Verschil in waardering voor fotobloggers

Arnhem graffiti Nederrijn bij Mandelabrug

Hoe krijg je als fotograaf waardering voor je werk? Dat vraag ik mij al langer af sinds ik een aantal fotobloggers (ploggers) volg. Zij publiceren foto’s van uiteenlopende onderwerpen en thema’s. Daar zitten amateurfotografen bij en echte professionals. Wat precies het verschil maakt, kan ik moeilijk duiden. Het gaat verder dan je toestel recht houden, goede belichting en weloverwogen uitsneden maken.

Er bevinden zich mensen tussen die van elke macrofoto een waar kunstwerk maken. Ja, die zelfs een heuse fantasiewereld creëren met hun camera. Anderen vangen gebouwen en straten consequent in zwart-wit. Dan zijn er nog de vele natuurfotografen. Zij krijgen vogels en andere dieren vele malen beter te pakken dan ik. Sommigen maken zo veel poster-waardige foto’s dat ik afhaak. Dan is de overdosis aan schoonheid te groot, te intimiderend. Ze zijn gewoon te goed.

De waardering voor deze fotografen is structureel heel verschillend. Tenminste, gelet op het aantal likejes en reacties dat zij vergaren met hun foto’s. Vandaag verschenen er twee plogjes in mijn reader. Het ene met een wolkenlucht van een niet nader te noemen plogger. Er staan nu 56 likejes en 24 reacties onder. Het andere is deze van Beeldenplukker met in water weerspiegelde graffiti. Dat plogje krijgt slechts vier likejes van volgers.

Deze week nam ik zelf foto’s van een wolkenlucht, maar het resultaat was te weinig bijzonder. Toch deden ze in niets onder voor de foto van die andere blogger. (Deze zijn vergelijkbaar.) Eerder legde ik ook Arnhemse graffiti vast (zie hierboven). Mijn foto’s pakten minder fraai uit dan die foto van Beeldenplukker. En zijn foto raakt mij sterker dan de wolkenfoto. Waarom plaatsen dan toch zo veel meer mensen daar likejes onder?

Littekens aan de binnen- en de buitenkant

Stel dat al onze littekens en bloeduitstortingen zichtbaar zouden zijn en blijven. Daaraan denk ik aan terwijl ik voor de spiegel sta. De open wond die mijn verstandskies achterliet, heelt langzaam. De zwelling in mijn wang en een bloeduitstorting op mijn kaak zijn gelukkig verdwenen. Vorige week liep ik met dat gezicht op een feest rond. Niemand zei er wat van. Opmerkelijk. Zag men het niet of wekte het gêne op? Want littekens en blauwe plekken duiden doorgaans op iets onaangenaams.

Littekens op de huid zijn het ongewenste resultaat van vechtpartijen, ongelukken, sportblessures, operaties en dergelijke. Andere zichtbare littekens brengen mensen vrijwillig aan. Scarificatie is versiering, een teken van rang of rite de passage binnen een cultuur. Vergelijk het met tatoeages. Daar gaat een diepere betekenis achter schuil.

Sommige littekens zijn echter een roep om aandacht. Die wijzen op andere littekens aan de binnenkant. Ik vermoed dat de meeste mensen meer inwendige littekens hebben dan uiterlijk. Stel nu dat al onze fysieke en mentale littekens permanent zichtbaar zouden zijn. Zouden we dan anders met elkaar omgaan?

Vroeger was het tenslotte normaal dat een weduwe in het zwart gekleed ging. Dan kon iedereen zien dat zij in de rouw was en daar rekening mee houden. In de Volkskrant van 28 mei 2019 staan portretten van de Mongrel Mob uit Nieuw-Zeeland, gemaakt door Jono Rotman. De meeste bendeleden zijn Maori, nakomelingen van de oorspronkelijke bevolking daar. Tatoeages zijn bij hen van oudsher gangbaar. Net zoals bij alle Polynesische volkeren, waartoe ook de Maori behoren.

Ik zie provocatieve, maar vooral zwaar gehavende mannen. Ze rouwen allemaal. Alleen zijn hun echte littekens hier niet zichtbaar.

Effect van een straatfoto zonder mensen

‘Het zijn mensen die deze structuren construeren en gebruiken. Op jouw foto’s ontbreken die mensen, daardoor ontbreekt wellicht iets heel essentieels.’ Dit schrijft Jan Jaap als reactie op Stadsfoto’s als uitdaging met foto’s van het Liander-kantoor. Bedankt, Jan Jaap. Ik hou wel van zo’n opmerking, want je zet mij en wellicht ook anderen aan het denken. Zoals gezegd, heb ik mensen uit beeld gelaten vanwege privacyregels. Verandert daardoor ook de essentie van een tafereel? Hm. Mijn gedachten meanderen naar het volgende.

Liander kantoor Arnhem straatkunst fotografie 1De foto toont een momentopname en een uitsnede van wat we waarnemen. Het is de werkelijkheid zoals ik die daar wel vaker zie, bijvoorbeeld in het weekend. Dan lopen er doorgaans geen mensen in of uit het gebouw. Kom je hier op maandagochtend rond 08:30 uur, dan is het een levendige boel. Er passeren dan ook veel schoolkinderen en forenzen. De school en het station zijn vlakbij. Nu kan de foto in een zojuist ontruimde stad genomen zijn.

Deze foto’s zijn niet geregisseerd, maar het beeld wijzigde wel doordat ik ze nam. Een naderende man aan de overkant zag dat ik wachtte op een goed moment. Daarom stak hij de weg over. Hij was vlakbij, maar je ziet hem niet.

De foto doet mij denken aan schilderijen van Edward Hopper. Die zijn doorgaans spaarzaam bevolkt of zonder levend wezen. Als er mensen zichtbaar zijn, dan vaak alleen. Of ze stralen eenzaamheid uit, verlatenheid. Overgeleverd aan hun eigen gedachten, lezend, in hun eigen fysieke wereld.

Edward Hopper speelde in zijn schilderijen met ramen, waardoor je naar binnen of naar buiten kijkt. Misschien zit er een eenzame portier achter een raam op mijn foto. Dan blijft hij onzichtbaar door de weerspiegeling van de wolken in het glas.

Even een alternatieve gedachte. Denk aan een foto van een mensenmassa, waarop slechts één persoon recht in de lens kijkt. Dat is de enige persoon met wie we contact hebben. Of is het de fotograaf zelf, die kijkt naar de camera op een statief? Of je je wel of niet in een mensenmassa bevindt; dat maakt soms geen verschil voor hoe je een moment of situatie ervaart.

Wat gebeurt er eigenlijk wanneer mensen wel herkenbaar op foto’s staan? Vaak wordt onze blik al snel naar de gezichten van die mensen getrokken. Straten en gebouwen vormen dan slechts een achtergrond, een context. We bedenken vervolgens een verhaal: wie die mensen zijn, wat ze daar doen en waarom. Zo verschuift het perspectief en de betekenis.

Als voorbeeld plaats ik alsnog een foto met passanten. (Hopelijk word ik niet aangeklaagd. 😉 )

Reiger in de Jansbeek centrum Arnhem3

Vergelijk nu eens de uitsnede van deze foto bij Reiger ontdekt Arnhemse Sint Jansbeek. Dan zie je direct het effect van de aanwezigheid van deze mensen. Want op deze volledige foto is de reiger in de beek veel minder prominent dan in mijn logje.

We kijken waarschijnlijk langer naar de twee mannen met het kleine meisje links op de voorgrond. Zij trekken de aandacht. Wie zijn die mannen? Wat is hun relatie tot dit kind? Is de moeder in de buurt? Nemen ze dat meisje ergens naartoe? Of windt dat meisje juist die mannen om haar vingers? (Dat laatste was zeker het geval. Daarom glimlachen de man en de vrouw achter dit drietal.)

Nu terug naar mijn werkelijkheid. Op het moment dat ik deze foto nam, was ik gefixeerd op die reiger. Ik wilde zo dichtbij mogelijk komen, zonder het dier te storen. Dit mede om ervoor te zorgen dat hij zou blijven staan. Ik registreerde mentaal wel de aanwezigheid van die mannen en het kind. En ik merkte dat er iets grappigs voorviel. Maar ik zag hen nauwelijks. Dat kwam later, toen ik thuis de foto bekeek. Daarop zag ik pas hoe de mannen opgingen in hun spel met het meisje én dat zij toeschouwers hadden. Zonder foto had ik die toeschouwers niet opgemerkt.

Misschien kijken we allemaal wel naar iets anders wanneer we dezelfde werkelijkheid zien.

Wat zijn jouw gedachten bij straatfoto’s zonder mensen?

Stadsfoto’s als uitdaging

Liander kantoor Arnhem straatkunst fotografie 1

Op fotoblogs van liefhebbers staan hun favoriete onderwerpen. De een maakt vooral natuurfoto’s: flora, fauna, landschappen, water. De ander kiest juist voor mensen, industrieterreinen en steden. Ik zou best meer stadsfoto’s willen maken, maar de bebouwde kom vormt wel een uitdaging.

Neem nu Arnhem, een stad waar ik vlakbij woon. Daar rijden trolleybussen rond. Dat is echt wat bijzonders. Die bussen krijgen hun energie van stroomkabels boven hun rijbaan. Je kan er zo een fotoreportage over maken. Maar stel dat je iets anders wil vastleggen, dan loop je gelijk tegen die stroomkabels aan. Want stroomkabels bepalen het straatbeeld op doorgaande wegen in Arnhem.

Op bovenstaande foto zie je die kabels. En er zijn meer uitdagingen. Het metalen kunstwerk overbrugt hier de weg vanaf de stoep links naar de onzichtbare stoep rechts. Voor het mooiste zicht is een positie midden op de rijbaan ideaal. Alleen rijden daar auto’s. Die zijn trouwens ook irritant aanwezig wanneer je vanaf de stoep fotografeert.

Een andere uitdaging vormen mensen op straat. Hen wil je uit beeld houden als je foto’s op internet zet. Verder staan er in steden opvallend veel bomen, afvalbakken, bushokjes, verkeerspalen en zelfs hele gebouwen in de weg. Bijvoorbeeld, omdat je voldoende afstand voor een overzichtsfoto nodig hebt. Of omdat je foto’s uit een bepaalde hoek wil nemen.

Maar laat ik vooral de pluspunten benoemen. Want zeg nu zelf over het tafereel hieronder: die speciale mozaïektegels voor het Liander kantoor, die fraaie rasterstructuur van het gebouw, dat sierlijke trapje en dat elegante duinlandschapje in combinatie met de rondingen en krullen van dat metalen kunstwerk … Alles bij elkaar is het toch een heel bijzonder lijnenspel, nietwaar?

Liander kantoor Arnhem straatkunst fotografie 3

(En ja, deze foto’s zijn onscherp. Dat komt omdat …)

Voldoening uit creatief werk

oog voor kunst in de natuur

Wat zou het mooi zijn als we allemaal van onze liefhebberij ons werk konden maken. Een hobby-bioloog leidt onze groepswandeling in het bos. Regelmatig staan we stil. Want hier groeit een zoutminnend plantje en daar een aardig bloempje. De gids praat enthousiast en neemt veel foto’s. Hij maakt uitgebreide fotoverslagen voor op internet, vertelt een vrouw. Het geeft hem zichtbaar voldoening.

Zelf is ze een semiprofessionele schilderes. Ze komt bescheiden over, maar heeft eens de Gelderlander Kunstprijs gewonnen met haar werk. Ook verzamelt ze al jaren mooie afbeeldingen en citaten. Die combineert en verwerkt ze tot collages in plakboeken. Soms vraagt ze zich af of er mee door zal gaan. Toch koopt ze steeds weer nieuwe lege albums. Want als ze depressief is, zegt ze terloops, dan bladert ze er graag in. Ze heeft er 26.

Ik kan me voorstellen hoe creativiteit haar opbeurt. Het is heerlijk om jezelf te verliezen in kunstzinnig werk. Om op die manier uiting te geven aan wat belangrijk voor je is. Daarbij helpen de mooie plaatjes en citaten haar om zichzelf terug te vinden. In plakboeken doet zij iets vergelijkbaars als wat ik doe op dit blog.

Er is een klik en herkenning. Ik ontmoet niet zo vaak mensen die op een leuke manier praten over teksten, kunst en fotografie. Over hoe je met gedachten speelt en dwarsverbanden legt. Over hoe je daar in woord en beeld uiting aan geeft. Ze is ook naar de kunstroute geweest.

Ik vertel hoe een blogger mij aanzette tot het maken van de serie ‘Spiegelingen in het water’. Sowieso vind ik fotoblogs van anderen leerzaam. Ook van boombladeren staat een serie op dit blog. Onderweg vind ik een gedroogd blad van de Amerikaanse Eik en toon haar dat als voorbeeld. Geleidelijk ontstaat er een momentum: een punt waarop we elkaar beginnen te inspireren. Twee personen die korte stiltes kunnen laten vallen, terwijl onze gedachten verder gaan. Maar iemand wil per se tussenbeide komen en wat in de lucht hangt, vervliegt.

Vlak voor het afscheid komt de schilderes nog even naar me toe en toont een gevonden bramenblad met spikkels. ‘Als je er eenmaal op bent gewezen, ga je het zien.’, zegt ze. 😉

Jonge beukenblaadjes rood en groen

Jong beukenblad met bloemen

Hoe vaak kijk je echt goed naar een boom? Misschien vallen sommige bomen je op, omdat ze bijzonder gevormd of groot zijn. Maar meestal lopen we er achteloos aan voorbij. Regelmatig passeer ik dezelfde beuken. Eerst waren het non-descripte dingen met een stam, takken en blaadjes er aan. Nu herken ik individuele bomen en zie ik wat ze doen in de vier jaargetijden.

Rood beukenblad jong

Beuken zijn mijn favorieten. Ontkiemende beuken lijken op ballerina’s. Eenmaal volwassen, hebben ze iets statigs. Ze worden machtig hoog en hebben verfijnde bloemen, blaadjes en zaadjes. Aan het jonge blad zit zelfs een ragfijn bontkraagje. In de herfst worden beukenblaadjes veelkleurig, waardoor takken op feestslingers lijken.

Het zal even duren voordat ik alle groeistadia in beeld heb, maar hier volgen alvast wat impressies van beuken(blad) in de winter, lente, zomer, herfst en nog een herfst.