De deuren van de kerk

Terugkijkend, was de fascinatie vergelijkbaar met wat je ervaart wanneer je maandenlang een vakantie in een ander land voorbereidt, met plattegronden en reisgidsen, met treintijden en mee te brengen benodigdheden, en historische verhalen leest over gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld, en dan eindelijk de plaats van bestemming bereikt.

Fascinatie, bij die eerste blik op het gebouw en omringende terrein van de Sint-Andreas kerk in Groessen, na lezing van dat oude dagboek, over wat een man tientallen jaren geleden in dat dorp heeft meegemaakt.

Terugkijkend zal ook mijn hang naar nostalgie hebben opgespeeld. Dat weemoedige verlangen naar vroeger tijden en plaatsen, zoals het ergens ooit is geweest. Of alleen in mijn verbeelding, want de werkelijkheid wijkt meestal af.

Er moet iets van herkenning zijn geweest. Zo’n kerk in het hart van een dorp, aan een plein met een café, een pastorie en een replica van de oude waterpomp. Daar waar van oudsher, en immer nog, de gemeenschap bij speciale gebeurtenissen samenkomt. Waren het fragmenten van herkenning uit de televisieserie Dagboek van een herdershond?

Ik ben hier nooit eerder geweest en de beelden uit de serie vervaagden lang geleden. Maar die eerste aanblik van die eeuwenoude vrijstaande kerk. Daar, met dat knisperende grind op de grond. Met die ruime, groene tuin en dat lage stenen muurtje eromheen. Het geheel heeft een magisch beeld in mijn splinternieuwe herinnering gevormd.

Misschien doen de beelden mij denken aan de Zuidbuurtsekerk, of was het iets van het Warmondse Groot Seminarie. Dan heeft mijn geheugen deze beelden met vleugjes vakantieherinnering gecombineerd. Herinneringen uit Frankrijk vooral, want dat land is katholiek.

Wat ik precies aan het geheel het mooiste vind, weet ik nog niet. In tastbaar opzicht: de deuren misschien.

Tien favoriete geurtjes

Hooiland in de uiterwaard

Op een wandelingetje waait mij een heerlijke geur tegemoet. Het is een natuurlijk parfum dat herinneringen aan de zomers uit mijn jeugd oproept. Ergens op het platteland in Nederland, of op vakantie in Frankrijk. Denk aan zo’n zalige lome dag à la campagne, met leeuweriken in het veld. Wat ik ruik, is de geur van hooi, gedroogd gras. De boer is net klaar met balen verzamelen.

Als ik een lijstje van favoriete geurtjes samenstel, dan wordt dit het wel:

  • Pas gemaaid gras.
  • Vers hooi op het land.
  • Sinaasappelbloesem (lijkt op jasmijn).
  • Frangipani.
  • Swiffer duster met Ambi pur.
  • Wierook.
  • Zojuist gemalen koffie.
  • Soms: een vleug sigarettenrook.
  • Perzik (op de markt in Frankrijk).
  • De aftershave van een ex-vriend.

En het geluid bij die lome zomerse dag klinkt ongeveer zo: Air – All I Need.

Kinderen en stilzitten

Op Radio Gelderland vertelt de nieuwslezer over een jeugdzorginstelling. Daar moesten kinderen voor straf lang stilzitten en hun mond houden. Na klachten van ouders wordt deze straf niet meer toegepast. Het is kennelijk niet goed voor kinderen om lang stil te zitten. Dan is het in mijn jeugd wel heel ernstig misgegaan.

Mijn zus en ik moesten als kind aan volwassenen gehoorzamen. Wanneer we naar een familieverjaardag gingen, zaten we in de auto redelijk stil. Na aankomst gingen we weer in een kring op stoelen zitten. De kinderen werden af en toe bij het gesprek betrokken, al spraken de volwassenen meestal. Waarschijnlijk speelden we soms buiten met neefjes en nichtjes. Maar bij mijn weten zaten we vooral langdurig stil.

Verder kan ik mij bezoeken aan de kerk herinneren. Daar moest je héél stil zitten en héél stil zijn. Gelukkig gingen we af en toe staan tijdens het zingen. En ook moesten we knielen (op keiharde planken met van die vilten matjes). Als toppunt van beweging haalden we ergens tussen de preek en het zingen in een hostie. Dan sloot je achter in de rij aan en schuifelde je naar het altaar. Met de hostie op je tong liep je daarna zelfbewust terug naar je plaats. Die hostie kwam wel pas na de Heilige Communie. Toen was ik al een jaar of acht. Stilzitten in de kerk duurde erg lang.

Op school moesten we alweer stilzitten. Per les zeker vijftig minuten lang. Op de kleuterschool mocht je nog spelen in de zandbak. Maar op de lagere school werd het serieus. Dat stilzitten was soms best een uitdaging. Mijn eerste spijbelmoment gaat dan ook terug tot de eerste klas. En toen moesten de pubertijd en middelbare school nog beginnen. Ik heb tussen mijn zesde en zestiende levensjaar bijzonder vaak stilgezeten. Tot vervelens toe.

Bovendien was mijn vader al vroeg de trotse eigenaar van een automobiel. Daarom ben ik een kind van de achterbank. De ritjes naar de stad of familie vielen mee qua afstand. Maar wij gingen ook op vakantie naar het buitenland. Dat begon zo ongeveer toen ik drie was en dat herhaalde zich elk jaar weer. Uren heb ik op de achterbank doorgebracht, van benzinestation naar tolweg, et cetera.

Het komt allemaal terug en weet je wat nu zo sterk is? Dat ik ze ineens weer zo ontzettend mis. Die poortjes en de zware dieselwalmen bij de Franse péages uit mijn jeugd. Want er is weinig waar ik meer van geniet dan van passerend landschap. Gezien vanaf de passagiersstoel of de achterbank.

Oudere mannen in Ferrari’s

Gisteren betrapte ik mezelf op twee vooroordelen. Dat kwam door Han Dekker’s straatfoto van een man in een Ferrari. Zijn zwart/wit foto verraadt geen kleur, maar Ferrari’s zijn rood. Altijd. Zo niet, dan zie ik zo’n raceauto over het hoofd. En bij een naderende Ferrari denk ik steevast: ‘Zal wel een oudere man in zitten.’ Dat doe ik onbewust ter voorkoming van een lichte teleurstelling. Want zeg nu zelf: een racemonster als een rode Ferrari; daar verwacht je toch een jonge vent in?

Ik snap het wel, de drempel ligt hoog. Bolides in de buitencategorie kennen hun prijs. Nieuwe Ferrari’s beginnen vanaf drie ton. Je moet vroeg financieel slagen om als jonge man zo’n voertuig te kunnen betalen. Tenzij je een goede baan hebt, nog bij je ouders woont en geen verplichtingen hebt. Dan gaat sparen hard. Of tenzij je het zoontje van bent.

Dus wie en wat zijn die eigenaren? Dit lijkt mij een antropologisch onderzoek waard. Ik zie toch vooral mannen vanaf middelbare leeftijd. Zakenlieden, fiscalisten, advocaten en chirurgen misschien. Met een midlifecrisis? Dat kan. Maar ik vind het wel aandoenlijk als een echte liefhebber zijn jongensdroom verwezenlijkt. Soms zit er een vrouw achter het stuur. Blond of geblondeerd; dat is kennelijk een natuurwet.

Over de grens ligt dit anders. In Saint-Tropez, Cannes en Monte Carlo krioelt het van de Ferrari’s (en Maserati’s en Lamborghini’s). Daar zijn de bestuurders vaker jong. De jetset van over de hele wereld komt er bijeen. Russen, Arabieren, Europeanen. In Dubai kom je diezelfde mensen weer tegen met hun auto’s. Al feesten de nieuwe rijke Golf-Arabieren het meest van allemaal. Straatraces mogen dan verboden zijn, in Dubai zijn die onder jonge mannen wel normaal.

Zijn dit clichébeelden? Bij Nederlandse welgestelden zie ik identiek uiterlijk vertoon. Dezelfde kleedstijl, dezelfde kapsels, dezelfde sieraden, dezelfde merken, dezelfde accessoire-hondjes, enzovoort. Welgestelden hebben hun manieren om zich van de rest te onderscheiden. Al zijn er nuance verschillen. Showen gebeurt vooral in Blaricum, terwijl ze in Wassenaar wat ingetogener doen. In mijn Gelderse woonplaats gaan ze nog een stapje verder. De kleuren en automodellen zijn zo bescheiden, dat Porsches en enkele Ferrari’s bijna incognito rondrijden. Vermoedelijk zegt dat iets over de cultuur hier.

Als inhoud er weinig toe doet, komt alles aan op uiterlijkheden. Dan leven we in clichébeelden, iedere groep op zijn eigen manier. Heb jij ooit een leuk, jong, zwart gezinnetje gezien in een groene Ferrari? Vrouw achter het stuur, man ernaast, en kindertjes op de achterbank. Met van die rubberen dierentuin plakplaatjes op de ruiten. Plus fietsen op het dak. En stickers op de achterklep, van plaatsen waar ze al geweest zijn. Nou? Ik niet hoor.

Dat had ik wel graag gewild. Want ‘It takes every kind of people, to make what life’s about.’ Robert Palmer.

Terugblik en pareltjes op de lijst

Al weken voeg ik trefwoorden toe aan de 643 logjes op dit blog. Dit past goed bij een gangbare eindejaars activiteit. Namelijk lijstjes maken. Terugblikken, herinneren, nadenken, opschonen of er in de toekomst weer wat mee doen. Zo passeert vier jaar van mijn leven in detail. Een periode vol gemoedsrust volgde op een tijd met grote financiële onzekerheid. Sommige berichten over toenmalige actuele zaken zeggen nu weinig meer. Maar ik vind ook pareltjes terug, die tijdloos blijken.

Onze samenleving
De inhoudelijk beste stukken schreef ik uit verontwaardiging, voortkomend uit betrokkenheid. Meestal gaan die over een leefbare samenleving. Dus over hoe mensen met elkaar en het milieu omgaan. En over het blinde geloof in de noodzaak van economische groei. In de beginperiode van Raam Open droeg ik constructieve ideeën aan die nog steeds toepasbaar zijn. Soms sloeg ik de plank mis.

Verrassingen
De leukste logjes vind ik de anekdotische, uit het leven gegrepen verhaaltjes met onverwachte wendingen. Meestal gaan die over mensen onder elkaar. Volgers vragen weleens of bepaalde voorvallen werkelijk plaatsvonden. Want ik voeg fantasie en theatrale elementen toe. Maar neem dit gerust aan: hoe bizarder, hoe echter.

Fantasy of niet
Niet voor niets is het logje Franse topkwaliteit commercials een van mijn all time favorieten. Hierin komt alles samen waar ik van hou, hoe logisch en tegenstrijdig ook. Video-artiest Jonathan Lagache is de maker van de gelinkte commercials. Zijn achternaam zit tussen die van mijn Franse voorouders, dus fantaseer ik graag over een verband. Over verbanden gesproken. In de video Peugeot Onyx Concept Car van Jonathan zie ik lijntjes naar onderstaand ijslandschapje op mijn dakraam. En zijn video met Lana del Rey mag zeker in de eregalerij.

Zomeravond na een lange rit

Na een lange reisdag op de motor/in de auto/bus/trein of het vliegtuig kom je eindelijk op je bestemming aan. Ergens in een klein dorpje of een uitgestrekt natuurgebied. Je bent plakkerig, hongerig, dorstig, stram van het lange zitten, duizelig en moe. Het loopt al tegen de avond. Het verkleurende landschap baadt nog in het warme licht van de traag ondergaande zon. Geen herrie, drukte of stank hier. Maar kalme plattelandsgeluiden, een verkoelend briesje en schone lucht.

Snel ga je naar je hotelkamer. Je dumpt je bagage, neemt een korte douche, zorgt dat je iets te eten krijgt en loopt dan gauw weer naar buiten. Je oren tuiten nog na van alle drukte. De adrenaline stroomt nog door je aderen. De omgeving waarin je plotseling bent aanbeland, geeft je na alle beweging het gevoel dat je in een onbegrensde ruimte staat. Dat klopt.

Een klein ommetje dan. Voordat de zon helemaal verdwijnt en de duisternis de mooie zomerdag verzwelgt die hier plaatshad terwijl jij onderweg was. Dat gevoel. Dat had ik net. Na een hele dag stilzitten. Mijn ogen strak gericht op websites vol ambtelijke teksten. Maar ik ben tevreden over mijn lijst met vondsten en opmerkingen. Het eerste tastbare resultaat is er.

Dus stap ik naar buiten. Omdat de zon nog schijnt. En wandel in een gebied zoals ik dat ken van buitenlandse vakantiebestemmingen. Ook al herinner ik me niet of daar ook maïsvelden waren. Langs een militaire begraafplaats vol bloemen en een stuk land met geurig drogend hooi. Langs twee meter hoog maïs, een al lege akker en een bosrand met nieuwe aanplant. Verder, langs oude bomen, een groenstrook voor vlinders en onder de boog door van de dubbele rij beuken. Ernaast hooiland met een verlaten blauwe tractor plus aanhanger. Precies tussen waar de hooibalen nog liggen en waar ze al zijn opgehaald. Avondetenstijd; de boer gaat straks weer verder. Zonnebloemen langs de rand.

Ze hoeven niet eens te weten hoe laat en op welke dagen ik werk. Zolang ik de klus maar naar eigen inzicht klaar. Dichter bij totale vrijheid in een werksituatie kom je niet. Doe wat je wil, het kan. Dan volgt de rest vanzelf. Kijk maar naar mij.

Surreëel

In de middag wandel ik naar beneden, richting de rivier.  De straten kronkelen hier. Alles loopt schuin af: de weg, de stoep. Ook de huizen staan hoog op een steile helling, vrij in hun privé-tuinen. Over de schuine kruising waakt het statige La Colline, een grijze fin de siècle villa. Compleet met louvre deurtjes als raamluiken. Verderop in de diepte staat een half vervallen werkplaats. De naamschildering van het bedrijf dat er ooit zat, vervaagt. Overal zie je muurtjes met weelderige begroeiing. Echt, je waant je ’s zomers in een Frans plattelandsdorp hier.

Vrijwel geruisloos komt hij ineens tevoorschijn. Zwart, glanzend en traag sluipend als een roofdier. Een zwarte panter. En weg is ‘ie weer. Surrealistisch, of toch niet?

Pas seconden later realiseer ik het mij. Dit was geen panter, maar een jaguar. Die wonen hier. Dit is hun natuurlijke biotoop. Ze verblijven onder de bordjes ‘Jaguar parking only’.