er geen prioriteit aan, hoewel het weekend voor de deur staat. Maar als het misgaat, verrek ik straks het hele weekend lang van de pijn. Toch laat ik het er bij. Even voor alle duidelijkheid: ik ben niet de enige die zulke stomme beslissingen neemt. Tom Hanks deed dat ook.

Het betreft de achterste kies linksonder. Daarop zit een kroon. Vier maanden geleden werd de verstandskies ernaast getrokken. Dat was nogal een drama, dus alle mogelijke oorzaken spoken door mijn hoofd: kaakontsteking, wortelinfectie, rotte kies, zenuwpijn, beschadigd tandvlees, een breuk, etc.

In het weekend slik ik meer pijnstillers dan ooit. Vooral ’s nachts. Ik val al moeilijk in slaap en word steeds wakker van de pijn. De paracetamol in mijn toiletkastje smaakt naar vergif. Daarvan verliep de uiterste houdbaarheids-datum in mei 2016. Een doosje ibuprofen is wel tot september 2020 bruikbaar, maar dat ligt er onaangetast bij. Bang als ik ben voor de waslijst aan ernstige bijwerkingen. Toch moet ik eraan geloven.

Op zaterdag vertelt een wandelgenootje dat je van ibuprofen maagkanker kan krijgen. Zij heeft net zo’n vermogen aan tandartsrekeningen uitgegeven als ik. ‘Ik heb een hele auto in mijn mond’, is hoe zij het verwoordt. Daar krijg ik een wat vreemde gedachte bij. Zelf meet ik dit soort dingen af aan prijzen voor reisbestemmingen. Zes weken Australië, bijvoorbeeld. Of: genoeg om een half jaar van te leven. Dat komt aardig in de buurt van mijn realiteit.

Op zondag spreek ik de buurvrouw over de herdenking van Operatie Market Garden, die op een steenworp afstand plaatsvindt. Thuis kunnen we de muziek horen. We praten over de mannen, vaak jongens nog, die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. En we beseffen hoe goed we het hier nu hebben; dat we onszelf gelukkig mogen prijzen. Dus: ‘Dank u, God, voor deze kiespijn, want daardoor voel ik dat ik tenminste leef.’

Op maandag bel ik om 08:01 uur de tandarts. Tegen die tijd straalt de pijn uit van halverwege mijn onderkaak naar mijn oor tot bij mijn oog. Waarschijnlijk ben ik de eerste klant aan de lijn. De assistente hoort mij aan, voert overleg en spreekt dan de verlossende formule uit. Om 11:15 uur mag ik komen.

Bij de tandarts. Ze kijkt eens goed naar mijn beet, voelt het scharnieren van mijn kaak, en trekt dan haar conclusie: een overbelaste kies. Wie verzint er nou zoiets?

Bewijs hun ongelijk

‘Prove them wrong’, staat er op de kaft van het schrift waarin hij zijn werkaantekeningen maakt. Het ligt bij mij in de schuur op de grond, tussen de krat met zijn gereedschap en de tas met zijn andere werkspullen in. Vanmorgen is hij weer als een wervelstorm bezig geweest. Ik zei dat hij een hoog tempo heeft. Zoals hij het verwoordt, houdt hij ervan ‘om te beuken’ tot hij voelt dat hij bijna kapot gaat en dan stopt hij ermee.

Inmiddels weet ik een piepklein beetje meer over hem. Hoe hij in deze situatie is beland, op welk punt hij in zijn leven staat, en hoe het misschien verder gaat. Een losse opmerking hier, een feitje daar.

Ik heb er natuurlijk geen verstand van, maar ik vermoed dat hij soms tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Hij lijkt mij zo iemand waar iets te makkelijk misbruik van kan worden gemaakt. Niet dat hij dom is, verre van dat. Maar toch: te snel vertrouwen hebben in mensen. Welwillend zijn. Een goede mentaliteit hebben. Niet doortrapt genoeg om te beseffen wat er mogelijk gaat komen. Zelf heeft hij zijn pluspunten, voor zover ik ze kan zien. Wellicht dat een enkeling ze mist.

Iets en/of iemand heeft hem psychisch onderuit gehaald. Sowieso de klachten waar hij mee te dealen heeft. Hij moest al tweemaal afzeggen. Misschien dat hij zijn momenten van ‘uitval’ overcompenseert. Dat hij op de goede momenten in een soort high-toestand verkeert. En doorslaat. Van het een komt het ander. Kettingreacties zijn er in varianten.

Het was, geloof ik, aan het begin van de derde ochtend, toen hij half vragend, half constaterend zei: ‘Dus je hebt wel vertrouwen in mij.’ Ik moest mijn ogen gericht houden op mijn bezigheid en bevestigde vrij nonchalant dat dat inderdaad zo was. En vertelde waarom. Gewoon wat concrete zaken.

Eigenlijk had ik hem moeten vragen of er een reden was waarom ik geen vertrouwen in hem zou moeten hebben. Maar ja, dat gaat meteen weer zo ver. Dus dat deed ik maar niet.

Komt misschien nog wel. Ik ben de eerste klant in zijn schrift.

Grenzen aan een mensenleven

Hoe oud zou je willen worden? Gisteren was Last Days op tv; de nieuwe reportageserie van Lieve Blancquaert. Zij onderzoekt hoe mensen wereldwijd omgaan met de eindigheid van het leven. In de eerste aflevering zien we topfitte tachtigplussers in een Disney-achtige Amerikaanse enclave. Zij lijken gezonder dan menige veertiger met een jachtig 9-tot-5-bestaan. Ik vraag mij af of ik als vijftiger even gezond oud zal worden. En hoe ziet de wereld er dan uit?

Het is bekend hoe we zo lang mogelijk kunnen leven. Dagelijks minimaal een uur bewegen en je spieren blijven trainen. Verder veel vers voedsel eten: vis, groenten, fruit en volkorenproducten. En vooral ook aan het sociale leven deelnemen. Volgens hersenwetenschapper Erik Scherder vergroot je juist de kans op ouderdomskwalen wanneer je elke dag een dutje doet. Hij is vast een calvinist. Toch is de boodschap duidelijk: we kunnen het beste actief blijven.

Statistisch gezien worden we echt steeds ouder, wereldwijd. Volgens de Wereldbank is de gemiddelde levensverwachting al gestegen van 52,6 jaar in 1960 naar 72 jaar in 2016. Die dansende Amerikanen in hun suikerspin-roze enclave doen mij echter denken aan welgestelde feestvierders op de Titanic.

Want eens komt toch het keerpunt door vervuiling en klimaatverandering. Zo is het opmerkelijk dat Nederlanders relatief weinig roken, maar wel in de Europese top 3 zitten qua longkankerdoden. (Bronnen: RIVM en Trimbos.) Vermoedelijk is er een verband met de aanzienlijke luchtverontreiniging boven ons land. Tegelijk neemt wereldwijd de kans toe op oorlogen om grondstoffen en leefbare gebieden. Syrië is daar een voorbeeld van. In Afrika is al veel langer het nodige aan de hand.

We worden dus voorlopig gemiddeld nog ouder, maar in wat voor wereld? Hoe oud we willen worden, hangt af van onze gezondheid, de beschikbare middelen én leefomstandigheden. Over de Inuït wordt verteld dat ouderen zich in tijden van grote voedselschaarste vroeger van het leven beroofden om de jongere generaties te sparen. Wie weet welke maatregelen onze generatie over een jaar of dertig treft. Of gaan anderen die maatregelen dan voor ons bepalen?

Echt rode klaver

Rode klaver bij een akker

We worden geboren met een sterk overlevingsinstinct. Alleen zijn we van de meest basale overlevingstechnieken vervreemd geraakt. Neem nu onze kennis van in het wild groeiende eetbare planten. Het is al mooi wanneer we er drie kunnen benoemen. Ik weet bijvoorbeeld dat je brandnetels en het loof van paardenbloemen kan eten. Verder kan je gerust de roze bloemblaadjes van klaver in je mond stoppen. Ze smaken lichtzoet.

Toch is het oppassen geblazen, want soms lijken giftige en eetbare planten op elkaar. En klaver met roze bloemetjes wordt rode klaver genoemd. Dus hoe zit het dan met deze echt rode variant?

(Het is maar weer goed dat de supermarkt morgen open gaat …)