Spagaat tussen foto-expositie en 3 oktober

Maandag, drie dagen voor de opening van de foto-expositie, is er een persconferentie. Aanscherping coronamaatregelen. En Leiden was al code-roodgebied. Het één staat los van het ander. Ware het niet dat ons straatfeest hier was gepland op 4 oktober, vanwege dat andere feest op 3 oktober.

Dinsdag, we mogen na 18.00 uur niet meer samenkomen voor de vergadering. Maar het straatfeest is plotseling einde verhaal, dus we moeten wel. En zo worden ineens alle ogen op mij gericht. Want wat bijzaak was, de foto-expositie, vormt nu ineens het hoofdprogramma.

Woensdag, inrichting expositie. Na een half slapeloze nacht bel ik zo vroeg als dat kan een buurvrouw. Of ze stante pede een grote, sterke man mee wil brengen. Dat was ik gisteren nog vergeten te vragen. Ze krijgt het voor elkaar. De collages worden in de auto geladen en ik ga ze te voet achterna.

Donderdag, de opening van de expositie, zonder officiële ceremonie. Het is heel raar. Bijna geen mens kijkt er naar, alle aankondigingen ten spijt. Toch: het bezoek komt later wel. Veel bewoners zijn afwachtend, maar mond-tot-mondreclame doet straks zijn werk.

En er valt mij iets op. Ik merk het aan de reacties van de bibliotheek-medewerkers. Ze zijn opgelucht. Het ziet er allemaal zeer professioneel uit, terwijl onze straat als een arbeidersbuurt bekend staat. (Dat was mij bij aankoop van dit huis niet bekend. Vergeleken bij Leidse arbeidersbuurten vroeger, ziet het er hier nogal idyllisch uit.)

Ineens zie ik onze foto-expositie door sociaal-culturele ogen. Sommige collages zouden zo in een documentaire kunnen over een ‘prachtwijk’ en zijn bewoners. Vooral die van de grootschalige verbouwing doet het vast goed bij een elitair publiek. Daarop zie je hoe de buitenste muren waren weggebroken, terwijl de mensen nog in hun huizen woonden. Buiten was het een ravage; binnen zag je de ruchesvitrage en geraniums voor de ramen.

Het is waar, dit is van oorsprong een arbeidersstraat. Maar de gentrificatie heeft al lang toegeslagen. Ik woon in een gemengde buurt met mensen uit alle bevolkingslagen. Een deel van de bewoners spreekt de taal van de straat en ik spreek de taal van wie er tegenover mij staat. Waaronder die van de ‘culturele elite’. Misschien dat men daarom in allereerste instantie wat anders had verwacht. Toch is het zoals de bibliothecaresse opmerkte: ‘Mijn dochter in Utrecht zou nu een moord doen voor jullie woningen.’

Toegegeven, deze foto-expositie is voor mij nogal een prestigekwestie. Ze mogen in dit villadorp best eens zien wat wij kunnen neerzetten dankzij goede samenwerking. En dan is er nog mijn beroepseer. Maar vooral voel ik de trots van de bewoners en hoe ik in hun midden wordt opgenomen.

Vrijdag. De complimenten stromen binnen. Het oogsten is begonnen.
(Normaal gesproken zou om deze tijd de Taptoe door de stad heen komen.)

Morgen ga ik naar de foto-expositie. Morgen is het in code-roodgebied 3 oktober.

Unintentional camera movement fotografie

Op internet staan uitermate ingewikkelde beschrijvingen voor het bereiken van artistieke effecten met fotografie. Eerlijk gezegd zijn die instructies abracadabra voor mij. Het gaat over zaken als ‘shutter speed’ en ‘neutral density filters’ en ‘strip away surface detail’. Nou, het zal allemaal wel.

Ik ‘werk’ met de eenvoudige camera van mijn al even simpele smart phone uit het jaar nul. (Samsung J5 uit 2016.) En deze smart phone heeft een geheel eigen wil. Daarom doe ik nooit iets intentionally voor de meest bijzondere fotografie.

Kijk maar. Hierboven de wegberm links en hieronder de wegberm rechts. Geheel unintentional bedoelde camera movement fotografie. Ach, mijn smart phone is toch zo creatief.

De kogels van de distel in goud en metallic blauw

‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’* Neem nu de blauwe Echinops of kogeldistel. Dit is zo’n plant waarvan de bloemen zich makkelijk laten fotograferen. Insecten zijn er dol op.

Je verwacht dat deze plant ‘kogeldistel’ wordt genoemd vanwege de bolvormige bloem. Kanonskogels, bijvoorbeeld, waren vroeger rond. Maar wanneer je er op inzoomt, zie je pas wat er met ‘kogels’ wordt bedoeld. Want tegenwoordig zijn kogels langwerpig en ze eindigen in een punt.

* Johan Cruijff.

Naaldboom, net even anders

Op een landgoed hier in de buurt groeien diverse soorten naaldbomen. De meesten zijn nogal donker en uniform, maar dit exemplaar valt op. Bij deze boom laat het zonlicht de frisgroene uitlopers fluoresceren. Van onderaf gezien is het contrast met de oude naalden het grootst. Daardoor zie je meteen hoe mooi de takken waaiers vormen.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Abstracte foto prikkelt de fantasie

Hou je van abstract of figuratief? Daar had ik nooit bewust over nagedacht. Bij tekenles merkte ik vroeger wel dat abstract tekenen makkelijker is dan realistisch. Probeer het zelf maar eens. En bij abstract tekenen ervoer ik meer ruimte voor creativiteit en fantasie. Nu fotografeer ik regelmatig met de eenvoudige camera van mijn smartphone. Daarbij valt op dat ‘mislukte’ foto’s, toevalstreffers en surrealistische beelden mij het meeste aanspreken.

Zogenaamd mislukt zijn foto’s met een onbedoeld bewogen beeld. Soms neemt mijn smartphone ze vanzelf. De toevalstreffers zijn foto’s die onverwachts goed uitpakken door omstandigheden waarvan ik mij niet bewust ben. Dan zie ik in werkelijkheid iets anders dan wat het oog van de camera waarneemt. Ook leuk is het zicht op voorwerpen vanuit een ongebruikelijke positie. Zoals wanneer je op je rug liggend in een veld de wereld observeert.

Nu ik voor dit blog regelmatig foto’s selecteer, wordt mijn voorkeur steeds duidelijker. Want het mooist vind ik toch de categorie die min of meer surrealistisch is, zoals waterspiegelingen. Hierbij veranderen alle vormen en lopen vaak twee of meer onderwerpen in elkaar over.

Surrealistische beelden laten altijd wat te raden. Even is er een kort moment van verwarring, van onwetendheid. Een moment waarin nog niets concreet is en het zichtbare in onze verbeelding elke vorm kan aannemen. Dat vind ik mooi.