Begeleider m/v gezocht

Volgende week mag ik weer naar de oogarts toe. Het is zo’n afspraak die niet snel genoeg kan komen, hoewel ik er tegenop zie. ‘Bel als het zicht slechter wordt, als je pijn krijgt, of als je lichtflitsen ziet.’, zei de eerder verwijzende oogarts. De klachten begonnen een maand geleden. Nu moet ik nog één weekje geduld opbrengen. Het valt mij niet mee.

Terwijl iedereen terugblikt en vooruitziet, reikt mijn vooruitblik amper verder dan het komende onderzoek. Aansluitend volgt het gesprek met de tweede oogarts. Dan hoor ik of mijn oog moet worden geopereerd. Dat zit er wel in en de gedachten daaraan houden mij bezig. Een mogelijke operatie brengt nu eenmaal vragen en onzekerheden met zich mee.

Stom genoeg veroorzaakt de vraag of iemand mij voor de operatie in het ziekenhuis moet begeleiden, de meeste onrust. Ruim vijf jaar geleden voorzag ik bij de verhuizing het potentiële dilemma: wat als ik plotseling naar het ziekenhuis toe moet en tijdelijk hulpbehoevend wordt? Mijn naaste familieleden en vrienden wonen allemaal elders. Hier in de buurt had ik slechts een paar oppervlakkige kennissen, en er was iemand die ik uitsluitend tijdens uitstapjes zie. Ik hoopte maar dat een ziekenhuis-opname voorlopig niet nodig zou zijn.

Inmiddels heb ik een grotere kennissenkring opgebouwd. Dus zodra het er op aan komt, kan ik bepaalde personen om hulp vragen. Alleen zijn dit geen hartsvriendinnen of vaste maatjes, terwijl een ziekenhuisbehandeling vooral intiem en persoonlijk is. Na een ingreep ben je op je kwetsbaarst. Dan wil je je veilig voelen. Daarom vind ik het enigszins ongemakkelijk.

Anderen gaan hier vast nonchalanter mee om. Zo zullen ouders van kleine kinderen vaker noodgrepen moeten doen, als het op hulp vragen aankomt. Er is ineens dringend een oppas nodig, bijvoorbeeld.

Begin dit jaar stond ik voor een vergelijkbare keuze als nu. Na een spoedbehandeling bij de huisartsenpraktijk kon ik weer naar huis toe. Ik was nog erg misselijk en duizelig. Daarom moest ik van de assistente iemand bellen om mij op te halen. Op dat tijdstip kon ik alleen aan een bepaalde kennis denken. Tegen beter weten in, mag ik wel zeggen. Want hij is best bereid om te helpen, zolang hij zichzelf maar nadrukkelijk centraal kan stellen.

In de buurt een vast maatje vinden, was juist voor 2020 mijn goede voornemen. En toen kwam corona.

Een dutje doen in een bloem

Je staat er zelden bij stil, maar ook insecten hebben nachtrust nodig. In de buurtapp verscheen onlangs een foto van vier slapende bijen in een bloem. Sindsdien zie ik in mijn tuin ook regelmatig slapende hommels en bijen. Hommels hangen graag onderaan de bol van kogeldistels. En kijk hoe dit bijtje heerlijk ligt te soezen met zijn kopje tegen een meeldraad van een ballonplantbloem. (Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Sommige bijen kruipen tegen de avond in een bloem, kort voordat die zijn blaadjes sluit. Anderen zetten hun kaken in een stengel of meeldraad. Zo houden ze zich stevig vast terwijl hun spieren verstijven. Je kan ze dan zachtjes aanraken, waarna ze slaapdronken hun pootjes bewegen.

Mijn vaders’ man cave

man cave

Mijn vader overleed 2 ½ jaar geleden, maar zijn man cave bestaat nog steeds. De geur van de ruimte heeft iets ondefinieerbaars. Metaal, hout, olie, stof, boenwas, vermengd met een vleug van een gedragen jas. Hij heeft er van alles gerepareerd en gefabriceerd: fietsen, fotolijsten, losgeraakte hengsels, meubels, noem maar op. Het was de plek waar hij rustig zijn sigaartje stond te roken en zijn ding kon doen.

In een mandje liggen boeken en paperassen. Een ‘Rijkskleding boekje’ van zijn werk, met notities over uitgereikte werkkleding, in 1961. Een ‘Handleiding ten behoeve van de opleiding voor V.E.V.-examens’ over elektrotechniek, uit 1957. Daar heeft hij altijd zijn brood mee verdiend.

Plus een boekje voor doe-het-zelvers. In het voorwoord: ‘Nu het door de hoge kosten en het gebrek aan arbeidskrachten voor vele mensen onmogelijk is geworden kleine karweitjes in huis door een vakman te laten opknappen en velen meer vrije tijd hebben gekregen, is het gewoonte geworden in huis en tuin zoveel mogelijk zelf iets te repareren of zelfs iets te maken.’ Uitgeverij Het Spectrum, 1961.

De dingen die hij naliet, waren ordentelijk gesorteerd: zijn gereedschap (nog van zijn vader geërfd en nieuw), tuinspullen en materialen. Alles per soort bij elkaar. Ik tref vakken vol bewaarde losse onderdeeltjes aan. Hij had ze vast nog ergens voor kunnen gebruiken.

Her en der staan en hangen enkele meer persoonlijke versieringen en aandenkens. Een onverwacht Boeddhabeeldje tussen blikken en oliekannetjes op een plankje. Een foto van zijn collega’s en van het huis in Noordwolde. Een knus oudhollands huiselijk tafereeltje. En een rood plastic bloemetje tussen de losse boren. Misschien zeggen ze meer over hem dan woorden.

Een relatie, maar niet uit liefde

Twee mensen gaan uit praktische overwegingen een ogenschijnlijke liefdesrelatie aan. Hoe vaak komt dit nog voor in Nederland? (Afgezien van huwelijken voor een verblijfsvergunning.) Ik doel op mensen die wel genegenheid voor elkaar voelen, misschien wel verliefdheid. Of die een andere vorm van aantrekkingskracht ervaren, over en weer. Toch zijn dit soort relaties veelal bedoeld als tussenoplossing. Een praktische relatie duurt zolang die beide partijen goed uitkomt.

Waarom begin je aan zo’n relatie? Nou, bijvoorbeeld omdat je een mooi huis bewoont, dat voor jou alleen te duur is. Terwijl die ander net gescheiden is en onderdak zoekt. Of omdat de ander jou goed kan helpen bij een belangrijke stap in je carrière. Of omdat je niet graag alleen wil zijn. Of wellicht omdat je partner veel kritische vragen stelt. En zich afvraagt wanneer je je plannen in een verdienmodel om zet. Een verdienmodel dat werkt.

Vroeger waren verstandshuwelijken normaal. Jonge weduwen en weduwnaars hertrouwden vaak snel. Een alleenstaande kon moeilijk een huishouden met kinderen draaiende houden. En voor vrouwenwerk waren de lonen zo laag, dat jonge moeders via een huwelijk armoede wilden vermijden. Mannen hertrouwden soms al binnen enkele maanden. Vrouwen moesten negen maanden wachten. Zo voorkwamen ze twijfel over de vader bij een zwangerschap.

De invoering van de Algemene bijstandswet in 1965 heeft vast tot minder verstandshuwelijken geleid, maar verstandsrelaties bestaan nog altijd. Verwacht van mij geen oordeel over deze relatievorm.

Camouflagezwammen

Van nature willen we bij een groep horen. Als je afwijkt, heb je wat uit te leggen. Andersom bevindt je je soms in kringen waarvan je denkt: ‘Wat doe ik hier? Die anderen zijn allemaal raar. Ik ben de enige normale hier. Tussen deze mensen wil ik helemaal niet worden gezien.’ Deze camouflagezwammen denken er net zo over.