Even naar de bajes toe

De poort

Sommige gemeenten kiezen voor bijzondere locaties als stembureau. Arnhem stelde deze week de koepelgevangenis open en dat gebouw wilde ik weleens van binnen zien. Na de stalen poortdeuren volgt een gang tussen twee hoge muren.

Meteen was ik terug in Carcassonne, op de dwingel tussen de buitenste en de binnenmuur. Het kwam door de hoogte van de muren, de breedte van de gang en de golvende vorm van het gebouw aan de rechterkant. Hoewel die golvende vorm in Carcassonne niet in de muren terugkomt. Maar wel in de rondingen van de torens in de binnenring.

Mijn geromantiseerde herinnering maakt geen enkele connectie met wat die Franse stad feitelijk was: een gefortificeerde vesting. Daar hadden de Katharen in hun tijd behoefte aan.

Bij vertrek zag ik alsnog de plaatjes naast de toegangspoort. Het is lang geleden dat ik zo’n verbod op pistolen heb gezien. In Phnom Penh, Cambodja, zag je ze bij ingangen van casino’s, banken en hotels. Blijkbaar waren ze nodig daar. En buiten liepen bewakers rond met machinegeweren. (Of slaat mijn fantasie nu op hol en waren dat pistolen?)

Dit zijn zo maar drie ervaringen die mij er weer aan herinneren, hoe naïef en vriendelijk het er nog steeds aan toegaat in ons land.

De rondgang

Afscheid van mijn favoriete trolleybuslijn

Op deze mistige winterse dag reed ik voor de allerlaatste keer mee, van het beginpunt tot het eind, in de Arnhemse trolleybus 1. Morgen gaat de nieuwe dienstregeling in. Dan vervalt de tweede helft van de route Velp – Arnhem – Oosterbeek. Voorgoed verleden tijd. Nu kan je denken: ‘Wie is er in hemelsnaam weemoedig om het verdwijnen van een stuk buslijn?’ Nou, het zal je verbazen, maar ik ben bepaald niet alleen. Op meerdere plaatsen langs de route stonden mannen met toeters van telelenzen foto’s te nemen zodra de bus verscheen. Viel mij nog mee dat er geen spandoeken hingen met hartenkreten en steunbetuigingen.

Er zijn meerdere krantenberichten verschenen over deze wijziging. Er zijn YouTube-films gemaakt en op de buurtapp gaan sommige mensen helemaal los. Een passagier heeft zelfs een requiem geschreven op rijm. Belanghebbenden kunnen een online petitie tekenen voor het behoud van de complete buslijn. We vormen een soort genootschap, want trolleybuslijn 1 heeft een vaste clientèle. De teller loopt nog steeds. Ook vanuit Frankrijk en Ghana reageren trouwe fans.

Lijn 1 was mijn eerste kennismaking met de karakteristieke bussen in deze omgeving. Ik had al eens in een Atheense trolleybus gezeten, maar dat barrel was onvergelijkbaar.

Toch. De ingreep zat eraan te komen; er reden te weinig mensen mee. Ik wijt dit volledig aan de slechte afstemming door twee eigengereide vervoersmaatschappijen. Want tussen Arnhem en Oosterbeek gingen lijn 1 en lijn 352 bijna gelijk op. En de gebrekkige informatie op OV9292 over lijn 1 hielp evenmin mee. Helaas zit de overblijvende bus 352 vaak stampvol kwetterende studenten. Het is voor corona een ideale setting.

Wat maakte trolleybuslijn 1 eigenlijk zo bijzonder? Misschien wel het feit dat deze stadsbus als enige van zijn soortgenoten het gekrioel van de stadsdrukte achter zich kon laten. Bij Mariëndaal voelde je de rust over de bus en zijn passagiers neerdalen. Alsof hij in het losloopgebied werd vrijgelaten en wij, de passagiers, genoten daarvan mee.

De connectie met Leiden blijft

Als soortement immigrant in Gelderland heb ik nog altijd een stevige band met Leiden, mijn geboortestad. Waren emigranten in vroeger tijden aangewezen op de trage en soms onbetrouwbare postbezorging per postkoets, trekschuit of oceaanstomer; anno 2021 hebben expats het een stuk makkelijker. Met Zoom, Facebook of Instagram kunnen ze rechtstreeks contact houden met de achterblijvers. Zelf blijf ik onder meer op de hoogte via nieuwsbrieven van Leidse organisaties.

Het Leidse geluid
Als ik even dat zangerige onvervalste rasechte Leidse taaltje wil horen, hoef ik maar te luisteren naar de vertellingen door oudere Leidenaren in de verhalencollectie van Erfgoed Leiden. Ach, ach, wat klinkt dat toch vertrouwd. Er staan maar liefst 120 interviews van Leidenaren op deze prachtige website. Voor eenieder die zijn hart wil ophalen met uit het leven gegrepen verhalen uit de vorige eeuw is deze goudmijn een ware aanrader.

Kennis en wetenschap
Verder ontvang ik verschillende nieuwsbrieven van Universiteit Leiden, waaronder van de Leidse Hortus en de Digital Collections in de universiteitsbibliotheek. De bieb beheert onder meer een rijke verzameling middeleeuwse manuscripten die je pagina voor pagina op internet kan doorbladeren. In de algemene nieuwsbrief van de universiteit lees je al over onderzoeksresultaten van de studierichtingen voordat ze in het NOS-journaal komen.

Wat mij bijvoorbeeld interesseert, is het bericht Geschiedenis van Afrika dekoloniseren was moeizaam proces. Hier in het Westen dacht men dat Afrika voor de koloniale tijd nauwelijks geschiedenis had. Alsof er geen eeuwenoude bibliotheken waren in Timboektoe en alsof er geen oral history bestond. Promovenda Larissa Schulte Nordholt constateert: ‘Mensen krijgen constant de beschuldiging dat ze politiek bedrijven omdat ze als waarheid ervaren kennis uitdagen.’ Klinkt bekend, toch?

Kunst en geschiedenis
Op dit moment is er een bijzondere tentoonstelling in de Oude Sterrewacht met kunstwerken van Aboriginal Australische en Zuid-Afrikaanse artiesten. Met hun kunst gaven zij vanuit hun culturen betekenis aan de verschijning en positie van sterren en planeten. Als je de millennia oude stippelpatronen van Australische Aboriginals ziet, kan je je afvragen of Vincent van Gogh toevallig door hun werk werd geïnspireerd. …
Overigens hou ik ook een lijntje met Galerie het Oude Raadhuis in Warmond en (uiteraard) met Museum Het Leids Wevershuis. Want waar museum De Lakenhal een deel van mijn familiegeschiedenis verbeeldt, beschouw ik het knusse wevershuisje in mijn oude buurt zo ongeveer als mijn thuis.

Onderstaande foto komt uit het onlangs verwijderde logje Leidse Breestraat in kerstsfeer.

Een blog als dynamisch dagboek

‘Dat klinkt alsof je de geschiedenis wilt uitwissen…’, schrijft Ronald onder het log over de grote schoonmaak van Raam Open. Ik kan mij indenken dat het verwijderen van logjes deze indruk wekt. Meerdere bloggers tonen in de rechterkolom van hun site lijsten met jaartallen waarachter duizenden oude logjes schuilgaan. Hieraan kan je zien hoeveel jaar zij al op internet actief zijn. Waarschijnlijk gebruiken zij hun blog als persoonlijk archief voor alle zaken die zij belangrijk vinden.

Veel titels van mijn oude logjes ken ik uit mijn hoofd, zo zeer werden zij mij in de afgelopen jaren vertrouwd. Logjes uit de jaren 2013 – 2019, die nog steeds op Raam Open staan, zijn ware overleveraars. Zij hebben herhaaldelijk grondige opschoonsessies doorstaan. De nu overgebleven logjes zijn mij dierbaar. En meer dan dat. Ze zijn verworden tot een soort persoonlijkheden. Ik ken ze zelfs bij naam. Zodra ik hun titels lees, weet ik vrijwel woordelijk waarover ze gaan.

De wereld vergaat heus niet, Geboortebeperking als redding, Thinking out of the box, Hakken in het zand/de bijstand, Iedereen is een *s*t*e*r*, De zwerver, Authentiek Rotterdam. Zomaar wat titels uit de vroegste maanden van mijn bloggersbestaan. Er staan fundamentele gedachten, ervaringen en gevoelens in, die door de jaren heen onveranderd zijn gebleven. Deze logjes weghalen, zou aan zelfverloochening gelijk staan.

Maar in de loop der jaren heb ik eveneens teksten geschreven waarover ik ben gaan twijfelen. Vaak heb ik dergelijke logjes tussentijds geschrapt. Ik ervaar logjes waar ik niet langer achter sta als onwaar.

Een voorbeeld. Soms heb ik geprobeerd om positief te kijken naar (en te schrijven over) situaties waar ik in werkelijkheid moeite mee heb. Of heb gehad. Als ik dan zo’n logtitel weer tegenkom, dan knaagt dat. Er staan in feite onwaarheden in, want het gevoel dat nu nog overheerst, is dat ik moeite met de situatie heb. Of heb gehad.

Een positieve wending geven aan een verhaal, is overigens geen vorm van schrijven voor de bühne. Het is eerder een soort bezwering waarmee ik mezelf probeer te dwingen niet het negatieve te laten overheersen. Soms lukt dat. Soms niet. En wanneer dat niet lukt, is zo’n log met een positieve omdenking vals. Dus moet het van Raam Open af.

Van elk log op Raam Open heb ik vooraf in Word een concept geschreven. Al die concepten bewaar ik, ook nadat de logjes verdwijnen van Raam Open. Bij de concepten in Word-documenten voeg ik regelmatig voor mezelf aantekeningen toe. Want hoe persoonlijker het wordt, hoe liever ik zaken vaag hou op internet. Met als gevolg dat ik soms zelf niet meer weet waarover een verhaal precies gaat.

Zodra ik logjes definitief schrap, verdwijnen ook de reacties voor altijd. WordPress biedt voor de reacties onder gewiste logjes geen aparte prullenbak. Daarom plak ik soms een reactie onder het concept in het Word-document. Zoals een reactie van Ingrid B op Het leven is maakbaar, toch? Daarin verwijst zij naar het begrip dramadriehoek. Het log vond ik te matig en is geschrapt, maar die verwijzing naar de dramadriehoek blijft voor mij relevant.

De opmerking van Ronald heeft mij doen beseffen dat ik Raam Open gebruik als dynamisch dagboek. Dit in tegenstelling tot een dagboek op papier, dat minder flexibel is dan een website. Natuurlijk, je kan pagina’s uit een dagboek scheuren, teksten doorkrassen, of hele stukken dichtplakken (wat ik vroeger wel heb gedaan). Maar over het algemeen laten mensen alles in hun dagboek staan.

Raam Open fungeert als dynamisch dagboek en als dynamisch fotoalbum. Dynamisch in de zin dat hier mijn actuele opvattingen en inzichten staan. Van mij hoeft een blog geen geschiedenis weer te geven. Daar heb ik Word-documenten voor. Voor wat ze waard zijn, want ook daarin staat evenmin het hele verhaal. …

(Bovenstaande foto uit een verwijderd log verbeeldt de natuurlijke schoonheid van vergankelijkheid.)

Verkruimelde herinneringen

Bitrot, zo heet het proces van teloorgang van gegevens op compact disks, dvd’s, blu-rays en usb-sticks. ‘Wie niet bezig is zijn fysieke archief op orde te houden, raakt dingen kwijt.’, schrijft Cesar Majorana in de VPRO Gids, na de vondst van een oude verhuisdoos met zijn verzameling verkruimelende cd’s.

Wat we ook doen, al onze gegevensdragers zijn aan verval onderhevig. Eeuwenoud papier kan door droogte verpulveren, verbranden of verkruimelen door inktvraat. Ook kan het in het water vallen, waarna de tekst onleesbaar wordt. Mondelinge overdracht is al even krakkemikkig, want wie onthoudt een verhaal exact zoals het is verteld?

Het document met verzamelde vondsten voor mijn onderzoek staat op mijn laptop, maar sla ik eveneens op meerdere usb-sticks op. Het omvat 400 pagina’s samengebrachte informatie en is het resultaat van ruim een jaar werk. Een van die usb-sticks bewaar ik zelfs buitenshuis. Stel dat de hele boel hier in elkaar stort, dan heb ik tenminste dat onderzoekbestand nog.

Ik geniet van de tastbare originele archiefstukken. Zo lang die niet zijn gedigitaliseerd, zijn ze nog opvraagbaar in zo’n heerlijk ouderwetse studiezaal. Waar je stil moet zijn, om andere onderzoekers niet te storen. Waar de archiefstukken in een hard-papieren folder zitten, met een geweven touwtje omwikkeld. Wanneer een medewerker het door jou opgevraagde materiaal brengt, het is alsof je een cadeautje krijgt. Eerst moet je de strik los trekken, waarna het papier zich ontvouwt en het grote ontdekken kan beginnen. De geur van dat papier alleen al …

Nee, usb-sticks zijn niet alles. Soms vraag ik mij af hoe erg het eigenlijk is, wanneer onze foto’s en documenten verloren zouden gaan. Al wat interessant, leerzaam of van belang is, is reeds door onze voorgangers vastgelegd of gedaan. Wie zijn wij, huidige stervelingen, op wetenschappers na, dat we ons verbeelden nog iets werkelijk nieuws te kunnen brengen?

(Op de foto sporen van hoogwater langs de Maas op de afrastering van een weiland bij kasteel Geijsteren, twee maanden later.)

De deuren van de kerk

Terugkijkend, was de fascinatie vergelijkbaar met wat je ervaart wanneer je maandenlang een vakantie in een ander land voorbereidt, met plattegronden en reisgidsen, met treintijden en mee te brengen benodigdheden, en historische verhalen leest over gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld, en dan eindelijk de plaats van bestemming bereikt.

Fascinatie, bij die eerste blik op het gebouw en omringende terrein van de Sint-Andreas kerk in Groessen, na lezing van dat oude dagboek, over wat een man tientallen jaren geleden in dat dorp heeft meegemaakt.

Terugkijkend zal ook mijn hang naar nostalgie hebben opgespeeld. Dat weemoedige verlangen naar vroeger tijden en plaatsen, zoals het ergens ooit is geweest. Of alleen in mijn verbeelding, want de werkelijkheid wijkt meestal af.

Er moet iets van herkenning zijn geweest. Zo’n kerk in het hart van een dorp, aan een plein met een café, een pastorie en een replica van de oude waterpomp. Daar waar van oudsher, en immer nog, de gemeenschap bij speciale gebeurtenissen samenkomt. Waren het fragmenten van herkenning uit de televisieserie Dagboek van een herdershond?

Ik ben hier nooit eerder geweest en de beelden uit de serie vervaagden lang geleden. Maar die eerste aanblik van die eeuwenoude vrijstaande kerk. Daar, met dat knisperende grind op de grond. Met die ruime, groene tuin en dat lage stenen muurtje eromheen. Het geheel heeft een magisch beeld in mijn splinternieuwe herinnering gevormd.

Misschien doen de beelden mij denken aan de Zuidbuurtsekerk, of was het iets van het Warmondse Groot Seminarie. Dan heeft mijn geheugen deze beelden met vleugjes vakantieherinnering gecombineerd. Herinneringen uit Frankrijk vooral, want dat land is katholiek.

Wat ik precies aan het geheel het mooiste vind, weet ik nog niet. In tastbaar opzicht: de deuren misschien.