Het gaat van generatie op generatie

Leiden huis Hooglandsekerkgracht

We zitten in de wachtkamer van het ziekenhuis en de rollen zijn voorgoed omgedraaid. Vroeger ging mijn moeder met mij naar het ziekenhuis. Nu doe ik dat met haar. Haar linkeroog is afgeplakt. We zijn hier voor een controle. Af en toe praten we wat.

Opeens hebben we het over aangebrande aardappels. Geen idee hoe we erop komen. Ze vertelt dat oma, haar moeder, heel secuur was. En dat oma zo kon mopperen, als de dingen niet gingen zoals zij wilde. Overgrootvader deed dat ook, de vader van oma. Er was een lange gang tussen zijn winkel en zijn meubelwerkplaats in. Als hij de winkelbel hoorde rinkelen, terwijl hij achter aan het werk was, liep hij het hele eind mopperend door de gang. Tot hij de winkel betrad. Dan zette hij een vriendelijk gezicht op naar de klant.

Leuk om te vernemen. Dat heb ik dan niet van een vreemde.

Genealogen brengen hun stamboom in kaart omdat ze nieuwsgierig zijn naar hun familieverleden. Maar meer nog zijn ze op zoek naar de oorsprong van hun eigen eigenaardigheden.

De feiten onder ogen komen

Tja, hoe gaat zoiets? Je bent inmiddels tachtig en lang geleden heb je stamboomonderzoek verricht. In je familie werd er al vroeg naar voorouders gezocht. Je vader heeft ooit een poging gedaan en je bewaart nog aantekeningen in zijn hoekige handschrift. Je zegt het niet hardop, maar eigenlijk ben je best trots op je familiegeschiedenis. Of beter: op wat daarvan is overgeleverd. Je weet dat je overgrootvader uit Duitsland kwam en zich rond 1815 vestigde in Arnhem. Het was een vakman. Datzelfde vakmanschap zie je tot op de dag van vandaag terug in de huidige generatie.

Jaren later kijk je wat er nog meer over het voorouderlijke geslacht te vinden is. Inmiddels staat er van alles op internet. Daar stuit je op een zekere Karin, die ook onderzoek heeft verricht en naar jouw familienaam op zoek is. Binnen haar familie was lang onbekend wie haar betovergroot-ouders waren. Sinds zij hun namen kent, wil ze graag meer te weten komen. Je neemt contact met haar op en zo begint een e-mailuitwisseling.

Je schrijft dat jij de gezamenlijke voorouders hebt getraceerd tot 1660. Zij is niet verder gekomen dan Arnhem. En je hebt een boek over de familie gepubliceerd. Als zij belooft dat ze jouw vondsten niet op haar familie-website plaatst, wil jij Karin de gegevens wel toesturen. Zij belooft het. Zelf heeft zij onder meer dertig pagina’s ongepubliceerde aantekeningen over de familie. Die gegevens en andere recente vondsten wil ze na ontvangst van de boektekst wel met je delen.

Maar, schrijft zij er waarschuwend bij, haar documentatie bevat controversiële informatie. Voor Karin betreft dit een verre verwant in een zijtak. Meer specifiek: een achterkleinzoon van haar betovergrootvader. Weliswaar heeft zij die informatie openlijk op internet aangetroffen. Maar het verband met jullie gezamenlijke voorvader wordt pas duidelijk als je de onderlinge relatie kent. Ze wil niet dat hierover wordt gepubliceerd zo lang de generatie van haar moeder leeft. Haar moeder is nu 86 en heeft als kind de oorlog meegemaakt.

Je wordt nieuwsgierig; misschien ben je ook een tikkeltje ongerust. Jou is niets bekend over een controversiële kwestie. Het betreft een man die ook voor jou in een zijtak zit. Hij en jij dragen wel dezelfde Duitse achternaam. Een naam die in Nederland weinig voorkomt. Heel even flitsen de gezichten van alle levende naamdragers door je hoofd. Je kinderen, je kleinkinderen, je neven en nichtjes. Sommigen zijn nog zo klein. En er zitten zo veel mensen bij met een succesvolle carrière. Want het vakmanschap en precisiewerk is in de genen doorgegeven.

Je was trouwens zelf een klein kind in de oorlog. En je hebt de verhalen zo vaak gehoord. Ze werden steeds weer verteld. Van dat goedlopende bedrijf in de Rotterdamse binnenstad. Het was zo wrang. Je vond nog een advertentie waarin reclame werd gemaakt voor sleutels van goede kwaliteit. Een sleutel, dat is het enige wat er restte na het bombardement.

Ze stuurt je het aantekeningendocument. Je ziet er iets in staan over een oorlogsverleden. Maar nee, jou is niets bekend over een zekere J. Die komt niet voor in jouw stamboom. En van zijn beroep had je ook nog nooit gehoord binnen de familie. Je schrijft die Karin gelijk terug dat dit niet kan kloppen. Al heb je haar documenten op dat moment slechts globaal gelezen. Dat schrijf je haar even snel tussen de boodschappen en het bezoek van de kleinkinderen door.

En Karin, die merkt dat het stil wordt in de e-mailcorrespondentie. Wetend dat je nu ook de rest hebt gelezen.

Een album vol ansichtkaarten van rond 1910

Oude ansichtkaarten rond 1910 album

Op verzamelbeurzen en in kringloopwinkels zie je ze weleens liggen: ansichtkaarten uit vervlogen tijden. Soms staan er bakken vol en zijn ze ingedeeld per plaats of thema. Of er ligt een verkleurd album, waarvan niemand meer weet wie de kaarten verzameld heeft. De namen van de geadresseerden zeggen ons niets en de afzenders kennen we evenmin. Een verweesd album. Ik wordt daar altijd een beetje melancholiek van. Zulke albums waren nooit bedoeld als handelswaar. Die kaarten waren ooit belangrijk.

Misschien wachtte een vrouw met smart op een bericht van haar man, ver weg in een militair kamp. Mogelijk vroeg een verloofde zich vertwijfeld af of zijn geliefde nog wel aan hem dacht. Jonge vrouwen schreven kaartjes aan de familie. Vermoeid, op zaterdagavond, als hun dienstje bij een deftige Mevrouw in Den Haag erop zat. Zusjes stuurden kaartjes naar elkaar, terwijl ze uit logeren waren. En de well to do deden berichtjes op de post vanuit New York.

Misschien was zo’n album van een jongedame en kreeg ze het cadeau voor haar verjaardag. Had ze verkering met een jongeman? Wie weet wat zijn ansichtkaartjes dan teweegbrachten. Wat haar emoties waren. Hoe vaak zullen haar ogen langs zijn woorden zijn gegaan? Zoekend naar betekenis. Nam ze de tekst voor wat die was, of deelden ze een geheimtaal? De kaartjes arriveerden zonder envelop. Zo konden ze elkaar hun gevoelens toevertrouwen zonder dat nieuwsgierige ogen meelazen.

Wij hebben zo’n album vol ansichtkaarten in de familie. Mijn oudtante kreeg het als jonge vrouw in 1908 voor haar achttiende verjaardag. Rond die tijd kreeg ze ook verkering. Wanneer je er in bladert, dwaal je zo af naar een andere wereld.

TV5 wordt node gemist, KPN

Terwijl half Nederland vorig jaar zomer in Frankrijk zat, heeft KPN slinks TV5 geschrapt. Het is barbaars. TV5 Monde is een Franstalige zender met Nederlandse ondertiteling. Zo’n zender uit een ander taalgebied zorgt voor een verfrissende variatie in het aanbod. Want de bijbehorende cultuur krijg je er vanzelf bij. Van mij mag de EU uitwisseling van dergelijke zenders stimuleren, want meer inzicht in elkaars cultuur kan volken verbroederen.

TV5 is een kwaliteitszender waaraan ik al sinds 2002 verknocht ben. Dat jaar bracht ik een winter door in Montpellier en keek ik dagelijks naar TV5 op tv. Het was een goede aanvulling op de Franse taalles die ik daar volgde. Wat was ik blij toen deze zender ook thuis eindelijk in het tv-pakket verscheen.

TV5 biedt onder andere nieuws, films en documentaires. Die komen uit het hele Franse-taalgebied. En dat is groot. Op vrijwel elk continent zijn er Franstalige landen. Deze zender zorgt voor diversiteit qua programmering en tempert de Angelsaksische overmacht op de Nederlandse tv. Bovendien roept TV5 vaak zoete vakantieherinneringen op die aan de jaren zeventig doen terugdenken.

Voor mij voelt het alsof ze een navelstreng hebben doorgeknipt, daar bij KPN. Via TV5 liepen er lijntjes naar mijn geboortegronden, soortement van. Naar Noord-Franse voorouders en naar de Belgische Walen in mijn stamboom.

Vooral het filmaanbod kon ik waarderen. Neem nu de film van deze avond: Mobile Home van François Pirot, over twee Belgisch Waalse twintigers die de wijde wereld intrekken. Althans, dat is de bedoeling. Het wordt een reis die maar geen reis wil worden. Een droef-amusante vertelling over geklungel in het leven, gebaseerd op echte gebeurtenissen. Dat geklungel is toch herkenbaar.

1584 – 1918 – 1945: als … dan …

Als Nederlandse ouderen over ‘de oorlog’ praten, dan bedoelen ze die van 1940 – 1945. De oorlog van 1914 – 1918 komt amper ter sprake, terwijl daarin de kiem voor de ‘tweede’ school. Als het over die ‘eerste’ oorlog gaat, dan is Ieper nooit ver weg. Maar herinneringen vervliegen snel.

Wie denkt nog aan Ieper als figurant in de Tachtigjarige Oorlog? Een deel van mijn Vlaamse voorouders komt er vandaan. Noodgedwongen verlieten ze rond 1584 huis en haard en kwamen in Leiden aan. Daar wonen hun nakomelingen nog steeds, dertien generaties later.

Als … dan. Welbeschouwd dank ik mijn leven aan die oorlog van lang geleden.

Oorzaak en gevolg. Het steentje in de rivier.

We beseffen zelden hoe ver de reikwijdte en invloed van onze geschiedenis gaat.

Even terug op Leidse geboortegrond

Ondanks alle wetenschappelijke kennis blijven sommige zaken onverklaarbaar. Eind jaren tachtig kreeg ik een huurwoning op de Leidse Uiterstegracht. Het was bij de Groenesteeg in het hart van de wijk Pancras Oost. Deze middeleeuwse wijk uit 1346-1355 ligt tussen de Oude en de Nieuwe Rijn, de Hooigracht en de Herengracht. Hier werd eeuwenlang het befaamde Leidse laken gemaakt. Eenmaal daar, bekroop mij het vreemde gevoel dat ik al een veel oudere band had met die wijk. Alsof mijn voorouders er hadden rondgelopen.

Het is zo’n buurt waar vroeger wevers thuis werkten op een groot getouw in de krappe voorkamer van hun ‘wevershuis’. In de negentiende eeuw verschenen de machines en fabrieken. Veel verkrotte pandjes maakten in die tijd plaats voor de vooruitgang. Na nog een periode van verval werden de resterende oude huisjes en gebouwen opgelapt. Inmiddels zijn ze zeer geliefd en worden ze gekoesterd als erfgoed.

Een paar jaar na mijn komst verhuisde ik weer en eind 1995 dook ik in mijn geschiedenis. Sindsdien begrijp ik iets beter waar dat gevoel vandaan kwam. Want inderdaad: de afgelopen eeuwen hebben nergens anders zoveel voorouders van mij op een kluitje gewerkt, geleefd en rondgelopen.

De bevolkingssamenstelling van deze buurt is intussen flink veranderd. Dat proces gaat continu door. Waarschijnlijk is ruim de helft sinds mijn vertrek nieuwkomer. Op mijn geboortegrond – een straat verder – wonen nu studenten en immigranten. Elk jaar arriveren en vertrekken mensen. Een deel blijft hangen en sommigen keren na jaren terug. Het is nooit anders geweest daar.

Toen opa en oma vijftig waren

Er is een foto van mijn grootouders waarop zij met een dochter en hun jongste zoontje poseren. Dat kleintje is mijn vader, dan een jaar of vier oud. Ze staan achter hun huis op het platje en kijken geamuseerd naar de fotograaf. Een volwassen buurjongen heeft het prentje genomen. Het is eind jaren dertig. Ze staan erbij alsof ze even snel naar buiten zijn gekomen. Opa heeft zijn stoffen werkjas aan. Hun kleren zijn netjes, maar sober. Alleen de trui van mijn tante heeft een speels kabelpatroon.

Toch is er iets bevreemdends. Het lijkt alsof opa en oma de zeventig al zijn gepasseerd, terwijl mijn vader nog een kleuter is. Hij kan hun kleinkind wel zijn. Logisch, want het is al geen jong paar meer. Op die foto zijn opa en oma bijna vijftig jaar oud. En dan daalt het in: dat is vijf jaar jonger dan ik nu ben. Wat een verschil, vooral qua uiterlijk. Want ik zie er zeker 25 jaar jonger uit dan zij toen.

Mijn grootouders en ik schelen 75 jaar en die tussenliggende periode maakt een wereld van verschil. Oma was vier jaar toen zij haar moeder verloor en opa kwam uit een gezin dat door ziekten was verarmd. Ze moesten allebei kort na hun twaalfde verjaardag fulltime aan de slag. En fulltime betekende zes dagen per week en zeker tien uur per dag. Sociale zekerheid ontbrak.

De Eerste Wereldoorlog kwam tussendoor. Nederland bleef neutraal, maar dit moet hun leven hebben beïnvloed. Tien jaar later begonnen de crisisjaren. Opa deed alles wat zijn handen konden: smeden, fietsen repareren, timmeren, en een stoomwals bedienen. Intussen kreeg oma het ene na het ander kind, tien maar liefst. Bovendien verhuisden ze jarenlang om de zoveel maanden, omdat ze opa’s werk in de wegenbouw achterna gingen. In die periode was een woonwagen hun huis.

Later gingen ze in het huis wonen waar de foto is genomen. Daar bleven ze het langst. Oma moest wel het hele huishouden met de hand doen, tot de was aan toe. En met zo veel kinderen ging het werk natuurlijk altijd door. Wanneer ik denk aan al hun verantwoordelijkheden, is het geen wonder dat mijn grootouders er al vroeg oud uitzagen.