Woninginrichting, smaken verschillen

Tijdens mijn zoektocht naar een ander huis passeren veel interieurs de revue. Ik vind vooral oudere panden aantrekkelijk. Bij een aantal daarvan smeekt de inrichting om een make-over. Zulke huizen zijn ideaal voor mensen die graag van de grond af opnieuw beginnen.

Aan bepaalde interieurs zie je direct dat er een man of een vrouw alleen woont. In een mannelijk interieur zie je veel leer, weinig kleur, prominent aanwezige apparatuur en zelden een plant. Bij een vrouwelijk interieur zie je meer subtiel geplaatste decoratie, zachte of vrolijke tinten en sfeerkaarsjes. Via meubels kan je ook de leeftijd van bewoners inschatten. Bij ouderen heeft de tijd soms wel veertig jaar stilgestaan. Terwijl een kinderkamer verraadt in welk groeistadium een gezin verkeert. Toch kan je je weleens flink vergissen.

Het interessantst zijn de woningen van mensen die maling hebben aan trends. Zij volgen hun eigen smaak. Gisteren toonde Man Bijt Hond een super slanke, geblondeerde en semi-geplastificeerde vrouw in haar enorme villa van kaal beton en glas. Elke ruimte bevat een zwart/wit design interieur. Ze vertelde trots hoe mooi elke ruimte galmt. Tja. Ik zit veel liever in een knus houten bungalowtje met jaren vijftig rotan stoeltjes en granieten gootsteen. Zo zie je maar weer hoe smaken verschillen.

HammerdijkAf en toe zit er echt iets bijzonders tussen. Je moet dan wel door de spullen heen kijken om de mogelijkheden van een pand te ontdekken. Ik heb bijvoorbeeld een goed onderhouden vrijstaande woning in Overijssel gezien. En dit is de pronkkamer van het huis:

zigeunerinEen paar kleine aanpassingen en kan ik er zo in.

Foto’s: Prinsenzandbergen.nl en Funda.

Huis te koop: vraagprijs of vanafprijs

Onlangs sprak ik de makelaar die mijn appartement in verkoop heeft. Het staat vier maanden op Funda en nog niemand heeft toegehapt. De afgelopen weken bleven ook de kijkers weg. Om aan te geven wat dat betekent, gaat de makelaar prat op zijn tabel. Er staat precies op aangegeven hoe de gemiddelde verkoopkansen liggen. Hij heeft hem geplastificeerd en haalt hem bij elk bezoek tevoorschijn.

Hoe langer het duurt, hoe kleiner de kans op een wenselijke verkoopprijs. Tja, daar zit niemand op te wachten, dus moet er iets gebeuren. De makelaar is enthousiast over werken met een vanafprijs in plaats van de meer gebruikelijke vraagprijs. Iemand die interesse heeft, biedt dan boven dat bedrag. Er is alleen een klein probleem. Om op Funda in een lagere prijscategorie te komen zodat we nieuwe kijkers trekken, moet ik door mijn bodemprijs zakken. Ik begrijp dat het kan werken, maar heb er toch moeite mee.

In het weekend zit ik te wikken en te wegen. Ik raadpleeg andere woningbezitters en internet. Bijna iedereen reageert negatief. Zucht. Het begon allemaal zo leuk en de makelaar pakte voortvarend aan. Nu het trager loopt, zal zijn ware kwaliteit blijken. Ik ben benieuwd hoe hij reageert als ik een andere tactiek kies dan hij voorstelt. Inmiddels heb ik een besluit genomen en doorgegeven. Maar nog voordat er een wijziging op Funda verschijnt, ontvang ik aardig nieuws. Op twee verschillende dagen komen er binnenkort weer kijkers langs.

Als het even duurt, komen de meeste woningverkopers voor een keuze te staan. En wat is dan wijsheid? Gelukkig heb ik geen haast. Toch vraag ik mij af hoe andere verkopers hiermee omgaan.

Het huis van oma B.

Het huis van oma B.
Lange Mare, begin jaren 50

De oude binnenstad herbergt nog veel panden waarin mijn voorouders ooit woonden. Eén daarvan was van oma B. Het markante gebouw heeft een opvallende Art Nouveau gevel. Alleen dat is al bijzonder, maar heb ik er vooral een gevoelsmatige band mee. Oma overleed jaren geleden. In mijn beleving maakt zo’n detail echter weinig uit. Het blijft voor altijd het huis van oma.

Wil je verder lezen? Ga er dan maar eens rustig voor zitten.

Overgrootvader

Mijn overgrootvader laat het begin vorige eeuw bouwen. Hij is een Leidse meubelmaker en –handelaar. In 1912 wordt het opgeleverd en sindsdien prijkt dat jaartal op de gevel. Die gevel is een echte eyecatcher. Meerdere auteurs van architectuurgidsen reppen erover: ‘Hij liet het pand in een late en strakke variant van de Jugendstil optrekken.’ ‘De gevel bestaat uit gebroken-witte geglazuurde stenen afgewisseld door blauwe, turkooizen en roodbruine horizontale banden.’ Dat geglazuurde steen is in ons calvinistische landje vrij zeldzaam.

Overgrootvader verkoopt beneden in de winkel biljarttafels die hij zelf maakt. Boven woont hij met zijn vrouw en dochters. Het gezin verblijft er echter maar kort. Want hoe imponerend de gevel ook mag zijn, het pand is zo diep als het breed is, en dus tamelijk klein. Verdeeld over vier lagen beslaat het slechts 84 vierkante meter. Dat betekent constant trappen lopen en daar heeft overgrootmoeder geen zin in. Nadat zij eruit trekken, wordt het bewoond ‘door de huurders H. Zwart, sergeant-kok bij de Kweekschool voor Zeevaart en twee ongetrouwde zusters, de dames Rietbergen.’

In totaal hebben vier generaties nakomelingen van overgrootvader er gewoond. Rond 1919 gaan mijn pasgetrouwde opa en oma er wonen en zij krijgen vijf kinderen. Mijn moeder is de jongste. Wanneer zij trouwt, is haar vader al overleden en haar broers zijn de deur uit. Er heerst woningnood, maar oma heeft ruimte genoeg. Daarom trekt mijn vader bij zijn vrouw en schoonmoeder in. Mijn zus wordt geboren en zet er haar eerste stapjes. Pas vlak voor mijn komst verhuist het gezin naar een eigen woning. (De vijfde generatie volgt nog.)

Het huis van oma B.

Het langst van iedereen verblijft mijn oma ‘op de Mare’. In haar tijd zaten de muren vol inbouwkasten en waren de kamers klein. Om de huiskamer te bereiken, liep je door de winkel via een steile trap naar boven. Dan passeerde je mijn opa op een foto aan de wand. Vol ornaat in historisch kostuum zat hij op een paard, klaar voor de 3-oktoberoptocht. Hij liet ook praalwagens meerijden met figuranten, om zo reclame te maken voor zijn zaak.

De woonkamer op de eerste etage heeft een erker en een mooie zwarte schouw. In die ruimte pasten de eettafel met stoelen, een kastje en een paar fauteuils. Overgrootvader maakte als huwelijksgeschenk een compleet ameublement voor elke dochter. Toen oma ouder werd, sliep ze in een opklapbaar bed in de huiskamer. Dan hoefde ze niet verder naar boven te lopen.

In het keukentje naast de woonkamer had oma een theemeubel met mooie kopjes. Een verzameling aardewerk stond op een plank boven het aanrecht uitgestald. Daartegenover waren houten keukenkasten met vitrinedeurtjes. De prachtige Jugendstil-potten ‘Thee’, ‘Suiker’ en ‘Vermicelli’ pronken nu bij mij. Er hing een keramieken koffiemolen aan de muur met glazen opvangbakje. Ah, de geur en het geluid van koffiebonen die worden vermalen …

Daarnaast was het binnenplaatsje met hoge muren en hier bevond zich het toilet. Het was er ’s winters wel steenkoud en er kwam geen zon. Oma bewaarde haar eten gewoon buiten op het plaatsje. Een koelkast was daar niet nodig. De kinderen werden geboend in de teil of ze bezochten het badhuis in een straat verderop.

Voor de woonkamer is een piepklein portaaltje en daar gaat de trap verder omhoog. Boven bevond zich een slaapkamer en een tweede toilet. Aan de straatkant prijkt een piepklein balkonnetje boven de erker. Mijn ooms sliepen nog een etage hoger op zolder. Hier hing oma de was te drogen.

Mijn overgrootouders stierven op hoge leeftijd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij lieten meerdere monumentale panden na aan vier erfgenamen. Bij de boedelverdeling kreeg oma haar eigen woning en twee nabijgelegen pakhuizen in handen.

Het huis in mijn jeugd

Als oma al weduwe is, verhuurt ze de bovenkamer aan studenten of verpleegsters. Zo verdient ze wat, AOW of weduwenpensioen bestaat nog niet. Tot vadertje Drees ingrijpt brengen haar jongvolwassen kinderen ook geld in. In mijn geheugen hoor ik die huursters nog langs haar woonkamer de trap op gaan.

Op een gegeven moment draagt oma het eigendom van haar onroerend goed over aan mijn oom. Het moet nodig worden opgeknapt. Zij blijft in haar vertrouwde huis wonen en hij zorgt voor het onderhoud. De begane grond blijft dienen als winkel en wordt aan opeen- volgende mensen verhuurd. Ik kan mij een kousenzaak en kappers herinneren. Volgens het archief zaten er ook een stomerij (van mijn opa) en een juwelier.

Zo’n twintig jaar lang kom ik vrijwel wekelijks bij oma op bezoek. Gezeten op een stoel bij het raam in de erker kan je er heerlijk naar buiten kijken. Want het huis staat aan een gedempte gracht waar dagelijks een stoet mensen passeert. Die bezoekjes houden abrupt op als oma een brief post en ongelukkig valt. Ze breekt haar heup en kan onmogelijk nog de trap op komen. Haar laatste jaren slijt ze in een verzorgingshuis. Ik geloof dat ze nooit meer een voet in haar oude woning heeft gezet.

Na haar vertrek moderniseert mijn oom het pand grondig. Er komt eindelijk een echte badkamer. De keuken met los fornuis, houten kastjes en granieten aanrecht verdwijnt. Het binnenplaatsje krijgt een dak voor een groter woonoppervlak. Dat gebeurt in de jaren tachtig. De twee kinderen van mijn oom wonen er achtereenvolgens allebei enkele jaren. Wanneer zijn dochter een tweeling krijgt, verwelkomt het huis de vijfde generatie.

Het onvoorstelbare

Dat het pand ooit in handen van vreemden kan komen, is voor mij ondenkbaar. Ik vertelde eens tegen een collega dat het leeg stond nadat mijn nichtje was vertrokken. Zij vroeg terloops of mijn oom het ging verkopen. Ik stikte prompt bijna in een slok koffie. ‘Over mijn lijk’, bracht ik uit toen ik weer een teug lucht binnenkreeg. Bovendien wilde ik als twintiger zelf graag in de binnenstad wonen.

Maar buiten mijn medeweten om verkoopt mijn oom het aan iemand die niet van mijn overgrootouders afstamt. Een man van buiten de stad koopt het pand voor zijn kind dat hier komt studeren. Dat was twintig jaar geleden. Ik heb er nog steeds moeite mee.

Dit huis is bijna 85 jaar lang van onze familie geweest. Het is zo’n karakteristiek pand dat in bouwstijl en versiering de smaak van mijn overgrootouders uitstraalt. Na uitgebreid genealogisch onderzoek wordt het besef van verlies alleen maar sterker. Want oma’s huis is het allerlaatste in een lange reeks panden die mijn voorouders door de eeuwen heen bezaten. Ik passeer haar huis nog bijna dagelijks. Het staat op de route naar de binnenstad en naar mijn werk. Dan groet ik het even in het voorbijgaan.

Een bevreemdende ervaring

Vorige week ontdekte ik dat het wederom leegstaat. Binnen hangen nog slechts de gordijnen en kroonluchters. En jawel. Kort daarna verschijnt een ‘Te Koop’-bord en nu staat oma’s huis op Funda. Ik ben als een speer naar huis gereden en heb ik het direct opgezocht.

Met 'Te Koop'-bord, december 2014
Met ‘Te Koop’-bord, december 2014

Dat wordt een enigszins bevreemdende ervaring. Verschillende elementen zijn nog goed herkenbaar. De gevel uiteraard, de erker, de schouw en het trappenhuis met houten leuning. Verder is alles veranderd. Muren zijn weggebroken om ruimten samen te trekken, en zo verdwenen de inbouwkasten. Er zit een andere keuken in dan mijn nichtje had. De indeling en bekleding zijn wel praktischer en veel mooier dan voorheen. De muren zijn gewit en de vloer is met laminaat bedekt. Van binnenuit gezien komen de gekleurde ramen nu veel beter tot hun recht. Ik vermoed dat mijn oma de kroonluchters met tinkelend glas prachtig zou hebben gevonden.

Toch, terwijl ik de foto’s bekijk, is het voor heel even niet langer mijn oma’s huis. …
Maar dat moment gaat snel voorbij. Stel je toch voor zeg!

Ontwikkelingen in stroomversnelling

Even denk ik serieus aan fundraising om het huis als erfstuk terug te winnen. Mijn moeder weet dat de eigenaar aan mijn oom heeft gevraagd of hij het wil terugkopen. Mijn zus zou er zo wel weer willen wonen, nu het fraai is opgeknapt. Dat bedoelt ze figuurlijk, vermoed ik, want de steile trappen waren knap hinderlijk. Desondanks is en blijft het huis voor mij onbetaalbaar, letterlijk en figuurlijk.

Maar ik krijg zelfs niet de tijd om deze tekst rustig te voltooien. Want Funda meldt dat het al binnen vier dagen is verkocht!

Voordat alle informatie verdwijnt, bel ik gauw de makelaar en vraag om brochures. Tenslotte ben ik een achterkleinkind van de eerste eigenaar. Voor hem is dat een interessant detail. Hij blijkt zich te specialiseren in historische panden en had het huis zelf wel willen houden. Direct na het telefoontje stuurt hij mij de foto’s toe. En ik zoek voor hem foto’s van vroeger op, voor zijn dossier.

Wie de nieuwe eigenaar is, weet ik nog niet. Wel betreft het opnieuw een vader die oma’s huis voor zijn studerende kind koopt. En is dat eigenlijk niet de rode draad in dit verhaal? Steeds is er een vader die zijn dochter of zoon aan een goed onderkomen helpt.

En dan …

Je zou denken dat ik nu wel klaar ben met dit relaas. Maar er is werkelijk iets bijzonders gaande. Wanneer ik de website van de makelaar bezoek, val ik bijna van mijn stoel van verbazing. Ongelofelijk, maar echt waar: hij blijkt zelfs twéé panden van mijn overgroot- vader in verkoop te hebben! Wat een wonderlijke samenloop van omstandigheden! Vermoedelijk beseft hij het zelf niet eens.

O ja, klein detail: de vraagprijs van dat tweede pand bedraagt € 829.000.
En dan te bedenken dat overgrootvader meer van dergelijke panden bezat …

De makelaar heeft nog even de sleutel van oma’s huis ter beschikking. Hij heeft ons, de familie, uitgenodigd om binnenkort een kijkje te komen nemen.

Bronnen over het huis van oma

  • Architectuur & monumentengids Leiden, onder redactie van J. Dröge, E. de Regt en P. Vlaardingerbroek, Primavera Pers Leiden, 1996, ISBN 90-74310-11-7.
  • Krullen, lijnen en zweepslagen. Jugendstil in Leiden, P.A.F. Kotterman, Leids Verleden 3 – Dienst Bouwen en Wonen, Gemeente Leiden.
  • Een bouwtechnische beschrijving staat op Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Wat een zoektocht op de huizenmarkt

Je zou denken dat het best makkelijk is om een huis te vinden. Ons land staat er vol mee en zo bijzonder zijn mijn wensen niet. Gewoon, een degelijk bouwwerk met vier muren, een paar deuren, ramen en een dak erop. Een woonkamer, een paar slaapkamers, een badkamer en een keuken. Veel meer hoeft het niet te zijn, al wil ik er graag een tuintje bij.

Op internet passeren zo’n 700 woningen de revue. Circa negentig huizen in alle soorten en maten bekijk ik in het echt aan de buitenkant. De directe omgeving neem ik gelijk in de verkenning mee. Tientallen kilometers leg ik al bezichtigend af. Toch, uiteindelijk zit er niets, nada, niente bij dat mij volledig kan bekoren.

Zucht. Langzaam sluipt de twijfel erin. Waarom een fijn appartement op een goede locatie inruilen voor iets wat minder bevalt? Buren vragen of ik wel echt weg wil. Een vriendin in het oosten plaatst onverhuld vraagtekens bij de werkgelegenheid daar. (Maar zij woont in Hengelo en zo ver naar het oosten ga ik nu ook weer niet.) Moet mijn plan dan terug in de ijskast? Zal ik wachten tot ik niet meer afhankelijk ben van een baan?

Ondertussen is de makelaar vlijtig bezig met bezichtigingen regelen in mijn appartement. Ik word er een beetje zenuwachtig van. Stel dat er binnenkort een koper is, wat dan?

Eigenlijk wacht ik op een teken. Een signaal dat het goed is wat ik doe. Ik ben niet bijgelovig hoor … Maar het zou wel fijn zijn om een bevestiging te krijgen. IJdele hoop, natuurlijk. Ik moet het toch weer helemaal zelf doen. Hoewel? Tijdens het extra poetsen voor de bezichtiging breekt er ineens een plastic ringetje van een wasbak af. Zie je nu wel! Het wordt tijd om te gaan.

Zogezegd met mijn laatste krachten sleep ik mijzelf naar Funda toe. Toch weer kijken of er iets tussen staat in een wat hogere prijsklasse. Ik verleg ook het geografische zoekgebied. En zowaar, het ziet er direct beter uit. De makelaar kondigt een nieuwe kijker aan en ik spreek zelf met makelaars af om naar enkele woningen te gaan.

Dat was gisteren. En nu is het raak. Want ik heb een woning gevonden waarbij alles, wat echt belangrijk is, klopt. Het huisje is gebouwd in de jaren twintig en met zorg stijlvol gerenoveerd. Meer dan dat, het heeft iets zeer speciaals. Er zit een aller aandoenlijkst origineel eenpersoons (beest) stalletje aan vast. Compleet met halve boven- en onderdeur en halfrond raampje.

Ach, ach, ach. Nu heb ik helemaal geen rust meer, want mijn eigen appartement moet eerst nog worden verkocht.

Te koop staande huizen bekijken

Al jaren roep ik dat ik naar ‘het oosten’ wil verhuizen, maar dit is een beetje ruim gedefinieerd. Gelderland en Overijssel bezoek ik graag voor wandelingen in de prachtige natuur. Dat is alvast een uitgangspunt. Wat wil ik nu precies? Je kan kiezen uit appartementen, rijtjeshuizen, bungalows, hoekwoningen, boven- of benedenwoningen, en vrijstaande huizen. Dat laatste lijkt mij wel wat. Alleen past het niet exact in mijn budget. Dus ga ik maar eens op verkenning uit. Dan blijkt gauw genoeg welke plaatsen, wijken en woonvormen aantrekkelijk zijn.

Het begint allemaal op Funda, waarop ik urenlang naar talloze foto’s tuur. Alle varianten van kamers, keukens, gangetjes, zolders en tuinen passeren de revue. Ach, het is best leuk om te bekijken. Ik maak een lijst van panden die er aantrekkelijk uitzien. Echter, als je zoekt naar huizen in een plaats die je niet op je duimpje kent, blijft het lastig inschatten. Daar kom ik snel achter wanneer ik naar twee plaatsen in het oosten afreis.

Lochem. Klein oud stadje in een landelijke omgeving met treinstation. Het eerste pand heb ik nog niet bereikt of ik hoor al een grommende hond. Het blijkt het agressieve monster van de buren te zijn. Tja, ik ben geen hondenmens, dus helaas valt die keuze meteen af. Het tweede pand staat in een rustig straatje vol knusse 2-onder-1-kapwoningen. Daarachter ligt een flinke tuin en de volgende rij huizen staat op gepaste afstand. Kijk, dat is wel wat.

Het derde pand ligt wat verder uit het centrum. Zo te zien in een typische jaren-60-wijk met rijtjeshuizen. Je kan er heerlijk wonen, vooral wanneer je kinderen hebt. Maar mij bekruipt het onbestemde gevoel dat ik daar uit de toon val. Want ik heb geen gezinnetje.

Achteraf schiet mij de reden weer te binnen waarom ik ooit een dorp verliet. In het centrum van een stad is de kans dat je geruisloos op kan gaan in een gemêleerde bevolking aanzienlijk groter dan in een dorp. Ik heb weinig behoefte om de uitzondering te zijn. Prima, dan kan ik dit soort wijken ook gelijk als optie schrappen.

Bovendien, je wordt altijd zo in de gaten gehouden in zulke wijken. In dit geval wel erg letterlijk. Als ik nog maar net van de hoofdweg een straat in loop, zie ik vanuit mijn ooghoek dat een man heel langzaam schuin achter mij fietst. Hij blijft maar achter mij rijden. Dan duikt hij ergens een tuin in. Enigszins opgelucht loop ik verderop een andere straat in.

Aan het eind daarvan staat het huis waar ik voor kom. Maar al voordat ik het zie, weet ik dat dit mijn wijk niet is. Terwijl ik op een plattegrondje kijk, staat diezelfde man ineens voor mij op de stoep. Hij spreekt mij aan en wil van alles weten. Op zich oogt hij wel normaal. Maar zijn overhemd staat bij zijn buik half open en er zitten vlekken op. Dit is niet iemand die even gezellig een praatje komt maken en zijn hulp aanbiedt. Waarschijnlijk heb ik met de dorpsgek te maken. Het is nog lastig om van hem af te komen.

Ik loop door en hij volgt mij weer. Tegen een vrouw die net haar auto inlaadt, zegt hij dat ik naar het station zoek. Zij vraagt of zij mij kan helpen. Kennelijk voelt zij wel aan dat er iets niet klopt. De man fietst boos door. Ik keer om en loop terug. Later zie ik hem weer de hoek om komen en ik duik uit zijn blikveld een schoolplein op. Hij heeft gelukkig niets in de gaten en fietst door.

Even later stopt er zomaar een auto waar ik loop. Krijg nou wat! Wat is dit voor buurt? Het blijkt die mevrouw van daarnet te zijn. Ze vraagt of ze mij kan helpen. Als ik vertel dat ik eigenlijk kwam kijken of ik daar zou willen wonen, is ze één en al verontschuldiging. Ja, het is een geweldige wijk. Ze is zo blij dat ze er een paar jaar geleden vanuit het westen is komen wonen. De kinderen kunnen er zo fijn naar school. En die ene man had ze trouwens nog nooit gezien.

De volgende twee huizen op mijn lijst blijken al verkocht te zijn. Althans ik zie geen bord meer. En één ervan is trouwens tegen een muziekcentrum aan gebouwd. Tja. Laat ik nu net voor de rust naar het oosten willen.

Bezochte plaats nummer twee biedt evenmin soelaas. Het gaat om Velp aan de oostkant van het spoor. Bij het eerste huis is een buurman op zondagmiddag driftig met een snerpende kettingzaag in de weer. Bij het tweede hoor ik harde muziek. En bij het derde staan de achterburen twee hoog over een balkonrand te tetteren tegen iemand op de begane grond. De huizen zagen er nog wel zo leuk uit op de foto’s. Maar ik heb het al gezien, daar in die buurt.

Enigszins ontmoedigd neem ik de trein terug naar huis. Het zit mij helemaal niet lekker. Want het zal toch niet zo zijn dat ik mijn huis in de verkoop doe en zelf geen betere plek kan vinden? Op maandag kruip ik na mijn werk gelijk achter de computer. Er staan nog diverse andere kandidaat woonplaatsen op mijn lijst. En na een paar uurtjes op Funda heb ik weer een nieuwe huizenroute uitgestippeld. We gaan het zien.

Prettige (tijdelijke) woonvormen

Regelmatig kijk ik naar huizen, dat is altijd leuk om te doen. Toch mis ik hier bepaalde woonvormen. Daarnaast is tijdelijke, zelfstandige woonruimte handig voor acute situaties. Je kan slechts kiezen uit: een caravan huren, in de vrije sector de hoofdprijs betalen, of op huizen van vakantiegangers passen. Daarom pleit ik voor alternatieve woningen.

Een ‘kip of ei’-kwestie. Stel dat je van de Randstad naar het oosten wil verhuizen. Woningen zijn daar voordeliger, maar er is minder werk. Dus kan je beter eerst een baan vinden. Echter, veel werkgevers willen personeel uit de buurt vanwege reiskosten- vergoeding, etc. Dan toch maar eerst verhuizen en daarna werk zoeken? Mijn collega verbleef doordeweeks op een kamertje in een kerkelijk internaat. Ook pas gescheiden mensen en remigranten vinden met moeite snel een betaalbaar huis.

Alternatief 1. Bouw meer zelfstandige kleine woonruimten voor deze groepen. Denk aan een leegstaand kantoor nabij het centrum van een stad. Dat wordt slim omgetoverd tot eenkamerwoningen met badkamer en keukentje. Een unit van 30 m2 is even groot als een gemiddelde stacaravan. Te huur voor € 350 per maand, eventueel voor maximaal twee jaar. Meubels en apparatuur zijn desgewenst apart te huur. Ik zie dit al voor me met een beheerde wasserette c.q. buurtwinkel, een restaurant à la Resto van Harte, een afleverpunt voor pakketbezorging en meer gedeelde voorzieningen.

Meestal kunnen alleen rijke mensen zich vrijstaande huizen veroorloven. Waarom moet je als doorsnee Randstedeling eerst psychiatrisch patiënt worden, voordat je hier ook omringd door weelderig groen kan wonen?

Alternatief 2. De stacaravan als permanent doch verplaatsbaar verblijf. Stel dat je in Nederland een kaveltje kan kopen waar een stacaravan op mag staan. Gewoon midden in een woonwijk, ergens langs het veld of aan een bosrand. Ik zou daaromheen een tuin aanleggen met heg, gazonnetje, bomen en bloeiende planten. Niets mis met een goed onderhouden stacaravan op eigen terrein.

Alternatief 3. Bij ruimtegebrek: wonen op het dak met weids uitzicht. In Menton zag ik bovenop een flat een bungalow. Compleet met weelderige tuin, terras en pergola. Te bereiken via de lift met een slot op de bovenste verdieping. Ideaal voor ons dichtbevolkte land.

Alternatief 4. Een goed werkend systeem voor koopwoningruil. Wat ik nu zie op internet, is onvoldoende uitgewerkt qua match van vraag en aanbod. Over uitzicht gesproken: ik zou tekenen voor appartement Utrechtseweg 145 in Arnhem. Dat stond ooit op Funda. De flat is weinig bijzonder, maar dat vergezicht!