Een vorm van beknibbelen

Als ik ergens geen zin in heb, kan ik prima smoezen bedenken waarom iets niet hoeft. Geld besparen is hierbij een perfect excuus. Voor vandaag stond er een lezing gepland bij een gerenommeerd instituut in Amsterdam. Bij aanmelding leek het onderwerp mij echt interessant. Er liggen al NS-dagkaartjes klaar à € 14,50. De reis is dus goedkoop en vooruitbetaald. Daarnaast is Amsterdam af en toe best een bezoek waard.

De dag van de lezing breekt aan en dan begint het. ‘Eigenlijk kan ik net zo goed op internet lezen over dit onderwerp. Dan hoef ik niet helemaal naar Amsterdam. Scheelt ook financieel, want dat NS-kaartje is vanwege de reistijd doordeweeks toch onhandig. Met een OV-kaart ben ik alsnog € 25 kwijt. En dat instituut zit in het Red Light District. Dat is geen buurt waar ik graag rondloop te midden van ranzige wietwalmen en het achenebbisj volk dat er op afkomt.’ 

Uiteindelijk valt het besluit en blijf ik thuis. Maar dan begint de ellende pas echt. Want weinig ondernemen bezorgt mij zo’n ontevreden gevoel. Dus ga ik compenseren. Eerst het hele huis schoonmaken. Dat geeft tenminste voldoening. Daarna afspraken maken. Want het is altijd fijn wanneer er weer wat zaken geregeld zijn.

Dus: CV-ketel onderhoud à € 65: check. (Hoeft eigenlijk niet, maar doe maar voor de zekerheid.) En dat college à € 15 volgende week in Arnhem: check. (Hier komen nog wel consumpties en reisgeld bij.)

Om nu te zeggen dat ik zo geld heb bespaard …

Groen leven is ook: groen beleggen

Sommige mensen gaan ver in hun streven om zo milieubewust mogelijk te leven. Ze zijn veganistisch, weigeren plastic en kopen alleen artikelen die herbruikbaar zijn. Zelf ben ik een middenmoter. Want je kan als individu ervoor kiezen om veel kleine dingen goed te doen. Of je kan een ‘grote stappen snel thuis’-methode hanteren. In dat opzicht is groen beleggen de invloedrijkste en effectiefste manier.

Beleggen kan direct en indirect. Direct door zelf fondsen uit te kiezen. En indirect via verzekeringen en je pensioen. Kijk eens wat je verzekerings- maatschappij doet op het terrein van milieu en samenleving. Is dit een maatschappij waar je achter staat? Pensioenfondsen beheren enorme sommen. Meestal ben je aan een bepaalde sector gebonden en is je keuzevrijheid beperkt. Maar kritische vragen stellen over de belegging van jouw premie kan altijd.

Graag zou ik meer willen beleggen in groene fondsen. Mijn hele financiële reserve is ondergebracht bij de ASN Bank. Van deze bank ben ik tamelijk zeker dat die er goede investeringen mee doet. Goed voor mens, milieu en een duurzame opbrengst. Het meeste staat op een spaarrekening (Ideaalsparen), wat nog nauwelijks rente oplevert. De verleiding is dan ook groot om extra geld naar een beleggingsfonds over te hevelen. Circa vijf procent van mijn financiële reserve zit nu in het ASN Milieu & Waterfonds.

Ben je geen deskundige, dan is beleggen een blinde gok. Je hoopt dat je slimme keuzes maakt en kan slechts volgen hoe het verder gaat. Daalt de waarde, dan moet je rustig blijven. Stijgt de waarde, dan is dat meer geluk dan wijsheid. Ik beleg al jaren in dergelijke fondsen en heb de waarde flink zien schommelen. Globaal volgt de waarde de wereldwijde ontwikkelingen op de beurzen. Het gaat mij vooral om het dividend. Dat is nu een stuk hoger dan de rente op spaargeld.

Als ik geld genoeg had, zou ik er direct een veel groter bedrag in steken. Maar zonder inkomen is die reserve (samen met mijn huis) mijn enige financiële zekerheid. En beleggingen worden niet door de staat veilig gesteld, zoals spaargeld tot € 100.000. Het lijkt mij overigens heerlijk om als fondsbeheerder voor BlackRock te werken. Deze mega-investeerder wil groener investeren. Tot die tijd moet ik zelf keuzes maken over mijn eigen bescheiden middelen.

Maar bij welk percentage van een portefeuille ligt de verstandige grens tussen risico en veiligheid? Hmm, dilemma, dilemma.

Meer geld uitgeven en toch besparen

De afgelopen maanden heb ik mijn spaarpot flink geplunderd. Toch heb ik dankzij uitgaven ook duizenden euro’s bespaard. Misschien heb ik zelfs ‘winst’ gemaakt. Je kan denken dat je armer wordt wanneer je geld uitgeeft, maar mijn gevoel van rijkdom is juist toegenomen. Ik zal vertellen hoe dat is gelukt.

Dit jaar was ik helemaal niet van plan om veel aan mijn koophuis te doen. Ik wilde slechts de dakbedekking van een dakkapel vervangen. Hiervoor lag er al een overeenkomst met een dakdekker. Er viel alleen geen datum af te spreken met die man. Toen ik er na drie maanden wat van zei, werd meneer bijzonder nijdig. Exit dakdekker. Tussendoor ontstond er wel een kleine lekkage, maar die kon ik eenvoudig zelf verhelpen.

Bleef over: het boeideel dat tijdens de winter ineens hard achteruitging. Er kwam water in een kiertje en dan houdt MDF het niet meer. Ook waren er nog wat kleine klusjes. Het is best lastig om een goede en betaalbare klusser te vinden. Feitelijk lag er inmiddels een wáslijst aan klussen en toen vond ik eindelijk iemand. Vervolgens liet ik hem alles doen wat hij maar kon. Nu, na ruim twee maanden, is hij bijna klaar.

Zo komen we bij de winst en de besparingen. De financieel grootste besparing zit in de uren. Vanwege zijn schappelijke tarief scheelt zijn inzet mij zo’n € 2.500. Ik ben een proefklant en sommige werkzaamheden zijn nog vrijwel nieuw voor hem. Dit vergt extra aansturing van mijn kant en het is een risico, maar ik ben er zelf bij. Daarnaast rekenen we materialen af op basis van werkelijke inkoopkosten. Dus zonder verborgen opslag.

Andere besparingen zitten in beschikbaar materiaal en eigen inzet. Een deel van het materiaal had ik nog liggen en vrijgekomen laminaat is op een andere plek hergebruikt. Verder doe ik het meeste schuren en verven zelf. Dat scheelt een flink aantal betaalde uren. Tot besluit help ik, waar mogelijk, een beetje mee. Een moker aangeven wanneer hij bovenop de trap staat, bijvoorbeeld. Een veel glaasjes cola brengen.

Ik zie ook winst in andere opzichten. Bij de zolderverbouwing is 7 m2 verborgen ruimte vrij toegankelijk geworden. Dit kan je opvatten als woninguitbreiding. Ook de isolatie is iets verbeterd. En er zit nu meer apparatuur in de keuken. Daarbij: met twee oorspronkelijke paneeldeuren terug in oude stijl, heeft mijn woning een luxere uitstraling gekregen. De gedane investeringen beschouw ik als een waardevermeerdering die zich wellicht in de toekomst uitbetaalt.

Los van het financiële plaatje bezorgen alle verbeteringen mij vooral woonplezier. Er is meer comfort; alles ziet er beter verzorgd uit, én ik heb extra bewegingsruimte. Geld kan je evengoed aan een reis besteden, maar daarna kom je weer thuis. Van woningverbetering kan je jarenlang iedere dag genieten. Tot besluit geeft het mij veel gemoedsrust dat er een prima klusser beschikbaar is.

Een administratie vol herinneringen

Een regenachtige dag is ideaal om de inkomstenbelastingaangifte in te vullen. Dankzij die aangifte houden we vaste rituelen in stand. Namelijk: de balans opmaken van het voorgaande jaar en nog één keer oude jaargangen van de administratie doorbladeren. Voor de privé-administratie is de bewaartermijn vijf jaar en voor bedrijfsadministraties zeven. Daardoor raakte ik diep verzonken in retrospectieve gedachten over 2018, 2013 en 2011.

Administraties opschonen vind ik het leukste onderdeel van financieel-administratief werk. Al bladerend gaat er op papier een hele geschiedenis door je handen. Je vindt data terug van evenementen, foto’s van producten, en namen van mensen met wie je hebt samengewerkt. Je ziet welke successen je hebt behaald (en welke acties je liever snel vergeet). Wat mij bij het herlezen van oude stukken opvalt, is hoe druk we ons kunnen maken om details. Ze dienden ooit een doel, maar waren achteraf gezien nauwelijks van betekenis. Opschonen relativeert.

Ook hou ik van zaken afronden. Dat gebeurt vanzelf wanneer je de belastingaangifte invult. Het is weinig meer dan een overzicht van inkomsten en uitgaven, van bezittingen en schulden. Qua handeling vergelijkbaar met het opmaken van de balans. Vandaag was ik binnen een half uur klaar. Geen inkomen hebben, heeft zo zijn voordelen, dat blijkt maar weer.

Over bladeren gesproken: die hierboven is van een Amerikaanse eik.

Denk aan omdenken

Denk aan omdenken, denk ik wanneer ik verstar voor de drempel. Wederom. Denk aan wat je wél kan. Daar gaat het om. Omdenken is denken in termen van mogelijkheden in plaats van problemen. De vijftien strategieën zijn absoluut zinvol. Ik kan ze iedereen aanbevelen. De hele rataplan.

Alleen blijf ik zelf eindeloos rondtollen door deze twee:

  • Strategie nummer 5. Doorzetten: door te volharden, creëer je nieuwe mogelijkheden.
  • Strategie nummer 8. Elimineren: stop met wat niet (meer) werkt.

Tja.

Twijfels, twijfels – Wat te doen?

Op dit moment loop ik rond met drie vraagstukken. Vooralsnog weinig schokkends, maar negeren kan evenmin. Een vaag pijntje, bijvoorbeeld, dat steeds verdwijnt en dan weer terugkeert. Ook ligt er een offerte van een dakdekker die wacht op een antwoord. En dan de gemeenteraad. Op welke partij moet ik nu stemmen woensdag?

Mijn vorige huisarts was de allerliefste die je kunt treffen. Vol aandacht en begrip, al vreesde ik soms dat ik een aansteller was. Zij was zorgvuldig en risicomijdend. Dus sloot ze mogelijkheden uit, zelfs bij vage pijntjes. Dat vond ik fijn. Het contrast met mijn nieuwe huisarts kan niet groter zijn. Van haar schiet ik telkens in de stress en krijg ik hoofdpijn.

Ze is erg kordaat en kan dus weinig met mijn vage pijntjes. Uitleg geeft ze pas als ik nadrukkelijk doorvraag. En als patiënt moet ik zelf aangeven wat ik wil. Alsof ik zonder vakkennis iets zinnigs kan inbrengen. Wellicht schuift ze de verantwoordelijkheid voor ‘onze gezamenlijke’ keuzes graag naar mij. Da’s ook een vorm van risicomijding, maar dan anders. En ze strooit met vaktermen. Zoals dat het ‘iets chirurgisch’ kan zijn. Volg jij het?

Dan de offerte van de dakdekker. Aardige man, mij aanbevolen door een betrouwbare vakman. Maar er hangt nogal een prijskaartje aan. Ga ik extra offertes opvragen bij onbekende bedrijven, met alle risico’s van dien? Of laat ik het erbij en betaal ik maar wat teveel? Hm. Misschien is er nog onderhandelingsruimte. Of zijn er andere opties?

En dan die politieke partijen hier. Feitelijk vertegenwoordigt geen daarvan nuggers met een buffer. Zoals ik. Want nuggers worden standaard over het hoofd gezien. Dus ook bij de gemeenteraadsverkiezing. Op wie moet ik nu stemmen? Zal ik Iene Miene Mutte spelen of dit aan mij voorbij laten gaan?

Roept u maar.

Financiële bevrijding

Ontelbare keren heb ik het al verzucht: ‘Ik wou dat ik nóóit meer hoefde te werken voor het geld.’ Niet omdat ik zo’n hekel aan heb werken, verre van dat. Maar vanwege al dat gedoe er omheen. Je bed uit moeten op een koude ochtend, terwijl het buiten nog donker is. Met duizend andere forensen plus hun natte jassen samengeperst in een treincoupé zitten. Buikpijn hebben, omdat je agenda zo vol staat en er een moeilijke opdracht wacht. ‘Een uitdaging’, noemen ze dat. Nu ben ik van dat alles bevrijd. Werken hoeft eigenlijk niet meer, maar mag.

Mijn financiële situatie is veranderd. Een vermogend persoon zou er zijn neus voor ophalen, maar voor mij is het voorlopig genoeg. Het is nog te weinig om alle jaren tot mijn pensioen te overbruggen. Maar al langer doe ik heel rustig aan qua uitgaven, zonder een gevoel van gemis. Vakanties heb ik geschrapt, uitstapjes blijven doorgaan. Die zijn belangrijk. Wat hierbij helpt, is een goed overzicht. Een overzicht van kosten van levensonderhoud, vaste lasten en reserveringen voor grote uitgaven geeft inzicht.

Dan komt het aan op wat je verder van het leven verwacht. Zonder onvoorziene rampspoed kan ik hier nog jaren blijven wonen. Vervolgens kan ik desnoods naar een goedkopere regio verhuizen en tot mijn pensioen teren op de overwaarde. (Tenzij al die Amsterdamse woningeigenaren op hetzelfde idee komen. Zij vormen een risico.) Gelukkig droom ik nog steeds van een caravan en een leven off the grid.

Helemaal zonder werk zou ik me trouwens wel gaan vervelen. En geld voor extraatjes blijft welkom. Daarom blijf ik zoeken en doe ik vrijwilligerswerk. Nu maak ik kans op een opdracht voor drie maanden gedurende twee dagen per week. Het is even afwachten of dat doorgaat. Zal je net zien. Komt alles weer tegelijk. Ik krijg er al bijna buikpijn van.