Verkruimelde herinneringen

Bitrot, zo heet het proces van teloorgang van gegevens op compact disks, dvd’s, blu-rays en usb-sticks. ‘Wie niet bezig is zijn fysieke archief op orde te houden, raakt dingen kwijt.’, schrijft Cesar Majorana in de VPRO Gids, na de vondst van een oude verhuisdoos met zijn verzameling verkruimelende cd’s.

Wat we ook doen, al onze gegevensdragers zijn aan verval onderhevig. Eeuwenoud papier verbrokkelt en is aan inktvraat onderhevig. Het kan verbranden of in het water vallen, waardoor de tekst onleesbaar wordt. Mondelinge overdracht is al even krakkemikkig, want wie onthoudt een verhaal exact zoals het is verteld?

Het document met verzamelde vondsten over de loopgraven staat op mijn laptop, maar sla ik eveneens op meerdere usb-sticks op. Het omvat 400 pagina’s samengebrachte informatie en is het resultaat van ruim een jaar werk. Een van die usb-sticks bewaar ik zelfs buitenshuis. Stel dat de hele boel hier in elkaar stort, dan heb ik tenminste dat onderzoekbestand nog.

Ik geniet van de tastbare originele archiefstukken. Zo lang die niet zijn gedigitaliseerd, zijn ze nog opvraagbaar in zo’n heerlijk ouderwetse studiezaal. Waar je stil moet zijn, om andere onderzoekers niet te storen. Waar de archiefstukken in een hard-papieren folder zitten, met een geweven touwtje omwikkeld. Wanneer een medewerker het door jou opgevraagde materiaal brengt, het is alsof je een cadeautje krijgt. Eerst moet je de strik los trekken, waarna het papier zich ontvouwt en het grote ontdekken kan beginnen. De geur van dat papier alleen al …

Nee, usb-sticks zijn ook niet alles. Soms vraag ik mij af hoe erg het eigenlijk is, wanneer onze foto’s en documenten verloren zouden gaan. Al wat interessant, leerzaam of van belang is, is reeds door onze voorgangers vastgelegd of gedaan. Wie zijn wij, huidige stervelingen, op wetenschappers na, dat we ons verbeelden nog iets werkelijk nieuws te kunnen brengen?

(Op de foto sporen van hoogwater langs de Maas op de afrastering van een weiland bij kasteel Geijsteren, twee maanden later.)

Een voorname agapanthus

Momenteel steken blauwe agapanthussen in plantenbakken op het voorhof van Huis Bergh sierlijk af tegen de ruwstenen middeleeuwse muren van het kasteel. Die agapanthussen leken mij typisch zo’n plantenmodegril. Sommige planten zijn gedurende een bepaalde periode ‘in’, en daarna zie je ze bijna nooit meer. Strobloemen, bijvoorbeeld.

Maar wat de agapanthus betreft, heb ik het mis. Die wordt hier al gekweekt sinds 1674. Om precies te zijn: in de tuin van Hieronymus van Beverninck te Warmond. Dit valt te lezen op de website van de Nederlandse Kuipplantenvereniging. Ik had het kunnen weten. Want de Leidse Hortus Botanicus ligt slechts op een steenworp afstand van Warmond.

Persoonlijk vind ik de agapanthus in knop mooier dan in volle bloei. Deze groeit in mijn eigen binnentuin, ahum.

Metallic blauwe agapanthus in knop

Overpeinzing in kasteel Slangenburg

Op het informatiebordje bij de brug over de slotgracht om kasteel Slangenburg wordt er met geen woord over gerept. Toch is hier in september 1944 een van de belangrijkste militaire beslissingen genomen zonder welke de koers van de Tweede Wereldoorlog heel anders had kunnen lopen. Als … dan …

Als kind dacht ik dat we in Nederland Duits zouden zijn geweest als de geallieerden ons niet zouden hebben bevrijd. Wat dat ‘Duits zijn’ dan zou inhouden, daar kon ik mij moeilijk een voorstelling van maken. Pas sinds kort weet ik dat die gedachte onjuist was. We zouden niet Duits zijn geweest; we zouden door de Russen onder de voet zijn gelopen.

Ik heb de tijd van het IJzeren Gordijn nog bewust meegemaakt en had niet graag aan de andere kant willen wonen. Toch zijn mijn gedachten allemaal gebaseerd op propaganda en suggestieve beeldvorming. Rusland staat al jaren op mijn verlanglijst als toekomstige reisbestemming.

De oudste broer van mijn moeder was in 1944 gedwongen werkzaam in Berlijn. Dat was in het kader van de Arbeitseinsatz. In die stad moet hij het nodige mee hebben gemaakt. Wat precies; daar heb ik nooit naar gevraagd. Hij overleed in 1996 en nu is het te laat.

Wat ik wel weet, is dit. Hij was verliefd op een Russin, die daar ook werkzaam was. Toen hij na de bevrijding in Nederland terugkwam, had hij nog steeds met haar contact. Mijn oma heeft altijd een foto van haar bewaard. Het was een mooie vrouw met donker haar.

Maar mijn oom moest het uitmaken van mijn opa, omdat zij niet katholiek was. In die tijd hadden vaders nog gezag. En in plaats van met een Russin, is mijn oom met een Italiaanse getrouwd.

Daarom vraag ik het mij nu nog weleens af: wat … als …

Bijvangst

Nu ik voor mijn onderzoek met feiten uit het verleden bezig ben, gaat het gebeuren uit het heden langs mij heen. Ik registreer het en daar blijft het bij. Er wordt al genoeg over gezegd.

En passant lees ik over zo veel bizarre voorvallen, dat fantasie niet langer nodig is. Een alledaags oorlogsdagboek is voldoende. Oorlog haalt het mooiste en het slechtste in mensen naar boven. De verhalen over de belevenissen van gewone mensen zijn veelzeggend genoeg.

Het zijn de feitelijke situaties, vermeld met weinig woorden en emoties, die de beste aanwijzingen herbergen en tot nadenken aanzetten. En het is deze bijvangst, die het meeste toevoegt.

De deuren van de kerk

Terugkijkend, was de fascinatie vergelijkbaar met wat je ervaart wanneer je maandenlang een vakantie in een ander land voorbereidt, met plattegronden en reisgidsen, met treintijden en mee te brengen benodigdheden, en historische verhalen leest over gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld, en dan eindelijk de plaats van bestemming bereikt.

Fascinatie, bij die eerste blik op het gebouw en omringende terrein van de Sint-Andreas kerk in Groessen, na lezing van dat oude dagboek, over wat een man tientallen jaren geleden in dat dorp heeft meegemaakt.

Terugkijkend zal ook mijn hang naar nostalgie hebben opgespeeld. Dat weemoedige verlangen naar vroeger tijden en plaatsen, zoals het ergens ooit is geweest. Of alleen in mijn verbeelding, want de werkelijkheid wijkt meestal af.

Er moet iets van herkenning zijn geweest. Zo’n kerk in het hart van een dorp, aan een plein met een café, een pastorie en een replica van de oude waterpomp. Daar waar van oudsher, en immer nog, de gemeenschap bij speciale gebeurtenissen samenkomt. Waren het fragmenten van herkenning uit de televisieserie Dagboek van een herdershond?

Ik ben hier nooit eerder geweest en de beelden uit de serie vervaagden lang geleden. Maar die eerste aanblik van die eeuwenoude vrijstaande kerk. Daar, met dat knisperende grind op de grond. Met die ruime, groene tuin en dat lage stenen muurtje eromheen. Het geheel heeft een magisch beeld in mijn splinternieuwe herinnering gevormd.

Misschien doen de beelden mij denken aan de Zuidbuurtsekerk, of was het iets van het Warmondse Groot Seminarie. Dan heeft mijn geheugen deze beelden met vleugjes vakantieherinnering gecombineerd. Herinneringen uit Frankrijk vooral, want dat land is katholiek.

Wat ik precies aan het geheel het mooiste vind, weet ik nog niet. In tastbaar opzicht: de deuren misschien.

Afgeleid door de kerk

Soms loop je naar een andere kamer toe en ben je daar vergeten wat je er ook alweer kwam doen. Deze week overkwam mij iets dergelijks in een overtreffende vorm.

Ik wil een bezoek brengen aan Groessen om daar een bepaald gebouw te zien. Dus neem ik met de trein naar Duiven en wandel via een fietspad verder. Bij de afslag naar het dorp tref ik een ANWB-informatiebordje aan. Laat daar nu juist een nostalgische afbeelding van het betreffende gebouw op staan. Links van het bordje loopt de spoorlijn Arnhem – Winterswijk. Rechts liggen velden en akkers te dommelen in de zon. Verderop tekent het silhouet van het dorp zich af tegen de felblauwe lucht. Het is een klassieker: zo’n verzameling huizen en bomen met prominent in het midden een kerkgebouw met spitse toren.

In Groessen zelf trekt de kerk van de Heilige Andreas direct mijn aandacht. Het gebouw is eeuwenoud en voorzien van prachtige deuren. Het staat centraal aan het dorpsplein in een ruime tuin.

Daarna wandel ik langs kwekerijen naar de Loowaard toe en verder over de dijk bij de uiterwaard tot voorbij het plaatsje Loo. Met het pontje over de Rijn eindigt de tocht in Huissen en dan wordt het tijd om naar huis te gaan.

Pas thuis dringt tot mij door wat ik heb gedaan. Ik ben helemaal aan het te bezichtigen pand voorbij gegaan!

In de schaduw van de bomen

Voorheen was er meer sfeer en grandeur. Dit is zo’n dorp waar paarden langs de hekjes aan de brink stonden en een kapelaan met zwarte flapperende jas op de fiets voorbijkwam. Nou ja, dat verzin ik. Maar er komen pittoreske dorpstaferelen tevoorschijn zodra je de moderniteiten wegdenkt. Zoals de detonerende zonnepanelen op oranje daken of het blik van geparkeerde auto’s in knusse straatjes. Oorspronkelijk was dit een dorp van kleine luiden en keuterboertjes, met hier en daar een buitenverblijf op een groot landgoed. Omdat die landgoederen zelfs tot in de kern van de bebouwde kom lagen, was het dorp vroeger zeer groen.

Op mijn zomerse wandelrondjes in de omgeving heb ik een voorliefde voor routes met veel schaduw van bomen. Toen ik hier kwam wonen, was het mogelijk om hele trajecten op schaduwrijke stoepen en paden aan elkaar te knopen. Nu, zes jaar verder, vertonen die schaduwrijke routes gapende gaten. In slechts zes jaar tijd heb ik tal van bomen zien verdwijnen. Daar waren heel wat honderd jarigen en oudere bomen bij. Het was soms flink schrikken.

Eerst kapten ze een van de laatste stukjes bos op een voormalig landgoed. Dat lag centraal in het dorp en grensde aan onze buurt. Op warme dagen was het er onderweg naar de supermarkt heerlijk koel. Nu staat er een saaie flat. Verder zijn er parkeerplaatsen op het voorterrein aangelegd. De loofrijke beukenbomen zijn verdwenen. Wanneer ik nu met de boodschappen langs die massa steen en beton kom, loop ik te smoren in de zon.

Zo kan ik meer locaties aanwijzen. Een ruim opgezet vegetarisch woonpark voor senioren bijvoorbeeld, dat zichzelf op de eigen website aanprijst als gelegen ‘In een prachtige omgeving van monumentale bossen, groene heuvels en het rivierenlandschap van de Rijn.’ Juist ja. Geen woord over de dubbele rij monumentale oude beuken die werd gekapt op hun terrein. Daar kon ik altijd zo fijn onderlangs lopen, op de route naar het bos. Die bomen zijn nota bene in de vuurlinie beland tijdens de oorlog en daar toen fier blijven stáán.

Meer mensen maken zich zorgen over de (toenemende?) houtkap. In onze buurtapp verschijnen regelmatig paniekberichten over percelen waar bomen het veld moeten ruimen. Zoals op landgoed Groot Warnsborn en vorig jaar nog op landgoed Mariëndaal. Dit betreft meestal productiebos en daar worden de bomen door nieuwe aanplant vervangen. Maar soms betreft het monumentale bomenlanen. Als naburige bewoners zullen wij nooit meer kunnen aanschouwen hoe mooi eeuwenoude bomen daar staan.

Niet alleen door bomenkap verdwijnen schaduwrijke plekken. Ook het gebladerte van enkele boomsoorten is nu aanmerkelijk dunner dan normaal. Deze week liep ik op een lommerrijk pad waar de zon opvallend fel door het gebladerte heen kwam. Sommige bomen hebben alleen nog wat plukjes blad in hun kruin. Eiken en naaldbomen staan te verdrogen op de hoge zandgronden van de Veluwezoom. De naaldbomen zien er dof uit en het blad van de eiken zit vol gaten. Vermoedelijk zijn recente hagelbuien en vraat van rupsen hiervan de oorzaak. Maar alles valt nu samen: periodes van droogte en hitte en onregelmatiger weer, waardoor bomen verzwakken en vatbaarder worden voor plaagdieren, die in grotere getale verschijnen, enzovoort.

Zes jaar geleden vond ik de omgeving idyllisch en nog altijd is het hier prachtig. Alleen weet ik nu meer.

Het kappen van eeuwenoude bomen, enkel omdat die de bouw van een garage of woning in de weg staan, vind ik crimineel. Mensen die blijk geven van zo’n wansmaak en gebrek aan respect voor de natuur, horen op een industrieterrein thuis; niet hier.