Aardgeur in de regen

Het blijft verbazingwekkend hoe blij je tegenwoordig bent met een beetje regen. Wekenlang was het hier kurkdroog en gisteren viel er eindelijk wat neerslag. Voor de natuur is het nog te weinig, maar het is toch verfrissend. Heerlijk vind ik het hoe de grond dan ruikt. En geloof het of niet; deze geur heeft een naam: geosmine.

Volgens Wikipedia bestaat de grondstof petrichor uit ‘moleculen van plant- of dierenresten die via de lucht terechtkomen op oppervlakten waar zich mineralen bevinden, zoals aarde of steen. Zolang het droog is, zitten de petrichor-moleculen gewoon in de grond. Wanneer het regent, zullen deze moleculen zich losmaken uit de grond en zal de typische geur vrijkomen.
De organische verbinding die wordt geroken is geosmine. Dit betekent letterlijk aard-geur.
Sommige wetenschappers menen dat mensen van deze geur houden, omdat hun verre voorouders voor hun voortbestaan van regen afhankelijk waren.’

Dan weten we nu gelijk waarom deze aardgeur bij veel mensen geliefd is.

Mijn vaders’ man cave

man cave

Mijn vader overleed 2 ½ jaar geleden, maar zijn man cave bestaat nog steeds. De geur van de ruimte heeft iets ondefinieerbaars. Metaal, hout, olie, stof, boenwas, vermengd met een vleug van een gedragen jas. Hij heeft er van alles gerepareerd en gefabriceerd: fietsen, fotolijsten, losgeraakte hengsels, meubels, noem maar op. Het was de plek waar hij rustig zijn sigaartje stond te roken en zijn ding kon doen.

In een mandje liggen boeken en paperassen. Een ‘Rijkskleding boekje’ van zijn werk, met notities over uitgereikte werkkleding, in 1961. Een ‘Handleiding ten behoeve van de opleiding voor V.E.V.-examens’ over elektrotechniek, uit 1957. Daar heeft hij altijd zijn brood mee verdiend.

Plus een boekje voor doe-het-zelvers. In het voorwoord: ‘Nu het door de hoge kosten en het gebrek aan arbeidskrachten voor vele mensen onmogelijk is geworden kleine karweitjes in huis door een vakman te laten opknappen en velen meer vrije tijd hebben gekregen, is het gewoonte geworden in huis en tuin zoveel mogelijk zelf iets te repareren of zelfs iets te maken.’ Uitgeverij Het Spectrum, 1961.

De dingen die hij naliet, waren ordentelijk gesorteerd: zijn gereedschap (nog van zijn vader geërfd en nieuw), tuinspullen en materialen. Alles per soort bij elkaar. Ik tref vakken vol bewaarde losse onderdeeltjes aan. Hij had ze vast nog ergens voor kunnen gebruiken.

Her en der staan en hangen enkele meer persoonlijke versieringen en aandenkens. Een onverwacht Boeddhabeeldje tussen blikken en oliekannetjes op een plankje. Een foto van zijn collega’s en van het huis in Noordwolde. Een knus oudhollands huiselijk tafereeltje. En een rood plastic bloemetje tussen de losse boren. Misschien zeggen ze meer over hem dan woorden.

Tien favoriete geurtjes

Hooiland in de uiterwaard

Op een wandelingetje waait mij een heerlijke geur tegemoet. Het is een natuurlijk parfum dat herinneringen aan de zomers uit mijn jeugd oproept. Ergens op het platteland in Nederland, of op vakantie in Frankrijk. Denk aan zo’n zalige lome dag à la campagne, met leeuweriken in het veld. Wat ik ruik, is de geur van hooi, gedroogd gras. De boer is net klaar met balen verzamelen.

Als ik een lijstje van favoriete geurtjes samenstel, dan wordt dit het wel:

  • Pas gemaaid gras.
  • Vers hooi op het land.
  • Sinaasappelbloesem (lijkt op jasmijn).
  • Frangipani.
  • Swiffer duster met Ambi pur.
  • Wierook.
  • Zojuist gemalen koffie.
  • Soms: een vleug sigarettenrook.
  • Perzik (op de markt in Frankrijk).
  • De aftershave van een ex-vriend.

En het geluid bij die lome zomerse dag klinkt ongeveer zo: Air – All I Need.

Het verborgen leven van bomen

Hoe meer je leert, hoe meer je beseft hoe weinig we weten. In een bos zie je overal bomen om je heen. Staan ze dicht bijeen, dan groeien ze omhoog naar het licht. Staan ze vrij en krijgen ze alle ruimte, dan spreiden ze hun takken. Zo ver als ze maar kunnen reiken. Beuken en eiken zijn daar goed in. Zulke volgroeide bomen vinden we bijzonder mooi. Daarom geven we bomen in stadsparken volop de ruimte. Hoe verder afgezonderd, hoe beter ze tot hun recht komen. Denken wij.

Want die afgezonderde boom staat wel heel kwetsbaar en eenzaam te zijn. Het contact met zijn soortgenoten is verbroken. De geursporen waarmee zij communiceren, bereiken hem niet. Dus mist hij hun waarschuwing als er vraatzuchtige insecten aan komen. Ook ontbeert hij de belangrijke draadjes van zijn wortels naar die van zijn makkers. Terwijl hij tussen hen in veilig is. Zij kunnen hem helpen als hij ziek wordt en zelfs ondergronds voeden als hij honger krijgt. Bomen zijn sociale wezens. Ze kunnen voelen, ruiken en leren. Echt waar.

Lees Het verborgen leven van bomen van Peter Wohlleben en er gaat een wereld voor je open. Voor mij evenaart zijn kennis de wetenschap over het heelal. Ook dat is een wereld waar we nog nauwelijks iets van begrijpen. Maar alles is met alles verbonden. Geen boswandeling zal meer hetzelfde zijn. Tolkien was right.

Tweedehandskleding kan best

Gisteren bezocht ik de Waal bij Nijmegen, waar toevallig ook een hele leuke winkelstraat is. In de Lange Hezelstraat vind je allerlei zaken met een origineel aanbod. Zoals kleding, meubels, hebbedingetjes, sieraden en huisraad. Eén zo’n kledingwinkel is Restore. Jawel, van het Leger des Heils. Die zijn hip tegenwoordig. Ik heb er een lekker warme donkergrijze trui gekocht voor € 4.

Regelmatig slaag ik beter in zulke tweedehandswinkels dan in zaken met nieuw spul. Als je geen standaard mode zoekt, vind je daar nog betaalbare ‘afwijkende’ modellen. Sommige mensen vinden het wel vies om kleding van een ander te dragen. Mijn ‘nieuwe’ trui hangt na een sopje nu fris geurend te drogen. En in een gewone winkel weet je evenmin wie wat heeft gepast. Daar moet ik ook weleens lange blonde haren van een trui plukken. Om maar te zwijgen over hotelbedden.

Appel & Ei, een andere kleding kringloop winkelketen, geeft in haar nieuwsbrief goede tips. Want het beste is om kleding te kopen die meteen al helemaal naar je zin is. Dus:

‘Winkel bewust
Koop alleen kleding waar je écht van houdt. Ja, dat klinkt simpel en dat is het ook. Vergeet trendy te zijn en wees selectief; koop alleen kleding waar jij je echt lekker in voelt en die lekker zit. Zo verzamel je vanzelf kleding die je daadwerkelijk draagt. Bij het staren naar je volle kast zucht je in ieder geval een stuk minder vaak: ‘ik heb echt niks om aan te doen.’

Kwaliteit boven kwantiteit
Hoe verleidelijk een snelle kledingwinkel met ‘veel voor weinig’ ook is, investeer in kwaliteitsstukken die jarenlang meegaan. Dat bespaart je veel geld en levert een garderobe op met items die je jarenlang met trots kunt dragen.

Negeer de stijlregels
Ben jij altijd hetzelfde? Jouw stijl hoeft niet in één categorie te passen en ook niet in ‘het’ modebeeld. Jij bent jij, dat is precies je kracht. Dus ben je diep van binnen een ruige rockchick, dol op uitbundige bloemetjesjurken én op basic outfits? Je hoeft niet te kiezen. Draag waar je van houdt, ongeacht in welke categorie het past.’