Vakantie, of wat daar op lijkt, in eigen land

Voor veel mensen is het even wennen: je vrije dagen doorbrengen in eigen land. Voor mij is dat al langer het nieuwe normaal. In 2015 vierde ik voor het laatst vakantie in het buitenland. Daarna heb ik geen echte vakantie meer gehad. Voor wie dat dramatisch vindt, heb ik een tegenvraag. Want hoe erg is het, als je ieder jaar weer die vakantie keihard nodig hebt?

  • Om rust te vinden.
  • Om eindelijk goed door te slapen.
  • Om tot jezelf te komen.
  • Om de vrije natuur in te gaan.
  • Om datgene te kunnen wat je eigenlijk altijd wil doen.
  • Om het gevoel te hebben dat je lééft.
  • Om afstand te nemen en toekomstplannen te maken.
  • Om eens wat anders te zien.
  • Om nieuwe mensen te ontmoeten.

Hoe erg is het als je dat allemaal thuis niet hebt of kan doen?

Mijn reislust kwam voort uit een sterke drang om de wereld te ontdekken. Ik was dan ook behoorlijk jong toen ik met reizen begon. Jaren later, eenmaal halverwege de veertig, kwamen de vragen. Hoelang ga je hiermee door? Hoeveel moet je hebben gezien voordat je tevreden bent en je de antwoorden kent?

En voordat je gemoedsrust hebt. Als je dat thuis niet vindt, waar dan wel?

Vandaag. We wandelen met de 50-plus sportclub bij de Westerbouwing naar een grasveld op de stuwwal. Dit is zo’n spannend bosgebied met klimmetjes en kronkelpaden. Daar besef ik weer hoe waanzinnig het is, om op zo’n plek oefeningen te kunnen doen. Alsof dat normaal is, met zo’n uitzicht. Dit ken ik slechts van vakanties in het buitenland. Daarom ben ik nu permanent op vakantie in eigen land.

Doet AH aan profiling?

Bij de zelfscankassa van Albert Heijn is het voor de vijfde keer raak sinds corona uitbrak. Op het display verschijnt een melding dat ik moet wachten op een medewerker. Kort daarna staat er iemand naast mij: tassencontrole. Er is niets aan de hand, maar ik voel mij ongemakkelijk. Want hoe komt het dat ik er zo vaak wordt uitgepikt?

‘Ik’ is hier misschien te persoonlijk opgevat. Het is logisch dat er af en toe controles zijn. Waarschijnlijk verschijnen die meldingen willekeurig om de zoveel klanten en dan is deze frequentie gewoon toeval. Alleen … is dat wel zo?

Bij de tweede keer vertel ik de medewerkster dat het opmerkelijk wordt. Het is een vaste medewerkster, afkomstig uit Oost-Europa. Volgens haar ligt het ‘aan het systeem’. Oei. Zo’n standaardreden, uit de mond van iemand uit een voormalige communistische regio. Daar krijg ik acuut onaangename associaties bij.

Bovendien bestaat er niet zoiets als een neutraal systeem. Achter elk systeem gaan algoritmes schuil die door mensen van vlees en bloed ontwikkeld zijn. Dus welke criteria zijn er van hogerhand ingevoerd? Zij wijst op het toeval van een selectie ‘at random’.

Bij de derde keer vertelt een andere medewerkster dat het kan liggen aan mijn bonuskaart. Heb ik daar iets aan gekoppeld? Jawel, een Air Miles kaart. Zij raadt aan om een nieuwe bonuskaart te gebruiken, omdat er soms problemen zijn wanneer er airmiles gekoppeld zijn. Hier wacht ik nog even mee. Thuis check ik eerst wat Albert Heijn weet over mij. Voornaam, e-mailadres en woonadres. Dat is alles wat mijn klant‘profiel’ op internet laat zien.

Bij de vierde keer ben ik het zat en doe ik mijn beklag bij de servicebalie. Een medewerkster geeft mij het telefoonnummer van de filiaalmanager. Wanneer ik hem bel, weet hij niet hoe snel hij mij moet doorverbinden met een kassamedewerker. Deze medewerker vertelt na enig aandringen dat iemand vaker kan worden geselecteerd in geval van een eerdere ‘foutieve controle’. Hm, nu wordt het interessant. Ik heb nooit een ‘foutieve controle’ gehad. Bij mijn weten, althans.

Volgens diverse winkelmedewerkers kunnen zij niets doen om het probleem te verhelpen. Daarvoor moet ik contact opnemen met de klantenservice van Albert Heijn. Ik vraag aan enkele kennissen of zij regelmatig controle krijgen. Dat blijkt niet het geval. Enkele dagen verstrijken en prompt krijg ik bij het eerstvolgende winkelbezoek wéér controle!

Na die vijfde keer bel ik alsnog met de klantenservice van Albert Heijn. De medewerkster hoort mij aan en wijst eveneens op de willekeur van het systeem. Volgens haar kan niemand in de winkel via mijn bonuskaart mijn gegevens zien. En de zelfscankassa kan dat evenmin.

Nu is er één probleem: dit geloof ik niet meer. Ik denk dat Albert Heijn aan ‘profiling’ doet en mijn straat te min vindt. Zo ver is het nu dus al gekomen.

Of zou het toch aan die gekoppelde Air Miles kaart liggen? (Maar als dat een algemeen bekend probleem is, waarom lossen ze het dan niet op? En waarom krijg ik regelmatig de standaardvraag of ik airmiles wil verzilveren, waarna ik op ‘Ja’ klik en dan lees dat er onvoldoende saldo is? Volgens de kassamedewerker is dat ‘normaal’ in het systeem. Hier kunnen de winkelmedewerkers ook niets aan veranderen.)

Of zou ik te veel ‘ongebruikelijke’ bewegingen maken bij de zelfscankassa? Zoals: een lege tas uit een lege tas halen. Of: de bonuskaart uit mijn portemonnee vissen en daarna diezelfde portemonnee in mijn jaszak stoppen. Of, nog gekker: met een struikje broccoli naar de weegschaal lopen voor een prijskaartje met een streepjescode. Camera’s registreren tenslotte alles. Hoeveel ‘unauthorised movements’ zou je mogen maken bij de zelfscankassa voordat je als ‘suspect object’ wordt aangemerkt?

Echt, na vijf meldingen ga je de raarste dingen verzinnen. Maar ik heb inmiddels wel van de klantenservice begrepen dat de winkelmanager de ‘strengheid’ van het controlesysteem zelf kan instellen.

Even het hoofd laten luchten

Bij schurende gesprekken en stroef verlopende processen is het aangenaam om je hoofd te laten luchten. Stap de deur uit, zoek een open ruimte op, bij voorkeur met vergezicht, en haal diep adem. … Je voelt nu de irritatie uit je lichaam verdwijnen en je rondtollende gedachten kalmeren.

Op hete dagen (het is momenteel in de schaduw 32 graden), lukt dat moeilijk buiten. Voor dergelijke situaties heb ik enkele toepasselijke foto’s in de aanbieding. Neem bovenstaande foto van de Waal en de Ooijpolder.

Stel je nu even voor dat het 25 graden is, terwijl er een zacht briesje waait. Je wandelt over een pad door de uiterwaard. Aan weerszijde bloeien zoet geurende wilde planten en tussen het hoge groen door stroomt de rivier. Je hoort nu weinig meer dan zoemende bijtjes en zacht tuffende schepen die traag door het oneindige laagland glijden.  …

Een kleine beschouwing op de verhuizing

‘Het leven is risico’, zegt ze. ‘De mate waarin je leeft, is afhankelijk van de mate waarin je riskeert.’ (Liftende moeder van Pippa Bacca, Volkskrant magazine 30 mei 2020.)

Waar begin je aan, wanneer je als 52-jarige verhuist naar een plaats 100 kilometer verderop? Vandaag precies vijf jaar geleden verhuisde ik vanuit het centrum van Leiden naar de rand van een dorp bij Arnhem. Talloze malen is mij gevraagd naar de reden. Kende ik daar al mensen, was het voor de liefde, had ik hier al werk?

Zelf had ik vooraf een aantal vage verwachtingen en slechts één concrete. Ik ging hier rust en ruimte vinden in de natuurlijke omgeving. Dat was wat ik in de Randstad steeds meer miste. En zo is het ook gegaan. Ik heb slechts vage verwachtingen van wat de toekomst brengen zal. Leven is namelijk risico nemen, dat weet iedere reiziger.

(Op de foto Ierland, waar ik in 2014 het besluit nam voor deze verhuizing.)

Als de zoon van de buurman

Hoe zou het zijn, als je kind bent van ouders die zich niet geliefd maken bij de buren? Je moeder is inmiddels overleden. Zij stond bekend als een moeilijke vrouw. Dat was ze al voordat ze steeds meer ging mankeren. En je vader is nu hoog bejaard. Hij kan botte uitspraken doen en star reageren. Dat zeg je zelf.

Hoe zou het zijn, als zoon van ouders die met jou en je zussen nauwelijks contact onderhouden? Je vader belt enkel wanneer hij je nodig heeft. Je spreekt hem verder alleen indien je hem zelf belt. Nooit zal hij uit zichzelf vragen hoe het met je gaat. Het lijkt hem niet te interesseren. Een van je zussen ziet hij nooit. Wel kwam je jongste zus enige tijd wat vaker bij hem logeren. Maar dat was omdat zij hier tijdelijk studeerde.

Je bent een man van begin vijftig. Samen met je zoon werk je in je vaders’ tuin wanneer de buurvrouw naar je toe komt. Je kent haar niet en ze vraagt of je familie bent van haar buurman. Want in de vijf jaar dat zij hier woont, heeft zij jullie hier nog nooit gezien. Je bevestigt de onderlinge verwantschap.

Waarna de buurvrouw vraagt of je vader over haar verteld heeft. Je hebt inderdaad iets vernomen over problemen met de riolering. Je ziet hoe gespannen zij is, maar ook dat ze met je wil praten. Ze begint over de erfgrens en over wat er volgens haar mis is.

Zou je zo vaker worden benaderd, als je ouders het bij anderen verpest hebben? Zouden sommigen je er persoonlijk op aankijken? Zou je je er opgelaten door voelen, in het bijzijn van je zoon? Zou je koel blijven? Zou je tegen opmerkingen ingaan? Of zou je ze bevestigen, mits zaken kloppen en er rustig over wordt gesproken?

Zou je je voor je ouders schamen? [‘Is mijn vader lastig?’, vroeg hij later aan mij, toen de spanning eenmaal was verdwenen.]

Of ervaar je opluchting, als je eindelijk met de buurvrouw over de situatie kan praten? Omdat je als enige van de kinderen verantwoordelijkheid voelt voor je vader. En omdat er direct herkenning ontstaat, wanneer je open en eerlijk bent.

Jij en je zussen hadden gehoopt dat vader zich als weduwnaar vrijer zou gedragen. Want de laatste jaren van haar leven moest hij vooral voor moeder zorgen. Maar hij onderneemt niets. De wil is er niet meer.

[‘Het zal waarschijnlijk niet lang meer duren.’, zegt de zoon zachtjes, zodat de vader het binnen niet kan horen.]

Ruim zicht boven op de stuwwal

Overzicht. Daar hou ik van. En van ruim zicht. Uitzicht. Inzicht.

Duidelijkheid en helderheid. Weten waar ik aan toe ben.

Vergezicht.

De zaak in de hand hebben. Er boven staan. Het voor zijn.

Niet te verwarren met verlangen naar controle. Dat is wat anders.

Luciditeit. Dat specifieke moment waarop het Raam Open gaat.

Laat mij maar lekker boven op de stuwwal staan.