Even naar de bajes toe

De poort

Sommige gemeenten kiezen voor bijzondere locaties als stembureau. Arnhem stelde deze week de koepelgevangenis open en dat gebouw wilde ik weleens van binnen zien. Na de stalen poortdeuren volgt een gang tussen twee hoge muren.

Meteen was ik terug in Carcassonne, op de dwingel tussen de buitenste en de binnenmuur. Het kwam door de hoogte van de muren, de breedte van de gang en de golvende vorm van het gebouw aan de rechterkant. Hoewel die golvende vorm in Carcassonne niet in de muren terugkomt. Maar wel in de rondingen van de torens in de binnenring.

Mijn geromantiseerde herinnering maakt geen enkele connectie met wat die Franse stad feitelijk was: een gefortificeerde vesting. Daar hadden de Katharen in hun tijd behoefte aan.

Bij vertrek zag ik alsnog de plaatjes naast de toegangspoort. Het is lang geleden dat ik zo’n verbod op pistolen heb gezien. In Phnom Penh, Cambodja, zag je ze bij ingangen van casino’s, banken en hotels. Blijkbaar waren ze nodig daar. En buiten liepen bewakers rond met machinegeweren. (Of slaat mijn fantasie nu op hol en waren dat pistolen?)

Dit zijn zo maar drie ervaringen die mij er weer aan herinneren, hoe naïef en vriendelijk het er nog steeds aan toegaat in ons land.

De rondgang

Kluizenares 2.0

Gisteren kwam er een eind aan een maand kluizenaarschap. Mijn eerste afspraak in 2022 was voor de boosterprik. Vanaf de jaarwisseling was ik nog niet buiten de landgoedgrenzen van het dorp geweest. Gevoelsmatig belandde ik dan ook gelijk in een wereldstad. (Elst.)

Ik overhoorde de gesprekken van andere mensen, links en rechts. Alles was nog herkenbaar. De kleding die zij droegen en de treinrit zelf. Na afloop at ik een overheerlijk patatje speciaal in een lunchroom. Van zoiets eenvoudigs geniet ik intens. Vooral wanneer de zaak lijkt op een American diner of een roadhouse.

In een lunchroom flarden van andermans levens aanhoren, is voldoende om mij volwaardig lid van de maatschappij te voelen. Daaraan ben ik gewend als reiziger en beschouwer. Ik hoef niet altijd mee te doen. Van nature ben ik een moderne kluizenares.

Volgens Wikipedia wordt de term kluizenaar ‘in het wereldlijk leven ook wel gebruikt voor een persoon die doelbewust afstand neemt van zijn omgeving en de maatschappij, of overdrachtelijk voor iemand die zich van de wereld vervreemd heeft en nooit contact met anderen heeft.’ Dat vervreemden heeft een wat negatieve connotatie.

Vroeger leidden kluizenaressen een eenvoudig en teruggetrokken leven, maar zij hielden wel contact met de maatschappij. Sterker: ze werden actief benaderd voor raadgeving over wereldse en spirituele zaken. Het waren intellectuele vrouwen. Ze stonden in hoog aanzien.

In onze samenleving hebben de extraverten helaas de overhand gekregen. De maatschappij zou opnieuw ruimte moeten bieden aan mensen die een positie als kluizenaar nastreven.

Winterkunst – Airbrush staarten op mijn raam

Vorige week plaatste ik hier al een staaltje winterkunst van ijs op mijn raam. Dat was nog maar een klein deel van wat er op het zolderraam was te zien. Hierboven staat een ander deel. Deze enigszins bevreemdende foto toont de staarten van ringstaartmaki’s. Ik heb ze in Madagaskar in het wild gezien.

Deze ijsstaarten zijn getekend door de wind. Ofwel: met een natuurlijke airbrush pen. Volgens Wikipedia is de airbrush verfspuit uitgevonden in 1879. Volgens mij is die airbrush-pagina geschreven door een blanke meneer. Alsof de Australische Aboriginals deze techniek niet al 35.000 jaar langer hebben gehanteerd.

Winterkunst – Ice on fire

De weerman van het NOS Journaal toonde vandaag een foto van ijsbloemen op een raam. Vanmorgen maakte ik van het zolderraam een vergelijkbare serie. De eeuwige roem is weer aan mijn neus voorbij gegaan, maar mijn tijd komt nog wel. Hierboven staat alvast een uitsnede. Ice on fire. Dat lijkt mij wel een toepasselijke naam.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

De cadeautjes van het voorgaande jaar

Gevoelig als ik ben voor jaarwisselingen en voor goede afrondingen, wil ik elk nieuw jaar beginnen met een schone lei. Dat is onbegonnen werk. Toch blijf ik het proberen, want ik geloof oprecht dat dit belangrijk is. Onopgeloste problemen zijn cadeautjes voor het nieuwe jaar, meent een andere blogster. Zij is nogal van de mindfulness.

Op weg naar 2021 kon ik bitter weinig waardering opbrengen voor haar ‘wijsheid’. Naast het gedoe van enkele al langer lopende kwesties, was in december ook een serieus oogprobleem begonnen. Op de eerste gewone werkdag in januari moest ik meteen naar de oogarts toe. Zelden ben ik zo beroerd en ongerust een nieuw jaar ingegaan als 2021. 2021, dat zou wat gaan worden. En jawel: op mijn intuïtie kan ik blindvaren.

Dus ben ik afgelopen december weer keihard bezig geweest met opruimen. Met afhandelen. Met in gang zetten. Met keuzes maken, onverbiddelijk als het moest. Met afronden, en deze keer goed. Zonder enige scrupules en rücksichtslos, als de situatie daarom vroeg. Alles, maar dan ook alles om geen herhaling van 2021 te krijgen. En dat is gelukt. Ik kan het nu al voelen. Never underestimate datgene wat je gevoel zegt dat je doen moet.

Na de recente opschoonacties keer ik terug naar de basis. Voor 2022 wens ik de hele wereld de wijsheid toe van Max Ehrmann. (Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Een ragfijne winterbloem

Hortensia’s zijn maar saaie uitslovers, vinden sommige mensen. Insecten hebben weinig te zoeken bij de bloemen, want de meeste soorten zijn steriel. Zelf vind ik hortensia’s prachtig. Ik laat de uitgebloeide bloemen tot het voorjaar aan de struiken zitten. Dan bieden deze parasolvormige bollen tijdens de winter beschutting aan insecten en aan nieuwe knoppen. Tussen de uitgebloeide bloemen valt van alles te ontdekken. Zie bovenstaande foto van een oude bloem met ragfijne blaadjes. Alleen de nerfjes zitten er nog aan. De vorst heeft ze vannacht rijkelijk besuikerd. Kijk je met aandacht naar deze struiken, dan verrassen ze je het hele jaar door met de sierlijkste details.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Het spoortalud in herfsttooi

Voor deze foto heb ik moeten zoeken naar de juiste bewoording. Want hoe noem je deze situatie? Rijdt de trein hier door een dal, door een geul, of door een kuil? De zogenoemde Spoorkuil in Nijmegen zou ik eerder een vallei noemen, terwijl ik een dal associeer met iets wat gevormd is door de natuur. Dat is hier niet het geval, dus blijft over: een geul. Maar ‘spoorgeul’ komt op het internet nauwelijks voor. Het gaat mij specifiek om de schuin oplopende hellingen; die heten officieel ‘taluds’. Ook deze meervoudsvorm heb ik opgezocht, want hoe vaak gebruik je nu zo’n woord? Ik nooit.

Lang verhaal kort: Wikipedia weet raad. Het talud (van het Franse talus = helling), ook wel: beloop, is het bouwkundig aangelegde schuine vlak langs een weg, spoor, watergang, dijk, naar een brug of tunnel waarmee een hoogteverschil wordt overwonnen tussen bouwwerk en maaiveld. Een talud kan een ophoging zijn of een ingraving.

Een ingraving dus. Klaar.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)