Persoonsverwisseling kan niet meer

Deze week heb ik mijn portretfoto van internet gehaald. Maar het is al te laat. Snode lieden trekken overal websites leeg en vullen enorme databases met onze gegevens. Ze verzamelen alles: foto’s, adressen, namen, contacten, locaties, en meer. Met software voor gezichtsherkenning hebben ons zo gevonden. Nou, lekker dan. Daar gaat mijn dekmantel.

Lange tijd maakte ik mezelf wijs dat ik in de massa op kon gaan. En dat persoonsverwisseling heel eenvoudig zou zijn. Er lopen namelijk meer leeftijdgenoten rond met dezelfde combinatie van voor- en achternaam.

Rond mijn geboortejaar was Karin een populaire meisjesnaam. Op de middelbare school zaten we met drie Karins in de klas. En toen mijn ouders bij een buurtcentrum mijn naam eens lieten omroepen, verscheen er een andere Karin met dezelfde achternaam. Jaren later dook zij weer op bij een feest, dus hebben we elkaar zelfs ontmoet.

Stel nu dat ik zou kunnen ruilen. Welke Karin zou dan het aantrekkelijkste leven leiden? Eens kijken. Ik zou een organisatieadviseur kunnen zijn, een secretaresse, juwelier, masseuse, zorgverlener, brouwer, schooljuf, gastvrouw, parkbeheerder of boerin. Daar zit best wat tussen. En hoe is het met de liefde gesteld? Even zien wie hun partners zijn. Hm. Hm. Hm. Wie zijn hun vrienden? Trouwens, waar wonen ze eigenlijk? Ik wil wel in een landelijke omgeving blijven.

Uiteraard is dit onzin. Maar de huidige digitale ontwikkeling geeft serieus te denken.

Een grote zwarte posterlijst van IKEA

Het is bepaald geen kleintje, mijn Once were warriors filmposter. Hij meet 70 x 100 centimeter en er moet een lijst omheen. Zwart en qua uitvoering eenvoudig zal het zijn. Verder heb ik geen wensen. Om mezelf moeizaam gesleep met een onhandelbaar gevaarte te besparen, zoek ik op internet naar een passende lijst. En jawel, IKEA heeft er een naar mijn smaak.

Misschien weet jij beter, maar ik vergeet altijd dat IKEA van de pruts-het-zelf-in-elkaar-pakketten is. Dat komt omdat ik daar slechts eens in de zoveel jaar wat koop. Voor mijn geheugen is de interval dan te groot.

Afijn, zaterdag verheugde ik mij op de komst van een enorm pakket. Daarom keek ik toch wel wat beteuterd toen de bezorgster mij een smal en langwerpig ding bracht. Was dat alles?

En was dit wel voor mij bestemd? Stond mijn naam wel op het etiket? Eer ik op de gedachte kwam om dat te checken, reed mevrouw al weg. Maar ja: dit was mijn pakket. Meteen schoot mij te binnen dat de website nogal nadrukkelijk had verwezen naar een bijpassend product. Een fotodoek van canvas. Ik dacht nog tijdens het bestelproces: ‘Het is niet en en. Je kan ze dus los van elkaar kopen.’ 

Ik had vast een frame gekocht met verder niets erbij. Zo zijn ze bij IKEA.  Super zuinig en super uitgekiend. Je moet daar zelf aan alles denken. ‘Of zou de achterwand er heel strak omheen gevouwen zitten?’, dacht ik nog hoopvol. Want waar moest ik de poster aan vastmaken, als er geen hardboard achterwand bij zat? Helaas, dat zwarte frame was alles.

Nou ja, plus de zestien schroefjes zonder kop, de vier hoekjes waar de zestien schroefjes in moeten, twee ringetjes, twee hangertjes, zestien stripjes waarmee je het canvas vastklemt, een winkelhaakvormig gereedschap, én een plastic dingetje. De schroeven voor in de muur zaten er niet bij. Dit staat expliciet vermeld in het boekje.

Afgelopen weekend heb ik mijn hersens gepijnigd over een oplossing. Ik kan er een eigen doek in doen, maar welk? Zwart past het best en ik heb een mooie fluwelen lap. Die is echter te dik. Verder heb ik nog een zwarte doek met een klein printje erop. Past niet bij de poster en is te slap. Mijn crèmekleurige marktkleed dan? Of zal ik een stuk afknippen van een overcompleet beige gordijn?

Het alternatief is in de stad een grote hardboard achterwand kopen (dat wordt dan alsnog een gezeul); die exact op maat zagen en vervolgens de plaat in een heel smal geultje van het frame proppen. Zucht, ik zie het al voor me.

Naschrift 24 oktober 2019: de lijst is prima voor een stevige doek waarop je een poster kan spelden.

Over beïnvloeding en zwavelkoppen

Soms denk je dat je origineel bent en iets zelf bedenkt. Om vervolgens te ontdekken dat je daarmee niet de enige bent. Zo’n ervaring had ik na het logje De man van de rioolservice. Dit gaat onder meer over communicatie met een familiebedrijf. Aan de telefoon komt de zus, moeder, tante, echtgenote of vriendin van de rioolmeneer. Als uitsmijter herhaal ik dit riedeltje in de slotzin nog een keer. Prompt lees ik kort daarna een column van Eva Hoeke waarin zij exact datzelfde trucje uithaalt. Hoe kan dit?

We zijn vast beïnvloed door auteurs die iets vergelijkbaars hebben gedaan. Zo kunnen we ons ongemerkt ideeën van anderen toe-eigenen. Onlangs kwam een vriendin met een slim idee. Ik vond dit wel grappig, want zij laat zich zelden beïnvloeden. Terwijl ik ‘haar’ idee al twee weken geleden in een e-mail had voorgesteld. Aan haar.

Als vaste volger denk je hierboven wellicht iets nieuws te zien. Dit zijn volgroeide zwavelkoppen op een beukenstronk. Toch zijn precies deze paddenstoelen al eerder voorbij gekomen, in een andere vorm. Kijk maar eens naar de tweede foto in het Plog – Over zwammen gesproken.

Lezen is goed voor je hersenen

Leer je evenveel van reizen als je zelf het avontuur beleeft of als je over de reiservaringen van anderen leest? Reizen heb ik altijd beschouwd als persoonlijke ontwikkeling in sneltreinvaart. Vooral als je alleen reist, alles zelf regelt en continu van plaats naar plaats trekt. Je komt om de haverklap in een nieuwe omgeving aan. Je ontmoet voortdurend vreemden. Je moet met onverwachte situaties omgaan en je aan lokale omstandigheden aanpassen. Daarom komen nogal wat mensen zichzelf tegen op reis.

Niettemin kan een couch potato ver komen door goede reisverhalen te lezen. Want, stelt neuropsycholoog Jelle Jolles van de Vrije Universiteit in het artikel ‘Hongerige hersenen’ (Sir Edmund, 7 juli 2018): ‘Door kennis van vroeger te gebruiken voor situaties van nu kan een persoon zich aanpassen aan nieuwe situaties, en in dat proces is lezen van groot belang. Omdat het een effectieve methode is om ervaringen en kennis van anderen te kunnen gebruiken; van vroeger maar ook uit andere werelden, of van mensen met andere normen en waarden. Door lezen leer je denken.’

In dat artikel legt hij ook uit hoe hersenstructuren door een soort snelwegen, landweggetjes en paden met elkaar in verbinding staan. Dankzij die netwerken wordt informatie uitgewisseld. ‘Bij iemand die veel leest, zijn de netwerken verder ontwikkeld. Daardoor worden er gemakkelijker associaties gevormd en verbanden gelegd tussen zaken die niet per se bij elkaar horen.’ Je ziet de ragfijne draadjes groeien en hun uitlopers elkaar aanraken. Volgens mij gebeurt precies dat wanneer je op reis van alles meemaakt en ervaart.

Het stemt mij gelukkig. Want stel je voor dat je de boel niet onderhoudt. Dan kunnen de uiteinden verdorren, zich terugtrekken en afsterven. Zoals bij planten tijdens deze droogte ook gebeurt. Althans, dat vermoed ik. Nu ik weinig reis, heb ik weer behoefte aan reisverhalen. Verhalen die wezenlijk ergens over gaan. Zoals Zuiderkruis van Pauline Slot, dat zich afspeelt in landen waar ik ben geweest. Landen als decor. Landen in de hoofdrol. Een half woord is genoeg om herinneringen terug te halen.

Momenteel is er op Raam Open iets heel bijzonders gaande. Een onbekende leest sinds donderdag bijna alles. Het gebeurt rustig en kennelijk aandachtig. Van het heden terug naar het verleden heeft deze persoon al circa 550 berichten gelezen. Ik hoop dat hij of zij vandaag verder gaat. Er zijn van 13 februari 2014 tot 4 november 2013 nog 94 berichten te gaan. Juist daar staat genoeg stof tot nadenken bij. Zou er een nieuwe verbinding ontstaan?

Lijstjes om niet te vergeten

Zodra de tv-gids binnenkomt, krabbelen veel lezers symbolen bij alles wat ze willen zien. Deze mensen houden van orde en overzicht, zegt men. En markeringen werken als geheugensteun. Needless to say dat ik dit herken. Want ik maak voortdurend lijstjes, overzichten en aantekeningen. Om niet te vergeten. Of eigenlijk, om grip te houden op mijn leven.

Bijvoorbeeld: lijsten van bezochte landen en van films die ik waardeer. Overzichten van concerten, favoriete songs en videoclips (nog in bewerking). Een inboedellijst (kan eens handig zijn voor de verzekering). Een boodschappenlijstje. Een to do list die altijd bovenop de stapel ligt. Plus een lijst met gepland onderhoud in en rond huis. (Die zit diep weggestopt. Daar wil ik niet steeds aan worden herinnerd.) Met al deze lijstjes probeer ik de steken op te vangen die mijn geheugen laat vallen.

Onze hersencapaciteit is te beperkt voor het huidige, dynamische leven. We zien en ervaren te veel in te korte tijd om alle indrukken goed te verwerken. Laat staan om ze te verinnerlijken. Een eeuw geleden arbeidden mensen vooral op het platteland of in een fabriek. Zes dagen per week verrichtten ze eentonig werk. En de zondag zat vol rituelen. Ons kende ons. Afgezien van bruiloften en begrafenissen gebeurde er weinig. Wellicht was het saai, maar het was ook wel zo ordelijk en overzichtelijk.

Overzicht – Deel van de route tijdens de grote reis

Tot mijn eerste grote reis onthield ik details en namen goed. Daarna werd het teveel. Want mijn hersenen kregen onderweg voortdurend nieuwe indrukken te verstouwen. Steeds leerde ik nieuwe mensen kennen en wilde ik vertrouwd raken met vreemde plaatsen. Terug in Nederland volgden diverse uitzendbaantjes kort na elkaar. Ik werd eens wakker met de vraag waar ik ook al weer werkte. Toen begonnen de flashbacks. Ze kwamen continu en op de raarste momenten. Maakte ik een factuur voor een uitgeverij, dacht ik ineens aan een Australisch benzinestation. Er zat totaal geen lijn in.

Die flashbacks hielden jarenlang aan, maar zijn nu helaas bijna verdwenen. Want het was prettig om op de gekste momenten aan details uit die reis te denken. Misschien was het een positieve vorm van PTSS. Want de culture shock na dat vrije reisleven was enorm. Die reis duurde achttien maanden en ik geloof dat iedere reismaand achteraf een jaar gewenning vergde. Nog altijd verzet ik me tegen het harnas van het ‘gewone’ bestaan. Het is niet aan de maatschappij om te bepalen hoe ik mijn leven moet inrichten.

Daarom lijken die lijstjes tegenstrijdig. Want een to do list perst ons in het gareel. Zodra we er een taak op zetten, moeten we er iets mee. Maar lijstjes helpen ons ook om overzicht te houden, om keuzes te maken en om prioriteiten te stellen. En heb je eenmaal een opsomming gemaakt, dan kan je daaruit informatie halen. Een opsomming helpt ons zaken te analyseren en patronen te interpreteren die anders onzichtbaar blijven.

Bovendien helpen lijsten ons vergeten ervaringen weer te herinneren. Wanneer je een groot deel van je leven met iemand deelt, bouw je veel gezamenlijke herinneringen op. Ga je samen op de ‘Weet je nog …’-toer, dan kan de ander jouw herinneringen aanvullen (of rechtzetten). Maar wanneer je veel dingen alleen meemaakt of met steeds wisselende mensen om je heen, dan ontbreekt dat gezamenlijke referentiekader.

Raam Open is soms net een dagboek. En hoe vergankelijk ook, de lijsten en dit blog zijn regelmatig mijn enige houvast.

Mijn geheugen is weer bezig

Aan het begin van de avond doe ik mijn lenzen uit en zet ik een bril op. Ik was mijn handen, doe de vloeistof in het houdertje, maak de lenzen schoon en drop ze elk apart in hun eigen holletje. Eentje links, eentje rechts. Ondertussen dwalen mijn gedachten af naar de bijna afgelopen dag. Dat gebeurt vaker wanneer ik veel ervaringen opdoe. Kennelijk moeten die worden verwerkt in de badkamer.

Als ik daar een paar uur later terugkom, liggen de dekseltjes los naast de lenzenhouder. Oh nee hè, toch niet weer? Jawel hoor, daar liggen mijn maandlenzen in het afvoerputje. Half verdroogd en verschrompeld tot een vreemde kronkel. Heb ik ze eerst netjes in het houdertje gedaan en vervolgens achteloos weggespoeld.

Vreemd genoeg ben ik zelden iets kwijt, ook al raken mijn gedachten snel afgeleid. Ooit liet ik een dag lang een sleutelbos in een deur hangen waar de hele buurt langs kwam. En in Australië stapte ik na een boottocht voor de terugweg eens in het verkeerde toeristenbusje. De gezichten van de passagiers kwamen mij namelijk bekend voor. En ze keken glimlachend naar mij om. Alleen hadden we slechts dezelfde boot gedeeld. Dat busje was helemaal niet van mijn groep. Het kwam in beide gevallen goed.

Toch, waar ik mij zelden in vergis, is in het beeld dat over een tijdperk heerst. In mijn beleving was alles in de tweede helft van de jaren zeventig oerlelijk. Lelijke auto’s, lelijke kleuren, lelijke gebouwen, lelijke meubels, lelijke kleding, lelijke tanden. En dan die kapsels vol plakkerige hairspray met van die stormvaste nepkrullen. Ergens ligt nog de bijbehorende krultang.

Maar smaken verschillen. Want wat staat er tot mijn verbazing bij foto’s van het ranzige leven op de Amsterdamse wallen in de jaren zeventig? ‘Wat zag het uitgaan er vroeger toch mooi uit, eigenlijk.’ (De Volkskrant, 13 januari 2018.) Moet je het gebit van die gast in de grote foto eens bekijken. En dan die drag queen make-up waar iedereen toen mee liep. Nee, tegenwoordig is alles veel beter. Alleen mijn geheugen niet.