Een beetje lummelen is goed voor ons

Op een verjaardag vraagt iemand hoe ik fotografeer. Nou, ik rommel dus wat aan met mijn smartphone. Bij fotografie draait het vooral om plezier. Mijn gesprekspartner gaat voor efficiëntie. Ze kijkt eerst goed en neemt dan doelbewust een foto. Klaar. Zij zou nooit zo te werk kunnen gaan als ik. Daar heeft ze het geduld niet voor.

Ik neem met gemak dertig foto’s van een onderwerp. Beetje hoger, beetje lager, beetje gedraaid, et cetera. Dit geëxperimenteer dient om ervan te leren, maar voornamelijk is het spielerei. Na een foto-expeditie ben ik volledig ontspannen en heb ik nieuwe energie.

Het leven van mijn gesprekspartner zit vol activiteiten, een gezin en een drukke baan. Ze staat altijd ‘aan’. Ik daarentegen heb en neem ruimschoots de tijd om vaak en lang te reflecteren. Bij haar zijn dat eerder gestolen momenten.

Wat mij bij zulke mensen opvalt, is dat zij doorgaans minder toekomen aan echte diepgang. Ondanks hun grotere intelligentie. Ze nemen goed waar. Maar voordat zij informatie verwerken en ervan leren, worden ze alweer afgeleid. En dan draven ze door naar de volgende bezigheid. Zulke mensen dragen een kerkhof aan onbenutte observaties mee.

Kwamen ze maar wat vaker aan lummelen toe. Aan luieren, aan nietsdoen, aan een beetje bankhangen, aan dagdromen. Alles om hun hersenen uit de aktie-stand te krijgen. Want pas na voldoende rust gaan we creatief denken. Wij moderne mensen zijn rare wezens. Australische Aboriginals waren vroeger maar een paar uur per dag bezig met eten verzamelen. Verder hadden ze alle tijd voor geluier, kunstuitingen en spiritualiteit. In het wild levende roofdieren verspillen evenmin energie. Die ‘werken’ om precies genoeg voedsel te krijgen voor zichzelf en hun jongen. Verder doen ze bar weinig.

Ik geloof dat we als mensheid meer kunnen bereiken als we eens wat minder zouden doen.

(Tweede kijk-en-vergelijk moment na een maand wachttijd.)

Plog – Bomen met opvallende vergroeiingen

Wist je dat bomen vastgespijkerde bordjes kunnen verzwelgen? Geef ze eens ongelijk. Hoe zou jij het vinden als iemand zo’n bordje in je lijf vastnagelt, dwars door schors en bast heen? De open wonden maken je vatbaar voor infecties en doen pijn. Bovendien hinderen die spijkers de doorstroom van voedsel, water en groeistoffen. Daarom hebben bomen lak aan bordjes met boodschappen. Opengesteld? Verboden toegang? Wat nou, weg ermee!

‘Bomen gebruiken hun bast en de laag hout daar net onder, het xyleem, voor transport. Water en nutriënten worden uit de wortels omhoog getransporteerd. De bouwstoffen die de bladeren produceren onder invloed van zonlicht komen weer naar beneden, opgelost in water. Een flink gat in de bast en het xyleem kan de transportvaten beschadigen.’ (Bron: NRC.)

Met het groeihormoon auxine herstellen bomen hun wonden. Hierbij ontstaan opvallende vergroeiingen die soms erg mooi zijn. Op deze foto’s staan enkele voorbeelden.

Boom slokt bordje ‘verboden toegang’ op.

Beuk likt zijn schotwond. (Zie voor de andere zijde Plog – De reuzen onder de bomen.)

Plog – De streepjescode van de berk

De schors van de berk staat al sinds de prehistorie bekend om zijn praktische mogelijkheden. Het is licht en waterafstotend materiaal, waarvan kano’s, kleding en schoenen werden gemaakt. Als de berk vervelt, vallen er dunne repen schors van de bast. Die vellen werden in Rusland vroeger gebruikt om teksten in te kerven. Da’s toch handig om te weten, mocht er eens een noodtoestand uitbreken. Dit en meer valt te lezen op Wikipedia.

Wat er niet op Wikipedia staat, is wat de streepjescode betekent. In elk geval was de berk voor oude Europese volkeren een heilige boom. Daarom vind ik het prima dat er in onze tijd iets te raden overblijft.

Plog – Doorgroefd landschap van boomschors

Je wandelt door een park en ineens valt het je op: ‘Wow, wat heeft die boom een bijzondere schors!’ Van dichtbij gezien vormt de structuur een waar landschap. Daarom neem je er een foto van. Maanden gaan voorbij, wanneer je opnieuw een fraaie boomschors ziet. Van een andersoortige boom deze keer. En weer neem je een foto.

Vandaag viel mijn oog op de prachtige schors van een grove den. Dit was de derde en nu is het raak. Zo ontstaat dus een thematische fotoserie. Meer specifiek gaat deze serie over boomschorsen en/of –basten. De bast zit namelijk direct onder de schors en bij sommige bomen zijn ze tegelijk of apart zichtbaar.

Als eerste verschijnt de schors van de roodbruine grove den, mooi dooraderd met mos. Hij staat in de buurt van de Duizendjarige Den in het bos van Wolfheze. Toevallig weerspiegelt deze schors de structuur van het omliggende terrein, want dat is evenzeer gelaagd en doorgroefd met kunstmatige beken voor de vroegere papierindustrie.

Plog – Winters foto allegaartje

Als ik een specifieke foto wil plaatsen, lukt het meestal wel om een bijpassende tekst te bedenken. Doorgaans is dat de best gelukte foto uit een serie of een afbeelding van iets bijzonders. Toch blijf ik elk seizoen met een allegaartje zitten dat ik nergens kwijt kan. Terwijl het presentabele foto’s zijn.

Misschien is zo’n resterend allegaartje een teken van gebrek aan inspiratie. Toch hangt inspiratie slechts gedeeltelijk van toevalligheden aan elkaar. Ik lees bijvoorbeeld weleens een uitspraak en besef dan ineens: ‘Hé, daar past die foto bij.’ Daarna kan ik meteen verbindingen leggen in een nieuw logje. Dit is de makkelijke manier. Voor een marketingcampagne brainstormen professionals net zo lang tot er ideeën ontstaan voor een pakkend verhaal met versterkend beeldmateriaal.

Die aanpak werkt ook deze keer. Want volgens de weersverwachting blijft het de komende veertien dagen zacht. Voordat we het weten, zijn we de winter alweer vergeten. Daarom plaats ik deze foto’s nog even. 😉

Plog – Wanneer is een foto kunst?

Wat is nu eigenlijk kunst? Als ik in Italië ben, vind ik bijna alles mooi. Goudbrokaat en zijdefluweel: ze houden van hetzelfde materiaal. Dan Nederland. Hier houden mensen van Piet Hein Eek, moderne kunst en industrieel. Alleen denk ik daarbij: ‘Mwah, kweenie. Is dát nou kunst? Is dit nou mooi? ’t is zo simpel en zo rechtlijnig allemaal. En vooral zo káál.’

Vandaar die twijfel. Neem bovenstaande foto van beukenblaadjes uit de serie Sneeuwwit met goud. Is dit elegant? Of valt dit in de kitsch categorie van zo’n orchideeëntak op de vensterbank van een Chin.-Ind. Restaurant?

Dan de foto hieronder met enkele blaadjes in het ijs. Beeldt je eens in dat het een close-up is van een schilderij. Een steeltje en een puntje piepen speels boven het gladde oppervlak uit. Rembrandt zou dat steeltje met één kunstige dikke streep precies zo hebben gemaakt. En mind you, hij en ik zijn allebei van geboorte Leids. Dan moet dit wel kunst zijn, toch?