Afrekening in de horeca

Je hoort mensen wel klagen over de hoge prijzen in de horeca. Vergeleken met Duitsland betaal je hier inderdaad flink voor een cappuccino. Al sinds mijn eerste baan bij een accountantskantoor weet ik dat cafés een zeer royale winstmarge hanteren op koffie en thee. Tenminste, als je puur naar de ingrediënten kijkt en een paar centen rekent voor energie. Waar je de klagers echter nooit over hoort, zijn de wanbetalers. Degenen die per ongeluk de rekening vergeten en weglopen omdat ze de bus moeten halen. Of zo.

Ik maak het regelmatig mee tijdens wandelingen in groepsverband. Zo’n groep is een allegaartje dat op een georganiseerde tocht intekent. Vaak verzamelen we bij een café of restaurant. Onderweg en na afloop volgt er doorgaans nog meer horeca. Jarenlang was het gangbaar om de bon te vragen en het geld op tafel bijeen te leggen. Soms ontbrak er dan een bedrag. Wat sowieso raar was, want diverse mensen hadden er ook al fooi bij gedaan. Maar dan legden we allemaal, of een persoon afzonderlijk, geld bij en dan was dat ook weer klaar.

Trouwens, ooit zal ik hier misschien nog in alle geuren en kleuren een tafereel beschrijven van een drie kwartier durende uiterst gênante heisa over welgeteld ƒ 0,25 in een restaurant op Malta in september 1993, in Valletta om precies te zijn, met bij hoge uitzondering de persoonsnaam er bij van die ene troela uit Utrecht, die ons zelfs de volgende ochtend in de hotellobby met haar berekeningen opwachtte, waar ze kennelijk de hele nacht mee bezig was geweest, en er toen alwéér over begon, maar nu even niet.

Oké, waar waren we gebleven?

De laatste jaren is het gangbaar geworden om allemaal apart af te rekenen. Zelfs als we met zijn vijftienen zijn. Nu hebben wij Nederlanders (vooral de Hollanders onder ons) een vrij slechte reputatie als je kijkt naar uitdrukkingen in de Engelse taal met ‘Dutch’ erin. Dat komt natuurlijk omdat wij eeuwenlang de grootste rivalen waren van de Britten op het koloniale wereldtoneel. Maar toch, dat apart afrekenen in restaurants is echt wel een dingetje. Ik ben er geen fan van.

Als je maar vaak genoeg meemaakt dat er een tekort is, of dat de serveerster naar de tafel komt om te zeggen dat er nog een cappuccino en appeltaart met slagroom ‘open staan’, dan leer je vanzelf om wie het gaat. In Zundert gebeurde het, en in Hoevelaken. En daar op die kersenboerderij aan het water bij Utrecht. En later opnieuw, in een bezoekerscentrum bij Veenendaal. Dat is H. dus, uit Amsterdam. Ja jongen, we weten het wel. Maar ik doe net alsof ik niets in de gaten heb en roep in de groep, terwijl hij zijn jas al aantrekt, ‘Hebben we allemaal afgerekend?’ ‘O ja,’ zegt hij dan, ‘bijna vergeten.’, en dan gaat hij toch maar betalen.

Brokstukken van een burn-out (3)

Oké, blijkbaar heb je dus een burn-out gehad en ben je weg bij de organisatie waar je vastgelopen bent. En dan zit je zonder werk thuis. En dan? Wat zijn de gevolgen? Hoe ga je verder? Pak je na verloop van tijd je oude beroep weer op of moet je carrière op de schop? Kan en ga je door alsof er niets is gebeurd?

Sinds mijn vertrek in 2009 heb ik tientallen mensen ontmoet die in vergelijkbare situaties zaten. Voor ieder van hen was ontslag en/of een burn-out een serieuze wake-up call. Zeker als ze ergens lang hadden gewerkt. De meesten doorlopen daarna een heel rouwproces vol confrontaties voordat ze zichzelf weer hervinden. Wie ben ik? Wat kan ik? Wat wil ik? Sommigen hebben echt geen idee meer. Na coaching en een persoonlijke zoektocht slaat bijna iedereen een nieuwe richting in. De een gaat dit beter af dan de ander.

Voor mij had en heeft die burn-out zowel positieve als negatieve gevolgen. Hoe het in sommige van onderstaande opzichten afloopt, is nog onbekend. Beschouw het als een avontuur, een zoektocht naar een ‘eigenlijke bestemming’. Wederom een zoektocht, want hetzelfde heb ik al eerder gedaan tijdens een reisperiode.

Loopbaan
Qua werk is mijn vooruitzicht nog uiterst onzeker. Leeftijd (55 jaar), automatisering, outsourcing, verouderende diploma’s en werkervaring hinderen het vinden van een baan. Toen ik weer tijdelijke functies kreeg, liep ik in stresssituaties tegen mijn nieuwe grenzen aan. Of het nu de leeftijd is of het gevolg van een burn-out, er is een stukje elasticiteit verdwenen. (Zie het voorgaande logje Brokstukken van een burn-out (2) voor mentale gevolgen.) Daarom wil ik definitief breken met mijn vorige beroepen en broed ik nu op een alternatief.

Hulp vragen
Had ik mij tien jaar geleden toch ziek moeten melden? Was ik dan beter af geweest? Misschien zag ik onterecht te veel beren op de weg van een begeleid hersteltraject. En in retroperspectief is het bizar dat ik nooit bij een arts ben geweest. Wellicht had het weinig uitgemaakt, maar de les is helder. Ik had hulp moeten vragen. Nu signaleer ik zoiets veel sneller. Hulp vragen gaat mij inmiddels beter af. Zelfs als het om geld gaat.

Financieel
Want ja, financieel gezien zijn de gevolgen echt zeer groot. Mijn inkomsten schommelden flink de afgelopen tien jaar. Door een samenloop van omstandigheden en als voormalige zzp’er heb ik nu geen recht op een uitkering. Vandaar dat mijn inkomen tot het absolute nulpunt is gedaald. Hier moet ik nog iets mee.

Relaties
De gevolgen op het gebied van relaties zijn zowel positief als negatief. Ik mis collega’s met wie ik bij de koffieautomaat kan praten. Wel ontmoet ik via workshops en bijeenkomsten voor werkzoekenden veel aardige mensen, zoals hartelijke lotgenoten die welgemeende steun en inzichten bieden. Bovendien is de afgelopen jaren duidelijk geworden wie mijn echte vriendinnen zijn. 2019 ga ik gebruiken voor ontmoetingen met mensen buiten mijn vertrouwde kring.

Persoonlijke en professionele ontwikkeling
Grote voordelen zie ik op het vlak van persoonlijke en professionele ontwikkeling. Allereerst heb ik nu genoeg tijd voor verdieping. Ik stort me met liefde op uiteenlopende onderwerpen en verwerk mijn analyses onder andere in logjes. Zo hou ik de geest scherp en mijn schrijfvaardigheid op peil.
In verband met de rioolperikelen heb ik me vastgebeten in alles wat daar bouwtechnisch en juridisch mee te maken heeft. Desnoods pleit ik zelf voor onze zaak ten overstaan van een rechter.
Bovendien weet ik nu goed wie ik ben en wat ik kan, mede dankzij workshops en een persoonlijk balanstraject. Dit geeft rust en duidelijkheid. En ik weet op welke vlakken ik mij nog verder kan ontwikkelen. Daar is voldoende tijd voor.

Vrije tijd. Yes!
De tijd hebben is een mega gezonde en ontspannende factor! Ik leef low-budget. Met openbaar vervoer ben je langer onderweg dan met een auto, maar dat maakt voor mij weinig uit. Zelf een knoop aan een jas zetten, doe ik gelijk. Zo’n klusje zou voorheen blijven liggen tot het weekend. De kast staat altijd vol eten, want ik wandel elke dag op mijn gemak naar de supermarkt. Spontaan bij iemand langsgaan of bezoek ontvangen kan gewoon. Verder kan ik uitslapen en bij rotweer de hele dag op de bank hangen. Oh, en dan de wandelingen die ik maak … Voor werkende buren neem ik trouwens pakketjes aan. Zij zijn ook blij met mijn vrije tijd.

Conclusie en toekomst
Ondanks het gebrek aan inkomen voel ik mij vaak een spekkoper. Ik ben verhuisd naar een mooi dorp met lommerrijke omgeving waar ik volledig tot rust kan komen. Deze stap dank ik aan de nasleep van die burn-out. Het is zonder meer een van mijn betere keuzes geweest.

Na de burn-out heb ik geprobeerd mezelf weer in het harnas van de arbeidsmarkt te proppen. Maar in sommige functies lukt dat gewoon niet meer. Word ik in een toch al hectische situatie onverwachts voor het blok gezet, dan bestaat de kans dat ik heftig negatief zal reageren. Ik had juist geleerd hier mentaal en verbaal soepel mee te dealen. Assertiviteit, het op een goede manier naar anderen toe voor jezelf opkomen, is een levenslang traject. Dat blijkt weer. Een burn-out overkomt je namelijk met reden.

Dit erkennen en hiernaar handelen ervaar ik als een soort coming-out. Want wil je aan alle absurde verwachtingen van ons economische systeem voldoen, dan moet je soms wel de schijn ophouden.

Mijn grote-reizenfase (1986 – 2001) was een onconventionele vorm van assertiviteit. In die periode maakte ik al keuzes die van de stroom afweken. En dat zijn de beste keuzes in mijn leven geweest. Ook qua werk voel ik dat de oplossing in het onconventionele zit. In het alternatieve alternatief. In die stacaravan waar ik van droom. Spreekwoordelijk dan. Daarom eindigt dit verhaal met een fragment uit een gedicht dat ik koester sinds 1995 (het jaar van de Stille-Zuidzee-reis):

Two roads diversed in a wood, …

Je eigen vrijheid eindigt waar …

‘Waar bemoei jij je mee, iedereen mag met z’n huis doen wat ie wil. Zelfs verwaarlozen. Je hebt gewoon domme pech dat je naast hem woont.’ Deze reactie komt binnen op mijn log over geldzorgen bij oudere huiseigenaren. Voor alle duidelijkheid: dat log betreft de buurman die medewerking weigert aan de vervanging van ons kapotte riool. Dit onder meer vanwege geld. Ik wil de schrijfster van genoemde reactie hartelijk danken. Volgens de film Life Of Pi doe je er namelijk goed aan om ogenschijnlijke tegenstanders te omarmen.

‘Je eigen vrijheid eindigt waar die van een ander begint.’ Ik weet niet van wie deze uitspraak komt, maar dit is zo ongeveer mijn levensmotto. Dus is het bij bovengenoemde reactie makkelijk terugkaatsen. Zo van: ‘En waar denk jíj je dan wel mee te bemoeien?’ Maar laten we liever eerst even kijken naar waar het hier om gaat.

Mevrouw meent dat iedereen met zijn huis mag doen wat hij wil. Zelfs verwaarlozen. Daar ben ik het vrijwel volledig mee eens. Zolang het een vrijstaande woning betreft, tenminste. Als de zijmuur dan instort, heeft de buurvrouw er toch geen last van. Hoewel? Hopelijk vallen de bakstenen de goede kant op en komt het dak niet in haar tuin terecht. Anders moet zij de rommel weer opruimen. De buurman doet dat namelijk niet zelf.

In ons dorp staan een paar verwaarloosde vrijstaande huizen. De tuin eromheen is een wildernis. Bij één van die panden moet je van de stoep af, omdat de boomtakken ver naar voren uitsteken. Dat is wel een beetje hinderlijk, vind ik. Hoogbejaarde mensen, zoals mijn buurman bijvoorbeeld, kunnen er onmogelijk langs met hun rollator. En jonge ouders met een kinderwagen evenmin. Een ander verkrottend pand staat al ruim een jaar leeg. Iemand vertelde dat er in dergelijke gevallen vrijwel altijd ruzie is tussen de kinderen, over de verdeling of de waardebepaling van de erfenis. Gezellig.

In feite hou ik juist erg van dit soort verwaarloosde huizen en tuinen. Hoe kan het ook anders? Als kind genoot ik al met volle teugen van de avonturen van Pippi Langkous. En bij haar thuis was het ook een bende van jewelste. Gaaf! Lekker keten!! Alhoewel. De buren vonden het wat minder, geloof ik nu, bij nader inzien.

Eigenlijk zou ik die serie eens terug moeten kijken, maar vermoedelijk waren die buren gewoon brave lieden. Doorsnee burgers, die hard voor hun huis hadden gewerkt en de boel netjes wilden houden. Zodat het er voor iedereen aangenaam toeven bleef en hun onroerend goed zijn waarde zou behouden. Dat vond de anarchistische Pipi natuurlijk verrekte saai. Maar die wens was toch ook logisch, vanuit de buren bezien?

Pipi was de uitzondering. Persoonlijk vind ik dat je uitzonderingen moet koesteren. Uitzonderingen bevestigen de regel. Uitzonderingen kunnen de boel echter ook loswrikken, mocht dat nodig zijn. Nu wordt de vraag of dat nodig wàs, in dat buurtje van Pipi Langkous. Misschien was zij wel de enige die overal problemen mee had, verscholen onder al dat gelach.

Je hebt gewoon domme pech dat je naast hem woont.’, schrijft de reageerster. Is dat zo? Of heeft de buurman gewoon domme pech dat ik naast hem ben komen wonen? Misschien is de buurman wel zo iemand die nooit in een rijtjeshuis had moeten gaan wonen. Misschien heeft hij daarom al ruim dertig jaar bonje met al zijn buren. Misschien zou de buurman van begin af aan veel gelukkiger zijn geweest in een afgelegen staande woning. Zonder al te veel mensen om hem heen.

Als dat het geval is, kan ik hem begrijpen. Ik zou dat namelijk ook wel willen. Het lijkt mij heerlijk: dat stacaravannetje bovenaan de helling, met dat uitzicht over de weides en het bos in de rug. Op mijn eigen riante lap grond. Dat zou het summum zijn. Maar bouwgrond is onbetaalbaar in dit land vol mensen en regels. Net zoals de buurman heb ik daar het geld niet voor en dus moeten we het met elkaar rooien. Of hij nu wil of niet.

Het enige wat ik voor hem kan doen, is nadenken over zaken waar hij kennelijk geen raad mee weet. Ter voorbereiding. Puur en alleen voor het geval dat hij daarvoor open mocht blijken te staan. En anders niet. Ik wil hem geen enkele financiële regeling door de strot duwen, zoals de reageerster lijkt te denken. Ik wil hem enkel bij een vrij uitzichtloze situatie helpen.

Maar goed, ik ben gewend aan de kortzichtigheid van sommige mensen. Dit kan er ook nog wel bij. En Life Of Pi indachtig, helpt de schrijfster van bovengenoemde reactie mij. Want een vergelijkbare reactie kan ik gegarandeerd van de buurman verwachten. Dus ben ik nu voorbereid.

Geldzorgen bij oudere huiseigenaren

Naast mij woont een hoogbejaarde man in een langzaam verkrottend pand. Begin vorig jaar overleed zijn zieke vrouw en nu is buurman alleen. Tweemaal per week komt de hulp van de thuiszorg; hijzelf is slecht ter been. Zonder aanvullend pensioen hij heeft weinig geld. Daarom ziet hij op tegen het noodzakelijke woningonderhoud. De boeidelen van de uitbouw zijn verrot en zijn overkapping is ingezakt. Het riool lekt en de verf op zijn kozijnen hangt er in vellen bij. Maar hij is wel verantwoordelijk als huiseigenaar en zijn pand grenst aan dat van mij.

Mijn buurman is er één van velen. Het wordt onderhand een landelijk probleem. De huidige tachtigers wonen vaak al decennia in het huis waarin ze hun kinderen zagen opgroeien. Het is er vertrouwd en het zit vol herinneringen. Kort na pensionering knapten ze de boel voor het laatst goed op. Dan konden ze nog lang blijven en oud worden in dat huis.

Maar twintig jaar later zijn ze ver in de tachtig en mankeren ze van alles. Daarom kunnen ze weinig meer zelf aan onderhoud doen. Ouderen zonder pensioen missen financiële reserves voor het inhuren van vaklieden. Dus betalen ze ook nog een torenhoge energierekening. Want ze hebben geen dubbelglas en hun pand is slecht geïsoleerd.

Voor gemeenten én voor hun naaste buren in rijtjeshuizen is het een groeiend probleem. Want met de kwaliteit daalt ook de waarde van het onroerend goed en het aanzien van de buurt. Mijn buurman beseft dat vast. Alleen sluit hij er zijn ogen voor. Het zal zijn tijd wel duren en zijn kinderen moeten het maar oplossen. Althans, dat denkt hij misschien.

Persoonlijk zou ik het nooit zover willen laten komen. Er bestaan tenslotte alternatieven. Hij en zijn vrouw konden tien jaar geleden al naar een appartement of seniorenbungalow verhuizen. Die kosten aanzienlijk minder dan onze woningen. Van de overwaarde hadden ze dan een buffer kunnen aanleggen voor toekomstig onderhoud. Plus een buitenlands reisje tussendoor. Dat is precies wat mijn andere buren na hun pensionering hebben gedaan. Daarnaast is de overstap naar huren een optie.

Nu verkeert de buurman in een intrieste situatie, omdat het zo niet langer kan. Twee buren worden direct benadeeld door het achterstallige onderhoud aan en onder zijn pand. Want daar ligt ons kapotte en verzakte riool. De eenvoudigste oplossing gaat hem al minimaal € 4.000 kosten. Terwijl hij onlangs nog beweerde dat hij geen geld had voor een insecten verdelgend middel ad € 40.

Welke opties heb je, wanneer je als hoogbejaarde toch in je vertrouwde huis wil blijven? Geld lenen van de kinderen, als zij dat hebben en kunnen missen. Je laatste spaargeld opmaken en een nieuwe tv vergeten. Je auto verpatsen en in een rolstoel verder rijden. Spullen verkopen, zoals duur gereedschap dat niet meer wordt gebruikt. Een kamer verhuren, deels te betalen met gezelligheid. (Lijkt mij in zijn geval heel handig tegen de eenzaamheid. Er zijn al bejaardenhuizen waarin ouderen met studenten een galerij delen.) Of je huis opeten met een opeethypotheek.

Zijn er alternatieven? Ik lees het graag. Want ondanks al zijn nukken en streken wil ik de buurman nog niet kwijt.

Succes verplicht

Werkzoekenden en zzp’ers moeten zichzelf succesvol in de markt zetten. Maar zaken doen gaat niet iedereen goed af. Bovendien ben je met een eenmanszaak privé aansprakelijk. In Nederland kampen 130.000 zelfstandigen met zeer grote schulden. Daarnaast hebben veel zzp’ers te weinig opdrachten. Wat doe je dan: opgeven, strategie aanpassen, of doorgaan?

In 2Doc: Schone schijn was gisteren zo’n ondernemer te zien. Als een echte zakenman rijdt hij goed gekapt en strak in het pak in een zwarte BMW. Alleen zitten er gaten in zijn sokken en die wagen is van een vriend. Zijn vrouw doet de was met de hand; de machine is kapot. En er liggen stapels brieven van schuldeisers. Noodgedwongen haalt hij € 15 uit de spaarpot van zijn dochtertje voor zakelijke onkosten. Hoe diep moet je zinken?

Toch is deze man een ondernemer in hart en nieren. Tijdens de crisis raakte is hij in moeilijkheden, maar hij is gewend om grof geld te verdienen. Met twee startups tegelijk probeert hij weer omhoog te klimmen. Zakelijke netwerkborrel hier, gelikte presentatie daar. Afspraken met potentiële investeerders uit Nederland en Canada. Mannen van de wereld zijn het, met dure horloges en maatpakken. Het mag niet baten. Maar wanneer geef je op?

De afgelopen jaren heb ik heel wat mensen in vergelijkbare situaties ontmoet. Zoals de man in de documentaire houden ze de schone schijn op. Ze moeten wel, willen ze kans maken op een opdracht. Want wie doet er zaken met een ondernemer waarvan de zaken niet goed gaan? Uitstraling is alles. Een tegenslag kan iedereen overkomen. Maar wat als het aanhoudt en jaren gaat duren? Dan beland je in een neerwaartse spiraal.

Sinds ik zelf een tijdlang zelfstandig ondernemer ben geweest, heb ik extra respect voor mensen die zakelijk risico’s durven nemen. Want er komt veel kijken bij ondernemen. Ik heb ook de types ontmoet die er niet voor in de wieg zijn gelegd. Ze hebben wel een goed product, maar kunnen het niet aan de man brengen. Of ze hebben wel een goed verhaal, maar een product waar niemand voor wil betalen. Dat moet je zien.

Acceptatie van falen is een groot probleem. Als ondernemer ben je iemand. Je telt mee en hoort erbij. Als het lekker loopt, kan je je wentelen in luxe en voor deals de hele wereld over vliegen. Mooi hoor. Maar je moet het wel waarmaken.

Helaas geeft lang niet iedereen goede raad als het even minder gaat. Sowieso is het gênant om erover te praten. Je kan ook een innerlijke drijfveer hebben. Never give up! is er zo één. ‘Als je er echt in gelooft, dan lukt het wel’, is er nog één. Daarmee kan je jezelf jarenlang voor de gek houden.

Bovendien lopen mannen meer risico om diep in de schulden te raken dan vrouwen. Gewoon, omdat ze meer lef hebben en het sneller groot aanpakken. Terwijl vrouwen voorzichtiger handelen en iets minder statusgevoelig zijn. Wellicht hebben vrouwen ook meer zelfkennis. Het kan enorm veel geld en ellende schelen wanneer je tijdig onder ogen komt dat je beter kan stoppen.

Persoonlijk vind ik mannen die door schade en schande zelfkennis hebben verkregen vaak een stuk interessanter dan succesvolle zakenmannen. Maar dit terzijde.

(Photo by rawpixel on Unsplash.)

Een rijk gevoel

Het energiebedrijf stuurt een e-mailtje: de jaarrekening staat klaar. Ik open het bericht en zie het bedrag staan. Ruim twee keer zo veel als normaal. Wááát?! Oh, en het geld wordt binnen twee weken automatisch van mijn bankrekening gehaald. Wel ja. Van het verschil zou ik rustig een week op vakantie kunnen gaan. ‘Zie deze link voor details.’ Achterdochtig kijk ik of dit soms een fishing mail is. Maar mijn klantnummer staat er echt.

Er is het afgelopen jaar van alles gebeurd. Aardbevingen in Groningen. Rekent het energiebedrijf de extra kosten van Wiebes’ wilde plannen nu al door? Ik heb een slimme gasmeter gekregen. Je hoort verhalen dat na vervanging de verbruikskosten soms enorm stijgen. Bovendien werkte die meter slecht. Kan hij op hol zijn geslagen? En daarna is er weer een nieuwe meter geïnstalleerd. Is de tussenmeterstand wellicht verkeerd genoteerd?

Een vergelijking met de factuur van het voorgaande jaar biedt duidelijkheid. Door de koude winter is het gasverbruik toegenomen. Ook steeg het tarief in de tussentijd. Maar wat vooral opvalt: de vermindering energiebelasting ad € 310 is ineens verdwenen.

De volgende ochtend bel ik naar het energiebedrijf. Het duurt even, maar dan krijg ik een mevrouw aan de lijn die e.e.a. natrekt. Wat er fout is gegaan, vertelt ze niet, maar de rekening wordt aangepast. Het scheelt honderden euro’s. En dat na een telefoontje van slechts 14 minuten. Verdiende ik altijd maar zo snel geld.

Ineens voel ik me rijk. Alsof er wat te vieren valt. Ik wil al gebak gaan halen. Dat doe ik namelijk meestal in zo’n situatie. Vreemd eigenlijk, want ik moet nog steeds een bedrag bijbetalen.

Wie het zieligst is

Hoor je 80-plussers met elkaar praten, dan komen geheid alle denkbare ziektes en kwalen voorbij. Hoe erger hoe beter. Daar maak je in hun kringen indruk mee. Zo werkt het ook met voorzieningen voor ouderen. Hoe meer voorzieningen je nodig hebt en krijgt, hoe beter. Helaas gelden er wel drempels.

Onlangs hoorde ik een 85-plusser verzuchten dat ze geen huursubsidie krijgt. Ze leeft ‘alleen van haar AOW’, terwijl ze in een sociale huurwoning verblijft. Ze heeft geen recht op subsidie, omdat ze te veel spaargeld heeft. De grens ligt bij € 30.000. Ze is te rijk en dat is erg, vindt zij. Regeltjes kunnen wrang uitpakken, daar weet ik alles van. Ik neem elke maand meer spaargeld op dan zij en kan voorlopig slechts dromen van de AOW.

Maar toch. In dit land ben je zelfs als hoogbejaarde miljonair zonder ziekte of subsidie nog meelijwekkend.