Wie gaat dat straks betalen?

Terwijl de IC-units vol coronapatiënten liggen, blikken economen vooruit op de gevolgen van deze crisis. In mijn honger naar voorspellende signalen kijk ik met hen mee. Beleggers uit de hele wereld doen uitspraken in Corona Crash, een ingelaste aflevering van VPRO Tegenlicht. Zij interpreteren de fluctuaties op de beurzen, evenals het overheidsbeleid in diverse landen en de verschuivingen in de wereldwijde economische interafhankelijkheid. Wat betekent dit alles straks voor ons, gewone mensen?

Ik heb slechts een vaag idee en staar hier al een poosje in het luchtledige. De lucht is schoon. Dat is een voordeel.

Coronacrisis – lessen uit zes jaar bloggeschiedenis

Thuiswerkplek met apparatuur van een vroegere werkgever.

Het lijkt een raadsel waarom mensen te weinig afstand houden, ondanks het coronavirus. Toch zijn daar verklaringen voor. Per toeval stuit ik op het zes jaar oude log Een beetje afstand houden. Daarin beschrijf ik dat het kan samenhangen met cultuur. Of komt het door een posttraumatische stressstoornis, zoals ik bij vergelijkbaar gedrag in Het is oppassen geblazen concludeer?

Enig spitwerk door de geschiedenis van Raam Open levert meer toepasselijke logjes op. Ze gaan over actuele en praktische zaken. Zoals sociaal ongemak bij verkoudheid, prangende computerperikelen en onze behoefte aan telefonisch contact. Verder zijn er beschouwende teksten over gemoedsrust en over begrenzing van vrijheid. En voordat je situatie onverhoopt kritiek wordt: denk tijdig aan een testament.

Uw verslaggeefster op expeditie in oorlogsgebied

Het is nodig, ik moet de deur uit. Bij mijn nieuwe twijfelaar is slechts één laken geleverd en dat moet donderdag in de was. Nu zou je zeggen: ‘Bestel gewoon een paar extra lakens op internet.’ Terecht. Alleen wil ik de stof van mijn lakentjes wel eerst even kunnen voelen. Misschien vind ik het weefsel een beetje te ruw, te koel of wat dan ook. Bovendien vraagt mijn matras om een afwijkende maat. Nee echt, ik moet er nu wel uit.

Dit wordt mijn eerste grote expeditie sinds de bijna complete lockdown. Derhalve bereid ik de tocht grondig voor. Openbaar vervoer mijd ik zo veel mogelijk, want je weet maar nooit in zo’n publieke bus. Als voormalige forens op het traject Leiden – Den Haag huiver ik van ieder vervoermiddel waar airconditioning in zit. Ik ben doorlopend verkouden geweest in die tijd.

Daarom stippel ik vooraf de allerveiligste route uit. Eerst de straat uitlopen, dan naar rechts. Vervolgens een kilometer langs het hondenuitlaatveld. (Fietsers, wandelaars en hondenbaasjes mijden. Desnoods van het pad af wijken.) Snel de weg oversteken, heuvel af, onder het spoor door en dan de wandelpaadjes kiezen waar je het minst vaak medemensen ziet. Nu is het een voordeel dat ik dit gebied eerder heb verkend.

Toch gaat het herhaaldelijk bijna mis. Vlak bij een T-splitsing komt er ineens een compleet gezin van links. Er zijn nog kleine kinderen bij ook. Die vrees ik het meest, want die ukken zijn vaak ongeleide projectielen. En weet jij wat zij onder de leden hebben?

Gelukkig is dit voor hen een educatieve trip. Precies wanneer het complete gezin rondom een boomstronk staat gegroepeerd (de moeder: ‘Dit zijn nu jaarringen.’), speurt ik met een wijde boog om hen heen. Zo het zijpaadje in. Fjiew. Gelukt. Zonder adem te halen en met afgewend gezicht.

Even verderop moet ik over een fietspad stijl omhoog een helling op klimmen. Oei, hier wordt het echt kritiek. Nergens uitwijkmogelijkheden en de straffe wind waait mij tegemoet. Plots komt er een man op een driewieler aan gescheurd. Hij is niet bij zijn volle verstand en heeft evenmin iets meegekregen over die anderhalve meter afstand.

Weer probeer ik zo lang mogelijk mijn adem in te houden. Maar ik loop door de inspanning al te hijgen, dus op die helling gaat het mis. Ik word rakelings gepasseerd. Slik. Als ik nu maar niets binnen heb gekregen.

Dan bereik ik de rand van Arnhem. Mijn God, wat is híer gebeurd? De straten zijn compleet uitgestorven. Heb ik soms een bericht gemist? Is er tussentijds een totale lockdown afgekondigd? Even twijfel ik. Doe ik hier wel goed aan? Maar ik ben op een missie, dus hup, in de benen en voorwaarts.

Weer komt er zo’n potentiële coronavirusdrager op mij af. Hij loopt druk pratend mobiel te vergaderen. En weer waait de wind iemands adem in mijn richting. Ik probeer zijn waaierende slipstream te ontlopen, maar geparkeerde auto’s blokkeren die optie.

Onachtzame mensen vormen steevast een gevaar, zo blijkt in de stad. Daar zijn bijna alle winkels gesloten. De sfeer in de verlaten straten herinnert aan de zondagsrust uit mijn jeugd. Er hangen voornamelijk verlopen types rond in joggingbroek. En ik kan de maat niet krijgen die ik zoek.

Op de terugtocht verkies ik alsnog de bus. Binnen neem ik een strategische positie in, namelijk het achterste bankje in het voorste gedeelte. Dan kan er niemand achter mij in mijn richting ademen. Bij het station doen drie jongens een ellebogenboks. Die lopen een paar berichten achter. Het is er trouwens een komen en gaan van lege bussen. Alleen is het uitgerekend in mijn bus topdrukte: vijf passagiers. Gelukkig is het zo’n lange harmonicabus en is iedereen zich van groot gevaar bewust.

Behalve één oude man. Ook hij is zo’n verlopen type, met morsige kleren, ongeschoren wangen en een slappe boodschappentas. Wat denk je? Gaat ‘ie precies in het bankje voor mij zitten. Wel ja, joh, doe maar gewoon alsof dit normaal is. Met onverholen misprijzen kijk ik de situatie aan. Maar zodra hij zijn gezicht opzij wendt, is voor mij de maat vol.

Demonstratief sta ik op en stommel over het gangpad in de rijdende bus naar achteren. Net op dat moment loopt een jonge man naar de deur, remt de chauffeur, en zwenkt de bus naar de halte. Totaal onverwacht en op luttele centimeters afstand, buigt de jonge man nu naar mijn voeten toe, en raapt een pakje sigaretten op. ‘Die zijn van mij.’, zegt hij lachend, zodra hij weer overeind komt, met zijn gezicht vlak bij mij.

De waterscheiding in het leiderschap

Hoe toepasselijk in deze tijd. Werd ik daarom onlangs naar een waterval toe geleid? Een waterscheiding is een grenslijn tussen twee stroomgebieden. Figuurlijk betekent deze term: een omslag of keerpunt. Een wezenlijk verschil in handelwijze, cultuur of mentaliteit. Ik nam foto’s bij de waterval vanuit verschillende posities. Nu vindt er een waterscheiding plaats tussen de leiders en de charlatans.

Wellicht bevinden we ons op een keerpunt, hier en wereldwijd. De regels zijn aangescherpt. Omdat de waterval door mensen is ontworpen, stroomt het water beheerst en gecontroleerd. Controle voelt als veiligheid. Alsof we de zaak in de hand hebben. Is dat waar alles nu om draait?

En is dit dan het definitieve moment van de omslag? Voortdurend heb ik het gevoel dat ik cruciale informatie mis. Het is alsof ik hier in slaap wordt gesust. Net als Mack zoek ik naar duiding, naar relativering, naar een verklaring. De krant en het NOS Journaal missen de dieperliggende motivatoren voor onze keuzes en handelswijze.

Waarom zijn de maatregelen bij deze virus nu zo veel drastischer dan anders? Ik zoek mijn heil bij CNN en bij het BBC world news. Maar in Engeland, India en de Verenigde Staten is het helemaal een chaos.

Draaien de draconische maatregelen vooral om verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid? Dan overheerst mogelijk de angst voor verkeerde keuzes, zowel bij politici als in ons eigen persoonlijke leiderschap. We willen koste wat het kost een situatie voorkomen waarin we later moeten zeggen: ‘Had ik maar …’

Zoals bij deze praktische keuze, die om mijn persoonlijke leiderschap vraagt. Ga ik naar mijn 86-jarige moeder toe? Dat betekent reizen met drie treinen, tweemaal overstappen in Wageningen en op Utrecht Centraal, plus een ritje met de bus. Bij uitstel duurt het tot 2 juni voordat we elkaar weer zien. (Is het werkelijk?) Deze keuze maak ik niet alleen voor mijzelf, maar ook voor haar en onze naasten om haar heen.

Of speelt er nog iets anders mee bij de huidige crisismaatregelen? Zijn wij zo van natuurlijke processen vervreemd, dat we de consequenties daarvan niet meer kunnen accepteren? Sommigen beweren dat epidemieën bij het leven horen. Volgens hen moeten we het lage percentage doden gewoon op de koop toe nemen. Het zijn voornamelijk de ouderen en de zwakkeren die sterven. Zij zien het coronavirus als onderdeel van het zelfreinigend vermogen van het menselijk ras. Survival of the fittest, dat idee.

Dit leidt mij naar een conclusie van Charles Darwin. ‘It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent, but the one most responsive to change.’

Wereldwijd zijn de veranderingen in economische en geopolitieke machtsverhoudingen al jaren gaande. Vooralsnog verschuift het zwaartepunt geleidelijk van West naar Oost. Maar mogelijk zijn we nu getuige van een abrupte waterscheiding in het leiderschap. Dan is het voortaan China dat de toon zet en daarmee ons beleid bepaalt.

Werp een blik op CNN. (Is it 9/11 again?) Het na-ijleffect van deze coronacrisis zal nog lang na 1 juni 2020 voortduren.

Buiten schijnt de zon. We leven hier in een cocon.

De lichtpuntjes van deze tijd

Er duiken bij deze coronacrisis opvallend veel ‘lichtpuntjes’ op. In kranten, logjes en gesprekken … en nu weer hier bij Raam Open.

Claudia de Breij zegt het in Trouw vandaag zo: ‘Het blijft een opdracht om zo licht mogelijk in het leven te staan. […] Maar dat gaat niet door te doen alsof het donker er niet is, of doen alsof de wereld heel lief en licht is. Het gaat alleen maar zo: door zelf zo veel mogelijk licht te geven.’

Dat laatste is nogal een opdracht. Toch ontwaar ik, naast schoonheid, een heel duidelijk lichtpunt in deze tijd. Namelijk schonere lucht dan we in jaren hebben gehad.

Zuivere lucht zorgt voor helder licht, wat prettig is bij het fotograferen. Maar vooral mensen met luchtwegproblemen hebben er baat bij. Toevallig betreft dit ook degenen die door het coronavirus getroffen zijn.

De schoonheid van deze tijd

We willen iets positiefs bijdragen in deze onwerkelijke tijd. We willen anderen helpen, de natuur in gaan en de schoonheid van het leven blijven zien. Bloggers schrijven hun vermakelijkste anekdotes op en delen hun mooiste foto’s. In die zin koos het coronavirus een perfect moment uit, want overal ontluikt het jonge blad en bloeien de struiken.

Op mijn wandelingetje zag ik deze als handen gevouwen blaadjes. Alsof ook zij mee willen doen aan de dankbetuiging voor het medische personeel. Namasté.

Een erg domme post op de buurtapp

De wekker gaat om 06.45 uur, want voor 9.00 uur moet mijn bed de kamer uit zijn. Vanaf dat tijdstip kan mijn nieuwe ledikant met toebehoren arriveren. Althans, de levering is niet geannuleerd vanwege dat coronavirus. Ik haal het beddengoed af en stop dat in de was. Het matras gaat zolang naar de werkkamer. Dat wordt volgende week opgehaald. En mijn oude bed schroef ik uit elkaar; de losse planken gaan naar zolder. Stofzuiger over de leeggehaalde vloer en klaar. Intussen is het 07.30 uur geworden. Dan gaat de telefoon.

De bezorgers. Ze kunnen de bestelling wel brengen, maar leveren vanwege het coronavirus slechts tot de deur. Sh.t. Komen ze nu pas mee, terwijl de beddenzaak wekelijks updates heeft gestuurd over de levering. Eventueel kan het bed later worden geleverd, zegt de meneer. Maar ja, hoe lang gaat deze crisis duren? Ik wil nog vragen of het scheelt als ik uit de slaapkamer blijf, maar meneer is resoluut. ‘Nee.’ Slik. ‘We komen uit Brabant’ vult hij aan. Oké, briljante zet. Nu hoeft dat monteren voor mij ook gelijk niet meer.

Terwijl we afspreken dat de levering vandaag doorgaat, denk ik koortsachtig na over hoe dit moet worden opgelost. Losse onderdelen kan ik misschien nog wel naar de eerste etage slepen, maar dat matras lukt nooit. Dus aan wie moet ik nu weer om hulp vragen?

Eerst ontbijt. Tussen elke hap door regel ik alvast praktische zaken. Steekkarretje uit de schuur halen. Oud laken bij de deur leggen voor het geval ze het met fluweel beklede ledikant zo op de straatstenen neerzetten. Er zal toch wel overal plastic omheen zitten? En zal ik twee huizen verderop voor hulp aanbellen? Hm. Dat voelt een beetje raar: een sterke buurman vragen of hij mijn bed wil monteren. Betrof het maar een tafel. Zo’n meubelstuk is tenminste neutraal.

Eerst koffie, dat werkt rustgevend. Na een mok rijden ze voor. De bezorgers zijn aardig en begripvol. Het lukt om alle onderdelen zonder direct contact in de woonkamer te krijgen. ‘Ik heb mijn handen en het pinapparaat zojuist ontsmet.’, meldt een van hen. Nou, gelukkig maar. Hij geeft nog snel wat uitleg. Tenslotte is het verwachte kant-en-klare ledikant plots omgezet in een doe-het-zelf bouwpakket. De aanblik van alle zware onderdelen die de woonkamer blokkeren, bezorgen mij een zorgelijk déjà-vugevoel. Gaat dit weer weken duren?

Cordaat plaats ik daarom een oproep in de buurtapp. Gezocht: een sterke en handige persoon die vandaag kan helpen. Even later komt er een reactie van een mevrouw: ‘Nou ja. Sociaal contact vermijden is samen met handen wassen het belangrijkste om besmetting te voorkomen. Vind dit een erg domme post van je. …’

Tjonge. Zou ze nu werkelijk geloven dat ik niet serieus nadenk over risico’s en voorzorgsmaatregelen? Zoals: afstand houden, voor ventilatie de ramen wijd open zetten en desinfecterend middel klaarzetten.

Volgens mij is een bezoek aan de stervensdrukke supermarkt in ons dorp vele malen riskanter. En hoe veilig is het contact tussen honden van verschillende eigenaren? De buurtapp staat ook vol aanbiedingen van mensen die vanwege de coronacrisis op thuiszittende kinderen willen passen, zodat de ouders naar hun werk toe kunnen. Daar zou ik dan weer niet aan beginnen.

Maar goed, ik weet het niet. Ben ik nu echt zo dom?