Een goede afronding

Iedere jaarwisseling is een belangrijk scharniermoment, dus tegen het jaareinde moet ik alles goed hebben afgerond. Heb ik dat niet gedaan, dan gaat het in het volgende jaar mis. Dat is echt zo, want vorig jaar verzuchtte ik dit: ‘Maar steeds is er iets anders wat toch nog moet. Twee stappen vooruit; totaal onverwachts een stap terug. En sommige zaken komen gewoon niet goed. Daar zou ik misschien wel mee kunnen leven, als ik niet zo gevoelig voor jaarwendingen was.’

Sommige lezers reageerden als de nuchterheid zelve. Zo schreef Kees: ‘Jaarwendingen zijn niks bijzonders. Er gebeurt van nature niets wat niet binnen de bandbreedte van de dag ervoor en de dag erna past. Om dat te overschreeuwen wordt er een heleboel herrie omheen gemaakt. De enige dag in de omgeving van de datum is 19 of 20 of 21 december, de dag van de winterzonnewende. De rest gaat om aangeprate gevoelens.’

Nou, dat maak je mij niet wijs. Gelukkig waren er ook mensen die mijn woorden onderschreven. Blewbird bijvoorbeeld: ‘Ik herken dat gevoel van willen opruimen voor de jaarwisseling.’ Dank je, Blew. Maar aansluitend stelde jij het volgende: ‘Het is goed als het lukt, maar niet heel erg als niet. Geen reden voor extra stress.’ Alsjeblieft, laat dat gerelativeer toch achterwege. Moet je kijken wat voor een jaar 2020 geworden is!

Daarom ben ik nu alweer verwoed bezig met afronden. Vandaag schoot het aardig op en dat voelt goed. Ook heb ik dat logje van vorig jaar nog eens aandachtig bekeken en nu snap ik helemaal waarom 2020 zo vol kommernis is. Er had een andere foto bij gemoeten. Die foto van dat plukje haar aan het prikkeldraad was niet positief. Hopelijk doet bovenstaande foto het volgend jaar beter.

Om elke mogelijke kans op misverstanden uit te sluiten, voeg ik voor alle duidelijkheid deze verklaring toe: Engelen laten ons via witte veertjes weten dat ze bij ons zijn. Vind je een wit veertje op je pad, dan betekent dit dat je op de goede weg bent. Dat staat tenminste op internet.

Zo, morgen nog die paar laatste dingen afronden en dan hebben we het met dit jaar gehad.

Maatschappijles over een spotprent

Alles van waarde is weerloos, schreef Lucebert in zijn gedicht. Daarom benadruk ik nog eens hoe belangrijk onze vrijheid van meningsuiting is. Vrijheid van meningsuiting is één van de allergrootste verworvenheden die we in de westerse wereld hebben bereikt. Bereikt, want in de afgelopen eeuwen heeft menigeen zijn leven hiervoor gegeven. De vrijheid om te zeggen wat je denkt, is nooit een vanzelfsprekendheid geweest.

Ons laagje beschaving is kwetsbaar en flinterdun. Beschaving betekent in mijn optiek: respectvol omgaan met al wat er leeft. Do no harm. Dat idee. We berokkenen sneller schade dan we zelf denken, want onze visie is beperkt. Om te beseffen wat we doen, moeten we ons in de ander inleven en nagaan welke gevolgen onze handeling heeft. Dat is moeilijker dan gewoon maar wat naar eigen goeddunken doen.

Niet nadenken is een vorm van zelfbevestiging en verdoving. Veilig in je eigen kringetje blijven is dat eveneens.

Het woordje ‘we’ hierboven omvat de hele wereldbevolking. Niemand is daarvan uitgezonderd, wat mij betreft. Alleen word ik nu wel even geconfronteerd met mijn eigen westerse manier van denken, zodra ik Charlie Hebdo, alsnog uit 2015 herlees.

Begin 2015 was ik planner bij een bureau dat debattrainingen op middelbare scholen gaf. Een maatschappijleraar vroeg mij toen om aan de trainer door te geven dat hij beter geen ‘gevoelige’ onderwerpen kon behandelen in zijn klas. Ik beschreef dit voorval in de Armeense genocide, ook al zo’n onderwerp waarover je in bepaalde kringen niet spreken mag.

Is er dan niets veranderd? Is de radicalisering inderdaad toegenomen en is de verharding in de wereld een feit? In Frankrijk lijkt de benadering van hogerhand nog even autoritair en ongenaakbaar als altijd. Dat is precies wat mensen onderaan de maatschappelijke ladder tot wanhoop drijft. Frankrijk meent strategisch slim te zijn, maar is geen beste gezien de handels-belangen van de eigen wapenindustrie. En Frankrijk trekt zich weinig aan van haar onderdanen, dat is al tientallen jaren zo.

Wat kan een maatschappijleraar veranderen aan frustraties over een spotprent? Weinig, als de focus op een religie blijft liggen. Onze vrijheid van meningsuiting wordt veel meer in gevaar gebracht door leiders die zich voor het karretje van de zakenwereld laten spannen. Want zo blijven gewone mensen een speelbal van andermans belangen. En mind you, ook religieuze leiders hebben hun zakelijke belangen. Zolang dit doorgaat, zullen boze burgers hun idealen en overtuigingen gefnuikt zien worden.

Dus als ik maatschappijleraren een gouden tip mag geven: always follow the money. Dat zal studenten leren om zelf na te denken.

Eens katholiek, altijd katholiek

De kerken lopen leeg en menigeen is katholiek-af. Alleen betwijfel ik of dat wel kan: niet langer katholiek zijn. Het is alsof je tegen je familie zegt dat er geen bloedverwantschap meer is. Ik ben opgegroeid in de jaren zestig toen de kerk nog stevig in het zadel zat. Bij ons in het dorp zeker, al was er concurrentie van de protestanten. Maar dat waren ‘de anderen’. Daar ging je als kind weinig mee om. Ik wist exact welke buren katholiek waren en welke protestant.

Als je katholiek bent, dan ben je daar mede door gevormd. Dit begint al jong. Eerst de doop en de Heilige Communie, naast reguliere bezoeken aan de kerk. De kerkdienst bestaat uit een vaste verzameling rituelen vol symboliek. Het theater is er niets bij. Dit maakt indruk en door de herhaling beklijft alles goed. Denk aan het brood en het Lichaam van Christus, denk aan de beker met wijn als bloed. Eén snufje wierook en je bent weer terug in je jeugd. Wie ooit na afloop van de laatste avondkerstmis aan de maaltijd heeft gezeten, verlangt daar de rest van zijn leven naar terug.

Ik ging naar een katholieke lagere school en daar kregen we godsdienstles. Rond mijn tiende werd ik lid van een club in het parochiegebouw. Daar speelden we spelletjes en deden we knutselwerkjes. Ik vond het er leuk. ‘s Zomers gingen we op kamp bij boerderijen in hartje katholiek Brabant. Van het Vormsel is het niet meer gekomen, maar waarschijnlijk ben ik nog altijd lid van de katholieke kerk.

Voor tieners waren er discoavonden van de KPJ: Katholieke Plattelands Jongeren. Toen ik begon uit te gaan, was ik echter al volledig op ‘de stad’ gericht, want in naburig Leiden gebeurde het. Wel was mijn middelbare school katholiek. Die werd zelfs door nonnen gerund, dus de vorming kwam toch wel.

Die vorming zorgt ervoor dat ik katholieke symboliek direct herken. De rijke versieringen, de bijbehorende cultuur, een processie, een geur. Het geeft mij waar ook ter wereld onmiddellijk het gevoel dat ik er bij hoor. Zelfs wanneer ik geen woord versta, weet ik wat er tijdens een dienst van mij verwacht wordt. Alsof ik lid ben van de plaatselijke familie.

Tot op heden worden er in het dorp missieveilingen georganiseerd waarbij waanzinnige bedragen worden geboden. € 1.000 bijvoorbeeld, voor een ‘Boerenkaas en tosti apparaat’. Dat wil je natuurlijk dolgraag winnen.

Vandaag was ik voor het eerst in 35 jaar terug op het oude honk: de kerk waarin ik ben gedoopt en Eerste Communie heb gedaan. Hij zat stampensvol voor een herdenkingsdienst en daarna een begrafenis op het kerkhof achter het gebouw. Overal zaten familieleden, aangetrouwden en dorpsgenoten, maar ook mensen die mij volslagen onbekend waren. De begrafenisondernemer was wel mijn klasgenoot van de lagere school.

Als je daar de namen op de grafstenen leest, weet je: zelfs de onbekenden zijn allemaal verwant aan elkaar. Dus niet-katholiek worden is zoiets als breken met je familie. Dat is simpelweg onmogelijk, zelfs al zou je het willen.

Mijn moeder is helderziend

Op oudejaarsavond bel ik mijn moeder. We hebben elkaar onlangs nog op eerste kerstdag gezien. In de tussenliggende dagen hadden we geen contact. Na de begroeting neemt mijn moeder direct de regie over. ‘Ben je nog met E. gaan wandelen?’, vraagt ze. Ik had haar tijdens kerst verteld over mijn afspraak op 27 december met vriendin E. Mijn moeder en E. weten van elkaars bestaan, maar hebben elkaar nooit ontmoet. ‘Nee’, antwoord ik, ‘dat is niet doorgegaan.’ ‘Oh ja’, zegt mijn moeder, ‘ze was weer erg verkouden.’

‘Hè?!’, roep ik uit, ‘hoe kan jíj dit nu weten?’ ‘Nou’, zegt mijn moeder, ‘dat heb je mij toch zelf verteld.’ Nou echt niet! Dat weet ik zeker.

Terwijl ik koortsachtig nadenk over wie van de familie ik tussen 25 en 31 december nog meer heb gesproken (niemand), babbelt mijn moeder alweer verder over ditjes en datjes. Ik heb ook nergens in correspondentie over die geannuleerde afspraak gerept.

‘Ho, wacht even’ interrumpeer ik haar, ‘wat is dit nu raar. Jij kán helemaal niet weten dat E. verkouden was. ‘Jawel hoor, je hebt dat zelf gezegd.’, beweert zij nogmaals. Maar we hebben elkaar tussendoor helemaal niet gesproken.

Na ons gesprek haal ik de sms-berichtjes op mijn smartphone tevoorschijn. De datum van E’s bericht is toch echt 26 december. Werkelijk waar. Soms krijg ik toch zo de kriebels van mijn familie.

Puur natuur of een nepperd

De purist zal het een gruwel zijn. De pragmaticus zal er niet van wakker liggen. Zet je de natuur naar je hand als je mooie foto’s wil maken, of niet? Vandaag presenteer ik drie foto’s, genomen in mijn spreekwoordelijke achtertuin. Twee tafereeltjes zijn echt en één is in scène gezet. Vertel maar welke de nepperd is.

Oranje blad in het gras.

Stukje varenblad op bruine paddenstoel.

Eikels op een bedje van mos.

Resterende sporen van religie

Wanneer ik voor een wandeling op de afgesproken plaats kom, blijkt het om twee samengevoegde groepen te gaan. De gids vertelt enthousiast dat er liefst 38 deelnemers meelopen. Ik slik. Even overweeg ik om rechtsomkeer te maken. Nu het nog kan. Er zitten al mensen te wachten en veel daarvan hebben hetzelfde T-shirtje aan. Een man in zo’n shirt richt zijn telelens en begint driftig foto’s te maken. Van mij en van anderen die zich bij de gids melden. Ik was het even vergeten, maar deze wandeling gaat over Santiago de Compostella.

‘Nou ja, vooruit’, denk ik, ‘laten we toch maar blijven. Je weet tenslotte nooit wie je op zo’n dag ontmoet en het kan weer een stukje voor je blog opleveren.’ Veel mensen kennen elkaar. Als ik aan een tafeltje ga zitten, neemt er een vrouw naast mij plaats. Zij heeft het pelgrimspad gelopen en het gesprek gaat al gauw over bezinning. Feitelijk praat ze aan een stuk door. Het is een gevalletje eenrichtingsverkeer.

Ik vertel dat ik mijn leven zo heb ingericht dat bezinning daar al vanzelf een natuurlijk onderdeel van is. Mijn woorden dringen niet door. Terwijl je toch zou denken dat een echte pelgrimage voor een mentale verandering zorgt.
Even later zie ik een bekende die ik bij een andere wandeling heb ontmoet. En het is tijd om te gaan.

De gids loopt voorop met een opgeheven stok vol kleurrijke banieren. Daardoor roept onze optocht ineens diep weggezakte herinneringen bij me op. Van de avondvierdaagse, toen ik op de lagere school zat. Van de fanfare, die ik als kind volgde in ons dorp. En van een zomerkamp op een boerderij in Brabant, waar we ’s avonds liedjes zongen rond het vuur.
Wanneer we na het bos en de hei een drukke weg kruisen, niet ver bij mijn woonplaats vandaan, vraag ik mij af wat de buren zouden denken als ze me hier zouden zien lopen, zo in deze groep achter de stok aan.

Sommige deelnemers dragen een echte Jacobsschelp aan hun tas. Anderen hebben er emblemen of oorhangers van. Het zijn trouwens best rustige een vriendelijke mensen. Er hangt ook een aangename sfeer van saamhorigheid in deze groep.

Na een kronkelroute door Heelsum en Renkum houden we halt bij een kerk en het parochiehuis van Don Bosco. We worden er verwelkomt met cake en koffie. Daarna kunnen we een kijkje nemen in de kerk, waar een heel bijzonder Mariabeeld wordt bewonderd. Mensen komen er van heinde en verre naartoe, bij wijze van pelgrimage.

Het is stom. Maar pas als ik de kerk in loop, waar die o zo vertrouwde geur rondwaart van achtergebleven wierrook, een geur uit mijn lang vervlogen kindertijd, dringt het eindelijk vol tot mij door. Sint Jacob, dat is het katholieke geloof ten top. Nu komen er helemaal veel caleidoscopische herinneringen los.

Wat later lopen we door de tuin achter de kerk, waar iemand vertelt over religieuze kunstwerken. Voor mij is het verhaal welbekend. Maar de vrouw die ik bij een andere wandeling heb ontmoet, is niet kerkelijk opgevoed. Ze vertelt dat ze ook weleens een pelgrimspad helemaal zou willen volgen. Gewoon voor de wandelervaring. Wat haar weerhoudt, is de lengte van die paden. ‘Nou’, zeg ik, ‘je zou kunnen beginnen met een tocht naar Kevelaer. Dat ligt tenslotte dichtbij, net over de grens in Duitsland.’

Vlakbij staat de fotograaf. Hij heeft ons gesprek gehoord. Meteen richt hij weer zijn telelens op mij. Ik hoor het apparaat continu klikken. ‘Rustig blijven’, denk ik, ‘ga nou niet meteen over die privacywet beginnen.’ Toch ben ik benieuwd waar hij die foto’s straks plaatst, en met welk bijschrift. Want ik heb net een perfecte wervende tekst hardop gezegd.

En dan nu God zelf

Het is dat Raam Open ergens in de diepste krochten van internet zit weggestopt. En het is dat hier nauwelijks publiek komt. Anders zou ik mijn vingers er niet aan branden. Het onderwerp ‘God’ is nu eenmaal hypergevoelig. Ik vraag me zelfs af of ik God wel ‘onderwerp’ mag noemen. Misschien is dat al ketterse taal. Aanstonds word ik nog gelyncht. Kortom, dit wordt dus de dood of de gladiolen. We gaan ervoor.

Ik heb een complexe relatie met God. Als Hij/Zij/Het bestaat, tenminste. (Vanaf hier: Hij. En nee, ik wil nu geen opmerkingen van feministen.) Je gelooft namelijk in God of je gelooft niet in Hem. Volgens anderen dan. Kijk maar naar wat er gebeurt wanneer Bertie onder De hand van God schrijft: ‘Inderdaad: als er een god ìs.’ Waterix reageert zonder enige twijfel of terughoudendheid: ‘Dat moet wel, het kán niet anders.’ 

‘Tjonge,’ denk ik, ‘we hebben een enthousiasteling onder ons.’ Althans, dat hoop ik maar. Want ik heb helaas ook ervaring met mensen die Absoluut Zeker Weten Dat God Bestaat! Ik zat er eens de hele vliegtijd van Nairobi naar Schiphol naast. Een reborn Amerikaanse. Halleluja! Praise the Lord! (minimaal vijftig keer) en ga zo maar door. Ze hield niet op. De ellende met die KLM-vluchten vanuit Afrika is dat ze altijd bomvol zitten. Van stoel wisselen kon ik dus wel vergeten.

Ikzelf ben niet altijd zo zeker van mijn zaak. Nou ja, ik heb ook meningen en overtuigingen. Een klein aantal hiervan is echt rotsvast. Iemand tegen zijn zin doden, bijvoorbeeld, is onaardig. Ik heb genoeg geleerd om te beseffen hoe zelden we iets volledig doorzien. Het is maar net vanuit welk perspectief je kijkt, of vanuit welke periode. En hoe vaak is onze informatie compleet? Geef mij dan liever exacte vakken en gefundeerde wetenschap. Daarbij is minder ruimte voor discussie.

Door mensen vormgegeven religie heeft vrijwel niets met God te maken. In mijn ogen is God een ongrijpbare, fluïde entiteit. ‘Zie je nu wel,’ zullen de religieuzen onder ons nu tevreden vaststellen, ‘ze benoemt Hem zelf.’ Maar ik weet niet eens of ik dat doe, omdat Zijn bestaan mij ooit als kind is aangeleerd. Of omdat ik werkelijk in God geloof. Ik kan slechts interpreteren wat ik waarneem met de woordenschat en het begrippenkader dat ik heb.

Wanneer het om God gaat, zijn gelovige mensen soms toch zo hoogmoedig. Alsof zij zelf de Alwetende zijn.

Dus Denk Nu Zeer Goed Na Voordat Je Een Reactie Schrijft! (Ik zou me er niet aan wagen.)